De betekenis van hoop in de Gereformeerde Kerk

Hoop, een concept dat zo fundamenteel is voor het menselijk bestaan, krijgt in de context van de Gereformeerde Kerk een diepere, meer specifieke betekenis. Kerkvader Augustinus vergeleek hoop met een ei: "Het is een ei en nog geen kip. En het is omhuld met een schaal. Omdat het bedekt is, kan het niet gezien worden." Deze metafoor benadrukt de ongrijpbare, nog niet volledig gerealiseerde aard van hoop.

Menselijke versus Goddelijke Hoop

In het dagelijks leven wordt hoop vaak verward met optimisme. Waar optimisme vertrouwt op een goede afloop of een keer in de omstandigheden, ontspringt hoop vaak daar waar geen enkele reden tot optimisme is. De apostel Paulus vraagt in zijn brief aan de Romeinen (8:24-25): "Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Maar als wij hopen op wat we nog niet zien, blijven we in afwachting daarvan volharden." Dit illustreert het effect van hoop: de toekomst wordt als het ware al een beetje in het heden getrokken, wat ons gedrag stuurt en ons in staat stelt een brug naar de toekomst te slaan.

Augustinus' vergelijking met het ei wijst op de noodzaak van verzorging: geduld en 'broedwarmte'. Hoop vereist nabijheid en toewijding. Hoop is een van de drie klassieke 'goddelijke deugden', naast geloof en liefde. Deze deugden worden als 'goddelijk' beschouwd omdat ze geschenken van God zijn en op God gericht.

Goddelijke hoop onderscheidt zich van onze natuurlijke menselijke hoop. Menselijke hoop kan verloren gaan, maar goddelijke hoop wordt ontvangen. Het is geen karaktereigenschap zoals optimisme, noch iets dat we op eigen wilskracht kunnen verwerven. Goddelijke hoop vestigt zich op God en zijn toekomst, niet op een reeds voor ogen staand doel. In plaats van te hopen op redding uit een specifieke crisis, zoals de klimaatcrisis, hoopt men op God die zijn doel met ons en onze wereld wil bereiken.

Een illustratie van een ei, met een schaal die de ongrijpbare aard van hoop symboliseert.

De Theologie van Hoop: Jürgen Moltmann

De grote theoloog van de hoop was de vorig jaar overleden Duitse hoogleraar Jürgen Moltmann. Zijn theologie werd gevormd door zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog, met name zijn krijgsgevangenschap en de ontvangst van een Bijbel, wat een keerpunt in zijn leven betekende. Moltmann zag optimisme als een streven vanuit het heden naar de toekomst, gebaseerd op wat men kent. Goddelijke hoop daarentegen reikt vanuit de toekomst naar het heden.

Hoop gaat over iets dat er nog niet is, maar tegelijkertijd is er al wel het effect van deze hoop: een voorproefje van wat komen gaat. Dit maakt het mogelijk om groot geluk te ervaren ondanks en te midden van verwoesting. Paulus beschrijft in de Romeinenbrief de 'barensnood' van de wereld en onze eigen zuchten in afwachting van de openbaring dat wij kinderen van God zijn - de verlossing van ons sterfelijk bestaan. "In deze hoop zijn wij gered."

Christelijke hoop is gebaseerd op de belofte van de opstanding van Christus. Dit verklaart waarom hoop kan ontspringen te midden van wanhopige omstandigheden. De kruisdood van Christus, gevolgd door de opstanding, is de hoop die ons in leven houdt. Een ander gevolg van deze goddelijke hoop is onrust. Geloof verbindt ons met Christus, en hoop verbindt ons met zijn toekomst. Hoop wekt 'passion for the possible', passie voor het mogelijke.

Deze hoop kan geen genoegen nemen met de wereld zoals deze is, waar de dood vaak het laatste woord lijkt te hebben. Hoop is zelf het 'onrustige hart in de mens', omdat het ons niet toestaat ons te verzoenen met onrecht en verderf. Hoop voorkomt dat geloof in God zelfgenoegzaam wordt. Moltmann beschouwt het doen alsof de hemel al op aarde is gekomen als aanmatigend en een doodzonde.

Zolang de wereld nog in de greep van onrecht en dood is, is de toekomst van God nog niet volledig doorgebroken, hoe prachtige glimpen van het goddelijke er ook mogen zijn. God geeft geen permanente privé gelukzaligheid. Het lijden van de één is ook het lijden van Christus en de ander. Hoop is het geschenk van God waardoor de toekomst van God zich een weg baant naar het heden. Ook wanhoop, die meent dat geen enkele belofte van God zal uitkomen, doet de werkelijkheid tekort. Ware hoop houdt het heden open naar de toekomst en kleurt hoe het heden wordt beleefd, brengend geluk in ongeluk, vrede in strijd, en leven midden in de dood.

Hoop als Verantwoordelijkheid en Verbondenheid

Schrijver en vliegenier Antoine de Saint-Exupéry, bekend van De Kleine Prins, bood een ander perspectief op hoop. Hoewel hij niet vaak expliciet over hoop schreef, is het zijn werk doordrenkt. Zonder zelfoverstijging is er geen zin en betekenis in de lotgevallen van het leven. Hoop is verbonden met verantwoordelijkheid: antwoord geven op de plichten die het leven met zich meebrengt. En hoop kan niet zonder verbondenheid.

Mensen voelen zin en betekenis wanneer hun tijd en inspanning bijdragen aan iets groots, moois, edels, iets van waarde. De zin van zwoegen, zoals het bouwen van een kathedraal, ontstaat wanneer men zich deel voelt van iets groters, ook al zal men het eindresultaat misschien nooit zelf zien. De Saint-Exupéry sprak over het zichzelf uitwisselen zonder zelfverlies, zelfs als het het leven vraagt.

"Een mens sterft voor een thuis, niet voor een muur en objecten. Een man sterft voor een kathedraal, niet voor stenen. Voor mensen, niet voor een menigte." Dit 'grote en edele' noemde hij 'Mens' met een hoofdletter, ofwel Christus in kerkelijk denken: de onderliggende goddelijke eenheid, het heilige, waar wij allen deel van uitmaken. Het zien van die Mens in elke medemens en in alle schoonheid van de wereld is essentieel. Achter alle werkelijke beschaving en in ieder mens ligt een waarde die alles vraagt en geeft. Hij noemde dit een "knoop van liefde" die alles verbindt.

Een cultuur gaat ten onder als deze Mens, deze Christus-gestalte, onzichtbaar wordt. Dit gebeurt wanneer de samenleving uiteenvalt door onderwerping aan nut en economie, wat leidt tot verdeeldheid en verlies van zin. "Ik begrijp nu eindelijk waarom de liefde van God mensen verantwoordelijk voor elkaar heeft gemaakt en Hoop als deugd aan hen opgelegd. Omdat het iedere mens tot ambassadeur van God maakte, ligt de redding van iedereen in de handen van elk mens. Niemand had het recht om te wanhopen omdat iedereen boodschapper is van iets dat groter is zichzelf. Wanhoop is het ontkennen van God in zichzelf."

Een illustratie van een kathedraal, symbool voor grootsheid en gedeelde inspanning.

Hoop in Gesprek: Tim Vreugdenhil en Abdelhamid Idrissi

In een gesprek tussen stadspredikant Tim Vreugdenhil en oprichter van Stichting Studiezalen, Abdelhamid Idrissi, wordt de relevantie van hoop in de huidige tijd belicht. Vreugdenhil, auteur van het boek 'Hoop', constateert een algemene hunkering naar hoop in onze samenleving, ondanks de vele crises.

Idrissi benadrukt dat hoop iets is dat men moet ervaren om het te kunnen doorgeven. Hij deelt zijn ervaringen met de gratis Fris Supermarkt, een initiatief dat aanvankelijk sceptisch werd ontvangen maar bewees te werken en nodig te zijn. "Je krijgt geen hoop als je luistert naar het systeem, dat is een ding wat zeker is." Stichting Studiezalen overleeft door de inzet van individuen die mogelijkheden zien, wat leidt tot 'kleine sprankelingen' die hoop geven.

Vreugdenhil, opgegroeid in een christelijk milieu waar buiten het geloof geen echte hoop werd geacht, heeft in Amsterdam geleerd dat hoop een cadeau is, ongeacht geloofsovertuiging. Hij inspireert zich op de definitie 'hoop is leven met opgestroopte mouwen' en de Bijbelse definitie dat God juist begint waar menselijk gezien sprake is van een hopeloze situatie.

Idrissi's zoektocht naar het helpen van kinderen leidde tot de missie van Stichting Studiezalen: een goede nachtrust bieden, wat de rust geeft om te geloven, hopen en dromen. Hij benadrukt dat het ontbreken van basisvoorwaarden zoals eten, maandverband of een stageplek gezinnen kan doen opgeven, en dat het essentieel is om kinderen niet verloren te laten gaan.

Vreugdenhil beschrijft zijn eigen benadering van hoop als een 'reservoir' of 'batterij' die opgeladen moet worden door bewust in te pluggen op hoopvolle verhalen. Zijn 'drieslag' voor het leren hopen omvat anders kijken, introspectie, en handelen ('opgestroopte mouwen power').

Beiden pleiten voor een 'Plein van Hoop', een ruimte voor hoopbrengers uit alle religies en levensbeschouwingen. Idrissi hoopt dat de politiek zich meer met hoop gaat bezighouden, in plaats van met doemdenken. Vreugdenhil wenst elke Amsterdammer hoop toe en pleit voor 'hoopkunde' op de basisschool, zodat kinderen niet afhankelijk zijn van hun ouders om hoop te leren.

Idrissi, die islamitisch is, ziet hoop als 'meant to be', geschreven door God. Het geven van iets moois is meeschrijven aan een mooie toekomst. Vreugdenhil ziet hierin een ontspannenheid tegenover de krampachtige gedachte van volledige zelfverantwoordelijkheid. Het christendom beschouwt de toekomst als een geschenk.

Ben ik een sociaal ondernemer? | Jason Aviles | TEDxWilmingtonSalon

Bijbelse Perspectieven op Hoop

De Bijbel biedt rijke inzichten in de aard van hoop, vaak gesymboliseerd door het anker. In Handelingen 27 beschrijft Lukas de schipbreuk van Paulus. Ondanks de hevige storm en het verlies van alle hoop op redding, straalt Paulus hoop uit omdat God hem een engel gestuurd heeft met de belofte van veiligheid. Dit illustreert dat Bijbelse hoop niet gebaseerd is op wat zichtbaar is, maar op het vaste vertrouwen in Gods beloften.

De hoop die Paulus predikt, is niet twijfelachtig of een onzekere wens, maar een zekerheid. Het Griekse woord voor 'hoop' ligt dichter bij 'geloof' en kan vertaald worden als 'vast vertrouwen'. Waar geloof de nadruk legt op het heden en Gods genade, legt hoop de nadruk op de toekomst en het vertrouwen dat God zijn beloften zal nakomen.

De christelijke hoop is een reden tot blijdschap en wordt door God, de 'God van de hoop', gegeven. Deze hoop houdt in dat de dood niet het einde is, maar dat de doden zullen worden opgewekt. Wij zijn behouden in de hoop dat ook ons lichaam verlost en vernieuwd zal worden tot onsterfelijkheid.

Iconen van hoop zoals Peerke Donders, Titus Brandsma en Paus Franciscus worden genoemd als inspiratiebronnen. Zij toonden dat geloof en hoop hand in hand gaan met dienstbaarheid aan anderen, met name de armen, zieken en gemarginaliseerden. Hun leven getuigt van het vermogen om, ondanks tegenspoed, hoopvol gestalte te geven aan een leven in navolging van Christus.

De Heidelbergse Catechismus gebruikt het woord 'hoop' niet letterlijk, maar spreekt over de troost die voortkomt uit de zekerheid van de toekomst. De hoop van een christen op de opstanding van het lichaam geeft deze troost.

Symbolen van hoop zoals de regenboog (Genesis 6:13-15), het anker (Hebreeën 6:9-20) en het lege graf van Jezus (1 Korinthe 15:17-20) worden gezien als beelden die de Bijbelse hoop illustreren. Guido de Brès, die in de 16e eeuw leefde onder vervolging, schreef in de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat, hoewel we Gods daden niet altijd begrijpen, niets ons zomaar overkomt; alles gebeurt onder de zorg van onze hemelse Vader. Hij had, net als een schip met een anker, houvast in de Heere Jezus.

De Bijbel leert dat hoop gericht is op hetgeen nog niet gezien wordt (Romeinen 8:25). Het is een zekere verwachting, die onzekerheid verdrijft. De christelijke hoop is reden tot blijdschap, ook in verdrukking, en wordt verwerkelijkt door de Heer Jezus Christus, die zelf 'de hoop van de heerlijkheid' is (Kolossenzen 1:27).

Een illustratie van een anker, symbool voor hoop en houvast.

tags: #definitie #hoop #hervormde #kerk