Het woord diaconie is afgeleid van het Griekse woord “diakonia”, wat “dienst” betekent. Diaconie, en het diaconaat, staat daarmee voor dienstbaarheid aan de medemens en vormt het wezen van de christelijke levensbeschouwing. Christenen volgen immers de levenshouding van Jezus, die zorg voor en opkomen voor de mensen om hem heen centraal stelde.

De Kern van Diaconie: Liefde en Zorg
Onder de diaconie staan de zeven werken van barmhartigheid centraal. Deze werken zijn direct te herleiden tot de opdracht die Jezus zelf aan zijn leerlingen gaf: voed de hongerigen, laaf de dorstigen, kleed de naakten, herberg de vreemdelingen, troost de zieken en bezoek de gevangenen. Aan dit rijtje voegde de vroege kerk het begraven van doden toe.
Gods hart gaat uit naar de zwakke en hulpbehoevende (Ps. 146:7-9). Voor leerlingen van Christus (Fil. 2:5) begint diaconaat daarom als een zaak van het hart (Luk. 6:36). Ontferming over en zorg voor de naaste in nood vormt een basiskenmerk van iedere christen. Daarnaast wordt de hele gemeente als lichaam van Christus (1 Kor. 12:27) opgeroepen om het voorbeeld van Christus te volgen (Joh. 13:14,15; Mark. 10:44,45). Diaconaat is een opdracht voor de hele gemeente; een christelijke gemeente is een gemeente waar gediend wordt, waar diaconia wordt bedreven.
Deze dienstbaarheid heeft betrekking op de leden van de gemeente, maar ook op mensen die hulp nodig hebben buiten de gemeente, tot aan de verste horizon. In het christelijk dienen van elkaar wordt samenleven als mensen mogelijk.
Diaconie Binnen de Gemeente
De eerste insteek van het diaconaat is het dienen binnen de gemeente van Christus. In die gemeente heeft iedereen gaven gekregen, die bestemd zijn voor de opbouw van het lichaam tot een eenheid (1 Kor. 12:7). Handelingen 6 laat zien dat eenheid en gemeenschap (uit Hand. 2) fragiel zijn. De diakenen nemen de diaconale taak van de gemeente niet over, maar helpen de gemeenteleden om hun taak zo goed mogelijk uit te voeren.
Diakenen (net als andere ambtsdragers) dienen de gemeente het best door haar toe te rusten tot dienstbetoon (Ef. 4:12). Zo geven diakenen sturing aan de diaconale functie van de kerk. Ze inventariseren gaven en noden binnen de gemeente en brengen die bij elkaar. Ze roepen alle gemeenteleden op om de liefde van Christus praktisch vorm te geven, zowel binnen als buiten de muren van de kerk. Zo voorkomen ze dat iemand ongetroost leeft in de gemeente van Christus, zodat aan onze liefde voor elkaar iedereen zal zien dat wij Zijn volgelingen zijn (Joh. 13:15).

Diaconie Naar Buiten: Zorg voor de Wereld
Daarnaast geven de diakenen leiding aan de invulling van de diaconale taak van de kerk naar buiten toe. Waar nood is, kan de christelijke gemeente - binnen haar mogelijkheden - zorg en hulp verlenen. Deze diaconale taak heeft betrekking op de eigen omgeving van de gemeente, maar richt zich ook op nood van mensen in de wijdere wereld. Jezus Christus is de Heiland van de hele wereld (Joh. 4:42) en de liefde van God heeft betrekking op de hele wereld (Joh. 3:16).
Op basis van het bovengenoemde, stellen diaconieën zich ten doel het diaconaal gemeente zijn te stimuleren en vorm te geven. Kort samengevat gaat het om:
- de gemeente opwekken tot liefdebetoon;
- het signaleren van noden in de gemeente;
- zorgen dat niemand in de gemeente ongetroost leeft onder druk van ziekte, eenzaamheid, gebrek of verdriet;
- het inzamelen van geld voor specifieke projecten.
In onze gemeenschap willen we omzien naar elkaar: aandacht hebben voor elkaars vreugde en verdriet en elkaar ondersteunen. Vanaf het begin van de kerk betekent kerk-zijn verbondenheid met elkaar. Er zijn voor elkaar is een belangrijk element van kerk-zijn: aandacht hebben voor een ander, een luisterend oor, met elkaar meeleven.
Historische Context en Ontwikkeling van Diaconie
Tijdens de Reformatie kwamen de diaconieën tot stand als zelfstandige organisaties binnen de Hervormde Kerk met een eigen afgescheiden vermogen. Dit om ‘het geld van de armen’ te beschermen tegen gebruik voor andere kerkelijke doeleinden. Lange tijd waren de diaconieën de instanties die de zorg voor armen, zieken, weduwen, wezen en ouden van dagen voor hun rekening namen. Overal in het land herinneren (voormalige) diaconale gasthuizen, armenbakkerijen, hofjes en weeshuizen aan deze periode.
Een fraai voorbeeld van deze geschiedenis biedt de armenzorgwandeling van de Protestantse Diaconie Den Haag. De diaconie van de Arkgemeente bestaat uit een zevental personen die deel uitmaken van de wijkkerkenraad. De diaconie verricht haar taken zowel door “persoonlijke inzet” van de individuele diakenen zelf als middels financiële ondersteuning.
De diaconie van de Arkgemeente richt zich op:
- toerusting van de arkgemeenschap en de leden individueel in hun “diaconale kerk zijn”;
- aandacht voor, hulpverlening aan en ondersteuning van eigen gemeenteleden;
- aandacht voor, hulpverlening aan en ondersteuning van overige inwoners van Maarssen(broek) en omgeving;
- aandacht voor en ondersteuning bij nood resp.
Het Platform Diaconaal Overleg Maarssen is een samenwerkingsverband van verschillende plaatselijke kerken met als doel vanuit de plaatselijke kerken een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de armoede en sociale uitsluiting in de regio.

De Verbinding tussen Diaconie en Pastoraat
Pastoraat laat zich het beste verbinden met het Bijbelse herder-motief. De bekende Psalm 23 en het woord van Jezus: ‘Ik ben de goede herder’ (Johannes 10, 11) benadrukken dat geen schaap van de kudde verloren mag gaan. Omdat God naar ons omziet, wordt van ons verwacht dat we ‘omzien naar elkaar’. Herderlijke zorg staat ook voor engagement: opkomen voor wie onderligt.
Pastoraat staat daarom niet ver af van wat we onder diaconaat verstaan. In de Bijbel wordt gesproken van ‘het recht van Hem, die de arme zal redden, die om hulp roept, de ellendige en wie geen helper heeft.’ Daarbij springen de meest kwetsbare groepen uit die tijd in het oog: de wees, de weduwe en - niet anders dan vandaag! - de vreemdeling (Psalm 146).
In de loop der eeuwen zijn het materiële en het geestelijke vaak tegen elkaar uitgespeeld, waardoor pastoraat en diaconaat uit elkaar groeiden. Pastoraat kreeg de betekenis van zielzorg, gericht op het zielenheil. Parallel daaraan werd diaconaat versmald tot het materiële bestaan. De Reformatie brak met de biecht als vorm van pastoraat, en diaconale hulp werd eeuwenlang geboden door kloosterorden en congregaties.
In de Protestantse Kerk zijn we vertrouwd geraakt met de ambten van ouderling en diaken, als sleutelfiguren in het pastoraat en diaconaat. Dit naast het ambt van predikant, waarbij gemeenteleden tot het ambt geroepen worden om samen als kerkenraad het wel en wee van de gemeente te behartigen. Christus leidt zijn gemeente door de dienst van mensen.
De kunst van de pastorale zorg [De alledaagse pastor - Aflevering 11]
Moderne Uitdagingen en Toekomst van Diaconie
Door de Industriële Revolutie werden kerken in de negentiende eeuw geconfronteerd met immens grote sociale vraagstukken: massale armoede, werkloosheid, slechte woningen, epidemieën, verwaarloosde jeugd. Bewegingen zoals het Reveil brachten daarop het particulier initiatief op gang.
Vanaf de twintigste eeuw is langzaam een gebouw van sociale zekerheid opgericht. Door de komst van de A.O.W. en de Algemene Bijstandswet verdween het diaconaat van oude stijl, al blijft aanvullende noodhulp nog altijd geboden. Sinds de jaren zestig is het kerkelijk leven ingrijpend veranderd. Processen van secularisering en individualisering hebben hun tol geëist.
Vanuit het gezichtspunt van gemeenteopbouw verschoof de aandacht van het ambt naar de gemeente. Het bezoekwerk kwam in veel gemeenten in handen van pastorale medewerkers en teams van gemeenteleden. Het nieuwe diaconaat kreeg het karakter van gemeentediaconaat, waarbij de gemeente niet gediend wordt, maar dient ten dienste van de noden in haar omgeving, binnen en buiten de kerk.
Naast het gemeentediaconaat ontstond in de jaren zestig ook het Werelddiaconaat. Door de nieuwe communicatiemiddelen werden kerken zich er van bewust dat de nood in de wereld niet veroorzaakt wordt door toevallige rampen, maar dat er in grote delen van de wereld sprake is van structurele armoede. Naast ontwikkelingshulp worden vanuit kerken projecten opgezet om mensen te helpen bij het opbouwen van hun leefomgeving.
Paus Franciscus pleit voor een 'diaconaal geweten', door vorming en gebed. Kunnen we caritas en diaconie versterken en waar afwezig terugbrengen in het hart van onze parochiegemeenschappen? Kunnen we de samenleving het gezicht van Christus laten zien door onze broeders en zusters die onze zorg vragen te ontmoeten van hart tot hart en tijd voor elkaar te nemen?