De geschiedenis van het kerkelijk leven in Scheemda is rijk en complex, met wortels die teruggaan tot de twaalfde eeuw. In die periode werd de eerste dorpskerk gesticht, een stoere kruiskerk, gebouwd volgens de Rooms-Katholieke traditie. De oude pastorie stamt eveneens uit deze vroege periode.
Van Rooms-Katholiek naar Gereformeerd
Na de Reformatie in 1594 maakte de Rooms-Katholieke religie plaats voor de gereformeerde religie. De oorspronkelijke kruiskerk deed dienst tot 1870. Vanwege achterstallig onderhoud en schade door stormen werd de kerk en toren afgebroken. In 1871 verrees op de Kerklaan een nieuwe kerk, die in 1936 een ingrijpende verbouwing onderging. Door een groeiend aantal kerkbezoekers werden zijvleugels toegevoegd, maar de oude plafondconstructie kon niet worden gereconstrueerd, wat resulteerde in een minder fraai zachtboardplafond.
Een apart gebouw voor vergaderingen en verenigingen werd in 1914 gerealiseerd en na diverse verbouwingen in 1969 omgedoopt tot "Eekerstee". De Vrijzinnig Hervormde Gemeente te Scheemda werd in 2001 ontbonden.

De Afscheiding en de Gereformeerde Kerk
Vrij kort na de Afscheiding van 1834 door Ds. H. de Cock ontstond ook in Scheemda een beweging van afgescheidenen. Hun bijeenkomsten vonden plaats in huiselijke kring of boerenschuren. Na een turbulente start groeide het ledenaantal, wat leidde tot de bouw van de Gereformeerde Kerk aan de Molenstraat in 1869. De gedenksteen vermeldt de namen van ouderlingen E.J. Hekman en W.T. Veldman, en diakenen J.D. Bos en E.H. op ’t Holt.
Een jaar later werd de pastorie naast de kerk gebouwd, gevolgd door het verenigingsgebouw annex consistorie aan de andere zijde in 1919. Het kerkgebouw aan de Molenstraat bleek al snel te klein, waarna gezocht werd naar een nieuwe locatie. Op 26 juni 1959 werd het nieuwgebouwde kerkgebouw aan de Poststraat in gebruik genomen. Dit gebouw, met 420 zitplaatsen, zaalruimte, een hal, kerkenraadkamer, keuken en toilet, riep gemengde reacties op: sommigen vonden het prachtig, anderen een smakeloos bouwwerk.

Op 2 juli 1981 werd een nieuw orgel van Mense Ruiter in gebruik genomen, waarna in 1982 het tongwerk werd toegevoegd. In 1996 vond de laatste verbouwing plaats, waarbij de hal werd vergroot, een nieuwe toiletruimte werd gebouwd en een moderne keuken werd ingericht. Helaas ging door het aanbrengen van schilderwerk op de muren de akoestiek in de kerkzaal grotendeels verloren.
Samenwerking en Fusie
In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden de eerste formele contacten gelegd tussen de Hervormde Gemeente Eexta en de Gereformeerde Kerk te Scheemda, beginnend met gezamenlijke kerkenraadsvergaderingen. In 1985 verklaarden de kerkenraden van beide kerken hun wens tot eenwording. Op zondag 2 november 1986 werd voor het eerst gezamenlijk avondmaal gevierd en werden gezamenlijke diensten ingevoerd.
De samenwerking met Vrijzinnig Hervormd Scheemda verliep minder soepel, waarbij de Raad van Kerken een verbindende rol speelde. Bij het vertrek van de predikanten Ds. W.A. van Binsbergen en Ds. J. van der Goot in 2003 besloten de kerkenraden officieel tot een fusie tot de Protestantse Kerk Nederland in Scheemda.
De Hervormde Kerk van Scheemda
De Hervormde Kerk van Scheemda, ook wel Scheemder Kerk genoemd, werd volgens een tekstband op de orgeltribune in 1515 gebouwd, nadat het dorp Scheemda door het oprukkende water van de Dollard was verplaatst. De fundamenten van de voorgaande 13e-eeuwse kerk en toren bevinden zich bij de rijksweg A7 en werden in 1988 en 1989 blootgelegd. Deze vroegere locatie staat bekend als het 'Ol Kerkhof'.
Het betreft een laat-gotische zaalkerk met een driezijdige koorsluiting en een galerij langs de oostzijde. In de noordwand is een dichtgemetselde ingang, geflankeerd door een traptoren die toegang biedt tot de gewelven. Boven de ingang werd in 1888 een venster "in oude stijl" aangebracht, met daarin het beeld van een Bijbellezende vrouw als allegorie op het geloof.

Het interieur bevat een 17e-eeuwse kansel met klankbord. In 1792 werd een nieuwe zoldering aangebracht, evenals een kerkbank met een overhuiving bekroond door een timpaan. De overige banken zijn versierd met paneelwerk en gesneden bekroningen. De inventaris omvat tevens twee koperen kandelaars.
De Vrijstaande Kerktoren
De vrijstaande kerktoren, gelegen ten noordwesten van het kerkgebouw en kerkhof, wordt gescheiden door de Oosterstraat. De toren heeft een zadeldak tussen trapgevels en een opengewerkte zeskantige torenspits op de nok. De torenspits, in 'romantische' stijl, dateert uit 1887-1888, net als de toegangspoort. De klokkenstoel bevat vijf jukken met een moderne klok. De benedenruimte van de toren is voorzien van een gerestaureerd koepelgewelf.
Het Orgel
Het huidige orgel, met twee manualen en een aangehangen pedaal, werd in 1874 gebouwd door orgelbouwer Roelf Meijer uit Veendam voor een bedrag van 3000 gulden. Dit orgel verving het oude orgel uit 1526, vervaardigd door Johan Molner uit Emden (magister Johannis Emedenus of Emedensis). Hoewel het binnenwerk van het oude orgel verloren ging, werd de rijk beschilderde eikenhouten orgelkas in 1874 voor 400 gulden verkocht aan J. Verwer te Leeuwarden. In 1896 werd de kas doorverkocht aan het Rijksmuseum Amsterdam, waar deze zich nog steeds bevindt met loos pijpwerk.
De Gereformeerde Kerk en haar ontwikkeling
De Gereformeerde Kerk in het Groningse Scheemda werd ergens tussen juli en september 1839 geïnstitueerd door ds. H. De Cock. Na een periode van groei werd in 1869 de kerk aan de Molenstraat gebouwd. De gemeentezang werd aanvankelijk begeleid door de voorzanger, en een orgel werd pas in 1908 aangeschaft, mede dankzij een donatie van fl. 1.000 van mejuffrouw Aaltje Bos.
In 1913 werd de kerk aangesloten op het elektriciteitsnet, wat fl. 260 kostte. De Jongelingsvereniging bood aan de aansluitkosten en de lampen voor hun eigen lokaal te betalen, mits de kerkenraad de stroomkosten zou dragen.

De kerk groeide gestaag, mede door kinderrijke gezinnen. In 1918 besloot de kerkenraad de voorgevel van het kerkgebouw met drie meter te verplaatsen, wat uiteindelijk meer kostte dan begroot. De herbouwde kerk kreeg ook een toren. In 1919 werd het lokaal naast de kerk aangepakt, waarvoor een lening van fl. 5.000 nodig was.
Het vinden van een nieuwe predikant verliep moeizaam; twaalf beroepen werden tevergeefs uitgebracht, waardoor de kerk bijna vier jaar vacant bleef. Gedurende deze periode werd de pastorie in 1923 ingrijpend verbouwd tot een ruime woning.
Op 11 april 1926 deed ds. G. Diemer intrede, die ongeveer zestien jaar aan de gemeente verbonden bleef. Zijn preken werden omschreven als academische betogen, met weinig dynamiek. In 1935 werd de galerij afgesloten vanwege problemen met de orde.
De economische crisis van 1929 had ook invloed op de kerkelijke financiën, hoewel de diaconie zich inspande om gemeenteleden te ondersteunen. In 1937 werd echter een centrale verwarming in de kerk aangelegd.
De Tweede Wereldoorlog bracht zware druk, zowel geestelijk als materieel. De diaconie werkte niet mee aan de door de NSB opgerichte Winterhulp. Sommige werkloze gemeenteleden werden tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie; de kerkenraad trachtte met hen in contact te blijven.
Verdere ontwikkelingen en fusies
In de jaren '30 ontstond onenigheid binnen de Gereformeerde Kerken over de visie op Doop en Verbond. In 1944 scheidde een deel zich af en vormde de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), met minimale invloed in Scheemda.
Na de oorlog deed ds. Diemer als emeritus predikant een preek over de leergeschillen. Zijn opvolger, ds. G. Schrovenwever, deed op 28 september 1947 intrede. Hij stond bekend om zijn stijl, netheid, correctheid en humor, en was oecumenisch ingesteld.
Ds. W.C. van Hattem volgde hem op in 1955. De Gereformeerde Kerk aan de Molenstraat bleek te klein, vooral in de oorlogsjaren. In 1944 werd besloten tot nieuwbouw, maar de bouw kon pas na de oorlog beginnen. Het nieuwe gebouw aan de Poststraat, met ongeveer 425 zitplaatsen en ontworpen door architect Reitsma, werd op 26 juni 1959 in gebruik genomen. De kosten bedroegen tegen de fl. 180.000.
Tijdens het predikantschap van ds. Duursema (1871-1896) werd in 1873 een Jongelingsvereniging opgericht. Ds. Duursema was 26 jaar penningmeester van de landelijke Soemba-Zending en leidde ruim veertig jaar de Provinciale Diaconale Conferenties.
In 1876 werd het plan opgevat om achter de kerk een 'leerkamer' te bouwen. Toen dit financieel mislukte, bouwden de jongelingen in 1878 op eigen kosten een lokaal. Kandidaat W. Pera deed op 13 november 1881 intrede.
Gedurende vijf jaar waren er problemen met de levering van avondmaalswijn, die uiteindelijk in 1887 werden opgelost.
In 1891 volgde een vacante periode van twee jaar. In deze periode veranderde de naam van de Christelijke Gereformeerde Gemeente te Scheemda. Op 17 juni 1892 vond de officiële samenvoeging van de Dolerende Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerk plaats, resulterend in De Gereformeerde Kerken in Nederland.
Ds. D. Vrieling deed op 23 juli 1893 intrede en bleef bijna dertig jaar verbonden aan de gemeente. Onder zijn leiding werd het kerkgebouw tweemaal vergroot en werd een School met de Bijbel opgericht.
In 1908 werd een orgel aangeschaft, mede dankzij een donatie van fl. 1.000 van mejuffrouw Aaltje Bos.
In 1918 werd de voorgevel van het kerkgebouw met drie meter naar voren geplaatst en werd een toren toegevoegd. In 1919 werd het lokaal naast de kerk aangepakt.
Twaalf beroepen op een nieuwe predikant waren tevergeefs, waardoor de kerk bijna vier jaar vacant bleef. In 1923 werd de pastorie verbouwd.
Op 11 april 1926 deed ds. G. Diemer intrede, die ongeveer zestien jaar aan de gemeente verbonden bleef. Zijn preken werden omschreven als academische betogen.
In 1931 werd een Mannenvereniging opgericht, maar deze bleek nauwelijks levensvatbaar. Er was ook een Evangelisatiecommissie en diverse andere verenigingen.
De economische crisis van 1929 had ook invloed op de kerkelijke financiën.
In 1937 werd een centrale verwarming in de kerk aangelegd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er sprake van zware druk, zowel geestelijk als materieel.
In de jaren '80 ontstonden zorgen over de toekomst van de kerk, met een geruisloze kerkverlating onder gereformeerde jongeren.
Op 2 november 1986 werd voor het eerst gezamenlijk avondmaal gevierd met de Hervormde Gemeente Eexta.
In 2003 fuseerden de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk tot de Protestantse Gemeente Scheemda.
