De geschiedenis van de Doopsgezinde kerk in Wormerveer, ook wel bekend als de Vermaning, is nauw verweven met de ontwikkeling van het dorp Wormerveer zelf en de bredere geschiedenis van de Doopsgezinde beweging in Nederland.
Ontstaan van de Doopsgezinde gemeenschappen in Wormerveer
De doperse geloofsrichting in Wormerveer bestond sinds het einde van de zestiende eeuw uit twee gemeenschappen: die der Friese doopsgezinden en die der Waterlandse doopsgezinden. Laatstgenoemden hadden hun vermaning op de Noord, achter de bebouwing van het tegenwoordige wooncomplex ‘De Zaanstroom’. Over de vroegste geschiedenis van beide gemeentes is weinig bekend. In 1675 telden de ‘Waterlanders’ driehonderd lidmaten.
De Friese Gemeente was aanvankelijk kleiner dan de Waterlandse Gemeente en hun aanhangers waren in de late zestiende- en vroege zeventiende eeuw conservatiever dan de ‘Waterlanders’. Gemengde huwelijken werden bijvoorbeeld niet toegestaan en lidmaten mochten geen publiek ambt bekleden. In de tweede helft van de zeventiende eeuw veranderde dit. De Friese Gemeente werd liberaler en vrijer in de opvattingen. De eerste voorganger was Dirck Gerritsz., de grondlegger van de papierindustrie in de Zaanstreek, die in 1626 overleed.
Het belang en daarmee de invloed van de dopersen in Wormerveer nam gestaag toe. Vrijwel de gehele zeventiende en achttiende eeuw rekende meer dan vijftig procent van de inwoners zich tot lidmaat van een der doopsgezinde gemeentes. Onder hen waren veel welgestelde kooplieden en fabrikanten, maar deze hielden er een sobere levensstijl op na. Dat Wormerveer weinig of geen Zaanse pronkgevels telde, kan daarom mede een gevolg zijn van het relatief grote aantal doopsgezinden hier.
De bouw van de Vermaning aan de Zaanweg
De Friese Doopsgezinde Gemeente te Wormerveer schreef in 1829 een wedstrijd uit onder Nederlandse architecten voor een passend ontwerp voor een nieuw vermaanhuis. Het oude kerkgebouw, een houten pand achter het tegenwoordige Zaanweg 64, was te klein geworden en vergde ook te veel onderhoud. Het winnende ontwerp, ingezonden onder het motto ‘Aan de Godsdienst gewijd’, was van de Amsterdamse architect Hendrik Springer.
Ondanks het sobere aanzien is deze Vermaning een kostbaar gebouw: de uitvoering in steen vereist een zware fundering terwijl de gevels van schoon metselwerk aanzienlijk duurder zijn dan bijvoorbeeld houten gevels. De locatie, direct zichtbaar vanaf de openbare weg, is eveneens opvallend te noemen. Tot dusver bouwden de doopsgezinden, evenals de katholieken, hun kerken achteraf en zelfs onzichtbaar achter een bouwblok of een rij woningen. Hun godsdienst werd ten tijde van de Republiek gedoogd en de aanhangers ervan werden getolereerd, maar mochten hun religieuze praktijken niet openlijk uitoefenen. Houten schuilkerken of predikschuren waren dan ook tot dusver regel. Omstreeks 1830 groeide kennelijk de tolerantie ten aanzien van geloofsbeleving. De Friese doopsgezinden in Wormerveer waren de eersten in de Zaanstreek die dit aangrepen en direct ‘flink uitpakten’.
‘Sober van aanzien, streng van lijn.’ Met deze woorden karakteriseerde ds. H. Britzel in 1931 de toen honderd jaar oude Vermaning aan de Zaanweg. Op dat moment was deze kerk niet meer het enige hoge gebouw aan de Zaanweg. Vanaf het midden van de negentiende eeuw werden in de onmiddellijke omgeving ervan diverse riante, stenen koopmanshuizen en kantoren gebouwd.

Geschiedenis van het gebouw en onderhoud
Zo op het eerste gezicht is de Vermaning aan de buitenkant niet direct als kerk herkenbaar maar eerder als pakhuis. De Vermaning is gebouwd door meester-timmerman Claes Gerritz Onderwater ter vervanging van een ouder “Vermaanhuys” dat in 1702 door brand verloren was gegaan. Door de primitieve blusmiddelen kon de uitslaande brand, ontstaan door hooibroei bij een van de boerderijen op de Herenweg (nu Noorderhoofdstraat), niet bedwongen worden. Bij de ingang hangen nog de originele blusemmertjes. Het resultaat van de brand: 67 verbrande huizen en 106 getroffen gezinnen. Ook de Doopsgezinde kerk aan de Westkant van het Noordeinde en twee woonhuizen van Doopsgezinde leraren gingen in vlammen op. Waarschijnlijk is ook het archief vernietigd want het oudste archiefstuk dateert van 1702.
In 1781 werd de Vermaning binnen geschilderd voor fl. 101,-, 12 stuivers en 12 penningen tegen een dagloon van 26 stuivers. Vijf jaar later was voor ruim fl. 165,- aan de Vermaning vertimmerd en geschilderd. Een kleine 90 jaar na de bouw, in 1788 zagen de opzieners in dat het verval met telkens kleine reparaties niet was tegen te houden. Er moest groot onderhoud worden gepleegd. De Vermaning ging in vrij goede conditie de 19e eeuw in.
Omdat een kerk nu eenmaal jaarlijks onderhoud vergt werden er wederom herstelwerkzaamheden verricht tussen 1821 - 1823. In december 1853 echter bleek het meeste werk lapwerk, het gebouw stond er troosteloos bij. De financiële positie bleef een zorgenkind, wellicht werd daarom besloten in 1861 een erf op het Vermaningspad te verkopen en de ruimte onder de kerk te verhuren voor fl. Het eerste orgel arriveerde in 1827 in de Vermaning dat drie jaar later werd voorzien van een Teves front (dat nu nog steeds aanwezig is).
In 1905 schafte men de eerste kachels aan, na 200 koude winters de voeten een beetje verwarmd te hebben op de stoofjes met kooltjes. In 1953 bestond de kerk 250 jaar, de succesvolle jubileummarkt werd de aanzet tot de restauratie de volgende 10 jaar. De opbrengst van de markt was dusdanig dat met overheidssubsidie een algemene restauratie gestart werd op 7 december 1959. Helaas bleken er flinke verborgen gebreken, een extra kostenpost voor herstel van het fundament bedroeg fl. 24.000,-. De voltooiing van de restauratie vond plaats op 20 juli 1963 en kostte bijna fl. 900.000,-.

Het orgel en verdere ontwikkelingen
De Amsterdamse orgelbouwers Flaes en Brünjes bouwden in 1855 hun eerste orgel in de Wormerveerse vermaning. Later zouden zij in de Zaanstreek in nog vijf kerken een kerkorgel bouwen. In 1908 werd de bescheiden kerkenraadskamer achter het gebouw vervangen door een dubbel zo grote stenen aanbouw onder architectuur van de Wormerveerse aannemer Dirk Stam.
In 2019 vond de restauratie van het dak plaats. De raming van de totale kosten was o.a. € 250.000,-. Na het herstel van het dak van de kerkenkamer is het dak van binnen geisoleerd zodat ook deze ruimte geschikt gemaakt kon worden voor activiteiten. Wat nu nog rest is het herstel van het monumentale voorportaal, het orgel en de raampartijen van de kerkzaal.
De oprichting van de Stichting Wormerveerse Vermaning (SWV)
De Historische Vereniging Wormerveer (HVW), opgericht in 2002, kende een vliegende start en kon al in januari 2004 het vijfhonderdste lid noteren. Als zoveel kerkgenootschappen in Nederland kampten ook de Wormerveerse doopsgezinden met een sterk teruglopend en vergrijzend ledental. Het tijdstip van toenadering tussen de beide organisaties kwam dus op een gunstig moment.
In 2009 werd de Wormerveerse Vermaning door de DGW overgedragen (verkocht voor één euro) aan de St. Wormerveerse Vermaning. De SWV was kort daarvoor op initiatief van de HVW en een aantal prominente en betrokken Wormerveerders opgericht. De verwachting was dat er circa € 250.000, - nodig zou zijn voor de restauratie. Na de overdracht werd gestart met de uitwerking van de plannen. Laurens Vis (oud lid van de DGW) werd ingeschakeld als architect en het plan werd verder uitgewerkt en begroot.
De SWV had de Vermaning overgenomen van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente (VDG) te Wormerveer. In de statuten die de Stichting Wormerveerse Vermaning opstelde, kon de VDG zich uitstekend vinden. Een bij het gebouw passende publieke functie in de sfeer van cultuur(historie) en kunst is wat zij voor ogen had. Precies datgene is de SWV van plan en wel op een dusdanige wijze, dat geen beroep hoeft te worden gedaan op fondsen en overheden om de exploitatie sluitend te krijgen.
Een begin is hiermee al in 2010 gemaakt. Enkele succesvolle lezingen, tentoonstellingen en bijeenkomsten vonden plaats en ook de concerten trokken voldoende belangstellenden. De SWV was dan ook positief gestemd en voorzag een mooie toekomst voor het gebouw, zeker wanneer de noodzakelijke bouwkundige ingrepen (onder andere funderingsherstel van de kerkenraadskamer) zouden zijn voltooid. Een intensieve fondsenwervingsactie om de benodigde financiën (ruim 400.000 euro) bijeen te krijgen werd gestart.
Wormerveer door de eeuwen heen
Wormerveer vormde van 1811 tot 1974 een zelfstandige gemeente samen met het buurtschap Westknollendam. Voor 1811 behoorde het samen met Krommenie, Krommeniedijk, Zaandijk, Koog aan de Zaan en Westzaandam tot de Banne Westzaan; per 1 januari 1974 ging het dorp op in de nieuwe gemeente Zaanstad.
Als gemeenschap ontstond Wormerveer in de 14de eeuw rond het strategische voetveer in de Zaan naar het oude dorp Wormer dat een belangrijke schakel vormde in het middeleeuws reizigersverkeer. In het begin van de 16e eeuw was ’t Saen gegroeid tot een kleine handels- en visserijplaats die behoefte had aan een eigen gebedshuis. In 1503 kregen de inwoners toestemming voor het bouwen van een eigen rooms-katholieke kapel; dit jaar wordt dan ook aangehouden als de officiële stichtingsdatum van het dorp.
In 1536 kreeg Wormerveer haar eerste (meel)molen. Daarnaast ontstond in deze periode de stijfselmakerij in het dorp. Beide ondernemingen kunnen gezien worden als de eerste, plaatselijke industriële activiteiten. In 1574 werd het gehele dorp, evenals grote delen van de buurgemeentes in de streek, verwoest door de Spanjaarden. De inwoners die gevlucht waren en zich schuil hadden gehouden in de uitgestrekte rietvelden, keerden na deze catastrofe terug en begonnen met de wederopbouw.
Ook het Guisveld is een belangrijk onderdeel van ons erfgoed. Er kwam een gigantische hoeveelheid koolzaad uit de nieuwe polders op de markt en in Wormerveer, strategisch gelegen aan het grote vaarwater de Zaan, verrees de ene na de andere oliemolen. In totaal werden op rekening van Wormerveerders 47 oliemolens gebouwd waarvan een aantal buiten het dorp. Ook de Noord Hollandse veestapel groeide enorm; er kwamen immers honderden hectaren landbouw- en weidegrond bij. Wormerveerse handelaren grepen hun kans en er ontstond snel een levendige en omvangrijke kaashandel in het dorp. Halverwege de 17e eeuw kwam de papierindustrie sterk op; liefst negen papiermolens telde Wormerveer ooit.
Als gevolg van al deze activiteiten nam de bevolking sterk toe en de gehele Zaanoever werd bebouwd terwijl rond 1650 ook de eerste zijpaden ontstonden. Uit de concentratie van olie-, papier- en later ook onder meer verf-, rijst-, meel- en cacaomolens ontstonden in de 18e en 19e eeuw enkele grote bedrijven als Wessanen & Laan (olie, meel, rijst en cacao), Crok & Laan (olie) Bloemendaal & Laan (rijst en olie), Jan Dekker (zeep) en Van Gelder (papier). In de 20e eeuw kwam de grafische industrie sterk op waaruit o.a. de gerenommeerde bedrijven Meijer en Mercurius ontstonden.
Hoewel veel van de genoemde industrie is verdwenen of in multinationals is opgegaan is in Wormerveer nog steeds veel industrie te vinden. Molens telt Wormerveer al lang niet meer; in 1930 verbrandde ’t Jonge Vool, de laatste oliemolen in het dorp. Overige resten van de omvangrijke 17e en 18e eeuwse handel in industrie bestaan uit enkele historische kaas- en graanpakhuizen. Van de industriële revolutie resteren onder meer de fraai gerestaureerde cacaotoren van Pette, zeepfabriek De Adelaar en het ensemble fabrikantenwoningen aan de Zaanweg.
Het dorp telt veel monumenten waaronder het geboortehuis van Herman Gorter, de Nederlands hervormde kerk en de fraaie doopsgezinde kerk. Ook de schrijvers Dick Laan (o.a. Pinkeltje) en Cor Bruijn (o.a. Sil de strandjutter) zijn in Wormerveer geboren. Wormerveer telt anno 2010 plm. 11.000 inwoners; 8,5% daarvan is lid van de in 2002 opgerichte Historische Vereniging Wormerveer.
tags: #doopsgezinde #kerk #wormer