Inleiding tot de Leer van de Volharding
Wanneer het vertrouwen van de volharding opnieuw levend wordt in degenen die uit hun val worden opgericht, brengt dit geen lichtzinnigheid of verwaarlozing van godsvrucht met zich mee. Integendeel, het leidt tot een veel grotere zorg om de wegen van de Heer nauwgezet te bewandelen. Deze wegen zijn van tevoren voor hen bereid, opdat zij daarin wandelende de zekerheid van hun volharding zouden mogen behouden. Bovendien wordt zo voorkomen dat het aangezicht van de verzoende God, waarvan de aanschouwing voor de godvruchtigen zoeter is dan het leven en waarvan de verberging bitterder is dan de dood, door misbruik van Zijn Vaderlijke goedertierenheid van hen wordt afgekeerd. Dit zou hen anders in zwaardere kwellingen van het gemoed doen vervallen.

Bewijsteksten en Uitleg
De Bijbelse Grondslag van Bekering en Zonde
De apostel Paulus beschrijft in zijn brief aan de Korintiërs hoe droefheid naar God een onberouwelijke bekering tot zaligheid bewerkt, terwijl droefheid der wereld de dood brengt. Hij benadrukt dat deze droefheid naar God een grote ijver, verantwoording, onlust, vrees, verlangen, ijver en wraak teweegbrengt, waardoor men zich in alles rein bewijst.
De Schrift leert ook dat wij Zijn maaksel zijn, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen (Efeze 2:10). De goedertierenheid van God is beter dan het leven (Psalmen 63:4). Wanneer men God aanroept, is het belangrijk dat men zich opwerpt om Hem aan te grijpen, want anders verbergt Hij Zijn aangezicht en laat Hij ons smelten door onze ongerechtigheden (Jesaja 64:7).
De Inwonende Zonde en de Dagelijkse Zonden van Zwakheid
Uit de inwonende zonde komen de dagelijkse zonden van zwakheid voort. Zelfs aan de beste werken van de heiligen kleven gebreken. Dit is voor hen steeds weer een reden om zich voor God te verootmoedigen, hun toevlucht te nemen tot de gekruisigde Christus en de neiging om te zondigen hoe langer hoe meer te doden door de Geest van gebeden en heilige oefeningen in godsvrucht. Zij hunkeren naar het einddoel van hun geloof, de volmaaktheid, totdat zij van dit âlichaam van de doodâ verlost zijn en met het Lam van God in de hemel zullen regeren.
Gods Getrouwheid in het Bewaren van Gelovigen
Omdat de overblijfselen van de zonde nog steeds in gelovigen wonen en zij door de wereld en de satan worden aangevochten, zouden bekeerde mensen niet in Gods genade staande kunnen blijven als zij aan hun eigen krachten werden overgelaten. Maar God is getrouw. Hij bevestigt hen vol barmhartigheid in de genade die hun eenmaal gegeven is, en Hij bewaart hen met Zijn kracht tot het einde toe.
Vallen in Verzoekingen en de Gevolgen Daarvan
De macht van God, waardoor Hij de ware gelovigen in Zijn genade bevestigt en bewaart, is groter dan de macht van het vlees. Anders zou zij door deze macht overwonnen kunnen worden. Daarom moeten zij voortdurend waken en bidden dat ze niet in verzoekingen geleid worden. Als zij dit nalaten, kunnen ze niet alleen door het vlees, de wereld en de satan meegesleept worden in zware en afschuwelijke zonden, maar dat gebeurt dan soms ook echt, onder Gods rechtvaardige toelating. Dit wordt bewezen in de droevige val in de zonde van David, Petrus en andere heiligen, zoals die voor ons in de Schrift beschreven worden.
Door zulke grove zonden roepen gelovigen op ernstige wijze Gods toorn op, zijn zij des doods schuldig, bedroeven zij de Heilige Geest en zijn zij voor een tijd nalatig in hun geloofsoefeningen. Zij verwonden ernstig hun geweten en verliezen soms voor een tijd het besef van de genade, totdat zij door ernstig berouw op de goede weg terugkeren en Gods vaderlijk aangezicht weer over hen gaat lichten.

Gods Onveranderlijke Verkiezing en Bewaring
God, die rijk is in barmhartigheid, neemt overeenkomstig het onveranderlijke besluit om hen te verkiezen, de Heilige Geest niet helemaal van de Zijnen weg, ook niet als zij op droevige wijze in zonden vallen. Ook laat Hij niet toe dat ze zo diep in de zonde vallen, dat ze de genade van de aanneming (tot kinderen) en het wonder dat zij door God gerechtvaardigd zijn kwijtraken. Of dat ze zondigen tot de dood of tegen de Heilige Geest. Dan zouden ze helemaal door God verlaten worden en zichzelf in het eeuwig verderf storten.
Vernieuwing door Woord en Geest na een Val
God bewaart in de gevallen gelovigen Zijn onverderfelijk zaad (van het Woord), waardoor zij wedergeboren zijn, zodat dit niet vergaat of weggeworpen wordt. Ten tweede vernieuwt Hij hen op een zekere en krachtige wijze door Zijn Woord en Geest, zodat zij zich bekeren, opdat ze over de bedreven zonden van harte en in overeenstemming met Gods wil bedroefd zijn. Door het geloof smeken ze dan met een verbroken hart om vergeving van hun zonden door het bloed van de Middelaar, Jezus Christus. Zij verkrijgen die ook en ervaren daardoor weer de genade van God, Die nu met hen verzoend is. Zij aanbidden Zijn ontferming en trouw en zijn voortaan met des te meer ijver, met vrees en beven bezig om hun behoud te bewerken.
Volharding tot het Einde door Gods Genade
Hierdoor vallen zij niet helemaal van het geloof en van de genade af en blijven zij niet voor altijd in hun val, waardoor zij verloren zouden gaan. Dat dit niet met hen gebeurt, komt niet door hun eigen verdiensten of krachten, maar door de genade en de barmhartigheid van God. Wat God betreft, kan dit absoluut niet gebeuren, want Zijn raadsbesluit kan niet veranderd worden en Zijn belofte niet verbroken. Ook kan hun roeping overeenkomstig Zijn besluit niet herroepen worden. Dat geldt ook voor de verdienste van Christus en Zijn voorbede voor hen en hun bewaring door Hem. Die kunnen niet krachteloos gemaakt worden. Ook kan de verzegeling met de Heilige Geest niet verijdeld of tenietgedaan worden.
Zekerheid van Volharding
De ware gelovigen kunnen er zelf zeker van zijn dat zij als uitverkorenen bewaard worden voor de zaligheid en dat zij zullen volharden in het geloof. Zij zijn daar ook zeker van naarmate zij vast geloven dat zij ware, levende leden van de kerk zijn en altijd zullen blijven, en dat zij vergeving van zonden en het eeuwige leven hebben.
Bron van Zekerheid: Beloften, Geest en Geweten
Deze zekerheid vloeit niet voort uit een of andere bijzondere openbaring, zonder of buiten het Woord om, maar uit het geloof in de beloften van God, die Hij in Zijn Woord zeer overvloedig tot onze troost heeft geopenbaard. Verder ook uit het getuigenis van de Heilige Geest, Die met onze geest getuigt dat wij kinderen en erfgenamen van God zijn. En ten slotte uit de ernstige en heilige ijver om een goed geweten te hebben en om goede werken te doen. Als de uitverkorenen van God in deze wereld niet deze vaste troost hadden dat zij de overwinning zullen behalen en dat zij dit onbedrieglijk onderpand van de eeuwige heerlijkheid hebben, dan zouden zij de ellendigsten van alle mensen zijn.

Twijfel en Verzoeking: Tijdelijke Afwezigheid van Zekerheid
Ondertussen getuigt de Schrift ervan dat de gelovigen in dit leven tegen allerlei twijfels van het vlees te strijden hebben. Als ze daardoor in zware aanvechting verkeren, voelen zij dit volle geloofsvertrouwen en deze zekerheid van de volharding niet altijd. Maar God, de Vader van alle vertroosting, laat niet toe dat ze verzocht worden boven hun vermogen. Hij geeft met de verzoeking ook de uitkomst en wekt dan in hen opnieuw de zekerheid dat ze door de Heilige Geest zullen volharden.
Zekerheid van Volharding en een Toegewijd Leven
Het is echter beslist niet zo dat de ware gelovigen hoogmoedig en zondig en zorgeloos tegenover de zonde zouden worden omdat ze er zeker van zijn dat ze zullen volharden in het geloof. Integendeel, hun zekerheid is een ware bron van nederigheid en kinderlijke eerbied, van ware godsvrucht en volharding in alle strijd, van vurige gebeden en standvastigheid in het kruisdragen, van het belijden van de waarheid en van een bestendige blijdschap in God. Het overdenken van de weldaad van deze zekerheid is voor hen een aansporing om zich voortdurend ernstig te oefenen in dankbaarheid en in goede werken. Dat blijkt uit de getuigenissen van de Schrift en uit de voorbeelden van de heiligen.
Nederlandse christelijke film ‘Geloof in God 3 – Staat op, gij die geen slaven wilt zijn’
Verzoening en Verlangen naar Gods Nabijheid
Wanneer ook het vertrouwen van de volharding herleeft in degenen die weer opgericht worden uit hun val in de zonde, dan heeft dat niet tot gevolg dat ze luchthartig gaan leven of de godsvrucht veronachtzamen. Nee, het leidt ertoe dat zij met een nog veel grotere zorg en ijver gaan in de wegen van de Heer, die al van tevoren (voor hen) toebereid zijn, opdat zij daarin zouden wandelen. Daardoor mogen zij de zekerheid behouden dat zij volharden. Dan wordt het aangezicht van God, Die met hen verzoend is, niet meer van hen afgewend door het misbruik van Zijn vaderlijke goedheid. Anders zouden ze in nog zwaardere kwellingen van hun gemoed terechtkomen. Wat het aangezicht van God betreft: de aanschouwing ervan is voor godvrezende mensen zoeter dan het leven. De verberging ervan is bitterder dan de dood.
Doel van de Openbaring van de Leer van Volharding
Deze leer van de volharding van de ware gelovigen en heiligen en van de zekerheid ervan, heeft God tot eer van Zijn Naam en tot troost van godvruchtige mensen in Zijn Woord zeer overvloedig geopenbaard. Hij heeft die ook ingeprent in de harten van de gelovigen. Zij wordt weliswaar door de natuurlijke mens niet begrepen en door de satan gehaat, door de wereld bespot, door onervaren mensen en huichelaars misbruikt en door dwaalgeesten bestreden. Maar de bruid van Christus heeft haar altijd als een onschatbare rijkdom heel innig liefgehad en standvastig verdedigd. God, tegen Wie geen plan standhoudt en geen enkel geweld iets vermag, zal ervoor zorgen dat zij dat ook altijd zal blijven doen. Deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, zij eer en heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.
Verwerping van Dwaalleer betreffende de Volharding
1. Verwerping van de Dwaling: Geloofsvolharding als Voorwaarde voor Verkiezing
Sommigen leren dat de volharding van de ware gelovigen geen vrucht is van de verkiezing of een gave van God, verworven door de dood van Christus, maar een voorwaarde van het nieuwe verbond die de mens vóór zijn beslissende verkiezing en rechtvaardigmaking door zijn vrije wil moet volbrengen. Dit is een dwaling. De Heilige Schrift getuigt dat de volharding een gevolg is van Gods verkiezing en dat zij door de kracht van de dood, de opstanding en de voorbede van Christus aan de uitverkorenen wordt gegeven.
2. Verwerping van de Dwaling: God Geeft Kracht, maar de Gelovige Bepaalt Uiteindelijk
Anderen leren dat God de gelovige wel voorziet van voldoende krachten om te volharden en dat Hij ook bereid is om die in hem te bewaren, als hij zijn plicht doet. Dit gevoelen bevat een openlijke dwaling van de leer van Pelagius. Terwijl deze leer de mensen wil vrijmaken, maakt zij hen tot mensen die God onteren. Ze is in strijd met het blijvend eenparig getuigenis van het Evangelie dat de mens alle reden om te roemen ontneemt en de lof voor deze weldaad alleen aan de genade van God toeschrijft.
3. Verwerping van de Dwaling: Wedergeboren Mensen Kunnen Afvallen van de Zaligheid
Er is ook een leer die stelt dat de ware gelovigen en wedergeborenen niet alleen helemaal en voorgoed kunnen afvallen van het rechtvaardigmakend geloof en van de genade en de zaligheid, maar dat dit ook in de praktijk vaak gebeurt en zij dan voor eeuwig verloren gaan. Dit is in strijd met wat de apostel Paulus uitdrukkelijk zegt over Gods liefde voor ons, en met de woorden van Jezus Christus dat Hij Zijn schapen eeuwig leven geeft en niemand ze uit Zijn hand zal rukken.
4. Verwerping van de Dwaling: Zonde tot de Dood of tegen de Heilige Geest
De leer die stelt dat ware gelovigen en wedergeborenen kunnen zondigen de zonde tot de dood, of tegen de Heilige Geest, is eveneens in strijd met de Schrift. De apostel Johannes spreekt over degenen die tot de dood zondigen en verbiedt om voor hen te bidden, maar voegt er meteen aan toe dat wie uit God geboren is, niet zondigt in die zin, omdat hij uit God geboren is en zichzelf bewaart.
5. Verwerping van de Dwaling: Zekerheid Vereist Bijzondere Openbaring
De bewering dat men geen zekerheid van de toekomende volharding in dit leven kan hebben zonder bijzondere openbaring, is een dwaling die de vaste troost van de ware gelovigen wegneemt. De Heilige Schrift leidt deze zekerheid af uit de kenmerken van Gods kinderen en uit de onwankelbare beloften van God, zoals de onscheidbaarheid van de liefde van Christus en het blijven in Hem door het bewaren van Zijn geboden.
6. Verwerping van de Dwaling: Geloofszekerheid Maakt Gemakzuchtig
De opvatting dat de leer van de zekerheid van de volharding en van de zaligheid, door haar aard, een oorkussen des vleses is en schadelijk voor de godsvrucht, is onjuist. Dit spreekt de apostel Johannes tegen, die leert dat wie deze hoop op Hem heeft, zich reinigt, zoals Hij rein is. Bovendien worden deze opvattingen weerlegd door de voorbeelden van de heiligen, die zeker waren van hun behoud en tegelijkertijd volhardden in gebeden en godsvruchtige oefeningen.
7. Verwerping van de Dwaling: Tijdgeloof en Waar Geloof Verschillen Alleen in Duur
De leer dat het geloof van hen die maar voor een tijd geloven niet verschilt van het rechtvaardigmakend en zaligmakend geloof, behalve in duurzaamheid, wordt weerlegd door Christus Zelf. Hij maakt een duidelijk onderscheid tussen tijdgelovigen en ware gelovigen, waarbij Hij aangeeft dat tijdgelovigen geen vruchten voortbrengen en zonder wortel zijn, terwijl ware gelovigen vrucht dragen en een vaste wortel hebben.

tags: #dordtse #leerregels #hoofdstu #k5