De Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Ede

Preekstoel en Gemeente: Een Historisch Overzicht

In deze sectie vallen alle gemeenteleden van 80 jaar en ouder, ongeacht waar zij wonen. Als u nog samen mag zijn, valt u in deze sectie zodra u beiden de leeftijd van 80 jaar hebt bereikt. Ouderling Henk Plug, ondersteund door de pastoraal bezoekers ds. W. Geerlof en M.D.

Oudere gemeenteleden

Vroege Jaren en de Behoefte aan Ruimte

De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Ede kent diverse perioden van groei en verandering, waarbij de behoefte aan meer ruimte voor samenkomsten een constante factor was. In de beginfase van de Dolerende Kerk, die later opging in de Gereformeerde Kerken, was het gebouw 'Rehoboth' een centraal punt van samenkomen. Dit gebouw, genereus ter beschikking gesteld door gemeentelid Cavaljé, werd aangepast en vergroot om aan de groeiende kerkgemeenschap tegemoet te komen. Echter, al enkele jaren voordat de nieuwe kerk in gebruik genomen werd, besliste de Regering om in Harskamp een militaire kazerne te bouwen. De uit Ede afkomstige ds. J.H. Houtzagers (1857-1940) van Kootwijk zag hierin kansen voor de Gereformeerde Kerk. Hij was ooit de eerste afgestudeerde theologiestudent van de in 1880 door dr. A. Kuyper (1837-1920) opgerichte Dolerende Vrije Universiteit en werd in 1886 predikant van de eerste Dolerende Kerk in ons land, Kootwijk.

Het boekje van oefenaar J. Brederveld schreef over zijn kerkelijk leven een brochure van ongeveer 70 pagina’s, waarin ook zijn werkzaamheden in Harskamp uitvoerig aan de orde komen. Hij had in 1898, een paar jaar voor zijn komst naar Harskamp, tweemaal geprobeerd om op Artikel 8 (‘singuliere gaven’) toegelaten te worden als predikant, maar dat was niet gelukt. Dat viel hem ‘deerlijk tegen’. Maar hoe dan ook, op 5 februari 1901 werd hij door ds. G. Ds. G. Hoewel hij die dag door het dikke pak sneeuw weinig bezoekers in het kerkje verwachtte, zaten er maar liefst ‘130 boeren en boerinnen in de ruimte’.

Historische kerkgebouwen

De Zoektocht naar een Predikant en de Rol van Oefenaars

Het duurde even voor de kerkenraad het beroepingswerk weer ter hand nam. Juist in die tijd verhuisde oefenaar G. van Velzen (1852-1939) van Scherpenzeel naar Ede. Vanaf 1887 was hij oefenaar in Scherpenzeel geweest en had dus vier jaar ervaring; elke week had hij drie keer gepreekt. De kerkenraad beriep hem, hij nam de roeping aan en deed op 1 november 1891 intrede. De kerkvisitatoren raadden de kerkenraad al spoedig aan om de classis te vragen hem te examineren op grond van Artikel 8 van de kerkorde, waarin het mogelijk gemaakt werd om vanwege ‘buitengewone gaven’ iemand zonder officiële predikantsopleiding - maar niet zonder studie - toch als predikant aan te stellen. Van Velzen vatte de studie aan en hij meldde zich op 26 juni 1893 bij de Particuliere Synode van de Gereformeerde Kerken in Gelderland om geëxamineerd te worden - hij was toen dus al ongeveer twee jaar in Ede werkzaam.

Oefenaar/dominee G. Oefenaars/dominee G. Het goed gerucht was hem vooruitgesneld, want in 1890 ontving hij een beroep van de kerk van Kamerik dat hij aannam. Op 28 september 1890 preekte oefenaar Davelaar afscheid. Er moest dus een nieuwe predikant komen. Of toch liever een oefenaar? Die was goedkoper! Fl. 800 was dan voldoende, en als je hem dan bijvoorbeeld als aanvulling een serie boeken met preken van ‘oude schrijvers’ cadeau deed (deze ‘oudvaders’ waren zeer orthodoxe predikanten uit vroegere eeuwen) waaruit hij voor zijn preken kon putten, dan zou er zeker wel iemand te vinden zijn. Dát ging echter niet door, maar na enige tijd bracht de kerkenraad toch een beroep uit en wel op ds. J.J.A. Ploos van Amstel (1835-1895), die in 1886 de Doleantie in het Friese Reitsum geleid had. De kerkenraad had intussen een traktement van fl. 1.200 vastgesteld.

Oefenaars en predikanten

De Vereniging van Kerken en de Bouw van een Nieuwe Kerk

Ondertussen gingen de onderhandelingen tussen de landelijke synodes van de ‘Christelijke Gereformeerde Kerk’ en de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerken’ (afkomstig uit de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886) vorderen. Op 17 juni 1892 werd ‘de Vereniging’ officieel beklonken tijdens een dienst in de monumentale Dolerende Keizersgrachtkerk te Amsterdam (‘de kathedraal der gereformeerden’).

Voor en tijdens het predikantschap van ds. Mulder was het aantal bezoekers van ‘Rehoboth’ ondertussen zozeer gestegen dat het lokaal te klein werd. Ook de heer Cavaljé sloeg het volstromen van zijn ‘koetshuiskerk’ behalve met blijdschap ook met ongerustheid gade. Er moest meer ruimte komen! Hij drong er in juli 1901 daarom bij de kerkenraad op aan niet lang te wachten met de bouw van een nieuwe, grotere kerk! Daarbij speelden ook de leeftijden van hem en zijn vrouw een rol: ‘Mijn vrouw en ik zijn oud en wij willen de nieuwe kerk graag nog meemaken’.

De kerkenraad liet er toen geen gras over groeien. De Vereeniging ‘De Kerkelijke Kas’ was een overblijfsel uit de Doleantietijd en op advies van het Gereformeerd Kerkelijk Congres opgericht; ze werd al snel koninklijk erkend. Door de officiële erkenning door de overheid werd het mogelijk rechtsgeldige handelingen te verrichten ten dienste van de Dolerende Kerk, zoals bijvoorbeeld koop en verkoop van kerkelijke goederen. Volgens de toen geldende wettelijke regels was het voor een Dolerende Kerk namelijk niet mogelijk door de overheid erkend te worden. Hoe dan ook, de bouwcommissie trok het land in om kerken te bekijken, zes in getal. De kerk van Bodegraven met haar 600 zitplaatsen had fl. 19.000 gekost, en die in Naaldwijk, ook niet te versmaden, koste met haar 400 zitplaatsen fl. 10.000. De commissie liet schetstekeningen maken en toonde deze aan de heer Cavaljé.

Bouw van een nieuwe kerk

Ontwerp en Realisatie van de Noorderkerk

Architect Kool had volgens opdracht een kruisvormige kerk ontworpen met in een van de hoeken een toren met portalen en met twee vergaderzalen. De kerkzaal had een centraal opgestelde preekstoel (in de kruisarm aan de westzijde). De ruimte om de preekstoel heen, de dooptuin, was van de eigenlijke kerkzaal afgescheiden door een doophek, met daarbinnen aan beide kanten de banken voor resp. Voor de rest was de kerkzaal vol gezet met tweedehands banken, natuurlijk keurig in de verf gezet, die gekocht waren van een kerk in Zutphen. De preekstoel was gemaakt van vurenhout en daarboven werd een orgelgalerij gebouwd die tegelijk als klankbord dienstdeed.

De kerk had aanvankelijk nog geen beschikking over verwarming (er werd dus gebruik gemaakt van stoven), maar dat werd in 1905 goedgemaakt, toen er centrale verwarming werd aangelegd, volledig betaald door ‘de steunpilaar der kerk’, de heer Cavaljé. Ook ontbrak een echt kerkorgel; een ‘veredeld harmonium’ begeleidde de kerkzang. In 1918 werd echter een heus pijporgel geplaatst, dat in 1882 was gebouwd door de firma L. Ypma & Co. (Alkmaar) voor de rooms-katholieke kerk van de H. Nadat de kerk in gebruik genomen was werden ook een pastorie en een kosterswoning gebouwd. Zo had de Gereformeerde Kerk van Ede ‘Rehoboth’ verlaten en haar intrek genomen in de veel grotere ‘Noorderkerk’, die deze naam overigens pas in 1939 kreeg. Tot die tijd heette het gebouw gewoon ‘gereformeerde kerk’, zoals ook boven de hoofdingang vermeld staat.

Interieur van de Noorderkerk met preekstoel

Verdere Ontwikkelingen en Afsplitsingen

Verontruste Gereformeerden en de Stichting van een Nieuwe Gemeente

Ds. W. den Hengst (1859-1927) van Veenendaal trad per 4 juni 1913 uit de Gereformeerde Kerken in Nederland, omdat hij zich naar zijn zeggen niet met sommige leerstukken van de kerk kon verenigen. Hij stichtte daar een ‘Gereformeerde Gemeente’.

De brochure van ds. W. Mulder over ds. De predikant was het met de stap van ds. Den Hengst volstrekt oneens en zag veertien van zijn gereformeerde gezinnen als ‘verontruste gereformeerden’ samenkomsten beleggen in ‘Ons Tehuis’ aan de Telefoonweg. Vier van hen, de dames Mol, stelden een stuk grond aan de Bettekamp in Ede beschikbaar om een kerkje te bouwen. Aanvankelijk was de groep verontrusten een afdeling van de Gereformeerde Gemeente te Veenendaal, en ze kerkten tot 1930 in het ‘Mollenkerkje’ aan de Bettekamp.

Afgesplitste kerkgemeenschappen

De Kerk in Harskamp en de Rol van Oefenaar Brederveld

Het boekje van oefenaar J. Brederveld schreef over zijn kerkelijk leven een brochure van ongeveer 70 pagina’s, waarin ook zijn werkzaamheden in Harskamp uitvoerig aan de orde komen. Hij had in 1898, een paar jaar voor zijn komst naar Harskamp, tweemaal geprobeerd om op Artikel 8 (‘singuliere gaven’) toegelaten te worden als predikant, maar dat was niet gelukt. Dat viel hem ‘deerlijk tegen’.

Toen de predikant daarover met de kerkenraad van Ede sprak zagen ook deze mannenbroeders het belang ervan in. Een zelfstandig geïnstitueerde Gereformeerde Kerk kon nog niet, daarvoor was het aantal gereformeerden ter plaatse te gering, maar een Militair Tehuis was een prima idee, vonden ze. In Harskamp was al een woonhuis beschikbaar en daar werd een lokaal - een kerkje - van flinke afmetingen bij gebouwd. De Gereformeerde Kerk van Ede hielp bij de financiering van het geheel, door het plaatsen van aandelen en het aangaan van een lening. Ook werd voor de zomermaanden een oefenaar aangesteld in de persoon van J. Brederveld.

Kerkelijk leven in Harskamp

Hedendaagse Ontwikkelingen en Predikantschap

Ds. A. I. Kazen en de Hersteld Hervormde Gemeente

Sinds oktober 2024 is ds. A. I. Kazen predikant van de hersteld hervormde gemeente in Ede-Bennekom-Wageningen e.o. Daarvoor diende de predikant de hersteld hervormde gemeente van Hoevelaken-Nijkerkerveen. Dat Kazen op een kansel staat is bepaald niet vanzelfsprekend. Als tiener had de predikant, die in de Oud GerGem opgroeide, nog maar weinig met het geloof. Totdat hij in 2007 de hersteld hervormde gemeente in Papendrecht binnenstapte. Daar ontdekte hij het aanbod van genade.

Kazen groeide als kind op in de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland in Dordrecht (OGGiN). "In mijn tienerjaren liep ik vast in het geloof. Ik had moeite met een prediking waarin de zaligheid slechts voor enkelen leek weggelegd te zijn. Ook had ik weinig binding met de gemeente. Het leek soms een wedstrijdje wie als eerste thuis was na de dienst. Om eerlijk te zijn, was ik klaar met het wereldje waarin ik opgroeide en nam ik mij voor om na mijn achttiende de kerk te verlaten”, vertelt de predikant.

Ds. A. I. Kazen

Liturgische Gegevens en Dienstroosters

Gedurende de periode waarover de tekst zich uitstrekt, zijn er diverse kerkdiensten met specifieke thema's, schriftlezingen en preekteksten. Hieronder een selectie:

  • 10:00 Kerkdienst ds. L.B.C.: Schriftlezing: 1 Korinthe 12: 1-11. Tekst voor de preek: 1 Korinthe 12: 3. Organist: J.
  • 10:00 Kerkdienst ds. A. Openbare geloofsbelijdenis: Schriftlezing: Johannes 15: 1-17. Tekst voor de preek: Johannes 15: 5. Organist: J.
  • 10:00 Belijdenisdienst ds. A.: Schriftlezing: Psalm 143. Tekst voor de preek: Psalm 143: 10. Organist: J.
  • 10:00 Belijdenisdienst ds. A. Versluis (Ede): Pinksteren. Schriftlezing: Handelingen 2: 37-47. Tekst voor de preek: Handelingen 2: 42. Organist: A.
  • 10:00 Belijdenisdienst ds. P.D.J. Buijs (Ede): Eerste Pinksterdag. Schriftlezing: Handelingen 2 : 1 - 11 en Efeze 5 : 17 - 21. Tekst voor de preek: Efeze 5 : 18b. Organist: J.
  • 10:00 Belijdenis- en doopdienst ds. P.D.J. Buijs (Ede): Liturgie voor de dienst waarin openbare geloofsbelijdenis wordt afgelegd door Roland van Giesbergen, Tineke van Giesbergen-van Rossum, Nicole Kardux, Léonie Klarenbeek-Jansen en Bram Valkenburg en waarin tevens de doop bediend wordt aan Léonie Klarenbeek-Jansen. Schriftlezing: Hebreeën 11 : 1 - 10. Tekst voor de preek: Hebreeën 12 : 1 en 2a. Organist: D.J.
Liturgische kalender

tags: #preekstoel #ger #gem #ede