De pinksterbeweging, ook wel pentecostalisme genoemd, is een christelijke stroming die aan het begin van de 20e eeuw ontstond binnen protestantse kerkgenootschappen. De beweging legt een sterke nadruk op de belofte van de Heilige Geest, zoals deze volgens de Bijbel op de Pinksterdag door de discipelen van Jezus Christus werd ontvangen.
Historische Ontwikkeling en Invloeden
De wortels van de pinksterbeweging liggen in het Amerikaanse christendom. Aan het einde van de 19e eeuw ontstond de beweging die de "spade regen" verwachtte (Latter Rain Movement), wat leidde tot de stichting van de Holiness Church. Deze gemeenschap, die de nadruk legde op heiligheid als voorwaarde voor het ontvangen van de Heilige Geest, wordt beschouwd als de moeder van de pinksterbeweging.
In 1901, in een bijbelschool in Topeka, Kansas (VS), ontving een vrouwelijke student na handoplegging van C.F. Parham de gave van de Heilige Geest, zich uitend in spreken in tongen. Parham stond bovenaan de doorgeefketen van deze gaven.
Een belangrijk moment was in 1906, toen W.J. Seymour, een zwarte leerling van Parham en voorganger van een heiligingsgemeente in Los Angeles, werd uit de kerk gezet omdat velen de gaven van de Heilige Geest ontvingen. Hieruit ontstond een opwekkingsbeweging aan de Azusa Street, die destijds bijzonder multiraciaal was.
De methodistische predikant T.B. Barratt bracht de beweging over naar Europa, beginnend in Oslo, Noorwegen, en vervolgens naar Engeland en Nederland. In Amsterdam stichtte de voormalige officier van het Leger des Heils, G.R. Polman, de eerste pinkstergemeente in 1907, onder invloed van de opwekking in Los Angeles. Aanvankelijk was het streven gericht op een beweging binnen bestaande kerken, maar na enkele jaren ontstonden er zelfstandige gemeenten.
Tot 1960 werd de pinksterbeweging aangeduid als het klassiek pentecostalisme. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de beweging een impuls door de toestroom van Indische Nederlanders en campagnes gericht op genezing als aspect van de verlossing. Vanaf 1960 ontstond de zogenaamde 'tweede golf', de Charismatische beweging binnen gevestigde kerken, en na 1980 de 'derde golf' van het neo-pentecostalisme.

Kernaspecten en Geloofsovertuigingen
Centraal in de pinksterbeweging staat de doop met de Heilige Geest. Deze wordt gezien als een 'tweede werk van genade' en een teken van diepere heiliging en diepere gemeenschap met God. In sommige gevallen wordt zelfs zondeloosheid als gevolg genoemd.
De doop met de Heilige Geest wordt onderscheiden van de verzegeling met de Heilige Geest, waarbij de laatste zekerheid van het geloof schenkt.
Naar 1 Korinthe 12:8-10 onderscheidt men binnen de pinksterbeweging verschillende gaven van de Heilige Geest:
- Gaven van openbaring: wijsheid, kennis, onderscheiding der geesten.
- Gaven van kracht: geloof om wonderen te bewerken, gave van genezing, kracht om wonderen te doen.
- Gaven van inspiratie: profetie, tongentaal (glossolalie), uitlegging van tongentaal.
De pinksterbeweging kent een sterke nadruk op zending en de eindtijd, met de verwachting van Gods oordeel en de spoedige wederkomst van Jezus Christus.
Binnen sommige kerken binnen de pinksterbeweging is er sprake van een Welvaartsevangelie, en een speelse omgang met de tegenstelling tussen Satan en God, waarbij duiveluitdrijving en langdurige gebeden als middelen tegen het kwaad worden gezien.

Verschillen met de Charismatische Beweging
Hoewel nauw verwant, is er een onderscheid tussen de pinksterbeweging en de charismatische beweging. De charismatische beweging heeft doorgaans meer oog voor de sociale en politieke consequenties van het geloof.
De 'tweede golf' van de charismatische beweging begon in 1960 in de Episcopaalse kerk in Van Nuys, VS, met als bekende voorman Dennis Bennett. Deze beweging verspreidde zich naar protestantse en later ook naar katholieke kerken.
Organisatie en Naamgeving
Organisatorisch zijn de meeste pinkstergemeenten congregationistisch, wat betekent dat lokale gemeenten zelfstandig opereren en beslissen over aansluiting bij een landelijke koepelorganisatie.
Er bestaat een breed scala aan namen die kerken binnen de pinksterbeweging gebruiken, waaronder Pinkster-, Volle-Evangelie-, Evangelische, Evangelie-, Charismatische en Christengemeente. De naam 'Pinkstergemeente' bestaat het langst, maar vanwege negatieve associaties kozen veel nieuwe gemeenten voor andere benamingen. Vanaf de jaren vijftig kwam 'Volle-Evangeliegemeente' in zwang, en later werd de term 'Christengemeente' populair.
Pinksterbeweging in Nederland en België
In Nederland ontstond de eerste pinkstergemeente in 1907 in Amsterdam, onder leiding van Gerrit Polman. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de beweging door de toestroom van Indische Nederlanders en campagnes van figuren als Zaiss en Osborn, die de genezing centraal stelden.
Er zijn diverse groeperingen en richtingen binnen de Nederlandse pinksterbeweging, waaronder de Broederschap van Volle Evangelie Gemeenten (later Broederschap van Pinkstergemeenten in Nederland) en de Philadelphia-gemeenten. Ook initiatieven zoals 'Stromen van Kracht' van Karel Hoekendijk en de organisatie 'Kracht van Omhoog' van Johannes Emmanuel van den Brink droegen bij aan de groei.
In 2007 werd de pinksterbeweging in Nederland geschat op 120.000 gelovigen, en in 2019 groeide dit aantal naar 150.000 aanhangers, met ongeveer 900 gemeenten.
In België dateren de eerste bronnen van de pinksterbeweging uit 1910. De kerken in Vlaanderen werden voornamelijk gesticht door Nederlandse zendelingen, terwijl in Wallonië de Engelse zendeling Douglas R. een belangrijke rol speelde. De meeste pinksterkerken in Vlaanderen zijn vertegenwoordigd in het Verbond van Vlaamse Pinkstergemeenten (VVP).
Bezwaren en Kritiek
Er zijn bezwaren tegen de manier waarop geestesgaven worden gepraktiseerd in de pinksterbeweging. Een sterke voorkeur voor gaven als tongentaal, genezing en profetie wordt bekritiseerd, terwijl Paulus juist gewone gaven als wijsheid en kennis vooraan plaatste. De overtuiging dat de pinksterbeweging niet van boven maar van beneden komt, en de vermenging van leugen en waarheid door demonische invloeden, is een punt van zorg voor sommigen.
Ook wordt de nadruk op het zogenaamde 'Welvaartsevangelie' binnen sommige kerken bekritiseerd. In (sommige) kringen heerst een zekere vorm van anti-intellectualisme, wat zich kan vertalen in een kinderlijke vorm van geloven en een afkeer van diepgaande theologische studie.
Er bestaat binnen de pinksterbeweging ook een neiging tot sektarisme, met zorgen over de invloed op patiënten die meer heil verwachten van gebeden dan van medische behandelingen.