Dorsvloer vol confetti: Een psychologische roman over geloof, identiteit en verlangen

Dorsvloer vol confetti is het romandebuut van journaliste en schrijfster Franca Treur, geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Het boek, dat in oktober 2009 werd gepubliceerd door Uitgeverij Prometheus te Amsterdam en ook als e-book beschikbaar kwam, wordt gekenmerkt als een psychologische roman die zich afspeelt binnen een gelovige boerenfamilie in Zeeland. Het werk wordt wel vergeleken met Jan Siebelinks Knielen op een bed violen, aangezien beide boeken fictief zijn maar wel autobiografische elementen bevatten.

Boekcover van Dorsvloer vol confetti met een meisje op de omslag

Kateleijne Minderhoud: Een meisje tussen mannen en geloof

De hoofdpersoon van de roman is Kateleijne Minderhoud, die opgroeit tussen zes broers en worstelt met haar positie in de door mannen gedomineerde wereld van het boerenleven. Terwijl zij een liefde voor lezen ontwikkelt, focussen haar moeder zich op de tuin en haar vader en broers op de koeien van de boerderij. Aan het begin van het boek is Katelijne twaalf jaar oud, en aan het einde van de roman bevindt ze zich op de middelbare school. Ze woont in een dorpje op het Zeeuwse Walcheren, in een gezin van acht personen: vader Arjaon, moeder Rina en zes broers, waaronder drie oudere (Rogier, Christiaan, Jeroen) en drie jongere (de tweeling Peter en Korné, en Lourens). De vader leidt een melkveeboerderij, terwijl de moeder het huishouden doet. De jongens assisteren hun vader op de boerderij, en Katelijne helpt mee in het huishouden. Zij ervaart zichzelf als een buitenstaander binnen het gezin, wat blijkt uit situaties zoals de zondagse fietstocht na de kerkdienst, waar de jongens haar achterlaten door haar hinderlijke rok en hoedje. Ze voelt zich een meisje tussen de mannen, die haar fysieke ontwikkeling belachelijk maken en geen begrip hebben voor haar interesse in schrijven. Gesprekken over de boerderij sluiten haar uit, waardoor ze zoekt naar manieren om aandacht te trekken, bijvoorbeeld door het huis schoon te maken of haar vader te helpen met melken in de hoop op een compliment.

Illustratie van een boerderij in Zeeland met koeien

Het streng gereformeerde leven

Kateleijne groeit op in een streng gereformeerd gezin waar luisteren naar de radio, televisie kijken en het drinken van 'Yogho Yogho!' taboe zijn. Op school voelt ze zich als boerendochter niet thuis. De week kent een vast patroon, met zondag als heilige rustdag waarop bijzondere regels gelden en er niet gewerkt wordt, zelfs niet als het hooi dreigt te worden bedorven door regen. Op deze dag worden de preken besproken en worden er crackers met kaas gegeten. Terwijl de vader de melkmachine aanzet, omdat 'koeien eerder geschapen zijn dan degenen die ze moeten melken', leest moeder De Saambinder, een kerkelijk weekblad. Katelijne leest eveneens kerkelijke tijdschriften en bezoekt haar grootmoeder, die op hetzelfde erf woont. Oma, een zeer gelovige vrouw, leest voor uit de Bijbel en trakteert haar kleindochter op pinda's, wat de ware reden is voor Katelijne's zondagse bezoeken. Vader leest dagelijks voor uit de statenbijbel, inclusief wetten en geslachtsregisters. Moeder leest op zondag uit de kinderbijbel, wat een moment van gezelligheid en warmte biedt.

Het geloof dicteert het leven: ‘Wie zalig wil worden, moet de middelen gebruiken: de Bijbel lezen, naar de kerk gaan en naar de catechisatie.’ De familie bezoekt elke zondag minstens twee keer de kerk, soms zelfs drie keer voor de jongens. Kerkgangers dragen zwarte kleding om de kleur van hun ziel te benadrukken, en meisjes mogen geen broeken dragen, wat als satanisch wordt beschouwd. Het doorbreken van patronen wordt niet gewaardeerd. Wanneer Katelijne Duitse toeristen toestemming geeft om een nacht op het erf te kamperen tijdens het middagdutje van haar ouders, krijgt ze straf: een week lang direct na het avondeten naar bed. De volgende dag blijkt de tent verdwenen.

Verlangen naar ontsnapping en nieuwe ervaringen

Kateleijne krijgt een kans om buiten de vastomlijnde kaders te treden wanneer ze bij haar tante in de grote stad logeert. Daar voelt ze zich als een prinses, kan ze niet slapen van opwinding door het geluid van de treinen, en maakt ze kennis met Gloria, de buurvrouw van haar tante. Bij Gloria leest ze de volgens haar ouders verderfelijke sprookjes van Grimm, laat ze zich opmaken en ervaart ze genegenheid. De sleur van het dagelijkse leven wordt slechts onderbroken door het bezoek van de veekoopman. Een keer wordt de antieke bijbel van oma gestolen, maar deze wordt later teruggevonden.

Een positieve verrassing is het schooladvies vwo na het maken van haar Citotoets, hoewel ze aanvankelijk niet weet wat dit betekent. Op een andere gelegenheid gaat ze stiekem met haar broertje naar de kermis in Middelburg, waar ze de behoefte voelt om door een jongen te worden aangeraakt. Deze gebeurtenis komt via Kee, een vriendin van oma die wekelijks vis brengt, ter ore bij haar moeder.

Kateleijne droomt ervan om in een stad te wonen waar ze 's nachts de treinen kan horen. Thuis drukt het geloof zwaar op haar schouders, gekweld door de angst om niet gered te worden. Ze durft soms niet te slapen uit angst dat de Heer haar tot zich zal nemen, of droomt dat ze door Hem wordt beoordeeld. Ouderlingen komen regelmatig langs om het geloof te bespreken, en ook op school staat religie centraal, waarbij de leraar waarschuwt voor de gevaren van popmuziek. Katelijnes leven kabbelt voort, maar ze zoekt voortdurend naar ontsnappingsmogelijkheden.

Geestelijke wervelwinden

De kracht van verhalen en de symboliek van de confetti

Het boek verkent de kracht van verhalen. Katelijne ontdekt dat verhalen dingen mogelijk maken die in het echte leven niet kunnen. In tegenstelling tot de mensen om haar heen, kan Katelijne zelf verhalen verzinnen, waarmee ze haar broertje opwindt en haar oma troost. Dit leidt tot het besef dat ook de Bijbel, net als een sprookjesboek, verhalen bevat. Dit inzicht wordt nog eens benadrukt wanneer oma zegt dat het lezen van boeken 'vermoeiing des vlezes' is.

Een belangrijk motief in de roman is 'angst'. Het leven van Katelijne en haar omgeving wordt beheerst door het besef van zonde en schuld en de onzekerheid over hun bestemming na de dood. Oma twijfelt aan de hemelse bestemming van haar eigen moeder en echtgenoot, omdat beiden tijdens hun leven geen teken van God hebben ontvangen. Katelijne deelt deze twijfel en is zich bewust van haar zondigheid. Ze stelt zich voor hoe ze voor Gods rechterstoel zal verschijnen, waar dia's van haar leven worden getoond, inclusief momenten waarop ze stal, haar broer sloeg of brutaal was tegen haar moeder.

Hieruit vloeit een tweede thema voort: 'verlangen'. Hoewel Katelijne geen ongelukkige indruk maakt, hunkert ze naar genegenheid van haar ouders, broers en van vreemden. De stad, waar ze na haar bezoek bij haar tante van droomt, wordt een soort Utopia. Ze stapt zelfs op een wildvreemde man af om te vragen of ze bij hem in Den Haag mag wonen. In de stad staat niet de zonde centraal, maar wordt van het leven genoten. Sprookjes worden daar gezien als onschuldige verhaaltjes, geen leugens die haar kunnen afhouden van de waarheid. Dieren, zoals een koolwitje of een kleine vos die ze door het raam ziet, symboliseren de verlangde vrijheid om te gaan en te staan waar ze willen.

De roman bevat ook autobiografische trekken, hoewel de auteur benadrukt dat het fictie is. De vertelling is chronologisch en opgebouwd uit scenische hoofdstukken die het leven van een meisje en haar familie op het Zeeuwse platteland in de jaren tachtig en vroege jaren negentig van de twintigste eeuw schetsen. Het verhaal kent geen grote climax, maar eindigt met het vallen van de confetti op de dorsvloer tijdens de bruiloft van Katelijnes broer Christiaan en Petra. Christiaan heeft Petra zwanger gemaakt, en beiden moeten, ondanks hun jonge leeftijd, publiekelijk hun schuld belijden en trouwen. De bruiloft vindt plaats op de dorsvloer van de familie Minderhoud, omdat er geen geschikte locatie wordt gevonden. Katelijne bereidt zich voor door met haar perforator dozen vol confetti te maken van oude Saambinders. De zwart-witte confetti past bij de streng gereformeerde omgeving. De term 'dorsvloer' heeft een Bijbelse connotatie en verwijst naar de predestinatieleer, waar God op de Dag des Oordeels de dorsvloer zal doorzuiveren en het kaf van het koren zal scheiden.

Illustratie van confetti die dwarrelt

Vertelperspectief en stijl

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de twaalfjarige Katelijne, een intelligent meisje dat vraagtekens zet bij de zekerheden van het geloof. Er is een discrepantie tussen het belevende personage en de alwetende auctoriale vertelinstantie, die informatie heeft over Katelijne's gedachten en gevoelens. De verteller kan bijvoorbeeld concluderen dat er een barstje begint te ontstaan in Katelijnes 'beeld van de boerderij als de heilige spil'. De verteller treedt ook op met ironisch commentaar, zoals in de scène met de Duitse toeristen en de straf die Katelijne krijgt. Door het vertelperspectief wordt afstand gecreëerd, wat wordt versterkt door het consequente gebruik van de aanduidingen 'de vader' en 'de moeder', wat de koele relatie tussen de personages benadrukt.

De stijl van Franca Treur wordt omschreven als helder, bondig en ironisch. Belangrijke details zijn de titels van religieuze tijdschriften en het verweven van ouderwetse namen en merken (zoals 'Yogho Yogho!'), wat bijdraagt aan de couleur locale van de jaren tachtig en vroege jaren negentig. De dialogen zijn realistisch, en metaforen zijn functioneel en vaak ontleend aan het boerderijleven. Kenmerkend voor Dorsvloer vol confetti is de Zeeuwse spreektaal, met de uitspraak van de 'g' als een 'h' en het gebruik van typische Zeeuwse woorden zoals 'huus' (kinderen), 'stuitje' (een poosje) en 'leugenen' (jokken). De vader, moeder en grootmoeder hanteren opvallende Zeeuwse uitdrukkingen zoals 'de dag is geen kakstoel', 'een kleintje in de genade zijn' en 'Dat is een haveloos aanwensel van je'.

Genrekenmerken en thematiek

Dorsvloer vol confetti vertoont trekken van een streekroman door de gedetailleerde beschrijving van het Zeeuwse platteland, de bewoners, hun gewoonten en tradities, en het gebruik van dialect. Daarnaast schetst het een psychologisch portret van een jong meisje dat een lichamelijke en geestelijke groei doormaakt en tot inzicht komt over het geloof. In die zin kan de roman worden bestempeld als een coming-of-age- of bildungsroman. Het boek heeft een open einde, dat symbolisch wordt afgesloten met het vallen van de confetti.

De roman is een uitermate geslaagde verfilming van de gelijknamige bestseller van Franca Treur. De film zit vol subtiel drama, smaakvolle symboliek en prachtige opnamen van het Zeeuwse platteland, met een luchtige toon die nooit kolderiek wordt. De grootste pluim gaat naar hoofdrolspeelster Hendrikje Nieuwerf, die met weinig woorden een even stoere als vertederende heldin neerzet.

tags: #dorsvloer #vol #confetti #reformatorisch #dagblad