Ds. G. A. Zijderveld: Een Leven in Dienst van het Woord

Op zondag 31 januari 2007 nam ds. D. Verkuil afscheid van de hervormde gemeente van Zijderveld. Na een proces van bezinning en gesprekken onder leiding van de classispredikant hebben de kerkenraad en de predikant een gezamenlijk verzoek gedaan aan het breed moderamen van de classis Zuid-Holland Zuid om de nieuwe kerkordelijke regeling (ord. Deze regeling biedt voorganger en gemeente de mogelijkheid om na een periode van twaalf jaar op vrijwillige basis afscheid van elkaar te nemen. Ze heeft voor beide financiële gevolgen, maar schept ook ruimte voor een nieuw begin. Met oog voor het goede dat in de achterliggende jaren werd ontvangen, laten ds. Ds. Verkuil diende eerder de gemeenten van Bleiswijk (Het Anker) (1997) en Ochten (2003). Vier jaar geleden ontving hij een beroep van de hervormde gemeente van Dinteloord. Ds. Verkuil blijft beroepbaar en is beschikbaar voor preekbeurten.

Foto van ds. D. Verkuil

Op 30 mei jl. hield prof.dr. A. de Reuver (1942) zijn afscheidscollege als bijzonder hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond aan de Utrechtse Universiteit. Hoewel de auteur er niet bij kon zijn, las hij in een krant dat er nauwelijks nog iemand bij had gekund. Dit verbaasde hem niet, aangezien prof.dr. De Reuver als predikant en hoogleraar altijd veel sympathie oogstte, zowel vanwege zijn preken en publicaties, zijn bijzondere talenten van spreken en schrijven, als om zijn irenisch vriendelijke houding. De woorden van Luther, ‘Eure Lindigkeit lasset kund sein allen Menschen’ uit Filippenzen 4 vers 5, leken voor dr. en mevrouw De Reuver geschreven te zijn.

Een paar weken later ontving de auteur het boek Kerk rond het heilgeheim. Opstellen, aangeboden aan prof.dr. A. de Reuver. Dit liber amicorum bevat de tekst van zijn afscheidscollege, een schets van zijn leven en werk, artikelen van collega's, vrienden en leerlingen, en wordt afgesloten met een bibliografie en felicitatieregister. Het doorkijken van dit boek en het lezen van enkele artikelen riep veel herinneringen op bij de auteur.

Dit viel samen met de ontvangst van een ander boek: Prediking in de crisis. Over de scheiding der geesten, geschreven door dr. C.A. van der Sluijs (1942). Van der Sluijs, die twee jaar eerder met emeritaat ging, stuurde het boek spontaan toe. Tevens werd die week een derde boek ontvangen: Hemelvaart en Pinksteren. Over Handelingen 1 en 2, van ds. M.D. Geuze (1942), een soort afscheidscadeau.

Het samenvallen van deze afscheidsbijeenkomsten en de ontvangen boeken bracht de auteur terug naar de jaren zestig en zeventig. Aan het einde van zijn gymnasiumtijd onderging hij een sterke geestelijke verandering onder de prediking van ds. G.A. Zijderveld (Ger. Gem.) en besloot hij theologie te gaan studeren in Utrecht. Daar kwam hij al snel terecht in een kring van theologiestudenten uit de Gereformeerde Gemeenten (GG), waaronder Thijs Geuze, Arie de Reuver, Maarten Verduin en Aart Moerkerken. Deze studenten waren ouder en al aan het afstuderen, terwijl de auteur nog moest beginnen met zijn propedeuse. Hij keek enorm tegen hen op, onder de indruk van hun overtuiging van hun roeping tot het ambt van predikant. Ondanks het leeftijdsverschil waren ze open, namen ze hem op in hun kring, nodigden ze hem uit en vertelden ze hem over figuren als Kohlbrugge.

Oude foto van een groep theologiestudenten

Toen de auteur zelf begon te preken, nodigden deze studenten hem uit op hun kansels. Thijs Geuze speelde een belangrijke rol in het bijeenhouden van deze groep en organiseerde in september 1969 een weekend voor theologiestudenten uit de GG in Gouda, waar ook Verduin en De Reuver aanwezig waren.

De auteur leerde Cees van der Sluijs enkele maanden eerder kennen. Hij bezocht Van der Sluijs in zijn dijkwoning, waar hij hartelijk werd ontvangen. Het gesprek ging over prediking en de criteria voor toelating tot het ambt. Een belangrijk punt tijdens ontmoetingen was de verkrijging van een attest van de kerkenraad en de procedures bij het curatorium in Rotterdam, het toelatingscollege voor het ambt.

De auteur hoorde met nieuwsgierigheid en bezorgdheid de verhalen aan over de wachttijden en de gesprekken met de curatoren. De toelating tot het ambt was niet eenvoudig; gemiddeld werden slechts twee personen per jaar toegelaten. Dit leidde tot hoop dat God nog dienaren uit de GG voortbracht, maar ook tot kritiek op de voorzichtige koers van het curatorium.

Het trauma rond de enige doctor in de godgeleerdheid die het kerkgenootschap ooit had gekend, leek nog voelbaar. De voorkeur ging uit naar duidelijk bekeerde bootwerkers boven theologiestudenten uit Utrecht. Echter, op een gegeven moment werden drie studenten uit de groep van de auteur tegelijk aangenomen, wat een langzame verschuiving markeerde naar hoger opgeleide predikanten.

Voor degenen die afgewezen werden, soms herhaaldelijk, was de weg anders. Zij sloten zich aan bij de Nederlandse Hervormde Kerk (N.H. Kerk), deden hun vicariaat en werden predikant, vaak binnen de Gereformeerde Bond. Hoofdbestuurders van de Bond uitten destijds hun argwaan tegenover theologen uit de GG, omdat zij een risico vormden op 'doorvloeien' naar politiek links of rechts. Zulke uitlatingen ontnamen de auteur de aandrang om zich aan te sluiten; de gewone hervormde kerk bleek voldoende voor zijn roeping.

Bij het doorbladeren van het liber amicorum voor dr. De Reuver realiseerde de auteur zich dat de actieve jaren van de vooraanstaande figuren uit die tijd nu voorbij waren. Bijna veertig jaar later zijn zij allen emeriti geworden, wat ruimte biedt voor een balansopmaak.

De auteur las de drie genoemde boeken op het strand. Hij las de biografische schets van ds. J.E. de Groot in het vriendenboek voor De Reuver, die hij menselijk en hartelijk vond. Ook de bijdrage van dr. M. Verduin over Kohlbrugge en Psalm 118 werd aandachtig gelezen. In de teksten van Verduin proefde de auteur, naast Kohlbrugge, ook Verduins eigen gang door de kerk. Kohlbrugge werd meerdere malen de toegang tot de kerk geweigerd, wat identificatie mogelijk maakte.

Onder de andere auteurs bevonden zich veel mensen die de GG achter zich lieten en zich inzetten binnen de Protestantse Kerk in Nederland. In het boek van dr. C. van der Sluijs voelde de auteur diens passie voor een prediking die direct uit de Schrift opkomt en diep bij mensen landt. Van der Sluijs, die gepromoveerd had op een studie over Spurgeon, profileerde zich tegenover zowel simpele evangelische appèlprediking als geraffineerde voorwaardenprediking. Hoewel zijn analyses soms cynisch waren, sprak hij zich aan het eind positief uit over Alister McGrath en diens evangelicale invloed.

Het boekje van ds. Geuze, Hemelvaart en Pinksteren, dient als wegwijzer voor gebed en bijbellezen op weg naar het Pinksterfeest. Geuze, die zich al op veertienjarige leeftijd geroepen voelde voor de zending, schreef eerder over bijbelse profetie. Hij deed concrete profetieën over de beweging Samen op Weg en onze koloniale schuld. In Nunspeet startte hij een Huis van Gebed.

Illustratie van een Bijbel met een wegwijzer

Dr. Van der Sluijs werkt aan een nieuw boek, Thuiskomst, en dr. De Reuver zal ongetwijfeld ook nog diverse projecten hebben. De auteur beschouwt De Reuvers dissertatie als zijn beste publicatie. In tegenstelling tot zijn voorganger prof.dr. C. Graafland, die controversieel was, meed prof. De Reuver de kerkpolitieke arena en koos voor een verbindende weg. Dit deed hij ook in zijn afscheidsrede.

De auteur speculeerde of prof. De Reuver een artikel zou kunnen schrijven over Henri Nouwens boek Eindelijk thuis, en waarom dit zo geliefd is in refokringen, ondanks het roomse karakter ervan. Ook de vroomheid van jonge mensen die naar Taizé of de EO-jongerendag gaan, zou een interessant onderwerp zijn.

Als de auteur de weg overziet die deze drie theologen en anderen met hen hebben afgelegd na het loslaten van de kerk die ze van huis uit liefhadden, constateert hij dat zij zonder rancune of frustratie maximaal hebben ingezet in de dienst van het evangelie binnen de N.H. Kerk en de PKN. Ondanks het feit dat ze in hun studietijd mogelijk niet erkend of geaccepteerd werden, heeft de dienst aan het evangelie hen vrijgemaakt om onbekommerd en vruchtbaar hun roeping te volgen. Dit was in de eerste plaats ten bate van de kerk, vervolgens voor de gereformeerde theologie, en voor prof. De Reuver ook voor de Gereformeerde Bond. Hiervoor past dank.

Reflecties op 100 Jaar Gereformeerde Gemeente

In het Reformatorisch Dagblad las de auteur een verslag van een symposium ter gelegenheid van 100 jaar Gereformeerde Gemeente. Hoofdsprekers waren ds. Aart Moerkerken, een gerespecteerd theoloog en theologische lijnuitzetter van het kerkgenootschap, en ds. Marinus Golverdingen, de historicus van de GG.

Golverdingen schetste de diverse crises in de 100-jarige geschiedenis van de GG, waaronder de kwesties rond ds. R. Kok en dr. W. Steenblok. Hij stelde dat er fouten zijn gemaakt en dat excuses op hun plaats zouden zijn, mogelijk vanuit de wens voor een Samen op Weg-initiatief tussen de drie GG-kerken.

De auteur merkt op dat Golverdingen in zijn referaat geen aandacht besteedde aan de vele dienaren des Woords die niet werden aangenomen en naar de N.H.K. vertrokken. Dit onderwerp werd ook niet aangeraakt in een interview met Golverdingen in De Waarheidsvriend. De auteur suggereert dat aandacht hiervoor, wellicht met excuses, goed zou kunnen doen en oude wonden zou kunnen helen.

Bij het doornemen van het felicitatieregister in het boek voor dr. De Reuver, zag de auteur de namen van ds. M. Golverdingen, J. Mastenbroek, drs. C.J. Meeuse en ds. A. Moerkerken. In hun felicitaties spreekt een oprechte erkenning voor het werk van prof. dr. A. de Reuver.

Ds. G. A. Zijderveld: Dienstjaren en Activiteiten

Ds. G. A. Zijderveld werd in 1910 geboren in Meerkerk. In 1942 werd hij, als kandidaat van de Christelijke Gereformeerde Kerken, bevestigd tot predikant van de christelijke gereformeerde kerk te Zaamslag. In 1945 nam hij een beroep aan naar Zwijndrecht. Vervolgens diende hij de gemeenten van Paterson (vanaf 1956), Capelle aan den IJssel (1959), Middelburg (1963) en Hoofddorp (1979).

Hij diende ook de zusterkerken te Grand Rapids (1948) en Artesia (1954). In Artesia ging hij over naar de Gereformeerde Gemeenten (1955). Na zijn emeritering in 1982 vestigde ds. Zijderveld zich opnieuw in Middelburg.

Foto van ds. G. A. Zijderveld

Ds. Zijderveld ontplooide talrijke activiteiten. Hij was initiatiefnemer van de Reveil-serie, een maandelijks verschijnende uitgave waarin preken van Nadere Reformatoren in modern Nederlands worden overgezet. Vele jaren was hij betrokken bij de uitgave van preken van oude schrijvers in deze serie.

Meer dan twintig jaar maakte ds. Zijderveld deel uit van zowel het zendings- als het evangelisatiedeputaatschap van de Gereformeerde Gemeenten. Na het overlijden van de hervormde ds. A. de Redelijkheid redigeerde hij enige tijd het blad "Een lichtende kaars".

Verder was hij betrokken bij de oprichting van de reformatorische vereniging voor zakenlieden VRCL. Hij werd ook bekend door zijn grote betrokkenheid bij Israël en Zuid-Afrika. De begrafenis vond plaats te Sint Laurens, voorafgegaan door een rouwdienst.

Zondag 22 maart om 11.00 uur ds. Sander Griffioen (CGK Zeewolde)

tags: #ds #zijderveld #ger #gem