Een vaste burcht is onze God: een reformatorisch strijdlied

Vijfhonderd jaar geleden werd de geestelijke wereld opgeschud door de 95 stellingen van Maarten Luther tegen de aflaat, die hij wereldkundig maakte aan de Slotkapel van Wittenberg. Dit markeerde het begin van de Reformatie. Luther schreef in totaal 37 liederen, waarvan ‘Een vaste burcht is onze God’ het bekendst is. Dit lied is een vrije bewerking van Psalm 46 en diende als troostlied in zware tijden.

Afbeelding van Maarten Luther die zijn 95 stellingen aan de kerkdeur van Wittenberg spijkert

De Reformatie en haar kernprincipes

Hervormingsdag, jaarlijks herdacht op 31 oktober, viert de Reformatie. Deze beweging, die in de 16e eeuw begon, bracht ingrijpende veranderingen teweeg binnen de christelijke kerk. De nadruk kwam te liggen op de terugkeer naar de Bijbelse leer en het herstel van de zuivere prediking van het evangelie. De Reformatie, traditioneel gedateerd op 31 oktober 1517 met Luthers 95 stellingen, benadrukte de kernprincipes van genade door geloof alleen (sola fide), de autoriteit van de Schrift alleen (sola scriptura), en verlossing door Christus alleen (solus Christus). Deze principes onderstreepten dat verlossing een onverdiende gave van God is, ontvangen door geloof in Jezus Christus.

Hervormingsdag herinnert gelovigen aan het belang van het vasthouden aan de fundamenten van het geloof en de voortdurende noodzaak om de Bijbelse waarheid te handhaven.

‘Een vaste burcht is onze God’: oorsprong en betekenis

Het lied ‘Ein feste Burg ist unser Gott’ wordt algemeen beschouwd als een krachtige uiting van Luthers geloof en strijdlust. De precieze ontstaansdatum van het lied is onderwerp van discussie geweest. Hoewel de legende het plaatst tijdens Luthers verblijf op de Wartburg (1521/1522) of tijdens de Rijksdag in Augsburg (1530), gaan hedendaagse opvattingen uit van een ontstaan in 1527 of begin 1528. De eerste liedbundel waarin het verscheen was Geistliche Lieder auffs new gebessert, gedrukt in 1529 te Wittenberg.

Luther schreef het lied als een bewerking van Psalm 46. In zijn Summarien über die Psalmen (1531) interpreteerde hij Psalm 46 als een dankpsalm voor Gods bescherming van Jeruzalem. Luther gaf er echter een nieuwtestamentische draai aan door te stellen dat God zijn woord en de Christenheid beschermt tegen de aanvallen van de duivel en zijn rijk. Dit thema van een apocalyptische machtsstrijd tussen God en satan werkt hij in ‘Ein feste Burg’ verder uit, met een nadruk op de strijdbaarheid die typerend was voor Luther.

De tekst van het lied: een diepere analyse

De eerste vier regels van het eerste couplet zijn een bewerking van Psalm 46:2, waarin God wordt beschreven als ‘onser Zuversicht und Stärke’ (onze toevlucht en sterkte). In het lied wordt dit vertaald als ‘een wal die ’t kwaad zal keren’. De psalmwoorden ‘een betrouwbare hulp in de nood’ zijn vrijwel letterlijk terug te vinden in de derde en vierde regel. Het ‘kwaad’ wordt in het eerste couplet gepersonifieerd als ‘de vorst van het kwaad’ en ‘de aartsvijand’, verwijzend naar de satan.

De reformatorische overtuiging dat de mens zichzelf niet kan verlossen, klinkt door in de tweede strofe: ‘Al onze macht is ijdelheid: / wij gaan terstond verloren.’ De ‘Herr Zebaoth’ (Heer van de hemelse machten) uit Psalm 46:8,12, identificeert Luther als Jezus Christus, die als tegenhanger van de satan wordt geplaatst.

Het derde couplet neemt de bedreigingen van de ‘alt böse Feind’ uit het eerste couplet opnieuw op en stelt: ‘Al wordt de wereld ook een hel’. De satan wordt hier aangeduid als de ‘Fürst dieser welt’ (heerser van deze wereld), een verwijzing naar Johannes 12:31. De onmacht van satan wordt treffend geschetst in de slotzin: ‘Een woordje kan hem vellen’, verwijzend naar de macht van het goddelijke woord.

Het vierde couplet, dat Luthers interpretatie van Psalm 46:5-6,8,12 weerspiegelt, stelt: ‘Gods heilig woord alleen houdt stand’. De oorspronkelijke regel ‘Das Wort sie sollen lassen stahn’ (Het woord, dat moeten zij laten staan) wordt doorgaans geïnterpreteerd als een oproep om het goddelijke woord te handhaven tegen aanvallen van demonische krachten. Het lied benadrukt dat ‘Gods rijk blijft ons behouden’, zelfs als ‘ons goed en ons bloed’ verloren gaat.

Illustratie van de strijd tussen goed en kwaad, met engelen en demonen

De receptiegeschiedenis van het lied

In Duitstalige gebieden: van religieus strijdlied tot politiek symbool

Vanaf 1800 werd ‘Ein feste Burg’ in toenemende mate ingezet voor politiek-nationalistische doeleinden. Het fungeerde als strijdlied bij de vorming van de Duitse natiestaat en werd gebruikt tegen politieke tegenstanders. De identiteitsvorming van de Duitse natie greep terug op de Lutherse Reformatie, wat resulteerde in herdenkingen en monumenten. Heinrich Heine omschreef het lied in 1834 als de ‘Marseiller Hymne der Reformation’.

In de eerste helft van de 20e eeuw werd het lied een strijdlied van het Duitse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarbij geloofspropaganda en oorlogspropaganda hand in hand gingen. Ansichtkaarten uit die tijd verbinden het lied met de oorlogsinspanning. In de jaren dertig en veertig kreeg het lied een plaats in nazi-liedbundels, zoals het SA Liederbuch (1933) en het Hitler-Liederbuch der nationalen Revolution (1934). Hierin werd het lied geïnterpreteerd vanuit een nazi-perspectief, waarbij ‘Der Dritte Reich’ werd geïmpliceerd met de regel ‘das Reich muss uns doch bleiben’.

In Nederland: religieuze betekenis zonder politieke lading

De receptiegeschiedenis van het lied in Nederland verschilde aanzienlijk van die in Duitstalige gebieden. In de 19e eeuw kreeg het lied geen politieke connotaties en werd het geen symbool van nationalistische of militaristische idealen.

De vroegst bekende Nederlandse versie, ‘Een starck Casteel is onse Godt’, verscheen in 1565 in de lutherse bundel Een Hantboecxken inhoudende den heelen Psalter des H. propheete Dauid. In latere uitgaven werd de eerste regel aangepast tot ‘Een vaste borcht is onsen Godt’. In 1779 verscheen een nieuwe bewerking van Johannes Lublink de Jonge, ‘Wij steunen in den nood op God’, geplaatst in de rubriek ‘Troostgezangen’.

Hoewel het lied niet werd opgenomen in officiële kerkelijke lutherse bundels uit de eerste helft van de 19e eeuw, verschenen in 1857 maar liefst drie versies in Christelijke gezangen der Hersteld-Evangelisch-Luthersche Gemeente. Een van deze versies was een tekstbewerking van de hervormde dominee-dichter J.J.L. ten Kate, die het lied vier jaar eerder in zijn Lutherse Harp had gepubliceerd als ‘Een vaste burcht is onze God’. Deze bewerking werd in 1866 opgenomen in de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen als een klassiek kerklied.

De melodie van ‘Ein feste Burg’ was in Nederland al bekend via het lied ‘Houdt Christus zijne kerk in stand’ (gezang 156 uit de Evangelische Gezangen van 1806), een vertaling van Ahasverus van den Berg.

De bewerking van Ten Kate werd populair onder Nederlandse protestanten en werd opgenomen in de ‘Hervormde Bundel van 1938’ (gezang 96). Dit liedboek bevatte onder gezang 97 ook een tweede, ‘Verbeterde vertaling’ door de samenstellende commissie.

Thomanerchor Leipzig | "Ein feste Burg ist unser Gott" (EG Lied 362) | Trauerfeier Kurt Masur (2016)

Bij Nederlandse protestanten had het lied een sterk religieus-militante functie. Het verwoordde de overtuiging dat God zelf zou strijden voor het orthodox-protestantse volksdeel, dat zou bewaren en de overwinning zou geven. Het militante aspect was in Ten Kate’s vertaling nadrukkelijker aanwezig dan in Luthers origineel, waarbij de gelovigen expliciet als strijders werden getekend.

In de twintigste eeuw verschenen diverse nieuwe tekstbewerkingen, deels ingegeven door de wens om terug te keren naar de oorspronkelijke melodie. Een nieuwe versie door Ad den Besten en Jan Wit werd opgenomen in het Liedboek voor de kerken (898) en is ongewijzigd overgenomen in het huidige Liedboek.

Melodie en structuur

De melodie van ‘Ein feste Burg’ wordt aan Luther toegeschreven. Rond 1700 onderging de melodie wijzigingen, wat leidde tot een aangepaste strofevorm. In de zeventiende eeuw ontstonden diverse melodievarianten, en in de vroege achttiende eeuw ontwikkelde zich een versie die sterk afweek van het origineel, maar tot na de Tweede Wereldoorlog algemeen in gebruik bleef. De melodie is verwant aan andere Luthersche melodieën, zoals ‘Ein neues Lied wir heben an’ en ‘Vom Himmel hoch da komm ich her’.

Luther gebruikte een negenregelige strofevorm met een specifiek metrum en rijmschema (A-b-A-b-C-C-D-D-e). De melodie werd rond 1700 zodanig aangepast dat ook de strofevorm veranderde, waarbij de regels 5 tot en met 8 elk zes lettergrepen kregen en het trocheïsche metrum verdween.

Het lied is te vinden in de Evangelische Liedbundel (nummer 244b) en mogelijk in andere liedbundels.

tags: #een #vaste #burcht #hervormde #bundel