De vraag of het Evangelie verdwijnt, raakt aan de kern van wat het Evangelie werkelijk is. Het Evangelie, afgeleid van het Griekse euangelion, betekent letterlijk 'goed nieuws'. In de context van het christendom verwijst het naar de boodschap van redding door Jezus Christus.
De Kernboodschap van het Evangelie
Centraal in het Evangelie staat de boodschap dat Jezus Christus voor de zonden van de mensheid is gestorven. Dit reddende werk is de kern, en niet zozeer de zegeningen die mensen kunnen ontvangen voor een gelukkiger leven. Hoewel gelovigen in Christus onuitputtelijke rijkdommen ontvangen - zoals het kindschap van God, directe toegang tot de Vader, vrijheid van veroordeling, en de zekerheid van Gods liefde - is dit niet het primaire doel van de evangelieverkondiging.
Veel hedendaagse evangelisatie en prediking lijken echter de nadruk te leggen op het verkrijgen van deze zegeningen, zoals hulp bij huwelijksproblemen, depressie, of verdriet. Dit leidt tot een verschaald Evangelie, dat meer gericht is op het emotioneel welbevinden, zelfaanvaarding en een zinvol leven, dan op heiliging en bekering.

Het Verdwijnen van Fundamentele Concepten
Er is een zorgwekkende trend waarbij predikers de woorden 'zonde', 'bekering', 'berouw', 'hel', 'discipelschap', 'kosten berekenen', 'gehoorzaamheid' en 'je leven verliezen' vermijden. Hierdoor wordt het Evangelie steeds meer gepresenteerd als iets dat aansluit bij de passies en interesses van de mens, zoals zelfwaarde, genezing, ethiek, zingeving en zelfs milieuzorg. Hoewel dit belangrijke aspecten zijn, vormen ze niet de kern van het Evangelie.
De gevolgen hiervan zijn significant. Een generatie groeit op die geen passie heeft voor het centrale gegeven van het Evangelie: bevrijding van zonde. Het verlangen naar de openbaring van het koninkrijk van God, dat gerechtigheid tot stand brengt, neemt af. Zondaren worden minder opgeroepen tot bekering, maar meer tot het aannemen van Jezus in hun hart, het leggen van pijn aan Zijn voeten, of het schuilen bij de Vader. Wanneer het verwijzen naar zonde wordt vermeden, weet de bekeerde niet meer waarvan hij gered is, noch waartoe. Termen als 'verkeerde dingen', 'imperfecties' en 'fouten' worden gebruikt in plaats van confronterende taal.
Bekering: Meer dan een Beslissingsmoment
De visie op bekering die wordt gepromoot, lijkt vaak maakbaar op grond van een menselijke wilsactie of proclamatie. Men neemt aan dat wie het juiste gebed heeft gebeden, wedergeboren wordt. Dit staat echter haaks op de oproep van Jezus tot bekering, die altijd verandering inhoudt. Het Evangelie is dat God woont bij mensen die de Vader kennen, wat duidt op een persoonlijke, voortdurende relatie die niet zonder gevolg kan blijven. Geloof zonder gehoorzaamheid mist Gods levenskracht en toont geen kennen van God.
Jezus' oproep tot bekering, zoals in Matteüs 4:17 ("Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen") en Matteüs 8:34 ("Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij"), is een oproep tot het toevertrouwen van de heerschappij over ons hele wezen aan God. Het is geen vage emotionele overgave, maar een actieve keuze voor gehoorzaamheid.

De Oorsprong en Betekenis van het Evangelie
Het woord 'evangelie' komt uit het Grieks (euangelion) en betekent letterlijk 'goed nieuws'. Oorspronkelijk verwees het naar een aankondiging van een belangrijke gebeurtenis, zoals een geboorte, een overwinning, of een vrijstelling van belastingen. In de context van het christendom werd dit concept al vroeg verbonden met Jezus van Nazareth. De apostelen verkondigden het goede nieuws dat Jezus de Messias (Christus) is.
In de synagoge van Nazareth kondigde Jezus zelf aan dat de Messiaanse beloften van God over de nieuwe heilstijd nu werkelijkheid werden. Hij las uit Jesaja 61:1: "De Geest van de Heer rust op mij; daartoe heeft Hij mij gezalfd. Om aan armen de goede boodschap te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen en aan blinden het licht in hun ogen, om verdrukten in vrijheid te laten gaan, en een jaar af te kondigen dat de Heer welgevallig is." Jezus verkondigde niet alleen dat deze tijd was aangebroken, maar dat Hijzelf de vervulling zou brengen.
De Vier Evangeliën
Het Evangelie wordt verteld in de vier boeken van het Nieuwe Testament die de levensbeschrijvingen van Jezus Christus bevatten: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Deze boeken, ook wel de canonieke evangeliën genoemd, zijn geschreven in Koinè-Grieks en werden in de vroege kerk toegeschreven aan deze apostelen of hun discipelen. Hoewel de exacte auteurschap en samenstelling nog steeds onderwerp van debat zijn, is er consensus dat ze trouw zijn aan de apostolische traditie en het leven en de leer van Jezus overbrengen.
- Matteüs: Vaak beschouwd als geschreven voor een Joods publiek, met nadruk op Jezus als de vervulling van de profetieën.
- Marcus: Het kortste en waarschijnlijk oudste evangelie, dat zich richt op de daden van Jezus en Zijn oproep tot bekering.
- Lucas: Benadrukt de universele aard van het Evangelie en Jezus' zorg voor de marginalen van de samenleving.
- Johannes: Presenteert Jezus als het eeuwige Woord (Logos) en benadrukt de spirituele betekenis van Zijn leven en werk.

Het Koninkrijk van God en de Eer van God
Het Evangelie van Jezus Christus is de allesomvattende boodschap van de Bijbel. Het brengt mensen vanuit verlorenheid tot berouw, bekering, wedergeboorte, discipelschap, heiliging, opstanding en leven in een nieuwe hemel en aarde. Dit alles openbaart het Koninkrijk van God, waar God regeert en Zijn heerlijkheid zich manifesteert.
De Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden. Dit betreft niet alleen de zondaar zelf, maar primair de eer van God. God zoekt verloren mensen omdat zij Hem verloren zijn. Het verdriet en de zorg om wat verloren is, liggen bij God. Zijn zoektocht naar mensen is een uiting van Zijn liefde en de openbaring van Zijn heerlijkheid.
Het Evangelie gaat dus allereerst om de eer van God, niet om de waarde van de mens. Menselijke eerzucht duwt anderen opzij, maar wanneer God Zijn eer zoekt, is dat juist de garantie dat Hij ons verhoogt. Wie opgenomen is in Gods eer, deelt in Zijn heerlijkheid. Dit betekent echter niet dat de mens er niet toe doet. Onze bewogenheid voor een mens die zonder God leeft, moet uiteindelijk bewogenheid voor God zijn: Zijn verdriet, de aantasting van Zijn eer, en de blijdschap over het herstel van Zijn heerlijkheid in een mens die zich bekeert.
Historische Feiten en Geloof
De aanspraken van het christendom zijn historisch. God is de God van Abraham, Isaak en Jakob. Jezus is waarlijk gekruisigd, begraven en opgestaan. Dit zijn historische feiten, bevestigd door getuigen. Het geloof is niet gebaseerd op een religieuze ervaring of de keuze voor een christelijk leven, maar op de historische realiteit van Christus' dood en opstanding. Als Christus niet is opgewekt, is geloof nutteloos.
Het Evangelie is een kracht van God tot behoud. Het brengt tot stand en verandert wat geen ander kan. In wie het Evangelie heeft ontvangen, manifesteert God Zijn daadkracht, wat zich uit in geloofsdaden, heiliging, herstel, wonderen en genezing.
De Gemeenschap van Gelovigen
Hoewel redding een persoonlijke aangelegenheid is, is het leven als christen meer dan persoonlijk. Het is opgenomen worden in het volk van God. Gezamenlijk optrekken met het volk van God is onlosmakelijk verbonden met christen zijn. Roeping is individueel, maar nooit privaat en steeds ingebed in het Lichaam van Christus.