Geschiedenis van de Sint-Maartenskerk en de Protestantse Gemeente Tiel

De overdracht van de Sint Maarten op 26 januari van de Protestantse Gemeente Tiel aan de burgerlijke gemeente Tiel is een goed moment om aandacht te besteden aan de bewogen geschiedenis van de Sint Maartenskerk en de kerkgenootschappen die er gebruik van maakten.

Artistieke impressie van de Sint-Maartenskerk in Tiel

De Tijd voor de Reformatie

Tiel bezat vanaf ongeveer het jaar 900 twee grote kerken: de Sint Maartenskerk en de Sint Walburgkerk. De Sint Walburgkerk, gelegen op het huidige Kalverbos, was bestemd voor de invloedrijke en welgestelde inwoners, terwijl de Sint Maarten de kerk voor het gewone volk was. Naast het religieuze centrum, waar dagelijks missen werden gelezen, fungeerde de kerk als het hart van de Tielse gemeenschap.

De kerk vervulde tal van publieke functies. Leden van gilden hadden er niet alleen een eigen altaar, maar hielden er ook hun bijeenkomsten. Er werden opleidingen gegeven, brood uitgedeeld aan de armen, en kerkklokken nodigden de bevolking uit voor belangrijke mededelingen van de overheid. De pastoor informeerde via de kansel de inwoners over gerechtelijke uitspraken, verzoeken tot opsporing van vermiste personen, en zelfs over leningen die waren afgesloten, aangezien een hypotheekregister nog niet bestond.

Omdat de kerk lange tijd het enige stenen gebouw in de stad was, bood het ook onderdak aan inwoners in geval van brand of een vijandige aanval. De toren diende als uitzichtpunt voor stadswachten en als baken voor schepen op de Waal. De klokken gaven niet alleen de tijd aan en waarschuwden voor onheil, maar riepen ook op tot erediensten.

Voor de reformatie kende de Sint Maarten meer dan twintig zij-altaren. Sommige waren gewijd aan heiligen zoals Maria, maar de meeste behoorden toe aan de gilden, die er hun patroonheiligen vereerden. De kerk was, zoals gebruikelijk in katholieke kerken, rijk versierd met tal van heiligenbeelden. Het feest van de naamgever, Sint Martinus van Tours, werd jaarlijks groots gevierd. In 1327 verleende de paus een aflaat van 40 dagen aan iedereen die de kerk op bepaalde feestdagen bezocht of een schenking deed.

De Reformatie in Tiel

De opkomst van de reformatie kende diverse oorzaken, waaronder misstanden binnen de heersende kerk, zoals het niet naleven van het celibaat door priesters, zelfverrijking, en weerstand tegen de aflatenhandel. De manier waarop de kerk gelovigen dwong zich aan regels te houden, speelde ook een rol, evenals sympathie voor de Spaanse overheersers en theologische meningsverschillen. Machtszucht van de adel, die zich beknot voelde door de kerk, droeg eveneens bij.

In tegenstelling tot veel andere plaatsen kwam de reformatie in Tiel laat en langzaam op gang. De contra-reformatie had de kerk meer veerkracht gegeven, en bestuurlijk gezien was er in Tiel langer dan elders een terughoudende houding ten opzichte van de reformatoren. Pas in 1578 ging Tiel over naar het nieuwe geloof.

De Sint Maartenskerk werd ontdaan van haar 'katholieke' inrichting. Beelden en altaren werden verwijderd en verbrand op het kerkhof rond de kerk, om de kerk geschikt te maken voor de nieuwe godsdienst. Vreemd genoeg bleef de kerk tot 1580 in gebruik bij de Rooms-katholieken, wat logisch was aangezien zij nog steeds de grootste bevolkingsgroep vormden. Toen in 1580 de pastoor van de Sint Maarten stierf, werd de kerk overgedragen aan de hervormden en kreeg de Sint Maartenskerk zijn eerste predikant.

Dit waren roerige en pijnlijke jaren voor veel Tielenaren. De gereformeerden, zoals de Nederlands hervormden toen genoemd werden, moesten hun kerkorganisatie van de grond af opbouwen en de gemeenschapstaken die de katholieken hadden vervuld overnemen. Dit verliep niet altijd vlekkeloos en kostte tijd. Gestaag groeide het ledenaantal van 'de nieuwe kerk'. Voor de armen was het lidmaatschap van de gereformeerde kerk een voorwaarde om voor bijstand in aanmerking te komen. Ook het vervullen van publieke functies was voorbehouden aan aanhangers van het nieuwe geloof.

In vergelijking met de onbarmhartige houding van de katholieken ten opzichte van 'ketters', was het beleid van de nieuwe heersers milder ten aanzien van andere geloven en geloofsrichtingen. Bijna twee jaar na de Franse bezetting in 1672 werd de kerk weer in gebruik gegeven aan de katholieken.

De Bouwgeschiedenis van de Sint Maarten

In 1957 werd besloten de door de oorlog zwaar gehavende Sint Maarten in zijn oude glorie te herstellen. Voorafgaand hieraan werd diepgaand archeologisch onderzoek verricht. Naast veel menselijke resten, de kerk bleek op een begraafplaats te zijn gebouwd, werd duidelijk dat de oudste bouwresten uit de negende eeuw dateerden. Sindsdien is de eenvoudige zaalkerk tot de reformatie vele malen uitgebreid, wat wel wordt aangeduid als de 'tien gedaanten' van de kerk.

Eerst kreeg het zaalkerkje zijbeuken, daarna volgde een romaanse toren en in de jaren 1300-1325 een vroeggotisch koor. Vervolgens kreeg de toren een spits. In 1488 werd het koor uitgebreid, en in 1500 werd dit uitgebreid met een zuidkapel.

In januari 1558 woedde er een grote storm die veel schade aanrichtte in de stad. Van de Sint Maartenskerk knapte het bovenste houten deel van de toren. De neerstortende spits vernielde een deel van het schip van de kerk. In 1554 werd in de Sint Maarten een museum gebouwd om een schenking te huisvesten die bestond uit vele boeken en een zilveren misgewaad. Waarschijnlijk werden daar ook eigen kerkschatten tentoongesteld.

In 1560, toen de reformatie al duidelijk in zicht was, begon de laatste pastoor van de Sint Maarten, Petrus van Teeffelen, aan een grootscheepse uitbreiding. Daarmee zou de Sint Maarten de grootste kerk van het Hertogdom Gelre moeten worden. Tientallen Tielenaren deden grote schenkingen voor dit project. Het plan werd met tussenpozen uitgevoerd, maar het nieuwe deel is nooit helemaal voltooid en in gebruik genomen. In het grasveld tussen de huidige kerk en de losstaande Gerfkamer (vroegere sacristie) is nog te zien hoe groot de kerk had moeten worden. Van Heiningen vermoedde dat de bouw van deze enorme en dure uitbreiding een inhaalslag was om de culturele achterstand van Tiel ten opzichte van Hollandse en Vlaamse steden in te lopen. Het deel dat klaar was toen de bouw definitief werd stilgelegd, was indrukwekkend. In de achttiende eeuw werd het half afgebouwde deel gesloopt en kwamen er paardenstallen op die plek.

In de eeuwen daarna is er weinig aan het gebouw veranderd. Er was echter regelmatig gesteggel tussen het kerkbestuur en de gemeente over de kosten van onderhoud. Niet zelden trok de burgerlijke overheid, die geheel uit leden van de kerk bestond, de portemonnee. De kerk had ook veel invloed op burgerlijke instellingen zoals het Oud Burger Mannen- en Vrouwenhuis en het Burger Weeshuis.

Tijdens de laatste oorlogsjaren werd de kerk ernstig vernield door beschietingen vanuit Wamel. Jarenlang waren de restanten een stille getuige van het oorlogsleed dat Tiel trof. In 1957 werd besloten de kerk in zijn oude burgerlijke glorie te herstellen. Het herstel werd in 1964 afgerond. Daarbij werd de kerk verrijkt met een carillon en in 1965 met een fraai orgel afkomstig van de hervormde gemeente Dordrecht.

Interieur van de Sint-Maartenskerk na restauratie

Hoe het Verderging met de Kerk en de Geloofsgemeenschap

Binnen het nieuwe geloof bleef de eenheid niet lang in stand. Het begon met de scheiding van Remonstranten en Contra-Remonstranten, gevolgd door meer afscheidingen. Binnen de Hervormde gemeente in Tiel ontstond eind achttiende eeuw ook een scheiding tussen een orthodoxe en een meer vrijzinnige richting. De bekende en vermogende dames Spiering waren fervente aanhangers van de orthodoxie en bouwden daarvoor zelfs een eigen gebouw, de Eben Haëzerkerk in de Gasthuisstraat.

Begin 1971 presenteerde de kerkvoogdij van de Nederlands hervormde gemeente het voorstel om de Sint Maartenskerk te sluiten en de Eben Haëzer voortaan te gebruiken. Die kerk had toen al door het dalend aantal kerkgangers voldoende ruimte om alle kerkgangers een zitplaats te bieden. Dit ging echter niet door en de Eben Haëzer ontkwam niet aan de sloophamer. De actie leverde wel de stichting Vrienden van Sint Maarten op, die geld inzamelde voor het onderhoud van de kerk.

Rond de zeventiger jaren ontstond er als gevolg van de oecumenische beweging ook toenadering tussen Rooms-Katholieken en de Hervormden in Tiel. Dit resulteerde in jaarlijks enkele gezamenlijke diensten rond kerkelijke hoogtijdagen en later samenwerking op maatschappelijk gebied en een gemeenschappelijk vormingsprogramma.

In 2004 besloten de Gereformeerde, Lutherse en Nederlands Hervormde gemeente in Tiel, in navolging van een landelijke fusie, samen verder te gaan als Protestantse Gemeente Tiel. De Gereformeerde kerk werd afgestoten en is nu in gebruik als Sociaal Plein. Na de nodige aanpassingen werd de Hervormde Kerk in Drumpt de hoofdkerk en de Sint Maarten werd louter nog gebruikt bij diensten op hoogtijdagen. Verder werd de kerk gebruikt voor allerlei profane zaken zoals (orgel)concerten, uitvoeringen van koren, herdenkingen en tentoonstellingen.

In financieel opzicht drukten de onderhoudskosten te zwaar op de kerkgemeenschap. Toen het onderbrengen in een stichting niet lukte, besloot de kerkelijke gemeente de kerk te verkopen. Om te voorkomen dat de kerk mogelijk in verkeerde handen zou vallen, besloot de gemeente Tiel tot aankoop. Het was mooi om te zien dat de afscheidsdienst een oecumenisch tintje had en dat vertegenwoordigers en leden van de beide godsdiensten die eigenaar en gebruiker van de Sint Maarten waren geweest, getuige waren van het afscheid. De eerste zorg van de gemeente was om door aankoop Tiels oudste, grootste en meest gezichtsbepalende monument voor de stad te behouden en te kunnen beslissen over de toekomstige functie van de kerk. Wat die functie precies wordt, is nog niet bekend. Het gebouw is in goede handen en is vooralsnog weer 'De Kerk van het Volk'.

De geschiedenis van de Sint Maartenskerk Zaltbommel (14 juni 2021) E23 - S08 * Ridders van Gelre

tags: #evangelische #kerk #tiel