De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) kent verschillende vormen van betrokkenheid bij de gemeente, die verder gaan dan het traditionele lidmaatschap. Deze variëren van niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden tot 'vrienden' die weliswaar meeleven met de kerk, maar geen formeel lid willen worden. Centraal staat het principe dat kerk en gemeente onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en lidmaatschap van de PKN verloopt altijd via het lidmaatschap van een specifieke gemeente.
Verschillende categorieën van betrokkenheid
Binnen de PKN wordt onderscheid gemaakt in diverse categorieën van betrokkenheid. Deze zijn vastgelegd in de kerkorde en de plaatselijke regelingen van gemeenten. Het gaat hierbij om de volgende groepen:
Niet-gedoopten
Dit zijn de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden. Zij behoren automatisch tot de kring van de gemeente, tenzij hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers hier bezwaar tegen maken. In de administratie worden ook gegevens over de samenstelling van het gezin, gezinsverband of andere samenlevingsvormen vastgelegd, ook wel aangeduid als de pastorale eenheid. Dit maakt het mogelijk om gegevens van gezinsleden die niet direct lid zijn van de gemeente te registreren, wat in de praktijk vaak wordt aangeduid als 'meegeregistreerden'.
Gastleden
Een gastlid is een persoon die doop- of belijdend lid is van een ander kerkgenootschap dan de Protestantse Kerk, en ook lid blijft van dat oorspronkelijke kerkgenootschap. Voorbeelden hiervan zijn leden van de Christelijke Gereformeerde Kerk of de Rooms-Katholieke Kerk. Het gastlidmaatschap is mogelijk onder bepaalde voorwaarden, die per gemeente kunnen verschillen. De eigen plaatselijke regeling van een gemeente kan bepalen welke rechten een gastlid heeft, zoals het recht om te stemmen of verkozen te worden tot ambtsdrager.
De kerkorde (ordinantie 3-2) biedt de mogelijkheid om gastlidmaatschap te verlenen aan leden van lokale gemeenten, kerken of parochies van andere kerkgenootschappen, met name wanneer er sprake is van oecumenische samenwerking en beide gemeenschappen in belangrijke mate samenleven als één kerkgemeenschap. Specifieke voorwaarden gelden niet voor gedoopte leden van de Evangelische Broedergemeente, de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten, de Remonstrantse Broederschap en het Genootschap van Vrienden.
Volgens ordinantie 3-3 kan het gastlidmaatschap worden verleend aan personen die hun vaste woonplaats binnen het grondgebied van de gemeente hebben, en dit uitsluitend op schriftelijk verzoek. Voordat een kerkenraad iemand als gastlid aanvaardt, dient er een gesprek plaats te vinden over de beweegredenen en de plaats van het geloofsbelijdenis in het persoonlijke leven van betrokkene (ordinantie 3-4).
Gastleden delen in de pastorale en diaconale zorg van de gemeente, en in de aangeboden geestelijke vorming. Ze kunnen deel uitmaken van kerkenraadscommissies en organen van bijstand. Alleen indien de verkiezingsregeling van de gemeente dit expliciet toestaat, hebben zij actief en passief kiesrecht (ordinantie 3-6).
Wanneer kinderen van gastleden worden gedoopt, worden zij ingeschreven als dooplid van de gemeente, tenzij in overleg met het bevoegde orgaan van de eigen kerk anders wordt besloten. Ze worden altijd ingeschreven in het doopboek van de gemeente, met eventuele aantekening van hun kerkelijke behoren. Er worden afspraken gemaakt over de verdeling van kerkelijke bijdragen tussen de eigen kerk en de gemeente waarvan men gastlid is (ordinantie 3-7).
Vrienden
Een vriend is iemand die met de gemeente meeleeft, maar geen lid wil worden. Een veelvoorkomende groep zijn mensen die doop- of belijdend lid zijn van een andere gemeente binnen de PKN, maar waar ze niet formeel lid van kunnen worden omdat het gastlidmaatschap uitsluitend bedoeld is voor personen uit een ander kerkgenootschap. Zij kunnen zich laten registreren als vriend van de gemeente waar ze meeleven.
Daarnaast kunnen niet-gedoopten die meerderjarig zijn geworden, of personen die de kerk eerder hebben verlaten en een eerste stap terug willen zetten, als vriend worden geregistreerd. Ook leden van andere kerken die geen gastlid kunnen of willen worden, of mensen die elders lid zijn maar vaak in de gemeente aanwezig zijn, kunnen als vriend worden aangemerkt. Er is altijd sprake van een zekere betrokkenheid, zoals geregelde kerkgang, deelname aan vormingsactiviteiten of actieve deelname in plaatselijke werkgroepen. De kerkenraad draagt pastorale verantwoordelijkheid voor vrienden en kan, na de gemeente gehoord te hebben, beslissen of zij stemrecht krijgen.

Het concept van gemeentelidmaatschap
De Protestantse Kerk bestaat uit gemeenten, die elk een bepaald grondgebied bestrijken. Het uitgangspunt is dat iemand die binnen het grondgebied van een gemeente woont, ook lid is van die gemeente. Indien men lid wil worden van een andere gemeente, is toestemming van de kerkenraad van die voorkeursgemeente vereist. Omdat het lidmaatschap van de PKN via de kerkelijke gemeente verloopt, dient men zich uit te schrijven bij de oorspronkelijke gemeente van de PKN.
De kerkorde bepaalt dat wie tot een gemeente behoort, daarmee ook tot de Protestantse Kerk in Nederland behoort. Een landelijk lidmaatschap zonder lidmaatschap van een gemeente is niet mogelijk, met als enige uitzondering de situatie waarin een gemeente wordt opgeheven.
De rol van de Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie (SILA)
De Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie (SILA) speelt een rol in de ledenadministratie. Op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie (GBA) is de SILA gerechtigd om informatie te ontvangen over de verhuizing van personen die in de GBA zijn gemarkeerd met een 'sila-stip'. De SILA kan vervolgens bepalen van welk kerkgenootschap een betrokkene lid is en deze informatie doorgeven. Indien iemand niet in de SILA-administratie opgenomen wil worden, kan bezwaar worden gemaakt, waarna de registratie wordt beëindigd. In dat geval is de persoon zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van zijn of haar verhuizing aan de kerkelijke gemeente.
Specifieke situaties en vragen rondom gastlidmaatschap
Er zijn specifieke situaties die vragen oproepen rondom gastlidmaatschap, zoals de vraag of opnieuw belijdenis moet worden gedaan bij het worden van gastlid. Een voorbeeld hiervan is de casus van een vrouw die belijdenis had gedaan in de Gereformeerde Kerk, vervolgens het vormsel in de Rooms-Katholieke Kerk ontving en na het overlijden van haar man terug wil keren naar de PKN. In zo'n gecompliceerde situatie is het belangrijk om de kerkorde en de plaatselijke regelingen te raadplegen. Over het algemeen wordt aangenomen dat de openbare belijdenis niet door het vormsel teniet wordt gedaan, maar specifieke bepalingen hierover ontbreken soms in de kerkorde, waardoor de kerkenraad een passende regeling kan treffen.
De vraag of men van de Rooms-Katholieke Kerk kan 'scheiden' is een persoonlijke keuze. Hoewel een pastoor kan stellen dat iemand katholiek blijft, bepaalt men uiteindelijk zelf of men Rooms-Katholiek of protestant wil zijn. Het gelijktijdig deelnemen aan het Avondmaal in de PKN en ter communie gaan in de Rooms-Katholieke Kerk is niet mogelijk, aangezien dit strikt gescheiden is volgens de kerkordes van beide denominaties.
Concreet biedt de kerkorde de ruimte voor iemand die formeel tot de Rooms-Katholieke Kerk behoort om in een protestantse gemeente gastlid te worden en als zodanig deel te nemen aan het Heilig Avondmaal. Of elke gemeente een Rooms-Katholiek persoon als gastlid aanneemt, kan echter variëren.

Herziening van de kerkorde en nieuwe vormen van betrokkenheid
Bij de recente herziening van de kerkorde is opnieuw nagedacht over de variatie in vormen van betrokkenheid, met een groeiend besef van de missionaire situatie van de kerk. Ordinantie 2-2-1 noemt degenen die tot de gemeenschap van een gemeente behoren: doopleden, belijdende leden, gastleden, niet-gedoopten en 'vrienden'.
De definitie van niet-gedoopten is inmiddels aangescherpt: het gaat nu uitsluitend om minderjarigen. Niet-gedoopte kinderen mogen alleen worden geregistreerd als de ouders instemmen. Niet-gedoopte meerderjarigen worden automatisch omgezet naar 'meegeregistreerde' status, conform de AVG-privacywetgeving. Registratie kan voortgezet worden met instemming van de jongere zelf. Wie niet gedoopt wil worden, kan als 'meegeregistreerde' blijven zolang hij of zij bij de ouders woont, mits er geen bezwaar is.
De kerkorde voorziet ook in de mogelijkheid van gemeenten in bijzondere omstandigheden, zoals missionaire gemeenten, of gemeenten die worden gevormd voor leden die in een bijzondere situatie verkeren. Dit kan leiden tot het samengaan, splitsen of opheffen van gemeenten, waarbij de rechten en belangen van de leden worden gewaarborgd.