Geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland

De Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) vormden tot 1 mei 2004 een belangrijk Nederlands gereformeerd kerkgenootschap. De oorsprong van dit kerkverband ligt in de 19e-eeuwse afscheidingsbewegingen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk, die voortkwamen uit onvrede met de modernistische tendensen en de overheidsbemoeienis. In 1892 ontstond de GKN uit de vereniging van twee groepen die zich van de Nederlandse Hervormde Kerk hadden afgescheiden: de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland en de Nederduitse Gereformeerde Kerk.

In januari 1949 telde de Gereformeerde Kerken in Nederland 660.568 zielen, waarvan 343.802 belijdende leden. Vanaf 1 mei 2004 zijn de Gereformeerde Kerken in Nederland opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), waarmee het grootste protestantse kerkgenootschap in Nederland werd gevormd.

De Afscheiding van 1834 en de Christelijke Gereformeerde Kerk

De geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland is nauw verbonden met de Afscheiding van 1834. Deze scheuring binnen de Nederlandse Hervormde Kerk werd ingegeven door de afschaffing van de gereformeerde kerkregering (de Dordtse kerkorde) en de toenemende invloed van modernistische stromingen. De orthodoxe predikant Hendrik de Cock speelde hierin een centrale rol. Na zijn schorsing en afzetting door het provinciale kerkbestuur, werd de 'Akte tot Afscheiding of Wederkeering' opgesteld, die de Nederlandse Hervormde Kerk als de valse Kerk bestempelde.

De Afscheiding voltrok zich nadat ook in andere delen van het land afscheidingen plaatsvonden. In 1836 hielden de afgescheidenen hun eerste synode. Onder druk van de overheid moesten zij afstand doen van de naam 'gereformeerd', en noemden zij hun kerkverband Christelijk Afgescheiden Gemeenten. Een minderheid weigerde echter deze naam te wijzigen en noemde zich de Gereformeerde Kerken onder het Kruis. In 1869 verenigden beide groeperingen zich tot de Christelijke Gereformeerde Kerk.

Naast de Afscheiding bleven er orthodoxe stromingen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk die de strijd voor de gereformeerde belijdenis voortzetten. In 1863 werd de 'vereniging van vrienden der waarheid tot handhaving van de leer en de rechten der gereformeerde kerk' opgericht.

De Doleantie en de vorming van de Gereformeerde Kerken in Nederland

Parallel aan de Afscheiding ontstond de Doleantie, een beweging onder leiding van dr. Abraham Kuyper. Kuyper, die zich had afgekeerd van het modernisme, streefde naar de 'vrijmaking' van de Nederlandse Hervormde Kerk van de organisatie die door Koning Willem I in 1816 was opgelegd. De Doleantie nam een aanvang op 11 april 1883, toen 250 kerkenraadsleden onder leiding van Kuyper bijeenkwamen en het besluit tot de doleantie namen. Deze beweging resulteerde in een nieuwe afscheiding van een groep kerken.

Op 17 juli 1892 verenigde de Christelijke Gereformeerde Kerk zich met de Nederduitse Gereformeerde Kerken tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Na deze vereniging telde de GKN 700 plaatselijke gemeenten (394 uit de Afscheiding, 306 uit de Doleantie) en 370.000 leden (189.000 uit de Afscheiding, 181.000 uit de Doleantie).

schematische weergave van de kerkscheuringen en fusies die leidden tot de Gereformeerde Kerken in Nederland

Ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland

Na de vereniging van 1892 openbaarden zich binnen het kerkverband ingrijpende tegenstellingen. Prof. L. Lindeboom stelde zich bijvoorbeeld tegenover dr. A. Kuyper wat betreft de visie op de doop.

De Gereformeerde Kerken in Nederland droegen in eerste instantie in hoge mate bij aan een herleving van de oude gereformeerde orthodoxie. In 1922 verscheen de 'Korte verklaring der Heilige Schrift', verzorgd door theologen van de Hogeschool in Kampen en de Vrije Universiteit te Amsterdam. Deze Bijbelverklaring, die de historische juistheid en betrouwbaarheid van de Bijbelteksten trachtte aan te tonen, vond een groots onthaal.

In 1926 speelde zich een ingrijpend conflict af rond de aanklacht tegen dr. J. Geelkerken over de interpretatie van de Bijbel, met name de vraag of het verhaal in Genesis 3 een historisch verslag of een symbolisch relaas betrof. De synode van 1926 sprak uit dat er sprake was van een "zintuiglijk waarneembare" slang.

De tweede grote afsplitsing vond plaats in 1944, naar aanleiding van de schorsing van dr. K. Schilder als hoogleraar in Kampen. De diepere oorzaak was een verschil van mening over de juiste gereformeerde leer en de macht van de landelijke kerkleiding. Ongeveer tien procent van het kerkverband, dat meer autonomie voor de plaatselijke kerken wenste en vasthield aan een specifieke interpretatie van de leer, scheidde zich af en vormde de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.

portret van dr. Klaas Schilder

Van klassiek gereformeerd naar pluriform

Tot aan de Tweede Wereldoorlog werden de Gereformeerde Kerken gekenmerkt door klassiek gereformeerd belijden met een rationalistisch karakter, met een bevindelijke onderstroom. Mede door de invloed van Karl Barth werd de heersende positie van het klassiek gereformeerd belijden binnen de Gereformeerde Kerken steeds verder losgelaten. Vanaf 1962 veranderde de kerk sterk van karakter en werd zij een open plurale kerk met veel ruimte en vrijheid.

In 1976 kreeg de synode te maken met de visie van theoloog Herman Wiersinga, die kritiek uitte op de klassieke verzoeningsleer. Wiersinga nam afstand van de klassiek-gereformeerde leer dat Christus plaatsvervangend de toorn van God over de zonde had gedragen.

In 1980 hebben de Gereformeerde Kerken het gezag van de Bijbel verder losgelaten met de aanvaarding van het rapport 'God met ons'. De kerken werden steeds meer pluriform, een ontwikkeling die vooral terug te vinden is in het theologisch werk van prof. dr. Gerrit Cornelis Berkouwer en prof. dr. Harry M. Kuitert.

Fusie en de Protestantse Kerk in Nederland

In 1962 startte het langdurige Samen op Weg-proces. Dit werd op 1 mei 2004 afgesloten, toen de Gereformeerde Kerken in Nederland fuseerden met de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Op dat moment hadden de Gereformeerde Kerken in Nederland circa 675.000 leden, waarvan 400.000 belijdende leden. Er waren in totaal 857 plaatselijke kerken, met zo'n 1000 kerkgebouwen. Ook de veertien gemeenten en 7000 leden van de Evangelisch-altreformierte Kirche in Niedersachsen behoorden tot de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Een zevental gemeenten kon zich niet in de fusie vinden. Zij richtten op 8 mei 2004 de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland op.

Kerkganger Staphorst woest om kritische vraag

De Christelijke Gereformeerde Kerken na 1892

Een klein deel van de Christelijke Gereformeerde Kerken wilde in 1892 niet mee met de beweging van Kuyper en bleef zelfstandig. Zij zetten de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland voort. In 1894 werd de Theologische Hogeschool opgericht, die sinds 1919 gevestigd is in Apeldoorn.

In 1947 veranderde de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland zijn naam in Christelijke Gereformeerde Kerken, om daarmee uit te drukken dat het gaat om een verband van allerlei plaatselijke kerken en niet om één grote kerk. Na 1892 ontwikkelden de Christelijke Gereformeerde Kerken zich steeds meer zelfstandig, terwijl het ledenaantal gestaag groeide tot ongeveer 75.000 rond 1985. In januari 2024 tellen de kerken 67.629 leden, verdeeld over 180 plaatselijke kerken.

De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben zich bewaard voor grote kerkscheuringen, hoewel incidentele vertrekken van predikanten en gemeenten hebben plaatsgevonden. Verschillen in geloofsbeleving en theologische ontwikkelingen kunnen soms tot spanningen leiden.

tags: #gereformeerde #kerk #zetten