Inleiding: De complexe figuur van Prediker
Prediker wordt vaak onterecht afgeschilderd als een pessimist of cynicus. Zijn gedachtegang wordt soms gezien als een hopeloze afgrond, ver verwijderd van de vreugde van de joodse wet, de profeten met hun visioen van gerechtigheid en vrede, en het evangelie van Jezus Christus, dat spreekt van het eeuwige leven. Deze interpretatie zorgde er bijna voor dat Prediker uit de canon van bijbelse boeken werd geweerd.
Het slot van hoofdstuk 12, vanaf vers 9, wordt wel beschouwd als een poging van een latere redacteur om het boek voor de canon te behouden door geruststellende en meer vertrouwde tonen aan te slaan. Sommigen meenden dat zijn wanhoop over vergankelijkheid Prediker ertoe bracht het leven te geringschatten, getuige uitspraken als "de dood is beter dan het leven" (4:2; 6:3 en 7:1).
Lezers met een optimistische levensvisie hebben zich vaak geërgerd aan de ironie en de soms bittere spot van Prediker, maar deze lezers hebben hem niet begrepen. Prediker zou zichzelf waarschijnlijk eerder als een realist omschrijven. Hij weigert immers de dood te negeren of te verbloemen en biedt geen goedkope troost. Juist door de dood ferm onder ogen te zien, ontwikkelt Prediker een gefundeerde waardering voor het leven in al zijn kwetsbaarheid.

De realiteit van de dood en de waardering voor het leven
In zijn eerlijkheid staat Prediker niet zo ver af van het evangelie als soms wordt gedacht. Prediker 12:2-8 beschrijft niet zozeer de precieze informatieoverdracht, maar illustreert met alledaagse details de impact van het verlies van een dierbare. De dood van een ander, hoe onbegrijpelijk ook, roept onrust en een scherp verantwoordelijkheidsgevoel op, en leidt tot een kostbaar besef van onze eigen eindigheid. De erfenis van een mensenleven wordt zo een aanzet tot liefde en tederheid.
In het boek Prediker zet de dood het hele leven onder spanning. Hoewel sommigen menen dat Prediker hier blijft steken in de macht van de dood, wordt men juist geraakt door de liefde die doorklinkt in het universieel betrokken verdriet om het verlies van een dierbaar mens. De oproep "Zet alle klokken stil. Hou nu maar eens even allemaal je grote mond" illustreert dit diepe gevoel.
'IJdelheid der ijdelheden': Motto en boodschap
"IJdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker, alles is ijdelheid." In de NBV is dit vertaald als "Lucht en leegte zegt Prediker, alles is leegte." Deze vertaling leidde tot discussie, omdat gevreesd werd dat oude, vertrouwde woorden verloren gingen en monumentale uitdrukkingen in gangbaar Nederlands moesten worden vertaald. "IJdelheid der ijdelheden" is echter het motto van Prediker, dat zowel aan het begin als aan het einde van het boek wordt genoemd (1:2 en 12:8), en zo de kerntekst omlijst als een enveloppe een brief.
Onze cultuur is geobsedeerd met jeugd, gezondheid en succes, wat de illusie weerspiegelt dat we het eeuwige leven al hier en nu bezitten. Voor velen is het aardse leven en de prestaties daarin van absolute waarde. Eeuwenlang was het gebruikelijk om zich bewust te herinneren aan de betrekkelijkheid van het korte leven. Het aanschaffen en ophangen van zogenaamde vanitas-stillevens was een uiting van goede smaak.

Deze schilderijen tonen rommelig opgestelde voorwerpen: een menselijke schedel, een spiegel, een open of gesloten boek, een beursje met munten, bloemen op het punt te verwelken, speelkaarten, dobbelstenen, bladmuziek en een muziekinstrument. Ze symboliseren de vergankelijkheid, de wisselvalligheid van het lot en de vluchtigheid van muziek. Zoals muziekklanken vervliegen zodra het spel stopt, zo verdwijnt een mens wanneer hij of zij ophoudt met ademen. Het boek is uit als het wordt dichtgeslagen; game over, gewonnen of niet.
Dit alles zet aan tot nadenken op een wijze die direct verband houdt met de inhoud van Prediker. Het komt erop aan het leven op aarde te accepteren zoals God het schenkt, lang of kort, en dit in alle bescheidenheid te aanvaarden als wijsheid. Genieten van jeugd en levenskracht zolang het gegeven is, is fantastisch en aan te raden. Prediker waarschuwt echter dat men, als men oud wordt, ook andere tijden zal kennen en zich daarover niet moet verbazen.
Wijsheid, acceptatie en de menselijke conditie
Prediker wil het goede aannemen als geschenk van God en het slechte ervaren als terechte momenten van gericht en verantwoording, waarop de betrekkelijkheid van de eigen daden duidelijk wordt. Hij koestert hierin geen illusies. Hoewel dit wellicht cru, klinisch en zelfs harteloos klinkt, wordt dit gevolgd door een schitterend, teder gedicht (Prediker 12:2-8) dat Huub Oosterhuis bij de uitvaart van Prins Claus in 2002 voordroeg. Dit gedicht, een dodenklacht vol liefde zonder sentimenteel te worden, plaatst het sterven van één mens in een kosmisch perspectief.
De dood van een mens wordt door Prediker volstrekt serieus genomen als een catastrofe. Voor het individu maakt het geen verschil of het zijn leven is dan wel het universum dat ophoudt te bestaan. Daarom beschouwt Prediker juist het leven in al zijn kwetsbaarheid en wisselvalligheid als uitermate kostbaar. Jongeren doen er goed aan te bedenken dat het leven niet lang duurt en dat de goede dagen beperkt zijn, terwijl de slechte dagen ontelbaar lijken.
Hoeveel men ook van iemand houdt, de catastrofe wordt voor de achterblijvers begrensd, omdat iedereen verdergaat en de wereld doordraait. De eenzaamheid die dit kan oproepen, wordt door Prediker serieus genomen. Hij zoekt geen troost in gemeenschap of goedbedoelde woorden van familie of vrienden, maar ziet alleen het leven van de dode en het universum. Prediker kent geen eschatologie, geen prachtige krul aan het einde, en wil zich niet laten troosten door argumenten over een groots meesterplan. Tegelijkertijd plaatst hij het verdriet op apocalyptische schaal, waarbij het wereldgericht van de profeten herkenbaar is in iedere individuele dood.
Vergelijking met het Nieuwe Testament en de rol van wijsheid
De prediker stelt dat het vermeerderen van kennis niet tot volmaakt geluk kan leiden. Hoewel wijzen en dwazen beide sterven (2:14), is wijsheid beter dan dwaasheid (2:13). Wijsheid stelt ons echter niet in staat alles te doorgronden; onze kennis leidt niet tot een volledig begrip van de werkelijkheid (3:11). Wijsheid en kennis geven macht (7:19), maar het universum blijft ontoegankelijk.
Het Nieuwe Testament leert dat alle macht en wijsheid in Jezus Christus te vinden zijn (1 Korintiërs 1:24). Prediker adviseert de mens om eenvoudig te aanvaarden wat op zijn levenspad komt (7:13-14), zonder zich te veel zorgen te maken over maakbaarheid. De weg die Prediker wijst, is dat de mens zijn plaats in de wereld moet kennen en zich ondergeschikt moet weten aan God. Gods wijsheid en volmaaktheid liggen buiten het bereik van de mens, en het is beter daarover te zwijgen.
Dit verandert met de komst van de Zoon van God. Jezus Christus heeft de Vader doen kennen, en christenen weten meer over Gods plan met de wereld en individuele personen, inclusief de opstanding en het nieuwe leven. Zij weten van een toekomstig oordeel waarin rechtvaardigen behouden zullen zijn en goddelozen niet (vgl. 8:12-13). Prediker kende dit alles slechts in grote lijnen.
Prediker ziet dat goede en slechte mensen soms zonder onderscheid sterven (2:15-16; 3:18-21), en zelfs dat goddelozen langer leven dan goeden (7:15), en rechtvaardigen overkomt wat de slechte verdient (8:14; 9:1-2). Toch spreekt hij van een oordeel over rechtvaardigen en goddelozen (3:17) en poëtisch over het terugkeren van de 'levensadem' of 'geest' naar God (12:7).
Hoewel christenen meer weten over Gods plan, laten ook zij zich soms meeslepen door de zucht naar rijkdom en kennis. Dit is het zevende deel van een serie van acht beknopte blogs over "Lessen uit Prediker".
Wijsheid gaat boven rijkdom: De lessen van Prediker 7
Een goede reputatie is beter dan het duurste parfum. De dag waarop iemand sterft, is beter dan de dag van zijn geboorte. Het is beter uw tijd te besteden aan begrafenissen dan aan feesten, want ook u zult eens sterven en het is goed daaraan te denken nu u er nog de tijd voor hebt. Verdriet is beter dan blijdschap, want verdriet is beter voor je ziel. Een wijs mens denkt vaak aan de dood, terwijl een dwaas zich alleen maar zorgen maakt over hoe hij dit moment het prettigste kan doorbrengen.
Het is beter kritiek te krijgen van een wijs man dan lof te ontvangen van een dwaas. Het compliment van een dwaas is immers net zo snel verdwenen als een stuk papier in het vuur. Een wijze man wordt een dwaas als hij zich laat omkopen, het ondermijnt zijn inzicht. Iets afmaken is beter dan met iets beginnen. Geduld is beter dan trots. Erger je niet, want ergernis is iets voor dwazen. Vraag niet waarom het vroeger beter was dan nu, zo'n vraag getuigt niet van wijsheid.
Wijsheid en bezit zijn goede zaken in het leven. Zowel met wijsheid als met geld kunt u veel bereiken, maar wijsheid stelt u in staat in leven te blijven. Kijk hoe God te werk gaat en probeer niet zijn werk te veranderen: niemand kan recht maken wat Hij gebogen heeft. Geniet van de voorspoed zoveel u kunt en als er moeilijker tijden aanbreken, bedenk dan dat God zowel het een als het ander geeft. Wij weten niet hoe de toekomst zal zijn.
In dit zinloze leven heb ik alles gezien: goede mensen sterven jong en sommige slechte mensen worden heel oud. Wees daarom niet al te goed en niet al te wijs, want waarom zou u uzelf vernietigen? Aan de andere kant moet u ook niet al te slecht zijn, wees geen dwaas. Waarom zou u sterven voor het uw tijd is? Voor wie ontzag voor God heeft, is het het beste de middenweg te kiezen tussen verstandig en dwaas zijn. Een wijs man is sterker dan de bestuurders van tien grote steden. Nergens op aarde is een mens te vinden die altijd het goede doet en nooit zondigt.
Luister geen gesprekken af. U zou wel eens kunnen horen dat uw dienaar u verwenst. U weet toch hoe vaak u zelf anderen verwenst! Ik heb mijn best gedaan wijs te zijn en verklaarde: "Ik zal wijs zijn," maar het hielp niet. Wijsheid ligt te ver weg en is moeilijk te vinden. Ik zocht overal, vastbesloten de wijsheid en de reden voor alle gebeurtenissen te vinden en mijzelf te bewijzen dat zonde dwaasheid is. Ik ontdekte iets dat bitterder is dan de dood: een vrouw die tot ontucht wil verleiden; zij is een valstrik en een vangnet. Wie met God leeft, ontsnapt daaraan, maar zondaars raken in haar web verstrikt.
Dit is mijn conclusie, zegt de Prediker: stap voor stap bereikte ik dit resultaat na in elke richting te hebben gezocht. Eén op de duizend mensen met wie ik sprak, kan als wijs worden beschouwd. Onder hen bevond zich echter geen enkele vrouw. En ik kwam erachter dat God de mens eenvoudig heeft gemaakt en dat de mens zelf allerlei ingewikkelde dingen bedenkt.
De zoektocht naar wijsheid en de realiteit van de mens
De Prediker leert ons in dit hoofdstuk hoe wij, te midden van zoveel ijdelheden in de wereld, streven naar een goede reputatie (vs. 1). We moeten onze sterfelijkheid voor ogen houden (vs. 2). Daarna geeft hij lessen over hoe we ons moeten laten onderrichten door wijze mannen (vs. 5), tot geduld en bestendigheid (vs. 7), en andere deugden (vs. 8). Lof der wijsheid (vs. 11) en andere deugden (vs. 14), lof der middelmatigheid (vs. 16), der wijsheid (vs. 19). Alle mensen zijn zondaars (vs. 20). We moeten niet alles te nauw onderzoeken (vs. 21). Een kwade vrouw moet gemeden worden (vs. 26).
Een goede naam is beter dan kostbare olie, en de dag des doods is beter dan de dag van iemands geboorte. Dit geldt vanwege de vroomheid en godzaligheid die voortkomen uit het sterven op godzalige wijze, wat leidt tot eeuwig gelukzalige, in plaats van ellendige, vergankelijke leven. Het einde van alle mensen is de dood, en de levende moet dit ter harte nemen.
Het is beter te gaan naar een huis van rouw dan naar een huis van feestgelag, want daar ziet men voorbeelden van de vergankelijkheid van het menselijk leven en de macht van de dood over alle mensen. De levende moet dit ter harte nemen en zich voorbereiden op het sterven.
Verdriet is beter dan lachen, want een droef gezicht leidt tot een gebeterd hart. De zin is dat wijzen gaarne naar het klaaghuis gaan. Hoewel niet fysiek aanwezig, zijn zij droef met de droeven en medelijdend met de verdrukten. In het huis der treuring leert men nederigheid, terwijl in het huis der vreugde ongeregeldheid wordt geleerd.
Het is beter te luisteren naar de berisping van een wijze dan naar het gezang van dwazen. Dit betekent dat het een gelukzaligheid is om ons te laten berispen door godzaligen en vromen wanneer we gezondigd hebben, om zo de verdoemenis te ontvluchten. We moeten een afkeer hebben van de ijdele geneugten en vleierijen van hen die God niet vrezen. Het luide gekraak van brandende dorens onder een pot is niet aangenaam om te horen en het vuur duurt niet lang. Zo horen de vromen met afkeer het gestreel en luide lachen van de dwazen, wiens blijdschap spoedig vergaat.
Voorwaar, onderdrukking zou een wijze dwaas maken, en een geschenk bederft het hart. Dit betekent dat zelfs een wijze man, wanneer hij te zwaar getroffen wordt door smarten, soms dingen doet of zegt die meer een dwaas dan een wijze betaamt. Ook kan bedrog een wijze de zinnen doen verliezen. Het geschenk verduistert het verstand, bijvoorbeeld wanneer een rechter geschenken aanneemt van partijen.
Het einde van een ding is beter dan zijn begin; de lankmoedige is beter dan de hoogmoedige. Dit geldt met name voor het einde van een goede zaak. Een wijze kijkt altijd naar het einde der zaken die hij onderneemt. Hoewel de middelen hard en bitter kunnen zijn, moet men met geduld en lankmoedigheid voortgaan, met het goede oogmerk voor ogen. De uitkomst is soms beter dan aanvankelijk leek.
Zijt niet haastig in uw geest om te toornen, want de toorn rust in de boezem der dwazen. Dit betreft onbehoorlijke toorn die lang duurt en in haat verandert. Er bestaat ook een loflijke toornigheid bij wijzen, die zich om behoorlijke oorzaken vertornen, maar geen kwade toorn lang in het hart dragen.
Zeg niet: Wat is er, dat de vorige dagen beter waren dan deze? Want gij zoudt naar zulks niet uit wijsheid vragen. Dit impliceert niet mopperen tegen Gods regering of vragen waarom God de wereld zo regeert. Het is wel geoorloofd de boosheid en ellendigheid van onze tijden te beklagen, uit verdriet over de steeds verdorven wereld en de toenemende plagen.
De wijsheid is goed met een erfdeel; en degenen die de zon aanschouwen, hebben voordeel daarvan. Dit betekent dat het een treffelijke zaak is om in dit tijdelijke leven wijsheid en rijkdom te bezitten. Rijkdom helpt hen die in deze wereld leven, maar niet hen die daarbuiten zijn.
De wijsheid dient als een schaduw, net als geld. Maar de uitnemendheid der wetenschap is dat de wijsheid haar bezitters het leven geeft. De ware wijsheid, de kennis van God en Zijn geboden, geeft het eeuwige leven, of rust, vrede en genoegen in het hart.
Aanmerk het werk Gods; want wie kan recht maken wat Hij krom gemaakt heeft? Dit betekent dat men zich tevreden moet stellen met het feit dat het Gods werk is dat dagelijks geschiedt, en dat niemand kan veranderen wat God besloten of gedaan heeft. Men moet zich niet kwellen in zaken die men ziet en hoort, omdat deze door geen menselijke raad of daad veranderd kunnen worden.
Geniet het goede ten dage des voorspoeds, maar ten dage des tegenspoeds zie toe; want God maakt ook den een tegenover den ander, ter oorzaake dat de mens niet zou vinden iets dat na Hem zal zijn. Dit houdt in dat men in voorspoed denkt aan tegenspoed die van Gods hand kan komen, en in tegenspoed geduldig moet zijn met de verwachting van verbetering. De dagen van welvaren en tegenspoed zijn beide van God, en Hij heeft deze geordineerd zodat het een mens niet altijd goed of altijd slecht gaat.
Dit alles heb ik gezien in de dagen mijner ijdelheid: er is een rechtvaardige die in zijn gerechtigheid omkomt; daarentegen is er een goddeloze die in zijn boosheid zijn dagen verlengt. Dit is een waarneming van de 'kromheid' in Gods regering, waarbij het kwaad op aarde soms overwint en het goede gestraft wordt, hoewel uiteindelijk het goede zal zegevieren. Naboth was een rechtvaardige die omkwam, terwijl de goddeloze Izebel bleef leven. De Heer Jezus, de Rechtvaardige bij uitstek, werd in het midden van Zijn dagen vermoord.
Wees niet al te rechtvaardig, en houd uzelven niet al te wijs; waarom zoudt gij verwoesting over u brengen? Dit is een waarschuwing tegen het te streng beoordelen en straffen van anderen, of tegen het willen doorgronden van Gods verborgenheden. Men moet zich niet in schade en schande brengen door vromer, kloeker of verstandiger te willen schijnen dan anderen.
Wees niet al te goddeloos, en wees niet al te dwaas; waarom zoudt gij sterven buiten uw tijd? Dit waarschuwt tegen het zich overgeven aan grove zonden of het laten heersen van de zonde in het sterfelijke lichaam. Het is beter de middenweg te kiezen, tussen verstandig en dwaas zijn, met ontzag voor God. Eén wijze man is door zijn wijsheid machtiger dan tien heerschappers.
Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet en niet zondigt. Geef ook uw hart niet tot alle woorden die men spreekt, opdat gij niet hoort dat uw knecht u vloekt. Onderzoek niet te nauw wat mensen van u zeggen, en trek het u niet te zeer aan. Uw eigen hart weet immers hoe vaak u anderen vervloekt hebt.
Dit alles heb ik met wijsheid gezocht; ik zeide: Ik zal wijsheid bekomen, maar zij was nog ver van mij. De mens kan nimmermeer komen tot een volkomen wetenschap aller dingen. Hetgeen dat veraf is en zeer diep, wie zal dat vinden? De mens heeft geen grote kennis van het verleden en van diepgrondige, verborgen zaken.
Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten en na te speuren en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid en de dwaasheid der onzinnigheden. Ik vond iets dat bitterder is dan de dood: een vrouw welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn. Wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; de zondaar zal van haar gevangen worden. Dit betreft een oneerbare vrouw die mannen in onkuisheid probeert te verstrikken; zij is te schuwen en te mijden, zelfs meer dan de dood zelf.