Inleiding: De complexe relatie tussen geloof en depressie
Almatine Leene, de eerste vrouwelijke predikant in de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, deelt in een geloofsgesprek met Jan van den Bosch haar inzichten over de opstanding van Jezus Christus en de betekenis daarvan in moeilijke tijden. Het gesprek raakt aan de uitdagingen van hoop en opstanding in een context waarin geloof niet altijd leidt tot een probleemloos leven. Leene benadrukt dat hoop, zelfs te midden van depressie, mogelijk is, aangezien de dood overwonnen is. Ze deelt haar persoonlijke ervaring met depressie, waarbij een diepe vrede haar overviel ondanks de omstandigheden.
Hour of Power richt zich al 22 jaar op mensen die teleurgesteld zijn geraakt in de kerk, God of religie. Leene benadrukt het onderscheid tussen religie en God en moedigt aan om God te blijven zoeken, zelfs na teleurstellingen in de kerkelijke gemeenschap. Ze is dankbaar voor haar verkiezing tot Theoloog des Vaderlands en deelt hoe haar drukke gezinssituatie wordt ondersteund door haar man, die fulltime thuis is, wat een harmonieuze taakverdeling mogelijk maakt.
Het gesprek verdiept zich in historische contexten, waarbij de rol van vrouwen in leiderschap wordt besproken. Leene nuanceert het idee dat vrouwen pas aan de macht kwamen wanneer mannen faalden, en benadrukt de wederzijdse afhankelijkheid en noodzaak van mannen en vrouwen in leiderschapsposities.
Een persoonlijk en pijnlijk deel van het gesprek betreft een traumatische ervaring uit haar studietijd, waarbij ze twee keer werd aangerand door een oudere predikant. Leene beschrijft de jarenlange stilte, de angst om de schuld te krijgen, en de moeilijkheid om dergelijke ervaringen te bewijzen. Uiteindelijk, 12 jaar later, klaagde ze de man aan, die alles erkende maar haar wel de schuld gaf. Dit benadrukt de impact van misbruik en de lange weg naar gerechtigheid.
Aan het einde van het gesprek biedt Leene een paasboodschap van hoop en overvloed, en benadrukt ze dat religieuze overtuigingen de depressie kunnen kleuren, maar nooit de oorzaak ervan zijn.

De invloed van gereformeerde prediking op depressiviteit
Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke verbanden tussen de gereformeerde prediking en depressiviteit. Psychiaters met verschillende levensbeschouwelijke achtergronden hebben geconcludeerd dat de godsdienstige overtuiging nooit de oorzaak van depressiviteit is, maar wel de depressie kan kleuren. Reformatorische psychiater drs. R. Schoonhoven duikt dieper in dit thema, waarbij hij de gave van zwaarmoedigheid, de invloed van prediking, de godsdienstige kleuring van dwanggedachten en de relatie tussen psychiatrie en theologie onderzoekt.
Schoonhoven, die een eigen praktijk heeft met voornamelijk patiënten uit de gereformeerde gezindte, onderzoekt ook de nuance tussen ziekelijk psychisch schuldbesef en het schuldbesef dat door Gods Geest wordt gewerkt.
Combinatie van factoren en depressie
Volgens Schoonhoven is het essentieel om onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van depressie. Zuiver lichamelijke factoren, zoals schildklierafwijkingen of hormonale stoornissen, kunnen een depressie veroorzaken. Daarnaast spelen psychologische factoren een rol, zoals gemis of verlies van werk, gezondheid, partner, geld, of de dood van een geliefde. Ook factoren uit het verleden, zoals gemis aan liefde, incest of kindermishandeling, kunnen bijdragen. Depressie is zelden het gevolg van uitsluitend lichamelijke of psychologische factoren; meestal is er sprake van een combinatie. Hoewel lichamelijke factoren onafhankelijk zijn van religieuze achtergrond, kunnen psychologische factoren anders worden beleefd door christenen. De behandeling van depressies is dan ook vaak gecombineerd, afhankelijk van de onderliggende factoren.
Schuldgevoel en geloof
Schoonhoven merkt op dat een depressie bijna altijd invloed heeft op het godsdienstig leven, met name de beleving van zonde en schuld. Bij gelovige patiënten kan dit schuldgevoel sterker zijn. Hij benadrukt echter dat niet-gelovige depressieve patiënten ook schuld- en zondegevoelens kunnen hebben. De classificatie van depressiviteit in de psychiatrie, met kenmerken als gevoelens van waardeloosheid en excessieve schuldgevoelens, staat los van religie. Bij een depressie horen schuldgevoelens, die bij gelovigen ook op God betrekking kunnen hebben, wat een extra dimensie aan het schuldgevoel toevoegt.
Afhankelijkheid en de keuze voor de kerk
De vraag of geloof de oorzaak is van depressiviteit wordt genuanceerd. Het kan zijn dat een depressieve aanleg de kerkkeuze bepaalt, waarbij mensen die geneigd zijn tot afhankelijkheid, voorzichtigheid en pessimisme, eerder geneigd zijn om traditioneel verder te gaan en geborgenheid te zoeken in de kerk. Dit suggereert dat een depressieve aanleg in bepaalde opzichten zelfs positief kan worden gewaardeerd, omdat het kan samenhangen met een grotere gevoeligheid en diepgang.
Zwaarmoedigheid als gave
Walter Trobisch beschrijft zwaarmoedigheid als een "gave", waarbij waardevolle mensen perioden van neerslachtigheid kunnen ervaren. Luchthartige, oppervlakkige mensen zijn zelden depressief. Geestelijke diepte is nodig om neerslachtig te kunnen zijn. Schoonhoven bevestigt dit door te stellen dat hij juist met depressieve mensen vaak diepgaande gesprekken heeft, omdat zij de dingen intenser beleven en er meer over nadenken.
Autoritair gezag, gemeenschap en emotieverdringing
De invloed van een te autoritair oudergezag, opgroeien in een besloten gemeenschap en de verdringing van emoties worden als mogelijke factoren in depressieve patiënten uit reformatorische kring genoemd. Echter, deze factoren komen ook buiten reformatorische kringen voor. Onderzoek suggereert dat de aard van psychiatrische stoornissen kan verschillen per cultuur, maar het percentage mensen met problemen gelijk blijft. Incest, kindermishandeling en slechte huwelijken komen in de gereformeerde gezindte net zo veel voor als daarbuiten, wat een schokkende conclusie is.
Heiligmaking en rechtvaardiging in de prediking
Er is een discussie over de nadruk in de prediking. Sommigen menen dat er te veel nadruk ligt op rechtvaardiging en te weinig op heiligmaking. De prediking zou concreter moeten zijn en thema's als incest, dat veel vrouwen treft, niet mogen negeren. De gemeente van Korinthe wordt als voorbeeld genoemd van een gemeenschap waar soortgelijke problemen speelden.
De relatie tussen prediking en depressiviteit
De relatie tussen prediking en depressiviteit kan tweeledig zijn. Negatieve invloed kan uitgaan van een prediking die God alleen als rechtvaardig en toornig voorstelt, wat de hopeloosheid van depressieve personen kan versterken. Positieve invloed ontstaat wanneer God wordt voorgesteld als betrouwbaar en zorgzaam. Concreetheid in de prediking, zoals het verhaal van de profeet Nathan die David op zijn zonde wijst, kan ook helend werken. De twee positieve kanten van de gereformeerde prediking zijn het vertrouwen op God en het stilgezet worden bij zonden.
De volle raad Gods en het pastoraat
Predikanten moeten de volle raad Gods brengen, waarbij zowel de liefde als de heiligheid en rechtvaardigheid van God worden benadrukt. Een eenzijdige focus kan gevaarlijk zijn. Hoewel predikanten rekening moeten houden met hun gehoor, is het niet realistisch om altijd preken te houden voor depressieve mensen. Meer aandacht hiervoor is nodig in het pastoraat, waarbij predikanten inzicht moeten hebben in de geloofsleven van gemeenteleden en weten wanneer doorverwijzing naar een psychiater nodig is.
Dwanggedachten en psychologische verklaringen
De invloed van een eenzijdige, hypercalvinistische prediking op depressiviteit wordt niet overschat. Mensen met een aanleg voor depressiviteit kunnen er wel negatief door worden beïnvloed. Perfectionisme, dat vaak samenhangt met depressiviteit, wordt niet per se versterkt door het calvinisme; ook niet-gelovige depressieve mensen kunnen hoge eisen aan zichzelf stellen. Dwanggedachten, zoals de gedachte de zonde tegen de Heilige Geest te hebben begaan of vloekdwang, worden als psychologisch verklaarbaar beschouwd, vaak voortkomend uit een depressie. Deze dwanggedachten kunnen psychologisch worden verklaard, hoewel de rol van satan en demonische invloeden complex blijft.

Persoonlijke ervaringen en getuigenissen
Ds. K.H. Bogerd: Genezing van depressie door werk op de boerderij
Ds. K.H. Bogerd deelt zijn ervaring met een depressie na een tumoroperatie. Hij beschrijft hoe hij zich als een "dood vogeltje" voelde, nauwelijks kon geloven of bidden, en alles als een zwart gat zag. De depressie had een enorme impact op zijn gezin. Uiteindelijk vond hij genezing door op advies van een bevriende predikant op een boerderij te gaan werken. Het lichamelijk zware werk zorgde voor geestelijke verlichting. Door elke week preken te maken voor de boer en boerin, genas hij langzaam. Hij benadrukt de rol van Jezus' gebed voor hem tijdens zijn geloofscrisis en de stilte van zijn omgeving tijdens zijn depressie.
Ontkerkelijking op Goeree-Overflakkee
Op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee, een overwegend christelijk gebied, wordt de ontkerkelijking zichtbaar. Demografische veranderingen en een gevoel van overvloed, waardoor God minder nodig lijkt, dragen bij aan deze trend. De prioriteit van hobby's en gezin in het weekend speelt ook een rol. Veel gemeenten hebben te kampen met onderbezette kerkenraden en een gebrek aan nieuwe aanwas. De gemiddelde leeftijd van kerkenraadsleden is hoog, en het beroepen van een predikant wordt steeds lastiger.
De Zeeuwse psychiater Van Scheyen en de gereformeerde leer
De Zeeuwse psychiater dr. J.D. van Scheyen stelde in 1981 dat er verband bestaat tussen de gereformeerde leer en depressiviteit. Dit opende een discussie, vooral na de publicatie van "Hulpeloos maar schuldig" door psychologe Aleid Schilder. Van Scheyen merkt op dat in regio's met een sterke aanwezigheid van orthodox gereformeerde gemeenten het aantal mensen met endogene depressie significant hoger is. Hij spreekt over een "zwarte band" die door Nederland loopt, met een relatief hoog zelfmoordgetal in die gebieden. Hoewel hij voorzichtig is met het trekken van causale conclusies, ziet hij de geloofsleer als een mogelijke factor die van invloed is op het ontstaan van depressie.
"Zeeuwse zwaartillers" en perfectionisme
Van Scheyen beschrijft personen met een depressieve geaardheid als "Zeeuwse zwaartillers", mensen die alles somber bekijken maar ook actief zijn en een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben. De voortdurende zorg of ze alles wel kunnen volhouden, kan leiden tot faalangst. Deze zorg kan, mede door het calvinisme en de mentaliteit van "soli Deo gloria", gekleurd worden. Het innerlijke dilemma ontstaat wanneer mensen niet tevreden zijn met hun prestaties, uit angst te wereldgelijkvormig te zijn. Dit perfectionisme kan leiden tot psychische uitputting en depressie.
De invloed van de prediking op Marja's twijfel
Marja, die opgroeide in een reformatorisch milieu, ervoer faalangst en twijfel. Ze beschrijft hoe bepaalde preken haar in paniek brachten en hoe de nadruk op de "afgaande weg" zonder de voorstelling van verlossing haar in de put deed belanden. Ze voelde zich bang voor de predikant en verkrampte bij wat zij als onbijbelse uitspraken hoorde. Ze benadrukt de behoefte aan helderheid en nuchterheid in de prediking, en de angst voor een puur psychische klem die kan ontstaan bij zwakke personen.

De paradox van de gereformeerde leer en depressie
Aleid Schilder, dochter van theoloog H.J. Schilder, onderzocht de relatie tussen het gereformeerde geloof en geestelijk welbevinden in haar doctoraalscriptie "Hulpeloos maar schuldig". Ze identificeert een paradox in de gereformeerde leer die depressie kan bevorderen.
De gereformeerde paradox
Schilder wijst op de paradox dat de mens, hoewel door eigen schuld onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, toch volledig verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn daden. Het schuldgevoel wordt versterkt door de opdracht om volmaakt te zijn. Goede daden zijn van God afkomstig, terwijl het kwade uit de mens zelf voortkomt, waardoor voldoening over eigen prestaties als zonde wordt gezien. Uiteindelijk wordt alles onbelangrijk geacht, omdat God vooraf heeft besloten wie zalig wordt. In de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt bovendien weinig ruimte gelaten voor ervaring en gevoel, en bestaat er een paradox tussen de erkenning van zondigheid en de bevoorrechte positie als lid van de ware kerk.
Zeeuwse cijfers en de zwarte band
De beweringen van Van Scheyen, die een verband zag tussen de orthodox gereformeerde prediking en endogene depressiviteit, worden ondersteund door cijfermateriaal. In 1981 toonde hij aan dat 42% van de patiënten die in het Gasthuis van Middelburg voor een psychose werden behandeld, belijdend lid waren van de Gereformeerde Gemeenten. Dit leidde tot kritiek, maar Van Scheyen blijft bij zijn standpunt dat onder mensen die zijn aangesloten bij een ultra-orthodox kerkgenootschap, het aantal personen met een endogene depressie significant hoger is. Hij wijst op een "negatief denkleven" en "basal-pessimisme" bij deze groep, en de relatief hoge zelfmoordcijfers in de gebieden die hij de "zwarte band" noemt.
"Zeeuwse zwaartillers" en faalangst
Van Scheyen trekt een parallel met de opvattingen van de Duitse psychiater Tellenbach, die de overeenkomst in karaktereigenschappen van personen met een depressieve geaardheid benadrukte. De "Zeeuwse zwaartillers" kenmerken zich door een sombere kijk op het leven, maar ook door activiteit en een groot verantwoordelijkheidsgevoel. De voortdurende zorg om het vol te houden kan leiden tot faalangst, die, hoewel los van religie, wel gekleurd kan worden door een religieuze opvatting, zoals het calvinisme. Het streven naar perfectie en het dilemma van "soli Deo gloria" kan ertoe leiden dat mensen psychotisch worden van hun eigen prestaties, uit zelfverwijt.
Perfectionisme en de calvinistische arbeidsmoraal
Het perfectionisme, bevorderd door de calvinistische arbeidsmoraal, kan leiden tot psychische uitputting en depressie. Mensen met een pre-depressieve aanleg zijn vaak te serieus en ijverig, en komen niet toe aan simpele blijheid. Na een depressie ontstaat vaak de drang om "de schade in te halen", wat een algemene persoonlijkheidstrek is die door de calvinistische geloofsovertuiging geactiveerd kan worden. Dit fenomeen vertoont gelijkenissen met de dwangmatige houding bij ouderwetse roomskatholieken, die ook steeds hun best moeten doen en goede werken moeten verrichten.
"Religieus getob" en de naargeestigheid in preken
De depressies van bevindelijk gereformeerden worden door dr. Ds. D.W. als ernstiger beschouwd dan die van de gemiddelde depressieve patiënt, mede door de focus op religieuze thema's, met name negatieve aspecten zoals het niet-gepredestineerd zijn of gezondigd hebben tegen de Heilige Geest. Na herstel spelen deze zaken minder een rol. Van Scheyen verdiepte zich in het geestelijke gedachtengoed van zijn patiënten en constateert een naargeestigheid en nadruk op het sombere in preekjes uit de Reveil-serie. Het gevaar van zelfontwaarding, zoals te vinden in het werk van Schortinghuis, wordt benadrukt.
Wanhoop en de impact van verlies
Het verhaal van Jan Donker (gefingeerde naam) illustreert de diepe wanhoop die depressiviteit kan veroorzaken. Als een teruggetrokken man, een trouwe echtgenoot en vader, beoordeelde hij zichzelf streng. De onverwachte dood van zijn vader, die hij als een kleine jongen bleef zien, stortte zijn wereld in. Hij voelde zich thuis in de kleine, besloten gemeente waar de preken van oude schrijvers werden gelezen. De impact van dit verlies en de daaropvolgende depressie toont de kwetsbaarheid van de mens en de mogelijke gevolgen van verlies, zelfs in een gelovige context.

Pastoraat en de omgang met depressiviteit
Ds. M. Messemaker benadrukt dat het in pastoraat met depressieve mensen niet volstaat om te zeggen dat men in God moet geloven of op Hem moet vertrouwen, omdat het "te donker in het hoofd" is. Hij deelt zijn aanpak in het pastoraat, waarbij hij de nadruk legt op luisteren, serieus nemen en het bieden van een veilige sfeer waarin ook de donkere kanten van het leven ruimte krijgen. Dit vereist ook ruimte in de eredienst, met gebeden en preken die aandacht hebben voor lijden, en een open houding na de dienst, waarbij men luistert zonder opdringerig te zijn en de ander niet als therapeut benadert.
Marc Volgers, theoloog, programmeur en muzikant, reflecteert op de opkomst van depressiviteit als een "epidemie" en de relatie tussen geloof en depressie. Hij stelt dat geloof geen antidepressivum is, maar wel bescherming kan bieden tegen volledig wegglijden in het donker. Hij merkt op dat in de moderne, neoliberale cultuur mensen meer op zichzelf zijn aangewezen, wat kan leiden tot een permanente druk om te presteren en uiteindelijk tot depressie. Hij onderscheidt klassieke en moderne depressies, waarbij laatstgenoemde meer samenhangen met een loodzware toekomst.
Steun bieden bij depressiviteit
Het ondersteunen van iemand met depressiviteit vereist geduld en empathie. Het is belangrijk om niet te argumenteren of te proberen de ander op betere gedachten te brengen, aangezien dit vaak averechts werkt en schuldgevoelens kan versterken. Belangstellend zijn, zakelijk blijven en luisteren naar het verhaal van de ander zijn cruciaal. Het is essentieel om niet ongeduldig te worden en te beseffen dat de waarde van het contact ligt in trouw en het laten ervaren dat men niet wordt losgelaten. Het model staan voor de vasthoudende liefde van God is hierin van belang.
De Bijbel in het pastoraat
De Bijbel kan een rol spelen in het pastoraat, mits beide gesprekspartners het als Gods Woord aanvaarden. Gedeelten die sombere buien van koningen of negatieve verhalen beschrijven, kunnen beter vermeden worden, omdat ze de neiging tot zelfvereenzelviging met schuld kunnen versterken. Verhalen zoals dat van de ontmoedigde Elia, die ondanks zijn wanhoop eten krijgt en een nieuwe opdracht ontvangt, bieden hoop en positieve perspectieven. Het is belangrijk om niet te lang stil te staan bij de zwaarte van de situatie, maar te focussen op hoop en Gods beloften. Het delen van een maaltijd en het maken van een dagindeling met lichte werkzaamheden kunnen ook ondersteunend zijn.
Samenwerking tussen pastoraat en hulpverlening
Er is geen eenduidige oplossing voor depressiviteit, maar het is van belang dat de persoon in kwestie zich gesteund voelt en weet waar hij of zij terecht kan. De rol van de pastor is anders dan die van een therapeut; de pastor biedt aandacht, bidt met de persoon, geeft een kort Bijbelwoord mee en gedraagt zich als een vriend(in), niet als een therapeut. De psychotherapeut onderzoekt het verleden, spoort schadelijke gedachten op en oefent veranderingen, terwijl de psychiater medicijnen voorschrijft. Samenwerking tussen pastor en hulpverlener is mogelijk, waarbij de patiënt geloof gerelateerde problemen kan bespreken met de pastor, en de hulpverlener met toestemming van de patiënt verheldering kan vragen aan de pastor over kerkelijke opvattingen.
Ds. D.W. over geloofsstrijd en ongeloof
Ds. D.W. reageert op de vraag of men depressief kan worden van geestelijke strijd, zoals het niet kunnen nakomen van plichten of het tekortschieten in het leven. Hij citeert preken over Thomas, die worstelde met ongeloof en zich isoleerde. De preken benadrukken de opzoekende liefde van Jezus voor Thomas en de kracht van het geloof, dat niet in de mens zelf ligt, maar in Christus. De les is om trouw de genademiddelen te gebruiken en te vertrouwen op Gods Woord en beloften, zelfs zonder directe ervaring of gevoel. De geschiedenis van Thomas toont aan dat Jezus nog steeds op dezelfde manier werkt.

tags: #depressieve #preken #gereformeerde #kerk