De Statenvertaling: Herziening en Toelichting voor Hedendaags Gebruik

Tijdens een synodevergadering in Gouda is besloten tot de instelling van een nieuwe commissie die zal samenwerken met de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) en de stuurgroep van de Bijbel met Uitleg (BMU). Deze commissie heeft als opdracht een uitgave te realiseren die de zuiverheid van de Statenvertaling behoudt, terwijl deze tegelijkertijd wordt voorzien van een toegankelijke toelichting.

Samenwerking met het Onderwijs

Het project benadrukt de nauwe samenwerking met scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Het moderamen acht het van belang dat leerlingen een Bijbel ontvangen die zij kunnen begrijpen en vertrouwen. De toelichting zal aansluiten bij de gereformeerde theologie, zoals deze is verwoord in de kanttekeningen van de Statenvertaling, die eeuwenlang als leidraad dienden voor het Bijbellezen binnen de gereformeerde traditie.

Volgens de synode moet de nieuwe uitgave ook bijdragen aan het voorkomen van verwarring. De afgelopen jaren zijn er diverse versies van de Statenvertaling in omloop gekomen, waaronder de door de GBS ontwikkelde proeven en het initiatief SV2027. Ouderling A.G. Bregman benadrukte namens het moderamen de noodzaak om "de gelederen te sluiten" en te zorgen voor een "zuivere Bijbel op zoveel mogelijk plaatsen".

Illustratie van een open Bijbel met uitleg

Doel: Eén Duidelijke Lijn

De Gereformeerde Gemeenten streven ernaar te voorkomen dat verschillende Bijbelprojecten uiteenlopen. Een eerdere synodezitting onderstreepte het wezenlijke belang van eenheid rond de Statenvertaling. Hoewel men erkent dat een Bijbel die voor iedereen aanvaardbaar is, niet te maken valt, nemen zij hun kerkelijke verantwoordelijkheid om de Statenvertaling te bewaren voor toekomstige generaties. De Statenvertaling wordt beschouwd als "een geschenk van de Heere aan Zijn kerk", zeker in de communicatie met jongeren.

Achtergrond: Werk aan de Statenvertaling

De Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) werkt al enkele jaren aan het project "Statenvertaling bewaren", met als doel de oorspronkelijke tekst toegankelijker te maken voor hedendaagse lezers. De verwachting is dat deze vernieuwde editie in 2028 gereed zal zijn, een jaar dat als belangrijk ijkpunt wordt beschouwd voor nieuwe vergaderingen.

Tijdens eerdere besprekingen werd de behoefte aan een taalkundig heldere Bijbel binnen het onderwijs erkend, zonder afbreuk te doen aan de trouw aan de oorspronkelijke tekst. Tegelijkertijd werd de zorg geuit dat een veelheid aan initiatieven tot verdeeldheid kon leiden.

Theoloog prof. dr. Arnold Huijgen merkte op dat er in Nederland soms veel energie wordt gestoken in vertaaldiscussies, terwijl elders in de wereld men nog wacht op een Bijbel in de eigen taal. De generale synode van de Gereformeerde Gemeenten (GG) acht eenheid rond de Statenvertaling van wezenlijk belang voor het kerkverband. Het moderamen van de synode gaf een samenvatting van de vergadering waarin achter gesloten deuren werd gesproken over het GBS-project van taalkundig onderhoud van de Statenvertaling.

Getrouwe Uitgave

In 2020 benoemde de generale synode het als een kerkelijke verantwoordelijkheid dat er "een getrouwe uitgave van de Statenvertaling is die bij het lezen geen onnodige misverstanden oproept." De synodale commissie Statenvertaling kreeg destijds het mandaat om in overleg te blijven met de Gereformeerde Bijbelstichting.

Aan dit project werken zes hertalers. Eerder dit jaar verscheen een proeve van het Evangelie van Markus met een verantwoording van het gevolgde proces. Daarnaast wordt middels systematische woordstudies aan veel meer bijbelboeken gewerkt.

Overeenstemming en Toekomstplannen

De synode sprak steun uit voor de commissie. De beslissingsbevoegdheid ligt bij de GBS, maar er is in de loop van het traject zoveel inhoudelijke overeenstemming gegroeid dat dit als een gezamenlijke opdracht wordt gezien, waaraan in harmonie wordt gewerkt.

De zorg dat het GBS-traject te traag verloopt, werd weggenomen door de mededeling dat er voortvarend en zorgvuldig wordt gewerkt met hoge prioriteit. De GBS streeft ernaar dat de Bijbel gereed is voor de volgende synode in 2028. Het moderamen biedt de GBS "organisatorische ondersteuning aan voor het planningsproces" van het project.

De eerste fase van het project, het signaleren van Schriftplaatsen die niet verstaan of misverstaan worden, is bijna afgerond. Dit heeft geleid tot 1400 woorden die worden onderzocht. Daarnaast inventariseert de GBS de belangrijkste knelpunten omtrent naamvallen en hoe deze kunnen worden aangepast.

Infographic die het proces van de Statenvertaling revisie weergeeft

Draagvlak en Urgentie

De commissie Statenvertaling-2 heeft gesprekken gevoerd met bestuurders van reformatorische scholengemeenschappen en de stuurgroep BMU. Het doel was om te komen tot een Bijbel met toelichting die breed gebruikt kan worden op scholen en in gezinnen. Vanwege "voldoende draagvlak bij de scholen" heeft de BMU besloten het project voor een nieuwe uitgave daadwerkelijk te starten.

Tijdens de synode werd de urgentie benadrukt om Gods Woord dicht bij de jongeren te brengen, het belang van het daadwerkelijk lezen en uitleggen van de Bijbel, en de noodzakelijke eenheid rond de Statenvertaling. De SV in de uitgave van de GBS wordt gezien als de "enige vertaling waaraan we onze medewerking geven".

De synode continueerde de commissie Statenvertaling-2 om met de BMU en de scholen nader te overleggen over de vormgeving en voortgang van de nieuwe uitgave. De GBS heeft een communicatiecommissie ingesteld die werkt aan een aangepaste formule van haar periodiek StandVastig, met meer aandacht voor de waarde van de SV en het project "Statenvertaling bewaren".

Historische Context: Pogingen tot Nieuwe Vertalingen

In de 19e eeuw waren er binnen de protestantse kerken diverse inspanningen om een nieuwe Bijbelvertaling aan te bieden. Hoewel de Statenbijbel als huis- en kerkbijbel onaantastbaar leek, werd een nieuwe poging ondernomen waarbij het hoogste kerkelijke orgaan, de synode van de Hervormde Kerk, in 1850 de beslissing nam om te werken aan een nieuwe Bijbelvertaling. Een commissie van vertalers werd samengesteld, maar het werk vorderde traag en moeizaam. Het werd in 1864 definitief neergelegd, en het Nieuwe Testament werd in 1866 aan de synode aangeboden. Ondanks de tevredenheid over het eindresultaat, wist de Synodale vertaling zich geen plaats te verwerven in de hervormde kerk, grotendeels door de gehechtheid van het volk aan de Statenvertaling.

Eerder, in 1842, kreeg het Nederlandsch Bijbelgenootschap te maken met buitenlandse concurrentie, wat leidde tot een daling van de verkoopcijfers en inkomsten. Het NBG bepleitte een revisie van de Statenvertaling, maar een commissie onder voorzitterschap van W.A. van Hengel stelde voor om een geheel nieuwe vertaling te maken. Deze commissie meende echter dat de tijd nog niet rijp was en vreesde voor toename van scheuringen in de kerk. Het NBG kwam in 1846 met een gereviseerde Statenvertaling, maar deze stuitte op veel tegenstand.

In 1848 ontving de synode adressen waarin om een nieuwe vertaling werd gevraagd. De Algemene Synodale Commissie bleek zeer verdeeld over de wenselijkheid van een nieuwe vertaling. Leden als Van Hengel pleitten ervoor, terwijl anderen bezwaren hadden vanuit wetenschappelijk en kerkelijk oogpunt. Het voorstel voor een nieuwe vertaling werd met één stem meerderheid verworpen.

De synode volgde een voorzichtig beleid, mede door de toenemende spanningen in de kerk na de Afscheiding. In 1850 werd besloten tot voorbereidende maatregelen voor een nieuwe bijbelvertaling, met de Statenvertaling als leidraad en de oorspronkelijke tekst als grondslag. De keuze voor de Textus Receptus, hoewel wetenschappelijk achterhaald, werd verdedigd door het gezag ervan in de christenheid.

De Utrechtse faculteit theologie weigerde echter medewerking, met argumenten als "onzekerheid en verscheidenheid van inzigte" en de kritieke situatie in de kerk. Desondanks besloot de synode van 1853 definitief tot een nieuwe bijbelvertaling.

Reacties op de plannen voor een nieuwe vertaling waren divers. Geleerden, zoals J.I. Doedes, uitten kritiek op het gebruik van de Textus Receptus en de mogelijkheid van een revisie in plaats van een nieuwe vertaling. Leken reageerden via brochures en adressenacties, met bezorgdheid over de koers van de synode en de interpretatie van de Bijbel als Gods Woord.

Ook de predikanten lieten zich horen, met name de kring rond Ernst en Vrede. Er ontstonden discussies over de bevoegdheid van de synode om een nieuwe vertaling op te leggen en de selectie van medewerkers.

Om een open bijbel

De Statenvertaling als Leidraad

De Statenvertaling wordt beschouwd als een van de weinige complete vertalingen in het Nederlands die tot stand is gekomen op grond van een strikte vertaalmethode. De vertaling bevat een schat aan toelichtingen en verklaringen in de kanttekeningen.

Omstreeks 1562 werden in Nederland de Liesveldtbijbel en de Deux-aesbijbel gebruikt. De Deux-aesbijbel, vertaald vanuit het Grieks, was het meest geliefd, maar er was behoefte aan een betere vertaling vanuit de oorspronkelijke grondteksten. De Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619) kwam uiteindelijk tot de beroemde Statenvertaling, die niet uit andere vertalingen was afgeleid, maar uit de oorspronkelijke bronnen.

tags: #bijbel #vertaling #op #de #synode