De bundel 119 Gezangen, met de volledige titel Honderdnegentien Gezangen in gebruik bij de Gereformeerde Kerken in Nederland, vervangt de Enige Gezangen. Deze uitbreiding was bedoeld om een beperkt aantal Schriftuurlijk verantwoorde gezangen op te nemen en was in gebruik naast de Psalmberijming van 1773. De synode sprak destijds uit dat er genoegzame redenen bestonden voor een dergelijke herziening en uitbreiding.
Deputaten hebben, aanvankelijk op eigen initiatief en later in opdracht van de synode van Leeuwarden 1955/56, nauw samengewerkt met de hervormde gezangencommissie. Dit om, ten aanzien van die gezangen die beide kerken gemeenschappelijk zouden bezitten, te komen tot gelijkluidendheid van tekst en melodie. Zij spreken de wens uit dat deze bundel mag dienen ter verheerlijking van de naam van onze God, Vader, Zoon en Heilige Geest, en ter vertolking en verdieping van het geloof in Hem, uit Wie, door Wie en tot Wie alle dingen zijn.

De Rol van Psalmen in de Erediensten
De psalmen hebben een belangrijke plaats in de erediensten binnen de Gereformeerde Gezindte. Echter, niet alle psalmen worden gezongen, en hoewel elke organist dit weet, is er geen exacte kennis over welke psalmen precies worden gezongen.
Om hier meer inzicht in te krijgen, is in een aantal gemeenten gedurende een jaar bijgehouden welke psalmen er werden gezongen. Dit leidde tot het idee om een inventarisatie van psalmbriefjes te starten. Dit was een langgekoesterde wens, aangezien algemeen bekend is dat er veel meer psalmen en psalmverzen zijn dan er daadwerkelijk gezongen worden.
Methodologie van de Psalmeninventarisatie
Vanwege de grote hoeveelheid psalmen moest de inventarisatie grootschalig worden aangepakt. Via de website [organist] werd tweemaal een oproep gedaan, wat resulteerde in 13 reacties uit verschillende delen van het land, van Zeeland tot het noordoosten van de Veluwe. Dit leverde een prachtige spreiding op over de 'Bible belt'.
Gedurende een jaar, van mei 2000 tot mei 2001, hebben deze organisten alle psalmbriefjes doorgegeven. Dit omvatte zowel de diensten die zij zelf hebben gespeeld, soms in meerdere gemeenten, als ook de andere diensten in hun gemeente en incidenteel kerkbezoek elders. In totaal is zo informatie verzameld over 30 gemeenten, 1.471 kerkdiensten, 6.801 psalmen en 10.316 verzen.
Dit artikel vat de uitkomsten van de psalmeninventarisatie samen, met een nadruk op de beschrijving van de gezongen en gespeelde psalmen en verzen. In de afrondende beschouwing worden enkele bevindingen onderstreept als opstap voor verdere gedachtevorming.
De Gezongen Psalmen en Hun Frequentie
Bijna alle psalmen werden gezongen, met uitzondering van Psalm 82 ('In d’ achtb’re Godsvergaderingen, staat God als Richter der gedingen'). Van de twaalf 'Enige gezangen' werden er acht gezongen: de drie lofzangen, het Gebed en de Tien geboden des Heeren, de Morgenzang en de Avondzang, evenals de Bedezang voor de Predikatie.
Figuur 1 illustreert welke psalmen werden gezongen en hoe vaak, zonder rekening te houden met het aantal verzen dat per keer werd gezongen. De verdeling blijkt erg scheef te zijn: weinig psalmen werden vaak gezongen, terwijl veel psalmen weinig gezongen werden.

Top-Psalmen en Hun Verdeling
De bovenste zwarte balk in de grafiek heeft betrekking op de vijftien psalmen (tien procent van het psalmboek) die het meest zijn gezongen. Psalm 119 staat bovenaan met 352 vermeldingen, wat niet verwonderlijk is gezien de lengte van de psalm. De psalmen 89, 25 en 68 volgen op de tweede tot en met de vierde plaats, met respectievelijk 274, 217 en 198 vermeldingen. Psalm 138 werd 103 keer gezongen en vormt daarmee de ondergrens van deze top-vijftien. Deze top-10% omvat in totaal 2.457 vermeldingen, wat 36% van het totaal is.
De tweede groep van vijftien psalmen is ongeveer half zo groot (1.209 vermeldingen, 18%), en voor de overige groepen daalt het aantal vermeldingen verder.
Invloed van Toonsoort op Psalmuitvoering
Veruit de meeste psalmen hebben een dorische (37%) of een jonische (28%) melodie. De jonische melodieën werden echter veel vaker gezongen dan de dorische, namelijk respectievelijk 46% en 20%. Dit geldt voor psalmen die niet een vaste plaats in de liturgie hebben, zoals Psalm 119 en de Tien Geboden na het lezen van de wet, en de Psalmen 105 en 134 bij de bediening van de Heilige Doop.
Psalmen met dezelfde melodie zijn afzonderlijk geteld. Afgerond komt het erop neer dat er per vier dorische psalmen negen jonische werden gezongen, ongeveer drie keer zoveel als men op basis van de verdeling in het psalmboek zou verwachten. Bij de andere toonsoorten is het verschil tussen beschikbare en gezongen psalmen verwaarloosbaar klein.
Variatie binnen Toonsoorten
Ook binnen de toonsoorten bestaat een grote variatie tussen psalmen die veel en weinig werden gezongen. Dit blijkt niet direct uit tabel 2, maar wordt zichtbaar bij het doorlopen van figuur 1 met een psalmboek waarin de toonsoorten staan aangegeven.
De psalmen 128, 129 en 130 hebben bijvoorbeeld alle drie een dorische melodie, maar Psalm 130 is de enige die vaak werd gezongen (86 keer), tegenover 4 keer voor Psalm 128 en slechts 1 keer voor Psalm 129. Andere voorbeelden betreffen de jonische psalmen 73 en 75 die respectievelijk 127 en 38 keer werden gezongen. De phrygische psalmen 69, 70 en 71 stonden respectievelijk 71, 8 en 27 keer op het psalmbord.
Classificatie van Psalmen
Binnen het psalmboek kunnen verschillende groepen worden onderscheiden. Bekend zijn bijvoorbeeld de zeven boetpsalmen. In het oude Israël werden ook de liederen Hamaäloth en het Hallel als afzonderlijke collecties onderscheiden, maar deze indelingen zijn binnen de christelijke traditie hun praktische betekenis kwijtgeraakt. Voor dit onderzoek is een indeling in lof- en klaagpsalmen, of in bevindelijke en niet-bevindelijke psalmen relevanter.
Tabel 3 stelt een indeling in tien groepen voor. Het is hierbij belangrijk op te merken dat deze indeling niet strikt te hanteren is, aangezien klacht en jubel soms dicht bij elkaar liggen, zeker in de psalmen. Veel psalmen bezingen zowel de ellende als de verlossing en dankbaarheid.
Groepen Psalmen en Hun Kenmerken
- De grootheid en goedheid van God: Dit omvat psalmen over Zijn schepping (Psalm 19), natuur (29), voorzienige leiding (104) en regering (146), en Zijn houding ten opzichte van afgoden (115).
- Messiaanse psalmen en uitgesproken lof- en dankliederen: Deze vormen een aparte categorie binnen de lofpsalmen.
- Relatie tussen God en mens: Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen psalmen die in algemeenheid over de Heere en Zijn volk spreken (derde persoon, bv. Psalm 46) en psalmen waarin de persoonlijke omgang met God centraal staat (eerste persoon, bv. Psalm 32).
- Psalmen over omstandigheden: Deze betreffen de persoonlijke situatie van de dichter, zoals Psalm 54 ('O God, verlos mij uit de nood').
- Psalmen over het geloofsleven: Hierin staat de persoonlijke omgang met God centraal, zoals in Psalm 27 ('Zo ik niet had geloofd dat in dit leven'). De zeven boetpsalmen behoren ook tot deze groep, maar worden in Tabel 3 afzonderlijk genoemd.
- Klaagpsalmen: Hierin staat de klacht van de dichter centraal, bijvoorbeeld over ontrouw (Psalm 12), het verwoeste heiligdom (74, 79), of meer persoonlijk over verlating en vervolging (88, 109). Wraakgevoelens krijgen hier ook een plaats (83, 137).

Analyse van Gezongen Psalmgroepen
Tabel 4 laat zien hoe vaak de psalmen in deze tien groepen zijn gezongen. Aan de hand van figuur 1 kunnen deze conclusies genuanceerd worden.
Opvallende Bevindingen per Psalmgroep
- Schepping en Natuur: Van de liederen over de schepping en de natuur genoot Psalm 19 de voorkeur boven de psalmen 29 en 104.
- Messiaanse Psalmen: De psalmen 72 en 22 werden veel vaker gezongen dan bijvoorbeeld Psalm 110.
- Omgang van de Heere met Zijn volk: Een klein aantal psalmen uit deze groep werd heel vaak gezongen, vele andere kwamen nauwelijks aan bod, waaronder - tot verrassing - Psalm 124. Ook Psalm 50 werd weinig gezongen, ondanks dat de onberijmde tekst vaak in preken wordt aangehaald (bijvoorbeeld vers 7: 'Hoor, Mijn volk, en Ik zal spreken Israël, en zal onder u betuigen: Ik God, ben uw God'; vers 10: 'Want al het gedierte des wouds is Mijne; de beesten op duizend bergen'; vers 23: 'Wie dank offert, die zal Mij eren; en wie zijn weg wel aanstelt, dien zal Ik Gods heil doen zien.').
- Persoonlijk Geloofsleven: De psalmen 4, 61, 101 en 131 werden weinig gezongen in vergelijking met andere psalmen waarin het leven met de Heere centraal staat.
- Boetpsalmen: Er lijkt een voorkeur te bestaan voor de psalmen 32, 51 en 130.
- Gebeden in omstandigheden en klaagliederen: Enkele psalmen met een bredere toepassing, zoals de psalmen 3, 31, 56, 74 en de eerder aangehaalde Psalm 79, werden vaker gezongen dan de andere psalmen in deze groepen.
- Lofpsalmen: Psalm 150 werd verrassend weinig gezongen.
- Historische Psalmen: Tabel 4 suggereert dat deze vaak werden gezongen, maar dit is niet het geval. De psalmen 105 en 106 zijn wel vaak gezongen, maar dit betrof vrijwel uitsluitend de verzen die niet over de historie van Israël gaan.
Interactie tussen Toonsoort en Inhoud
De mate waarin psalmen werden gezongen, hing niet alleen samen met de inhoud, maar ook met de toonsoort. Om na te gaan of beide aspecten samenvallen of elk hun eigen invloed hebben, zijn in tabel 5 indexcijfers berekend. Deze geven weer hoe vaak een psalm werd gezongen in afwijking van wat men op grond van een evenredige verdeling zou verwachten. Een indexcijfer van 2 betekent dat de betreffende psalm twee keer zo vaak is gezongen, ofwel 100% meer.

Versterking van Keuzepatronen
Uit tabel 5 blijkt dat jonische psalmen 1.7 keer zo vaak werden gezongen dan men puur op grond van het aantal zou verwachten. Dorische psalmen en psalmen met een andere toonsoort zijn minder vaak gezongen.
De combinaties zijn nog interessanter: jonische psalmen over de persoonlijke omgang met God zijn 3.3 keer zo vaak gezongen. Dit heeft natuurlijk te maken met de lengte van psalm 119, maar niet alleen. Ook als daarvoor gecorrigeerd wordt, blijken toonsoort en karakter van de psalm elkaar te versterken bij de psalmkeuze.
Haast nog opvallender is dat dorische psalmen over het persoonlijke geloofsleven minder vaak worden gezongen (index 0.9), dit in tegenstelling tot de psalmen in deze categorie met een andere toonsoort (index 1.1). Voor alle categorieën geldt dat de dorische psalmen relatief minder worden gezongen.
Omgekeerd geldt zowel voor de jonische als voor de dorische melodieën dat de psalmen die over het persoonlijke geloofsleven gaan vaker worden gezongen dan de psalmen met een andere inhoud.
De Meest Gezongen Verzen
In geen enkele gemeente werden hele psalmen gezongen, maar altijd één of enkele verzen uit een psalm. Daarbij genoot het ene vers de voorkeur boven het andere.
Figuur 2 laat dit zien voor de psalmen 89 en 106. Tabel 6 geeft informatie over de 15 meest gezongen verzen. Zij vertegenwoordigen 1% van het totaal aantal verzen in het psalmboek (1.488) en een kleine 9% van het aantal gezongen verzen. Als we het aantal verzen uitbreiden tot 10% van het psalmboek, dan blijkt dat deze goed zijn voor 45% van het aantal gezongen verzen. Voor 25% van het psalmboek is dat ongeveer 75%, zoals figuur 3 laat zien.

Patronen in Verzekeuze
Vier verzen in tabel 6 werden vaak gezongen vanwege een vaste plaats in de liturgie. De elf overblijvende bevestigen het patroon dat hierboven werd beschreven voor de toonsoort en het karakter van de psalmen.
Drie zaken vallen verder op:
- De psalmen 73 en 89 komen elk met twee verzen in de top-15 voor.
- Een aantal veelgezongen verzen behoort tot psalmen als 2, 86 en 130 die zelf wel veel gezongen worden, maar niet tot de top-15 behoren (zie de bovenste regel van figuur 1). Dit duidt erop dat er binnen deze psalmen een grote variatie is tussen verzen die veel en weinig werden gezongen.
- Omgekeerd is een aantal psalmen uit de top-15 van figuur 1 niet vertegenwoordigd in tabel 6, zoals de psalmen 22, 72, 84 en 103. Dit geeft aan dat er meerdere verzen uit deze psalmen relatief vaak werden gezongen.
Dit kan geïllustreerd worden aan de hand van grafieken voor alle afzonderlijke psalmen op de manier van figuur 2.
Verschillen tussen Gemeenten
In dit onderzoek zijn dertien gemeenten met meer dan 325 psalmen vertegenwoordigd (zie tabel 1). Bij deze grens zou iedere psalm in principe twee keer gezongen kunnen worden. Tabel 7 laat zien dat dit in geen enkele gemeente het geval was. Verwonderlijk is dat niet, gegeven de hierboven beschreven uitkomsten voor het totaal van deze gemeenten.
Dit neemt echter niet weg dat er tussen de verschillende gemeenten aanzienlijke verschillen bestaan. Om te corrigeren voor het verschil in aantal diensten per gemeente zijn een aantal verhoudingscijfers berekend, zoals het gemiddeld aantal psalmen en verzen per dienst (tabel 7).
Gemiddeld Psalmen- en Versgebruik
In alle gemeenten samen werden er per dienst gemiddeld 4.6 psalmen en 7 verzen gezongen.
Als we naar de afzonderlijke gemeenten kijken, vallen vier dingen op:
- Per dienst werden de meeste psalmen en verzen gezongen in de gemeenten behorend tot de Nederlandse Hervormde Kerk en de Christelijk Gereformeerde Kerk.
- In één van de Gereformeerde Gemeenten (GG-5) werden per dienst de minste psalmen en verzen gezongen. Dit betreft een kleine gemeente met in totaal nog geen honderd leden en doopleden. Een belangrijk punt daarbij is dat de collecte zo weinig tijd in beslag neemt, dat niet omwille van de collecte extra verzen worden opgegeven zoals in grote gemeenten wel het geval is.
- Ook in de Oud Gereformeerde Gemeente en de Gereformeerde Gemeente in Nederland werd verhoudingsgewijs weinig gezongen, waarbij opgemerkt kan worden dat het hier om grote gemeenten gaat.
- De overige Gereformeerde Gemeenten nemen een tussenpositie in, waarbij in de ene gemeente beduidend meer werd gezongen dan in de andere. Opvallend is het verschil tussen GG-7 en GG-8, twee grote gemeenten met elk rond 1.500 (doop)leden.
Het zal overigens voor iedereen duidelijk zijn dat deze conclusies betrekking hebben op de gemeenten die aan dit onderzoek hebben deelgenomen, en niet op de kerkgenootschappen als zodanig.
Variatie in Psalm- en Verskeuze per Gemeente
Het wordt nog interessanter als we naar het aantal verschillende psalmen kijken, vooral wanneer dit wordt afgezet tegen het aantal kerkdiensten. In één van de Gereformeerde Gemeenten (GG-7) werden tijdens 64 diensten 133 verschillende psalmen gezongen. Dat aantal werd in geen van de andere gemeenten gehaald, ook niet bij een veel groter aantal diensten.
Opvallend is dat in deze gemeente het aantal verschillende verzen relatief beperkt bleef. Er werd dus vaker een verschillende psalm gezongen, maar binnen de psalmen viel de keus vaker op dezelfde verzen dan in andere gemeenten. In GG-3 was de variatie in het aantal verzen het grootst, en in GG-8 het kleinst. Dit laatste komt ook omdat deze gemeente met minder diensten in het onderzoek is vertegenwoordigd.
Om hiervoor te corrigeren, is in de volgende kolommen van tabel 7 berekend met welk aandeel de top-10% van de psalmen (dat zijn er 15) en van de verzen (ongeveer 1.500) vertegenwoordigd waren in hetgeen er werd gezongen. In GG-6 was dat 49% voor de psalmen en 62% voor de verzen, hetgeen betekent dat van de twee psalmen die werden gezongen er één afkomstig was uit een (kleine) groep van 15 psalmen, en drie van de vijf verzen uit een (kleine) groep van 150 verzen. Met deze percentages was de variatie in deze gemeente het kleinst.