De spanning tussen zwijgen en spreken: een predikant en het doorbreken van stilzwijgen

De discussie over het al dan niet toelaten van vrouwen in het ambt en de acceptatie van homoseksualiteit binnen kerkelijke gemeenschappen laait regelmatig op. Vaak worden deze twee onderwerpen in één adem genoemd, wat bij sommigen weerstand oproept. De auteur van dit artikel, Gerry Velema, vindt het storend om deze principieel verschillende zaken gelijk te stellen, omdat ze niet verwant zijn. Ze benadrukt dat de focus op 'dienstbaarheid' in plaats van 'ambt' de uitsluiting van 'ambteloze' dienaars van Jezus Christus voorkomt. Het dienstbetoon van voorgangers, ouderlingen, leraren of diakenen rust niet op geslacht, maar op de relatie met God en de kracht van de Heilige Geest.

Hoewel er in de Bijbel weinig positiefs te vinden is over homoseksualiteit, is er ruimschoots bewijs dat God vrouwen graag in Zijn dienst neemt. Het naast elkaar plaatsen van deze twee onderwerpen, met de ondertoon dat de kerk zo van Gods Woord afglijdt, zaait volgens Velema geestelijke verwarring.

illustratie van twee verschillende wegen die naast elkaar lopen, symbolisch voor de twee verschillende onderwerpen

Het ambtsgeheim: een complex samenspel van vertrouwen en verantwoordelijkheid

Het ambtsgeheim, een essentieel onderdeel van pastoraat, kent vele facetten en dilemma's. Het is een geheimhoudingsplicht die voortkomt uit de intieme gesprekken die ambtsdragers voeren met gemeenteleden. Deze plicht is diep geworteld in de kerkgeschiedenis, met de biecht in de Rooms-Katholieke Kerk als een van de oudste voorbeelden van gegevensbescherming.

Historische wortels en de Reformatie

Hoewel de biecht met de Reformatie verdween, bleef de geheimhoudingsplicht bestaan. Deze plicht omvat niet alleen informatie verkregen uit gesprekken met gemeenteleden, maar ook die van mede-ambtsbroeders. Zorgvuldig en piëteitsvol omgaan met gevoelige informatie is vanzelfsprekend, met het liefdegebod als leidraad.

Het ambtsgeheim in de moderne kerk

In de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is er sinds 1956-1958 aandacht voor het regelen van het ambtsgeheim. De kerkorde bevat aanvullingen en bevestigingsformulieren voor ambtsdragers, waarin zij beloven vertrouwelijk om te gaan met alles wat hen ter kennis komt. Het schenden van dit vertrouwen wordt als zeer laakbaar beschouwd, aangezien zonder vertrouwensrelatie pastoraat onmogelijk is. De ambtsdrager verklaart bij bevestiging: "Uw geheimen zijn bij mij veilig."

schematische weergave van de verschillende aspecten van het ambtsgeheim

De bede uit Psalm 141 ("Zet Heer’ een wacht voor mijne lippen") wordt als een voortdurende gebed voor ambtsdragers gezien, met Jezus Christus als het grote voorbeeld van volmaakte vertrouwelijkheid.

De grenzen van de zwijgplicht: wanneer mag een predikant ingrijpen?

Een cruciale vraag rondom het ambtsgeheim is hoe ver de zwijgplicht reikt, met name in gevallen van misbruik, moordplannen of suïcidedreiging. Kan een predikant in dergelijke situaties justitie inschakelen of moet de zwijgplicht prevaleren?

Juridische en kerkelijke kaders

Schending van het beroepsgeheim is in Nederland strafbaar (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). De vraag is of kerkelijke ambtsdragers hieronder vallen. Hoewel er geen voorbeelden bekend zijn van vervolgingen van ambtsdragers op grond van dit artikel, regelt de kerkorde (ordinantie 4-2) een geheimhoudingsplicht voor iedereen die een functie binnen de kerk vervult. Het delen van vertrouwelijke informatie, zelfs na terugtreden uit ambt of functie, blijft verboden.

Het verschoningsrecht

Mr. G. de Jong wijst op het verschoningsrecht (artikel 272 Wetboek van Strafvordering en artikel 165 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), dat geestelijken vrijstelt van de burgerplicht tot aangifte van een gepleegd delict. Dit geldt ook voor getuigenverklaringen. De Hoge Raad heeft bepaald dat eenieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking tot een pastor kan wenden. Dit recht is ook erkend voor pastorale ouderlingen, die als 'geestelijke vertrouwenspersonen' worden aangemerkt.

infographic die de dilemma's rondom het doorbreken van het ambtsgeheim visualiseert

Dilemma's en proportionaliteit: het belang van de pastorant versus het slachtoffer

Ondanks het verschoningsrecht bestaat er een 'morele plicht' om in te grijpen bij dreiging van misdaad of aanhoudend seksueel geweld. De pastorant kan aangeven dat gesprekken vertrouwelijk moeten blijven, wat de ambtsdrager voor een dilemma stelt: het ambtsgeheim bewaren of ingrijpen vanwege zwaarwegende redenen. Hierbij speelt het beginsel van proportionaliteit een rol: welk belang weegt zwaarder?

Hoewel sommige bekentenissen liever niet gehoord worden, is het belangrijk om er te zijn voor mensen met een slecht geweten. Ieder mens heeft recht op een vertrouwelijk gesprek, ook zondaren. Dit betekent echter niet dat zonden worden toegedekt; er moet ook recht geschieden naar de slachtoffers toe. Ambtsdragers zullen de biechteling bewegen de consequenties van zijn misslagen te aanvaarden.

Gedeeld beroepsgeheim en de rol van de partner

De zwijgplicht is, anders dan het biechtgeheim, niet absoluut. Dit biedt de mogelijkheid om delicate kwesties te delen met collega's of andere professionals, zonder namen te noemen. Dit 'gedeeld beroepsgeheim' vereist echter toestemming van de betrokkene. De geheimhoudingsplicht geldt ook voor de predikantsvrouw, die geen 'tweede Delila' mag zijn. Ook binnen de kerkenraad is grote zorgvuldigheid geboden, waarbij toestemming van de betreffende persoon meer dan raadzaam is, tenzij de zaak sterk geanonimiseerd wordt besproken.

Loslippigheid is schadelijk voor de opbouw van de gemeente. Bij voordracht voor een ambt waarbij de predikant belastende informatie heeft, is het raadzaam summier te argumenteren en niet in details te treden. Als het ambtsgeheim niet langer gegarandeerd is, heeft dit grote gevolgen voor de ambtelijke zielszorg en het gemeente-zijn.

De discussie over de hel en de rol van de predikant

Dominee John de Groot pleit voor een pastorale, Bijbelse benadering van het onderwerp 'eeuwige straf', in plaats van stilzwijgen of karikaturen. Hij benadrukt dat spreken over de hel niet alleen waarschuwing, maar ook troost kan bieden, mits het centraal staat in gerechtigheid, genade en de persoon van Jezus.

Volgens De Groot is de hel een onderwerp dat in veel kerken grotendeels van de radar is verdwenen, terwijl het in het dagelijks taalgebruik wel voorkomt. Hij stelt dat christenen er echter nauwelijks meer over spreken, ondanks de troost die het spreken over de hel kan bieden.

Ga je naar de hel als je niet gelooft? - Denkstof #8

Kritiek op een 'tweegelovigheid' en de maatschappelijke rol van de kerk

Er is kritiek op een trend binnen kerken, met name de hervormde kerk, die wordt omschreven als 'tweegelovigheid'. Deze trend kenmerkt zich door een focus op horizontale verhoudingen en maatschappelijke betrokkenheid, ten koste van de verticale relatie met God en het eeuwige heil. Predikanten zoals ds. T. Loran worden bekritiseerd omdat zij de bijbel lezen in het licht van de krant en de kerk als een organisatie zien die zich moet aanpassen aan de samenleving.

De kerk zou volgens deze visie vooral een maatschappelijke functie hebben, waarbij het bestaan van God secundair wordt geacht. Dit leidt tot een oecumene die meer gericht is op menselijke rechtvaardigheid dan op het evangelie. De kritiek luidt dat dit de doodsteek betekent voor de zending en dat de kerk haar rol als hoedster van het geheim van het Evangelie verliest.

De uitdagingen van het pastoraat bij misbruik en het doorbreken van stilzwijgen

Een ingrijpend persoonlijk dilemma ontstaat wanneer iemand na jaren van stilzwijgen over misbruik dit doorbreekt, maar daarbij op weerstand stuit van familie en omgeving. Dit is de situatie van F.J., die zich niet meer reformatorisch zou willen noemen, maar steun zoekt binnen haar reformatorische roots.

F.J. heeft te maken gehad met incest en heeft na lange tijd het stilzwijgen doorbroken. Dit heeft geleid tot het verbreken van contact door haar familie, die het misbruik ontkent of toegedekt wil houden. Hoewel F.J. steun vindt in vrijzinnige en seculiere kringen, mist ze erkenning en begrip vanuit haar vroegere kerkelijke kring.

De Bijbelse perspectieven op vergeving en recht

F.J. zoekt in de Bijbel naar antwoorden over hoe om te gaan met deze situatie. Ze leest over Gods rechtvaardigheid en vergeving, maar vindt geen duidelijke aanwijzingen voor de omgang met misbruik en de ontkenning ervan door de daders of familie. Ze worstelt met de vraag hoe te handelen wanneer praten met begeleiding niet lukt, omdat alles wordt ontkend.

De reacties op haar verhaal benadrukken de moeilijkheid van het doorbreken van stilzwijgen en de pijn van het niet krijgen van erkenning. Er wordt geadviseerd om de woede, het verdriet en de pijn bij anderen en God neer te leggen, en te werken aan eigen herstel, zelfs als dit betekent dat de familie losgelaten moet worden. Toedekken wordt als geen optie gezien; echt herstel vereist eerlijkheid en vergeving van de dader, iets wat niet afgedwongen kan worden.

een illustratie van een persoon die een muur van stilzwijgen doorbreekt

De vraagsteller zoekt specifieke Bijbelse antwoorden vanuit de reformatorische hoek, omdat ze daar haar roots heeft. De ontvangen reacties, hoewel ondersteunend, bieden niet altijd de diepgang die ze zoekt. Het verlangen naar erkenning blijft sterk, evenals de hoop op recht, hetzij in dit leven, hetzij daarna.

De veranderende rol van de emeritus predikant

De Bond van Nederlandse Predikanten (BNP) organiseerde een Emeritidag met het thema "De oneindige emeritus - blijvend verbonden en verantwoordelijk?". Dit thema weerspiegelt de realiteit dat veel predikanten na hun emeritaat actief blijven in de kerk.

Ambt versus bediening

Emeritus hoogleraar ethiek, prof. dr. Frits de Lange, benadrukt het verschil tussen een beroep en een ambt. Hij stelt dat predikanten niet uit het ambt worden ontheven, maar wel uit de bediening van het ambt. Het ambt van predikant wordt zo opgevat dat het meer een 'zijnsomschrijving' dan een 'taakomschrijving' is.

De Lange pleit voor een relativering van deze hooggespannen ambtsopvatting door het emeritaat te zien als een nieuwe levensfase, waarin de emeritus zichzelf opnieuw mag uitvinden. Hij benadrukt dat de identiteit niet aan het verleden ontleend hoeft te worden en dat 'nee' zeggen tegen nieuwe verzoeken vanuit de kerk mogelijk is.

een tijdlijn die de verschillende fases van een predikantsloopbaan weergeeft, met nadruk op het emeritaat

Statistieken en de toekomst van het kerk-zijn

Ds. T. Bouw, synodepreses van de PKN, reflecteert op de lezing van prof. De Lange en wijst op de veranderende positie van de emeritus binnen de kerk. De toenemende aantallen emeriti en de groeiende behoefte aan voorgangers zullen leiden tot een grotere afhankelijkheid van emeriti. Het klassieke systeem van lokale gemeenten met een eigen herder en leraar zal verdwijnen.

Bouw benadrukt dat niet elke plaats een fulltime en volledig opgeleide predikant kan krijgen. Hoewel emeriti onmisbaar zijn, mogen zij niet worden overvraagd. De kerk moet zorg dragen voor hun welzijn en specifieke positie, en hen de ruimte geven om 'nee' te zeggen.

Discussies over het bestaan van God en de aard van het christendom

Interviews met predikanten zoals ds. W. Koole en ds. T. Loran hebben geleid tot discussies over de aard van het christendom en de rol van de kerk in de samenleving.

Kritiek op ds. Koole

Ds. Koole, directeur van het Interkerkelijk Overleg in Radio- en Televisieaangelegenheden (IKOR), uitte in een interview uitspraken die tot verbijstering leidden. Hij gaf aan een 'slecht preker' te zijn en beschouwde het christendom als een manier van leven, meer een kwestie van mentaliteit dan van traditie. Over de brieven van Paulus zei hij dat deze inspirerend genoeg waren voor hemzelf om het geloof in vooruitgang warm te houden, maar dat hij niet kon zeggen 'kijk zo moet het'.

Koole's uitspraken, zoals "Als er een God is, dan vind ik de God van de Bijbel de ware, maar ik kan je niet op 'n briefje geven dat Hij er is", leidden tot kritiek vanuit het blad 'Het Zoeklicht'. De scribent betwijfelt of iemand met zulke opvattingen directeur kan zijn van een instantie die kerkelijke aangelegenheden behartigt. Er werd gevraagd of de aangesloten kerken het tolereren dat hun directeur dergelijke uitspraken doet, waarin het wezen van het christelijk geloof ontkend wordt.

een abstracte afbeelding die de spanning tussen geloof en twijfel weergeeft

Kritiek op ds. Loran

Ds. T. Loran, hervormd predikant met een speciale opdracht voor vormingswerk onder jongvolwassenen, werd bekritiseerd om zijn visie op de kerk. Hij stelt dat de kerk alleen kan bestaan in contact met en reagerend op de samenleving, wat een doorlopende kritiek en keuze vereist. De bijbel kan volgens hem alleen gelezen worden als de krant ernaast wordt gelegd.

Loran's opvatting van 'horizontaal christendom', dat zich vooral bekommert om menselijke verhoudingen, en zijn visie op oecumene als het zoeken naar menselijke rechtvaardigheid met iedereen, ongeacht overtuiging, werden bekritiseerd. De kritiek luidt dat dit de doodsteek betekent voor de zending en dat de kerk haar verticale functie miskent door zich louter op het maatschappelijke welzijn te richten.

De discussie rondom deze interviews benadrukt de spanning tussen traditionele geloofsovertuigingen en een meer seculiere, maatschappelijk georiënteerde benadering van het geloof en de kerk. De vraag wordt gesteld of dergelijke geluiden stilzwijgend getolereerd kunnen worden binnen de kerk.

tags: #predikant #mag #stilzwijgen #doorbreken