De Liturgie en Muzikale Tradities binnen de Gereformeerde Kerk

De structuur van een kerkdienst binnen de Gereformeerde Kerk kent een vaste orde, die begint met de intrede van de dominee en de kerkenraad. Na de mededelingen, die door een lid van de kerkenraad worden voorgelezen, wordt de verantwoordelijkheid overgedragen aan de dominee middels een handdruk. Hierna volgt een moment van stil gebed, waarna het Votum wordt uitgesproken, een gebed waarin het vertrouwen in God centraal staat.

Gedurende de dienst worden diverse Psalmen, gezangen en andere liederen gezongen. In de ochtenddienst wordt doorgaans de Tien Geboden gelezen, terwijl de middag- of avonddienst gewijd is aan het belijden van het geloof. De dominee leest één of meerdere gedeelten uit de Bijbel voor. Gebed is een essentieel onderdeel van de dienst; voor de preek wordt God gevraagd het Woord te zegenen.

De preek is een moment waarop de dominee een Bijbelgedeelte overdenkt en de betekenis ervan uitlegt, met het verlossingswerk van Jezus Christus als centraal thema. Er zijn doorgaans twee of drie collectes per dienst, bestemd voor diaconie en kerkvoogdij. De dienst wordt afgesloten met de Zegen, waarna de dominee en ambtsdragers de kerk verlaten. In de hal of buiten de kerk is er gelegenheid tot ontmoeting en gesprek met andere gemeenteleden.

Specifieke Kerkelijke Diensten

Huwelijksdienst

Veel stellen kiezen ervoor om, naast het burgerlijk huwelijk, Gods zegen te vragen in een speciale kerkdienst. De voorbereidingen hiervoor kunnen worden getroffen in overleg met de wijkpredikant, waarbij de datum, het tijdstip en de locatie worden afgestemd. Een gesprek met de predikant enkele weken voor de huwelijksdatum dient ter kennismaking en bespreking van de invulling van de dienst. Tijdens de huwelijksdienst belooft het echtpaar elkaar trouw en geeft antwoord op de huwelijksvragen, waarna zij de zegen van God ontvangen.

Doopdienst

Wanneer er een kindje geboren is, kunnen de ouders het laten dopen. Een doopgesprek met de predikant en eventuele andere ouders vindt plaats in de week voorafgaand aan de bediening van de Heilige Doop. Centraal in de dienst staat het dopen van de kinderen. De predikant leest het doopformulier, stelt vragen aan de ouders en doopt driemaal met water in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Aansluitend worden de ouders toegezongen en richt de predikant zich persoonlijk tot hen.

Belijdenisdienst

Leden die belijdeniscatechese hebben gevolgd, kunnen hun geloof belijden tijdens een speciale Belijdenisdienst, meestal rond Pasen. Dit is een moment waarop zij aan God en de gemeente kenbaar maken dat het geloof in Jezus Christus een belangrijke rol in hun leven speelt. De dienst wordt gezamenlijk met de predikant voorbereid.

De Gezangenstrijd in de Gereformeerde Kerken

De invoering van de uitgebreide bundel 'Eenige Gezangen' leidde in de jaren '30 van de vorige eeuw tot discussies en bezwaren binnen de Gereformeerde Kerken, ook in Meppel. Traditioneel bestonden er bezwaren tegen het zingen van andere liederen dan de door de Synode van Dordrecht toegelaten twaalf gezangen. De psalmen, als berijmde Bijbelgedeelten, voldeden; andere gezangen werden soms als 'menselijke vondsten' beschouwd.

Desondanks hielden generale synodes zich ermee bezig. Een synode in 1927 gaf deputaten de opdracht tot studie, wat leidde tot de conclusie dat het zingen van gezangen niet verboden was. De synode van 1930 benoemde deputaten die een voorstel moesten doen voor de synode van 1933. Ondanks een voorstel van ds. Vellenga, werd besloten het voorstel in portefeuille te houden voor verdere bezinning.

Na instemming van de generale synode met de uitbreiding van de bundel, wilde de kerkenraad in Meppel zich opnieuw buigen over de invoering. Dit leidde tot verdeeldheid, met afwijkende geluiden tijdens huisbezoeken van ouderlingen. Ds. Vellenga benadrukte in september 1934 de noodzaak van een eenduidige lijn binnen de kerkenraad.

Ondanks deze inspanningen bleef er weerstand in de gemeente. In januari 1935 werd een brochure van R. Mazijk, 'Het Vrije lied, een wanklank in den tempelzang', verspreid. Ds. Engelkes waarschuwde tegen dit geschrift, dat hij kerkondermijnend achtte. Mazijk stelde dat de invoering van de 'uitbreiding' leden van de Gereformeerde Kerken deed uitwijken naar andere kerkverbanden.

In december 1935 verspreidde een betreffende broeder opnieuw een kritische circulaire, die ook kritiek op de kerkenraad bevatte en een kwalijke uitdrukking tegen ds. Vellenga gebruikte. De kerkenraad wilde de schrijver ter verantwoording roepen, maar niet ingaan op de inhoud van de brochure. De broeder zag het verkeerde van zijn handeling niet in, maar beloofde een tweede stuk niet te verspreiden.

Dominee Engelkes drong in december 1935 aan op acceptatie van de synodebesluiten. Echter, in de kerkdienst na zijn preek over gehoorzaamheid aan het kerkelijk gezag, demonstreerden enkele gemeenteleden door te zwijgen tijdens het zingen van een gezang.

In april 1936 werd de broeder opnieuw uitgenodigd voor de kerkenraad, maar verscheen niet. Na een tweede schriftelijke uitnodiging verscheen hij ook niet, waarna de kerkenraad hem gelastte te komen. Uiteindelijk kwam hij in augustus 1936, beloofde zijn bezwaren voortaan met de kerkenraad te bespreken en trok de opmerking aan het adres van ds. Vellenga in. Desondanks werd in oktober besloten hem de toegang tot het Avondmaal te ontzeggen vanwege openbaar optreden en het kweken van tweedracht. In november deed de broeder uiteindelijk schuldbelijdenis.

Schema van een typische Gereformeerde kerkdienst met de verschillende onderdelen zoals votum, zang, lezing, preek en zegen.

De Rol van Zang in de Eredienst

De vraag waarom in de kerk alleen psalmen gezongen zouden moeten worden, komt regelmatig naar voren, met name bij jongeren die minder historisch besef hebben van de traditie. Hoewel het antwoord vaak theologisch onderbouwd wordt, is het de vraag of dit de jeugd daadwerkelijk overtuigt. De traditie van het zingen van uitsluitend psalmen binnen de Calvinistische stroming plaatst de Nederlandse kerk wereldwijd vrijwel alleen.

Liturgische kwesties, zoals de keuze tussen oude of nieuwe psalmberijmingen, het zingen van gezangen vóór of tijdens de dienst, Kerst- of Paasliederen, en Praise-avonden voor jongeren, leiden tot discussies over wat toelaatbaar is. De tendens is dat naarmate gemeenten meer vrijheden toestaan, de discussie oplaait.

Het principe van de Geneefse traditie, namelijk het zingen van wat God ons Zelf in Zijn Woord heeft geleerd, wordt door sommigen als leidraad genomen. Dit betekent dat in de eredienst primair berijmde Bijbelgedeelten, zoals de Tien Geboden, de Lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon, en de Psalmen, gezongen worden. De Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619) bepaalde dat alleen de 150 psalmen Davids, de Tien geboden, het Onze Vader, de 12 Artikelen des geloofs, en de Lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon gezongen mochten worden. Andere gezangen dienden te worden geweerd.

Hoewel dit principe strikt genomen inhoudt dat er geen 'vrije' liederen gezongen mogen worden, kent de praktijk uitzonderingen. De Morgenzang en Avondzang worden zonder bezwaar gezongen, en het lied 'Ere zij God' wordt vaak op het einde van de dienst gezongen. Dit roept de vraag op waarom dit wel mag, terwijl andere gezangen worden geweerd.

In 1807 werden de Evangelische Gezangen ingevoerd, wat leidde tot commotie. De bundel werd als theologisch en literair van mindere kwaliteit beschouwd en werd onder dwang opgelegd. Het verzet hiertegen leefde vooral bij de gemeenten. De invoering van gezangen werd door sommigen gezien als een middel om de gemeente van haar zaligmakende leer af te helpen.

Langzamerhand werd het zingen van gezangen een schibboleth, waaraan de rechtzinnigheid van een predikant werd afgemeten. Dit leidde ertoe dat, hoewel men gezangen buiten de deur probeerde te houden, er ook kritiekloos 'lege en voze liedjes' werden binnengehaald, zoals de zogenaamde Opwekkingsliederen. Deze liederen zijn populair onder jongeren en soms ook onder ouderen, ondanks dat ze vaak een remonstrantse inslag hebben en mogelijk de gemeente van de kernleer afleiden.

De kritiekloze aanvaarding van deze liederen, mede vanuit de wens om jongeren te behouden, wordt als zorgelijk beschouwd. Dit zou jongeren juist kunnen afleiden van het Woord en de gemeente, en hen de weg kunnen banen naar evangelische kerken.

Gaat deze oplossing de Christelijke Gereformeerde Kerken redden?

Omgaan met Ontwikkelingen en Bezwaren

De ontwikkelingen binnen kerkverbanden kunnen leiden tot interne discussies en zelfs tot pijnlijke situaties voor individuele gemeenteleden. Vragen over vrouwelijke ambtsdragers, het zingen van liederen uit bundels als Opwekking met mogelijke theologische afwijkingen, en de invulling van diensten, zoals lege middagdiensten of lofprijzingsdiensten voor jongeren, kunnen grote zorgen baren.

Wanneer de kenmerken van de ware kerk, zoals de reine prediking van het Evangelie, de reine bediening van de sacramenten en de kerkelijke tucht, niet meer functioneren, kan dit een reden zijn om te overwegen de gemeente te verlaten. Echter, de situatie is zelden zwart-wit. Het is belangrijk om bagatellisering en overdrijving te vermijden en te zoeken naar een gepaste toonhoogte voor het gesprek met de kerkenraad en predikant.

Het blijft een individuele afweging of men moet vertrekken of blijven. Blijven kan mogelijk ontwikkelingen enigszins temperen, maar de vraag is hoe effectief dit is. Het besef dat men bij het wisselen van kerkverband van het ene 'ziekenhuis' naar het andere gaat, kan bescheidenheid en voorzichtigheid bevorderen. De zorg voor het geheel van de gemeente, inclusief de 'zwakke gelovige', is hierbij van belang.

De keuze om te blijven of te gaan, moet weloverwogen en biddend gemaakt worden. Het is essentieel om verbittering te vermijden en de bijbelse principes van liefde voor God en de naaste na te leven. Uiteindelijk is het de roeping van de gelovige om, in navolging van de bijbelse voorbeelden, Gods lof te zingen en Zijn Woord te verkondigen, ongeacht de uitdagingen die zich voordoen binnen de kerkelijke gemeenschap.

tags: #gemeente #om #gezangen #verlaten