De recente aankoop van een nieuw pand door de Église Réformée Évangélique de Paris markeert een belangrijke stap in de ontwikkeling van deze jonge gemeente. Het gebouw, gelegen naast de huidige locatie in de Chapelle de Nesle, zal dienen als een centraal punt voor diverse kerkelijke activiteiten, waaronder een opleidingscentrum, ontmoetingsruimte, plek voor gebed en Bijbelstudie, maaltijden, diaconale activiteiten en kantoorruimte.

De Parijse gemeente, die deel uitmaakt van de Union Nationale des Églises Protestantes Réformées Evangéliques de France (UNEPREF), telt ongeveer dertig leden, maar trekt gemiddeld zestig tot zeventig bezoekers per kerkdienst. De vraagprijs voor het voormalige kantoorgebouw van circa 280 vierkante meter bedroeg 4,6 miljoen euro, maar de gemeente kon het aankopen voor 3 miljoen euro, mede dankzij een aanzienlijke donatie van een Amerikaanse stichting.
De verbouwing van het pand is momenteel in volle gang, met de hoop het eind mei in gebruik te kunnen nemen. Deze ontwikkeling vindt plaats in een bredere context van gereformeerd evangelisatiewerk dat al sinds de tweede helft van de negentiende eeuw actief is in Frankrijk.
Historische Wortels van het Gereformeerd Evangelisatiewerk
Het evangelisatiewerk binnen de Gereformeerde Kerken kende een lange geschiedenis, die regelmatig ter sprake kwam op generale synodes. De Generale Synode Utrecht in 1923 werd bijvoorbeeld uitvoerig geadviseerd door deputaten die de problematiek van het evangelisatiewerk hadden bestudeerd. Rapporteur prof. dr. F.W. Grosheide (1881-1972) speelde hierin een belangrijke rol.
Vanaf het begin waren er diverse organisaties actief die het evangelisatiewerk ondersteunden:
- De Gereformeerde Zondagsschool Vereniging ‘Jachin’, opgericht in 1871, richtte zich specifiek op het evangelisatiewerk binnen de zondagsscholen.
- Het Gereformeerd Traktaatgenootschap ‘Filippus’, bestaande sinds 1878, had als doel het vervaardigen en verspreiden van populaire gereformeerde geschriften. In de eerste eeuw van haar bestaan publiceerde Filippus meer dan duizend traktaten, christelijke scheurkalenders, boekjes, kaarten en materialen voor catechesewerk. De totale oplage van alle uitgebrachte titels telde omstreeks 1930 meer dan zestien miljoen exemplaren.

Naar een Landelijke Aanpak en Vormingswerk
De Synode van 1946 markeerde een keerpunt met het besluit tot een meer landelijke aanpak van het kerkelijk evangelisatiewerk. Hiervoor werden twaalf deputaten benoemd, één uit elke particuliere synode, met de volgende opdrachten:
- Coördineren van bestaande arbeidstakken en hun organisatie.
- Leggen van contacten tussen kerken, classes en provincies wat betreft het evangelisatiewerk.
- Fungeren als centraal aanspreekpunt voor het evangelisatiewerk van de Gereformeerde Kerken.
- Ondersteunen van kerken die het evangelisatiewerk onvoldoende oppakten.
- Ontwikkelen van richtlijnen voor het evangelisatiewerk dat de kerken in het algemeen aangaat, ter goedkeuring door de volgende synode.
- Samenwerken met het curatorium van de Theologische Hogeschool in Kampen om leiding te geven aan de opleiding van theologen voor evangelisatiearbeid, inclusief een verplicht examen voor evangelisatiepredikanten.
In het verlengde van deze landelijke aanpak werd in 1947 het Evangelisatiecentrum ‘De Nyenburgh’ in Baarn opgericht, met ds. W.A. Wiersinga (1897-1980) als directeur. Het doel was het evangelisatiewerk in de plaatselijke kerken te activeren en te bevorderen.
Onderzoek toonde aan dat het succes van evangelisatiewerk sterk afhankelijk was van de betrokkenheid van de gemeenteleden. Het georganiseerde werk moest steunen op het "spontaan-getuigende leven van de gemeenteleden". Dit besef leidde tot een grotere nadruk op het persoonlijk getuigend leven van gemeenteleden, wat ook werd vastgelegd in de kerkorde. Ouderlingen en predikanten kregen de taak om ervoor te zorgen dat het evangelie ook degenen bereikte die er vervreemd van waren.
Vormingswerk en Specialisatie
De behoefte aan concrete handvatten voor evangelisatie leidde tot de ontwikkeling van 'vormingswerk'. Vanaf de jaren '60 werden regionale voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd voor plaatselijke evangelisatieouderlingen en -werkers. Zowel ds. W.A. Wiersinga als zijn opvolger ds. P.B. Suurmond (1921-2010) gaven persoonlijk voorlichting over werkwijzen en organisatie.
De omvang van dit vormingswerk bleek te groot voor één persoon. De generale Evangelisatiedeputaten stelden daarom voor een tweede persoon aan te stellen, speciaal voor dit vormingswerk. De synode ging hiermee akkoord, en op 22 september 1960 werden zowel ds. H. H. Grosheide als de heer Van der Waals verwelkomd als staflid bij het Evangelisatiecentrum in Baarn. Dit markeerde een nieuwe fase in het gereformeerde evangelisatiewerk.

De Stichting ‘Evangelisch Herstel en Opbouw’, opgericht in 1948, droeg ook bij aan dit vormingswerk, met name op het gebied van kerkelijk jeugdwerk. De sociaal-pedagoog Jac. van der Waals, een ervaren vormingsleider van ‘Herstel en Opbouw’, werd onderdeel van de staf in Baarn. De samenwerking tussen ds. Grosheide en Van der Waals was een belangrijke impuls voor het gereformeerde evangelisatiewerk.
André Flikweert over de Gereformeerde Kerken van Duiveland
tags: #gereformeerd #evangeliesatie #gebouw #instufzb