Financiële en Praktische Zaken Rondom Kerkelijke Uitvaarten en Voorgangershonoraria

Wanneer u te maken krijgt met een uitvaart, is het van belang om de verschillende aspecten hiervan goed te regelen. In overleg met het team pastoraat wordt u in contact gebracht met een voorganger die de uitvaartdienst kan leiden. Allereerst is het van belang dat u samen met de uitvaartondernemer én de voorganger tot een gezamenlijk moment komt waarop de viering plaatsvindt. Vervolgens heeft u een gesprek met de voorganger over het leven van de overledene en de invulling van de uitvaartdienst. U kunt zelf met voorstellen komen voor muziek of teksten. De dienst kan gehouden worden in één van de kerken of in een andere ruimte, bijvoorbeeld de aula van het crematorium.

Het is ook belangrijk om het Kerkelijk Bureau op de hoogte te stellen van het overlijden door een rouwkaart te sturen naar Kerkelijk Bureau PGD, Bongerd 4, 7006 NJ Doetinchem.

Tarieven en Draaiboek voor Kerkelijke Uitvaarten

In een bijgevoegd document vindt u de tarieven van de uitvaartdiensten, geldig per 1 juli 2025. Tevens is er een Draaiboek kerkelijke uitvaarten beschikbaar. Dit draaiboek, compleet met belangrijke namen en adressen, kan dienen als leidraad bij de organisatie van een uitvaart.

Mogelijkheden voor Liturgiepresentatie

Er is een optie voor een liturgiepresentatie d.m.v. beeldschermen. Hierbij is er de mogelijkheid om aangeleverde digitale foto’s op te nemen in de presentatie, altijd in overleg met het Beamteam. De ondersteuning met schermen is echter altijd onder voorbehoud van de beschikbaarheid van mensen van het Beamteam en camerabediening. Met name bij uitvaartdiensten kan het lastig zijn om een teamlid beschikbaar te krijgen vanwege de korte termijn tussen vraag en uitvaartdienst.

Illustratie van een beeldscherm met foto's tijdens een uitvaartdienst.

Vergoedingen en Rechtspositie van Predikanten

Wanneer er een vraag komt voor een uitvaartdienst betreffende personen die geen gemeentelid van de PGA zijn, wordt deze doorverwezen naar de Stichting Vrienden Grote Kerk en/of Stichting De Schouw.

Forfaitaire vergoedingen zijn vergoedingen met een vast bedrag, ongeacht de daadwerkelijk gemaakte kosten. Declarabele vergoedingen zijn afhankelijk van de daadwerkelijk gemaakte kosten. In algemene zin verdient het voor predikanten aanbeveling om een factuur op naam te vragen en deze te bewaren.

Inkomensafhankelijke Premie Zorgverzekeringswet

Daarnaast wordt een predikant door de Belastingdienst aangeslagen voor de zogenaamde inkomensafhankelijke premie voor de Zorgverzekeringswet. Dit wijkt af van de situatie van een werknemer. Als onderdeel van de rechtspositie heeft een predikant aanspraak op een tegemoetkoming in de te betalen premie (GR 5-4-4-i). Om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen, hoeft de predikant geen inzage te verschaffen in de voorwaarden en premiebedragen van de door hem gesloten verzekering.

Vergoedingen bij Langdurige Afwezigheid

Bij langdurige afwezigheid (ziekte, vrijstelling van werkzaamheden, opschorting ambtsbediening, e.d.) van de predikant worden bepaalde vergoedingen doorbetaald zolang het traktement wordt doorbetaald. Dit geldt onder andere voor de tegemoetkoming in de premie Zorgverzekeringswet.

Werkruimte en Gebruik Werkruimte

Als een predikant en een kerkenraad overeenkomen dat een predikant zelf in werkruimte voorziet, dan heeft de predikant recht op de vergoeding gemis werkruimte. Bij langdurige afwezigheid wordt deze vergoeding doorbetaald zolang het traktement wordt doorbetaald. Als een predikant en een kerkenraad overeenkomen dat de predikant op eigen kosten de werkruimte inricht (meubilair, behang, verf en stoffering) en onderhoudt (verlichting, verwarming, schoonmaak) dan heeft de predikant recht op de vergoeding gebruik werkruimte. Ook deze vergoeding wordt bij langdurige afwezigheid doorbetaald zolang het traktement wordt doorbetaald.

Kosten Uitoefening Ambt

Predikanten hebben recht op vergoeding van de kosten die zij in de uitoefening van het ambt maken voor representatie, bureaubenodigdheden, afschrijving en onderhoud van tekstverwerkende apparatuur en communicatie.

Representatiekosten

Ter uitoefening van zijn taak maakt een predikant een veelheid van kosten die moeilijk apart te declareren zijn. Het ontvangen van (groepen) gemeenteleden in de pastorie brengt kosten met zich mee voor huisvesting (gas, licht en water) en verzorging (eten en drinken). Zo ook het voldoen aan allerlei sociale verplichtingen, waarbij attenties (een bloemetje, een cadeautje) verwacht worden. De kosten van kleding vallen hier ook deels onder.

De vergoeding hiervoor is een vast bedrag dat wordt uitbetaald door de Beheercommissie. Deze vergoeding stopt per direct bij schorsing in de vervulling van het ambt. Na één jaar stopt deze bij andere redenen zoals ziekte en vrijstelling van werkzaamheden.

Vakliteratuur en Permanente Educatie

Om bij te blijven op zijn vakgebied, schaft de predikant vakliteratuur aan en voldoet hij aan de verplichting tot permanente educatie. De vergoeding hiervoor is een vast bedrag per maand, die door de Beheercommissie wordt uitbetaald. Deze vergoeding wordt doorbetaald tijdens vakantie, studieverlof, zwangerschapsverlof en bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of vrijstelling van werkzaamheden. De vergoeding stopt per direct bij schorsing in de vervulling van het ambt.

Een stapel boeken en een laptop die de behoefte aan vakliteratuur en permanente educatie symboliseren.

Vervoerskosten

De kosten die de predikant in zijn ambtsuitoefening voor vervoer maakt, declareert hij bij de gemeente. De gemeente vergoedt de kosten volgens de regels daarvoor in de uitvoeringsbepalingen. Het verdient aanbeveling dat gemeente en predikant vooraf afspraken maken over de keuze van de vervoermiddelen, zowel voor reizen binnen als buiten het gebied van de gemeente. In geval van moeilijke verbindingen per openbaar vervoer kan uitsluitend gebruik van dat vervoermiddel redelijkerwijze niet afgesproken worden.

Als een predikant op eigen verzoek buiten de grenzen van de gemeente woont, zijn de kilometers tussen de woning en de gemeentegrens declarabel. Dit geldt voor predikanten die op of na 1 januari 2010 en vóór 1 januari 2019 op eigen verzoek buiten de gemeentegrens zijn gaan wonen of blijven wonen.

Bij de vaststelling van de bedragen van de vergoedingen voor auto, motor, bromfiets, scooter, snorfiets, e-bike en fiets is als uitgangspunt genomen dat de kosten van het privé bezit en gebruik van deze vervoermiddelen geen onderdeel van de vergoeding behoren te zijn. Verder wordt ervan uitgegaan dat de predikant zich voldoende verzekert tegen verlies, diefstal en schade aan derden, aan inzittenden en het voertuig zelf. Deze verzekeringskosten worden geacht onderdeel uit te maken van de vergoeding. Het werken in deeltijd, het hebben van vakantie of het doormaken van een ziekteperiode hebben geen invloed op de hoogte van de vergoeding.

Vervoerskosten ten behoeve van de permanente educatie (mentoraat, primaire nascholing en voortgezette nascholing) worden vergoed door de vaste vergoeding voor vakliteratuur en permanente educatie. De predikant kan met een af te spreken frequentie zijn vervoerskosten declareren op basis van een door hem bijgehouden kilometeradministratie en door het overleggen van vervoerbewijzen van het openbaar vervoer.

Inrichtingskosten en Verhuiskosten

Onder inrichtingskosten worden alle kosten verstaan die volgens maatschappelijk gebruik of wettelijke regeling voor rekening van de huurder komen. Te denken valt aan het binnenschilderwerk, behang, stoffering, aansluiting apparatuur e.d. Verhuist een predikant om in twee gemeenten tegelijkertijd het werk van predikant te gaan doen, dan dient hij de declaratie in bij de gemeente die haar pastorie beschikbaar stelt. Is daarvan geen sprake, dan dient hij de declaratie in bij de gemeente binnen welke grenzen hij gaat wonen.

Indien een predikant om een andere reden dan emeritaat binnen vier jaar zijn werkzaamheden in de gemeente vrijwillig beëindigt, dient hij de inrichtingsvergoeding (niet de transportkosten) gedeeltelijk terug te betalen. Deze terugbetaling bedraagt in het eerste jaar na zijn intrede 75% van de vergoeding, in het tweede en derde jaar 50% en in het vierde jaar 25%.

De verhuiskosten kunnen bij het verlaten van de ambtswoning in verband met emeritaat, onvrijwillige losmaking (geen tucht) of met het overlijden van een dienstdoende predikant worden gedeclareerd bij de Beheercommissie centrale kas predikantstraktementen. Hiervoor is een formulier beschikbaar. Het formulier moet worden ondertekend door de predikant en de scriba van de kerkenraad.

Een enkele keer komt het voor dat een predikant door de gemeente gevraagd wordt om binnen de gemeente te verhuizen van de ene naar de andere ambtswoning. In dat geval is het advies om de verhuiskosten en de inrichtingskosten te vergoeden volgens de geldende regeling. Het is raadzaam om over de terugbetalingsverplichting in onderling overleg afspraken te maken die passen bij de omstandigheden van het geval.

Noodzakelijke Uitzonderlijke Ambtskosten

Een gemeente kan met haar predikant afspraken maken over de vergoeding van noodzakelijk uitzonderlijke ambtskosten, waarvoor in de generale regeling of de uitvoeringsbepalingen geen regels zijn gegeven. De afspraak hierover wordt schriftelijk vastgelegd en ondertekend door de predikant, de preses en de scriba van de kerkenraad en de voorzitter en secretaris van het college van kerkrentmeesters.

Nascholing en Jubilea van Predikanten

Predikanten worden geroepen de theologische wetenschap te blijven beoefenen. De kerk en de gemeenten worden geroepen predikanten daarvoor de gelegenheid te geven. De daarmee gepaard gaande werktijd van zowel de beginnende predikant als de mentor komt ten laste van de gemeente, waaraan zij ieder voor zich verbonden zijn.

De aan de werkbegeleiding verbonden vervoerskosten bestrijdt de beginnend predikant uit de vergoeding die hij krijgt voor de kosten van vakliteratuur en permanente educatie. Na de werkbegeleiding gaat een periode van vier jaar in waarin de predikant de primaire nascholing volgt. Deze nascholing wordt verzorgd door de Protestantse Theologische Universiteit. De hieraan te besteden tijd komt in mindering op de tijd die de predikant beschikbaar heeft voor het werk in de gemeente. De kosten van de nascholing worden gedragen door de landelijke kerk. De predikant bestrijdt de reiskosten uit de vergoeding, die hij krijgt voor de kosten van vakliteratuur en permanente educatie.

Vijf jaar na de eerste bevestiging volgt in cycli van telkens 5 jaren de voortgezette nascholing. Bij de bepaling van de jubileumperiode wordt niet gekeken naar de periode dat de predikant in het ambt heeft gestaan, maar naar de periode die de predikant werkzaam is geweest op basis van een kerkelijke rechtspositie.

De Beheercommissie centrale kas predikantstraktementen berekent de hoogte van de jubileumgratificatie en maakt die over aan de predikant. De predikant wordt schriftelijk geïnformeerd over de jubileumgratificatie.

Een voorbeeld van de berekening van de jubileumperiode: een predikant werkte 10 jaar als fulltime predikant voor gewone werkzaamheden. Vervolgens werkte hij 10 jaar fulltime als predikant in algemene dienst. Daarna werkte hij 5 jaar halftime als predikant voor gewone werkzaamheden. De gemiddelde werktijd over de jubileumperiode van 25 jaar bedraagt ((20 x 1) + (5 x 0,5)) / 25 = 22,5 / 25 = 90%.

Infographic die de opbouw van nascholing en jubilea voor predikanten visualiseert.

Vakantierechten en Verlofregelingen voor Predikanten

Vakantie

Een predikant jonger dan 50 jaar heeft recht op 6 weken vakantie per kalenderjaar. In het kalenderjaar waarin een predikant 50 jaar wordt en de jaren daarna, heeft een predikant recht op 7 weken vakantie. Dit geldt zowel voor fulltime als parttime predikanten. Als een predikant ziek wordt tijdens de vakantie, gaat het vakantieverlof over in ziekteverlof. Het is mogelijk voor een predikant om tijdens een langdurige periode van ziekte vakantieverlof op te nemen.

Het recht op vakantieverlof is een recht per jaar. Als een predikant gedurende het jaar muteert van gemeente A naar gemeente B en hij heeft in gemeente A een bepaald deel van het jaartotaal opgenomen, dan heeft hij in gemeente B nog recht op opname van het resterende deel. Het verlof wordt opgenomen in overleg met de kerkenraad, omdat de kerkenraad verantwoordelijk is voor het regelen van de vervanging. Daarbij geldt dat de predikant zelf verantwoordelijk is voor de opname van het verlof. Niet opgenomen verlof wordt gerekend als overwerk, dat niet wordt uitbetaald.

Zondagsdiensten

Een predikant heeft recht op gemiddeld 2 vrije zondagen per 5 jaar, wat neerkomt op 10 vrije zondagen per 5 jaar. Bij 52 zondagen per jaar mag een predikant dus gevraagd worden om op 33 of 34 zondagen het dienstwerk te verrichten. Op die zondagen verricht hij het dienstwerk in overeenstemming met de lokale afspraken daarover.

Heeft een gemeente de gewoonte om twee diensten per zondag te hebben, waarin in principe de eigen predikant voorgaat, dan zal de betreffende predikant zo’n 68 keer per jaar voorgaan in zondagse erediensten. Bij de verdere invulling van het takenpakket van de predikant zal dan rekening gehouden moeten worden met het hoge aantal te verzorgen preekbeurten. Heeft een gemeente de gewoonte om één dienst per zondag te hebben, waarin in principe de eigen predikant voorgaat, dan is sprake van zo’n 34 zondagse erediensten per jaar in de gemeente. Door de week zal de betreffende predikant meer ruimte voor andere taken hebben, dan de collega die elke zondag twee diensten moet verzorgen.

Het beleid met betrekking tot het aantal erediensten per zondag en met betrekking tot de vraag hoeveel van die diensten verzorgd worden door de eigen predikant komt tot stand in overleg tussen de predikant en de kerkenraad. Het verdient aanbeveling de afspraken vast te leggen in het werkplan van de predikant. Bij een parttime predikant wordt in het werkplan geregeld op hoeveel zondagen de predikant het dienstwerk zal vervullen. Dit kan meer of minder zijn dan het aantal dat ontstaat als de deeltijdfactor wordt toegepast op het aantal zondagen dat een fulltime predikant het dienstwerk moet verrichten. Bij een predikant met een deeltijdpercentage van 60% zou gezegd kunnen worden dat hij op 60% x 34 zondagen = 20 zondagen het dienstwerk moet verrichten. In het werkplan kan echter een groter of kleiner aantal worden overeengekomen.

Zwangerschaps- en Bevallingsverlof

Tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof worden het traktement en de vergoedingen doorbetaald. Naast bovenstaande kerkelijke regeling valt de vrouwelijke predikant als zelfstandige ook onder de burgerlijke Wet arbeid en zorg. In het kader van deze wet hebben zelfstandigen recht op de zogenaamde ZEZ-uitkering (zwanger en zelfstandig). Omdat het niet de bedoeling is dat de predikant een dubbel inkomen heeft en omdat de gemeente moet zorgen voor vervanging van de predikant, is in artikel GR 5-5-4 geregeld dat de predikant de ZEZ-uitkering afstaat aan de gemeente. Het college van kerkrentmeesters vergoedt de vervanger(s) van de predikant volgens de daarvoor binnen de kerk geldende beloningsregels (hulpdiensten-tarief predikanten of salarisregeling kerkelijk werkers). Het zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft geen invloed op het recht op vakantieverlof.

Geboorteverlof, Adoptie- en Pleegzorgverlof

Na de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie de predikant ongehuwd samenwoont of degene van wie de predikant het kind erkent, heeft de predikant recht op betaald geboorteverlof. Het verlof bedraagt ten hoogste tweemaal de arbeidsduur per week.

Bij de adoptie van een kind of bij de opname van een pleegkind heeft de predikant recht op maximaal vier weken betaald adoptie- of pleegzorgverlof. Het recht op opname van het verlof bestaat gedurende een tijdvak van twee weken vóór de datum van de feitelijke adoptie of opname tot en met zestien weken daarna. Indien tegelijkertijd twee of meer kinderen worden opgenomen, bestaat het recht op verlof slechts ten aanzien van één van die kinderen.

Ouderschapsverlof

Voor elk kind in het huisgezin dat nog niet de leeftijd van acht jaar heeft bereikt, heeft een predikant recht op onbetaald ouderschapsverlof in de vorm van een tijdelijke werktijdvermindering. De periode van verlof en de omvang van de werktijdvermindering worden afgesproken tussen predikant en kerkenraad, evenals de werkzaamheden die de predikant in de resterende werktijd zal verrichten. De afspraken worden vastgelegd in een door de predikant en de preses en scriba te tekenen overeenkomst. Deze wordt in kopie aan het college van kerkrentmeesters en de Beheercommissie centrale kas predikantstraktementen gestuurd.

Tijdens het ouderschapsverlof geschiedt de pensioenopbouw in evenredigheid met de verlaagde werktijd. Als de predikant over de gemiste werktijd pensioen wil blijven opbouwen, kan hij bij het Pensioenfonds Zorg & Welzijn verzoeken om vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. Bij dit verzoek moet de predikant aan het pensioenfonds vragen om de factuur voor de vrijwillige voortzetting aan hemzelf te zenden, zodat hij deze volledig zelf kan voldoen.

Veerkracht | Animatie voor psycho-educatie | Augeo Foundation

Specifieke Situaties en Vragen

Mijn moeder was bij een plaatselijke begrafenisonderneming in Odoorn. Twee maanden eerder is mijn stiefvader overleden en hadden wij een voorganger van een particuliere onderneming. Nu kregen wij geen vergoeding van de plaatselijke begrafenisonderneming. Ik ken de polis of regeling van de plaatselijke begrafenisonderneming in Odoorn niet en u schrijft niet waarom u nu geen vergoeding krijgt. Ik neem aan dat u daar wel naar gevraagd hebt.

mr W.G.H.M. www.exit.nl biedt een uitvaart zoals u dat wilt, zonder compromissen. U kunt een vraag intypen; het antwoord staat binnen 48 uur onder de vraag.

De service staat open voor particulieren en voor instellingen, ondernemers en begraafplaatsen die relatie zijn van Uitvaart.nl, Juridisch Adviesbureau Van der Putten of Grafzorg Nederland. Een vraag moet een algemeen karakter hebben. Bijvoorbeeld: "Moet ik een uitvaartondernemer inschakelen?", "Mag een asbus worden begraven?", "Mag een begraafplaats kosten voor onderhoud rekenen?", "Mag een lijk in een ambulance worden vervoerd?".

Vragen die betrekking hebben op individuele situaties (bijvoorbeeld: "Ik verschil van mening met de begraafplaats over de rechten op een graf") kunnen niet worden behandeld, omdat voor een juist antwoord veel gegevens over feiten en omstandigheden nodig zijn. Voor dergelijke individuele vragen kunt u - vrijblijvend - bij juridisch adviesbureau Van der Putten terecht.

Zowel de vraag als het antwoord zijn openbaar. Uw vragen worden serieus en zorgvuldig behandeld.

tags: #pkn #honorarium #voorganger #uitvaart