De Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) werd opgericht op 24 april 1918 in Middelburg. De drijvende kracht achter dit initiatief, dat voortkwam uit de samenvoeging van acht kiesverenigingen en enkele kerkelijke ambtsdragers, was de jonge predikant Gerrit Hendrik Kersten uit Yerseke. De oprichters voelden zich verontrust door de theorieën van predikant en ARP-leider Abraham Kuyper, die niet alleen op theologisch gebied (de leer van de veronderstelde wedergeboorte, het pluriforme kerkbegrip) maar ook in de politiek wortel schoten. De staatkundig-gereformeerden hekelden de doorwerking hiervan in de reformatorische politiek, wat volgens hen zou leiden tot het opgeven van de eis dat overheden zich rechtstreeks gebonden moesten weten door de Bijbel, tot een principieel onjuiste samenwerking met 'de Roomsen', en tot wereldgelijkvormigheid.
In dat verband verweten zij de ARP een betreurenswaardige houding in het kiesrechtvraagstuk, met name ten aanzien van het vrouwenkiesrecht, waarvoor de Grondwet sinds 1917 de mogelijkheid had geopend. Het jaar 1918 markeerde zowel internationaal, met het einde van de Eerste Wereldoorlog, als nationaal een keerpunt. In Nederland dreigde in november zelfs een soort revolutie uit te breken, geïnitieerd door de leider van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP), Pieter Jelles Troelstra. Hoewel dit niet doorging, werden er wel belangrijke zaken aangepakt, waaronder het beperkte kiesrecht dat al lange tijd een bron van verdeeldheid was. Bij de zogenaamde 'Pacificatie' van 1917 werd in de Grondwet vastgelegd dat het kiesrecht voor de Tweede Kamer voortaan algemeen en evenredig zou zijn. De vervanging van het districtenstelsel door een kiesstelsel op basis van evenredigheid bood nieuwe groeperingen zoals de SGP een reële kans om vertegenwoordigd te worden in de volksvertegenwoordiging.

De Beginselen van de SGP
De SGP is niet verbonden aan een specifieke kerk; zij is interkerkelijk. Haar leden en kiezers komen echter wel voort uit een duidelijk herkenbaar segment van reformatorisch Nederland. Het zijn voornamelijk de bevindelijk gereformeerden die op de SGP-lijsten stemmen. Dit deel van 'de Gereformeerde Gezindte', zoals de orthodox-reformatorische stromingen vaak worden genoemd, legt de nadruk op het hart en de beleving van de Bijbel als het Woord van God, in de traditie van de zestiende-eeuwse Reformatie, de zeventiende-eeuwse Nadere Reformatie en van 'oude', vaak piëtistische en puriteinse schrijvers en theologen zoals Voetius.
Kenmerkend voor bevindelijk gereformeerden is de grote nadruk op de 'Godservaring', de centrale positie van de bekering als het werk van Gods Geest in de mens, het geloof dat God actief ingrijpt in het menselijk en maatschappelijk leven, het intense besef van zonde en ellende, de afwending van 'de wereld', en de nadruk op 'lijdelijkheid'. Veel bevindelijken hanteren een eigen levensstijl: thuis geen televisie, het lezen van de Statenbijbel, het spreken van de 'tale Kanaäns', tweemaal per zondag kerkgang met strikte zondagsrust, en soms het dragen van donkere pakken, 'zwarte kousen' en hoedjes. Ze mijden in veel opzichten 'de wereld' en 'werelds vermaak', en bevinden zich op afstand van de hoofdstromen in de Nederlandse samenleving.
De beginselen van de SGP zijn geworteld in en geënt op de Bijbel als Gods Woord, ook wel aangeduid als 'Het Beginsel'. De partij erkent het onfeilbaar gezag van de Heilige Schrift en wenst zich te houden aan de klassieke authentieke exegese ervan. De theocratische invalshoek is een wezenlijk hoofdelement uit het staatkundig-gereformeerde programma. De SGP spreekt tegenwoordig echter liever over 'bijbels genormeerde politiek', wat geen koerswijziging inhoudt, maar een uitdrukkingswijze die minder misverstanden zou wekken. De neutrale staat wordt door de SGP beslist afgewezen. De partij belijdt het absolute gezag van Gods Woord (naar de zuivere Statenvertaling) over alle terreinen van het leven, inclusief het staatkundige en maatschappelijke leven, zoals verwoord in het tweede artikel van haar statuten.
De SGP onderschrijft onvoorwaardelijk de drie Formulieren van Enigheid (de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels), vastgesteld op de nationale Synode van Dordrecht in 1618-1619. Aan het onverkorte artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, dat stelt dat de overheid van Godswege de opdracht heeft gekregen 'om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valsen godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen', werd naarmate de twintigste eeuw vorderde een steeds belangrijkere rol toegekend. Dit gold ook voor de 21 woorden die onder invloed van Kuyper door de Gereformeerde Kerken in Nederland op de Synode van Utrecht in 1905 tussen haken waren gezet, waardoor de opvatting dat de overheid de opdracht had om valse godsdienst uit te roeien, 'verviel'. De SGP blijft echter uitgaan van de oorspronkelijke woorden van artikel 36.
De SGP ziet de theocratische verhouding als profetisch, waarbij de kerk zich met het Woord tot de staat richt. De overheid wordt beschouwd als 'dienaresse Gods', een uitgangspunt dat haaks staat op de revolutionaire leer van de volkssoevereiniteit, die het laatste gezag in het volk en de publieke opinie zoekt. Vanuit deze opvatting dat de overheid bij de gratie Gods regeert, volgt ook de noodzaak voor de overheid om de eed te eisen en het ambtsgebed te handhaven.
Het Vrouwenstandpunt en Juridische Kwesties
Meer dan haar theocratische zienswijze trekt het vrouwenstandpunt van de SGP de aandacht in de Nederlandse samenleving. De partij stelt in de artikelen 7 en 10 van haar beginselprogramma de plaats van de man en de vrouw in de scheppingsorde respectievelijk het vrouwenkiesrecht centraal. De SGP ziet man en vrouw als gelijkwaardig op bijbelse gronden, maar met een onderscheiden roeping. De man is het hoofd van de vrouw. Emancipatiestreven dat deze door God gegeven roeping en plaats miskent, wordt door de SGP als revolutionair beschouwd en krachtig bestreden. De vrouw zou geen zitting moeten nemen in bestuurlijke en vertegenwoordigende organen.
In 1996 werd het buitengewoon partijlidmaatschap voor vrouwen ingevoerd, zonder dat dit hen veel rechten binnen de partij bood. Vanaf 24 juni 2006 konden vrouwen wel gewoon lid worden, bestuurlijke posities innemen en meepraten over staatkundige onderwerpen, al werd verwacht dat zij geen lid zouden willen worden van vertegenwoordigende lichamen zoals gemeenteraden en de Tweede Kamer.
Veel buitenstaanders reageren verontwaardigd op het staatkundig-gereformeerde vrouwenstandpunt. Juridische procedures, aangespannen door niet-SGP'ers, speelden hierin een rol. Artikel 7 van het Vrouwenverdrag van de Verenigde Naties, dat stelt dat staten vrouwen het recht op verkiesbaarheid op gelijke voet met mannen in alle openbaar gekozen lichamen moeten verzekeren, vervulde hierin een spilpositie. De Hoge Raad oordeelde in zijn arrest van 9 april 2010 dat dit artikel geen ruimte liet aan de staat om de SGP de vrijheid te laten vrouwen van haar lijsten te weren, omdat het 'onaanvaardbaar' is dat een politieke groepering handelt in strijd met een grondrecht dat de kiesrechten van alle burgers waarborgt, ook al berust dit op religieuze of levensbeschouwelijke beginselen. De staat moest effectieve maatregelen tegen de SGP nemen.
Een beroep tegen deze uitspraak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in 2012 werd door de SGP verloren. Hoewel de SGP betoogde dat het oordeel van de Hoge Raad indruiste tegen de vrijheid van godsdienst, vereniging en meningsuiting, stelde het EHRM dat de handelwijze van de SGP onaanvaardbaar was. Hierop besloot de SGP in maart 2013 de reglementen aan te passen, zodat vrouwen formeel verkiesbaar werden, hoewel het beginselprogramma ongewijzigd bleef. Dit betekent dat de SGP het bekleden van een politiek ambt door een vrouw nog steeds als strijdig met haar roeping beschouwt, maar zij zich wel formeel verkiesbaar mogen stellen.
Binnen de SGP is er overigens ook steeds een debat geweest over de positie van de vrouw, gevoerd op de noemer van de uitleg van de Heilige Schrift. Vanwege haar vrouwenstandpunt ligt de SGP al geruime tijd onder vuur in de Nederlandse samenleving. Naast de opvattingen over de theocratie en de rol van de vrouw in de politiek, bevat het staatkundig-gereformeerde beginselprogramma nog andere opvallende punten.

Andere Beginselen en Partijorganisatie
De SGP erkent de doodstraf als een rechtvaardige en rechtmatige straf. De partij kiest voor een 'organisch kiesrecht' (huismankiesrecht) en verzet zich tegen het individualistische kiesrecht. Zij keurt de vaccinatieplicht en de verzekeringsdwang af, keert zich tegen crematie en wijst abortus, euthanasie en het homohuwelijk volstrekt af. Rigoureuze verwerping van de Europese integratie is eveneens een standpunt. Het beginselprogramma getuigt verder van een diepe verbondenheid met Israël. De handhaving van de zondagsrust wordt als noodzakelijk beschouwd; ontheiliging daarvan moet, net als godslastering, strafbaar worden gesteld.
Op sociaal-economisch terrein voorstaat de SGP een (bijbels) genormeerde vrije markt. De partij legt een grote nadruk op het particulier initiatief en staat wantrouwend tegenover overheidsbemoeienis, maar meent wel dat de staat een schild moet zijn voor de zwakken. Staking en uitsluiting als middelen in de loonstrijd dienen te worden geweerd.
De SGP telt, in verhouding tot haar twee zetels in de Tweede Kamer, veel leden: het aantal steeg van ongeveer 10.000 in 1945 tot bijna 30.000 leden in 2022. De partijorganisatie is opgebouwd rond plaatselijke kiesverenigingen, die in hun statuten de grondslag en het doel van de partij aanvaarden en wiens oprichting goedkeuring behoeft van het Hoofdbestuur. Binnen een provincie vormen deze kiesverenigingen een provinciale kiesvereniging. Op landelijk niveau wordt minstens eenmaal per jaar een algemene vergadering gehouden, die toegankelijk is voor elk lid. Andere algemene vergaderingen kunnen door afgevaardigden van de kiesverenigingen worden bezocht. Deze algemene vergadering benoemt het Hoofdbestuur (bestaande uit negen tot vijftien leden), dat belast is met de algemene leiding van de partij en de uitvoering van de besluiten van de algemene vergadering.
De SGP kent daarnaast een Raad van Advies, bestaande uit 29 vertrouwensmannen die evenredig over het land zijn verdeeld. Deze raad komt minstens eenmaal per jaar bijeen en wordt door het Hoofdbestuur geconsulteerd over belangrijke partijaangelegenheden. Het partijorgaan van de SGP is sinds 1919 De Banier. De partij heeft ook een jongerenorganisatie, SGP-Jongeren, opgericht in 1934, die met ruim 7300 leden in 2022 de grootste politieke jongerenorganisatie van Nederland is. Het wetenschappelijk instituut van de SGP is de Guido de Brès-Stichting, met als wetenschappelijk tijdschrift Zicht.

Verkiezingsresultaten en Electorale Basis
De SGP was vanaf de Tweede Kamerverkiezingen van 1925 doorgaans goed voor ruim 2% van de stemmen. In 1929 en 1933 telde de partij drie Kamerzetels, daarna twee, en vanaf 1956 (toen het aantal Kamerzetels werd verhoogd van 100 naar 150) weer drie zetels. Bij de Kamerverkiezingen van 1982 zakte het staatkundig-gereformeerde aandeel voor het eerst onder de 2%. Van 1994 tot en met 2010 behaalde de SGP twee Kamerzetels, met uitzondering van 1998, toen de partij er drie had.
In 1956 behaalde de SGP voor het eerst een zetel in de Eerste Kamer, die in 1959 echter weer verloren ging. In 1971 keerde de partij terug in de senaat. Van 1992 tot 2011 had de SGP twee zetels, waarna de partij bij de Eerste Kamerverkiezingen in dat laatste jaar terugviel naar één zetel.
In het Europees Parlement werkte de SGP sinds 1984 samen met aanvankelijk het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF), en later de ChristenUnie. In 1984 werd SGP-lijsttrekker Leen van der Waal in het Europees Parlement gekozen en tweemaal herkozen. Bij de Europese verkiezingen van 2009 haalde het samenwerkingsverband van de ChristenUnie en de SGP twee zetels. Daarna scheidden hun wegen zich; de staatkundig-gereformeerde europarlementariër sloot zich aan bij de nieuwe, eurosceptische fractie Europa van Vrijheid en Democratie.
De stabiliteit van het kiezersaandeel van de SGP sinds haar oprichting hangt samen met het feit dat zij electoraal stevig is ingebed in een aantal orthodox-reformatorische gezindtes. De belangrijkste leveranciers van het staatkundig-gereformeerde electoraat zijn de Gereformeerde Gemeenten, de Oud-Gereformeerde Gemeenten, delen van de Christelijk-Gereformeerde Kerk, de Hersteld Hervormde Kerk en de 'Bonders' binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). In lijn hiermee is de SGP geografisch sterk geworteld in de 'Bijbelgordel', die zich uitstrekt van Zeeland, via het gebied tussen de grote rivieren en Gelderland (de Veluwe) naar delen van Overijssel (zoals Staphorst en Rijssen). De partij is vooral aanwezig op het platteland en in de kleinere steden. De aanhang bestaat voor een belangrijk deel uit 'kleine luyden' die in traditioneel gezins- en familieverband leven en bovengemiddeld werkzaam zijn in agrarische beroepen, de visserij en in het (ambachtelijke) midden- en kleinbedrijf.
De Groninger Richting en Theologische Stromingen
De tekst bevat ook informatie over de Groninger Godgeleerden of Groninger Richting, een theologische stroming uit de negentiende eeuw (vanaf 1831) binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Deze groep, die zichzelf bij voorkeur evangelische en Nederlandse theologen noemde, was destijds de meest vrijzinnige. Zij legden de nadruk op het gevoel als activiteit van het gevoelsleven, aansluitend bij de Duitse theoloog Friedrich Schleiermacher. Zij streefden naar een 'levend christendom' dat verouderde leerstellingen overboord gooide en de Bijbel erkende als een fase in de openbaring Gods.
De Groninger School had het idee een typisch Nederlandse theologie te geven, waarbij de Nederlandse volksgeest onderdrukt zou zijn door het buitenlandse Calvinisme na de Synode van Dordrecht. Ze zagen de geschiedenis als een vooruitgang om het doel van gelijkvormigheid aan het beeld van Jezus Christus te bereiken. In de leer over Jezus Christus werd de nadruk gelegd op zijn mens-zijn en zijn voorbeeldfunctie, toegeschreven aan zijn pre-existentie. Dit leidde tot het verwijt dat zij 'moderne Arianen' waren, omdat Jezus Christus sterk ondergeschikt werd gemaakt aan de Vader. De zonde werd gezien als gevolg van vervreemding van God, en de plaatsbekleding van Christus als een vorm van solidariteit met het menselijk geslacht.
De Groninger Godgeleerden introduceerden de theologie van Schleiermacher in Nederland. Hun afwijking van de traditionele gereformeerde theologie en het tolereren daarvan door de kerkelijke bestuurders was een van de aanleidingen voor de Afscheiding van 1834. Vanaf 1850 verloren de Groningers aan invloed door de opkomst van de Moderne theologie en de herleving van de gereformeerde orthodoxie binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Hierdoor werden de Groningers een middenstroming die aan het eind van de 19e eeuw opging in de Evangelische richting binnen de Nederlands Hervormde Kerk.

Het Leven in Groningen: Kerken, Gemeenschappen en Perspectieven
De tekst bevat ook persoonlijke ervaringen en observaties over het kerkelijke en maatschappelijke leven in de provincie Groningen. Een predikant die vanuit Yerseke naar de polder van Heusden en Altena vertrekt, kijkt terug op zijn periode in Groningen. Hij beschrijft het noorden als een plek waar men nog kan rijden zonder files, met een mooi, afwisselend en rustig landschap, en een lager levensritme. Op kerkelijk gebied constateert hij dat er veel te beleven valt, met prachtige monumentale kerken, maar dat veel gebouwen de lokale gemeenten niet overleven en beheerd worden door de Stichting Oude Groninger Kerken. Waar kerken nog wel gebruikt worden, is het kerkelijke leven vaak vergrijsd, en veel gemeenten moeten samenwerken om een parttime predikant te bekostigen.
Hij merkt op dat hervormde kerken oud en klein zijn, gereformeerde kerken groter, en de vrijgemaakte kerken het meest vitaal lijken, wat verklaard wordt vanuit de Afscheiding die in Groningen begon. De vrijgemaakte kerken met hun scholen veranderen de laatste decennia snel, met een uitstraling die eigentijds en positief moet zijn, maar soms geforceerd overkomt. Een aantal ex-vrijgemaakten heeft zich verzameld in De Gereformeerde Kerk (hersteld) (DGK).
De verschillende orthodoxe gemeenten in de dorpen rond de stad Groningen vormen de modaliteitsring 'Ommelanden'. Mede door de import van westerse boeren in de jaren zeventig hebben deze confessionele gemeenten hun vitaliteit behouden. Nieuwe bezoekers gaven het kerkelijke leven nieuwe impulsen. In de gemeente Onderdendam, voorheen vrijzinnig, werden boeren tot ambtsdrager benoemd, wat leidde tot het uitnodigen van predikanten met een meer schriftuurlijke prediking, wat een nieuwe stimulans gaf aan het gemeenteleven. Deze gemeenten groeiden door bezoekers uit de regio aan te trekken. De predikant uit de tekst uit dankbaarheid voor deze vitale orthodoxe gemeenten, waar een schriftgetrouw Evangelie in liefde en dienstbaarheid wordt gebracht, wat leidt tot groei.
Er zijn echter ook zorgen, met name over de jongeren die opgroeien in een geseculariseerde omgeving waar God niet meer relevant lijkt. Het vinden van christelijke vrienden is moeilijk, en de catechisatiegroepen zijn klein. Veel gemeenten missen dertigers en veertigers, omdat jongere generaties de dorpen verlaten en zich in de stad vestigen.
De Groninger wordt gekenmerkt door bescheidenheid, koppigheid (met een hekel aan gezwalk en duur gedoe), en het principe 'doe maar gewoon'. De woorden van Jezus 'laat uw woord ja echter ja zijn en uw nee nee' is de Groninger uit het hart gegrepen. De collegialiteit onder predikanten in de noordelijke provincies wordt gewaardeerd, met tweemaal per jaar een predikantenberaad voor verdieping, toerusting en onderlinge ontmoeting. Het christelijk geloof is bij veel oudere kerkgangers diep ingedaald, en de echte vroomheid is niet aangetast door de vrijzinnigheid die over het leven heen is gekomen.
De tekst benadrukt het belang van het onderscheiden van vorm en inhoud in de kerk, waarbij de vorm dienstbaar moet zijn aan de inhoud. Een duidelijke, eenvoudige preek over geloof en bekering, Wet en Evangelie, met Jezus Christus centraal, blijft essentieel. De tekst bevat ook een beschrijving van de Ds. Th. Dellemanstichting, een organisatie die zich vanaf 1948 inzette voor gereformeerde zorg en samenlevingsopbouw in Groningen, en die na diverse reorganisaties en veranderingen in subsidiëring uiteindelijk werd opgeheven.
Persoonlijke verhalen van kerkelijk werkers en predikantsweduwen in dorpen als Dorkwerd, Spijk en omgeving schetsen een beeld van kleine, vaak vergrijsde gemeenten in een geseculariseerde omgeving. Ondanks de uitdagingen wordt de waarde van een behoudende prediking en de mogelijkheid om in Nederland zendingswerk te verrichten benadrukt. Ook wordt het belang van het behoud van reformatorische basisscholen en de noodzaak om als reformatorische christenen schouder aan schouder te staan tegenover de secularisatie, onderstreept.
Binnen in Oklahoma: Welkom in de meest conservatieve Bijbelstaat | ENDEVR-documentaire
Het Gereformeerd Groninger Mannenkoor (GGM)
Tot slot wordt het Gereformeerd Groninger Mannenkoor (GGM) genoemd, dat in april 2022 zijn 70-jarig bestaan hoopte te vieren. Vanwege COVID-19 werd het Jubileumconcert uitgesteld tot 23 oktober 2022. Er wordt een oproep gedaan aan mannen van 18 jaar en ouder om lid te worden, met name jonge(re) mannen, om het voortbestaan van het koor te waarborgen. Ook de mogelijkheid van tijdelijk lidmaatschap, bijvoorbeeld van oktober 2021 tot en met december 2022, wordt geopperd.
tags: #gereformeerd #groninger #mannenk