Oude Nederzettingen en Kerkelijke Ontwikkelingen
Al in de vroege Middeleeuwen was Haule een belangrijke nederzetting. Het naburige dorp Haulerwijk bestond nog niet; dit ontstond pas later door de ontginning van veenmoerassen en turfwinning vanaf de eerste helft van de 18e eeuw. De groei van Haulerwijk was zo snel dat het moederdorp Haule al snel in grootte werd voorbijgestreefd. Tot 1880 werd de bevolking van Haulerwijk meegeteld onder die van Haule.
Donkerbroek en Haule zijn twee oude Drentse kerspelen, die zich in 1328, samen met tien andere kerspelen, aansloten bij de Friezen van Stellingwerf. Beide dorpen waren van oudsher agrarische nederzettingen. In 1640 had Haule 20 stemdragende boerderijen, wat duidt op het belang van het plaatsje. De boerderijen van Haule strekten zich in het algemeen uit van de Kuinder in het zuiden tot de scheiding in het veen in het noorden.
Een belangrijke rol in die periode speelde het Groninger geslacht Ewssum. In 1640 waren 6 van de 20 boerderijen in Haule eigendom van dit geslacht.
De Middeleeuwse Kerk en de Reformatie
Al in 1328 was Haule een eigen (rooms-katholiek) kerkdorp. Bestuurlijk viel de regio destijds onder de bisschop van Utrecht. De pastorie bezat een boerderij, de zogenaamde “pastorije-plaats”. Het woonhuis van de pastoor van Haule bevond zich tegenover de toenmalige kerk. Deze boerderij werd op 27 oktober 1903 verkocht.
Op kerkelijk gebied vond na 1580 een ingrijpende verandering plaats: de katholieke eredienst werd verboden en het katholicisme verdween officieel uit Friesland voor enkele eeuwen. De parochiekerken kwamen ter beschikking van de gereformeerden, later hervormden genoemd.
Vanaf 1701 vormden Donkerbroek en Haule, met later Haulerwijk, één kerkelijke gemeente. Daarvoor behoorde de kerkelijke gemeente onder die van Oosterwolde. In 1845 werd Haulerwijk een zelfstandige kerkelijke gemeente, hoewel de band met de moedergemeente nog niet volledig verbroken was. In 1847 werd in Haulerwijk een pastorie gebouwd en in 1852 begon de bouw van een kerk.
De Hervormde Gemeente te Donkerbroek en Haule bezit in beide plaatsen een kerk en behoort sinds 2004 tot de Protestantse Kerk in Nederland.
De Protestantse Kerk van Haule
Over de middeleeuwse kerk in Haule is niet veel bekend. Oude archieven tonen aan dat Haule in 1328 een belangrijk kerkdorp was, wat impliceert dat er destijds zeker een (Rooms-katholieke) kerk heeft gestaan. De precieze locatie en grootte zijn echter onbekend.
In 1542 werd opdracht gegeven om alle kerkgoederen op te geven, wat resulteerde in de zogenaamde Beneficiaalboeken. Claes Egbes, een rechter, bestuurder en vertegenwoordiger van de streek, verzorgde de opgave voor de kerk van Haule. Een straat in Haule is naar hem vernoemd.
De huidige (protestantse) kerk in Haule werd gebouwd in 1854 en ingewijd op 18 november 1855. Bij deze gelegenheid werd de naam genoemd van A.N.B. Huizinga, dienaar des Woords in Donkerbroek en Haule. Op de gevelstenen zijn de namen te lezen van belangrijke personen die aanwezig waren bij de eerstesteenlegging en verantwoordelijk waren voor de (her)bouw, waaronder Lycklema à Nijeholt, burgemeester.

Klokkenstoel, Toren en Restauraties
Vóór 1830 stond naast de vorige kerk een klokkenstoel met twee klokken. Een in 1830 gegoten klok hing in de toren van de nieuwe kerk, maar is vermoedelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog verdwenen.
Op de toren prijkt niet de gebruikelijke haan, maar het minder voorkomende Saksische paard, eveneens te vinden op de toren van de kerk in Makkinga.
In 1957/1958 vond een grote restauratie plaats, waarbij onder andere een aantal banken werd vervangen door stoelen en de toren werd opgeknapt. In 2001 werd de laatste renovatie uitgevoerd.
Het Orgel van de Gereformeerde Kerk
Rond 1980 werd geconstateerd dat het 19e-eeuwse orgel aan vervanging toe was. Een orgel uit de Gereformeerde kerk te Silvolde (Gelderland), dat slechts dertig jaar oud was, werd aangekocht.
Dit orgel werd oorspronkelijk in 1952 door de firma Bernhard Koch te Apeldoorn gebouwd. Het werd volledig gedemonteerd en met behulp van vele vrijwilligers opnieuw opgebouwd, inclusief een nieuw balkon en een orgelkas met houtsnijwerk. Het resultaat was in feite een nieuw orgel, dat op 28 september 1982 feestelijk in gebruik werd genomen.

Begraafplaats en Grafpoëzie
Rondom de kerk bevindt zich een begraafplaats. Op enkele grafstenen is grafpoëzie te vinden. Bijzonder treffend is het grafgedicht op de steen van Jan Jans Reinders, die op 6 februari 1883 overleed en 80 jaar oud werd. Het gedicht benadrukt de betrekkelijkheid van het leven.
Ook het grafdicht op de steen van Zander Karsten Wemer, die op 26 juli 1884 overleed op ruim 55-jarige leeftijd, spreekt van een levensloop in zwakheid, wat duidt op langdurige of regelmatige ziekte.
Een ander bijzonder grafdicht is te vinden op de steen van Jan Andries Hof.
De Gereformeerde Kerk (Sintrumtsjerke)
Deze Gereformeerde kerk wordt ook wel Sintrumtsjerke (Centrumkerk) genoemd. Het orgel uit 1821 is aangewezen als rijksmonument.
De voorgevel van de kerk heeft een fraaie, symmetrische vormgeving met vier boogvenstertjes en twee ronde venstertjes. De zijgevels kenmerken zich door grote boogvensters en steunberen.
Het orgel in de Centrumkerk, een rijksmonument, is een eenklaviers orgel dat in 1821 door A. van Gruisen uit Leeuwarden werd gemaakt voor een nog onbekende kerk. In 1920 werd het overgeplaatst naar Donkerbroek door Bakker & Timmenga uit Leeuwarden. In 1964 breidde de firma Gebr. Reil het orgel uit met een mixtuur.

Kerkelijke Instituties en Heiligenverering
Uit institutiebrieven blijkt dat de kerk gewijd was aan Sint Laurentius. Op 16 mei 1500 vond de institutie van Mr. Johannes Petri plaats als pastoor, en op 20 juni 1509 werd Gherardus Johannis geïnstitueerd tot de St. vicarie ter ere van God en St. Laurentius, met goedkeuring van alle parochianen.
Andere bronnen bevestigen dat de kerk in de middeleeuwen aan Sint Laurentius was gewijd.
Haulerwijk: Veenkolonie en Bevolkingsontwikkeling
Haulerwijk, gelegen in de noordoosthoek van de gemeente Ooststellingwerf, dichtbij het Drentse dorp Een, is van oorsprong een veenkolonie. Als jaar van stichting wordt vaak 1756 aangenomen.
Van der Aa beschrijft Haulerwijk in zijn ‘Aardrijkskundig woordenboek’ (1844) als een ‘volkrijke grote buurt’ van wel anderhalf uur lengte langs de Haulerwijkstervaart. Dit kanaal, dat door het hele dorp liep, was cruciaal voor turfvervoer en ontwatering.
In tegenstelling tot nu, bestond de bevolking van Haulerwijk in de beginperiode uit zeer arme mensen. Het grietenijbestuur omschreef de 'nieuwe colonie' in de Hauler venen als bestaande uit ‘arme arbeiders en seer geringe veenbazen’.
Na de Franse tijd kende Haulerwijk een periode van groei, maar rond 1870 was de veenderij over haar hoogtepunt heen. Veel veenarbeiders trokken naar Appelscha, waar de turfwinning zich concentreerde. Dit leidde tot een duidelijke bevolkingsafname in Haulerwijk, hoewel de bevolking rond de eeuwwisseling weer toenam.
Donkerbroek: Agrarisch Dorp en Veenontginning
Donkerbroek, een oud Stellingwerfs dorpje, is ontstaan door de cultivering van de velden langs de weg naar het nabijgelegen Haule. Hoewel Donkerbroek niet tot de typische veendorpen behoort, was de aanleg van de Opsterlandse Compagnonvaart, in verband met vervening, ook voor Donkerbroek van betekenis.
Dit blijkt uit de bevolkingstoename, waardoor de bebouwing zich langs het kanaal begon uit te breiden.
Omstreeks 1840 was Donkerbroek een agrarisch dorp met 700 inwoners, nagenoeg allen hervormd. Ze behoorden tot de gemeente Donkerbroek-en-Haule.
De Afscheiding en de Vorming van Gereformeerde Gemeenten
In de nabije omgeving van Haulerwijk hadden zich al eerder Afgescheiden gemeenten gevormd, onder andere in Leek en Zevenhuizen (Groningen), en in Appelscha.
De toename van spanningen onder invloed van de schorsing van ds. De Cock in Ulrum gaf de aanzet tot het stichten van Afgescheiden gemeenten.
Haulerwijk telde onder haar inwoners de befaamde oefenaar Fedde Martens Riemsma (1775-1854), een arbeider van beroep. Hij was actief als oefenaar, onder andere in Haulerwijk en het Groningse Zevenhuizen, wat hem op boetes kwam te staan.

Fedde Martens Riemsma en zijn Rol
Riemsma's oefenen in Zevenhuizen werd door het Provinciaal Kerkbestuur van Groningen doorgegeven aan dat van Friesland. Dit bestuur ontving een rapport over de in overtreding zijnde oefenaar 'Fedde M. Rijmsma, litmaat Donkerbroek'. Na vermaningen van de predikant en aansporingen van de classis, slaagde de kerkeraad van Donkerbroek erin Riemsma zijn 'onwettige handelingen' te laten nalaten in Ooststellingwerf.
Desondanks bleef hij actief in Zevenhuizen. Riemsma's optreden in Ooststellingwerf werd ook vermeld in een rapport van de grietman van Ooststellingwerf, die tevens ongeoorloofde godsdienstoefeningen in Appelscha noemde.
De Afgescheiden Gemeente in Haulerwijk
Vóór 1834 kwam er al een godsdienstig gezelschap bijeen ten huize van Auke Rienks de Boer in Beneden Haulerwijk. Hun oefenaar was Fedde Martens Riemsma, volksmond 'Fedde Preker' genoemd.
Op 15 april 1838 preekte ds. H. de Cock in het huis van Auke de Boer voor 70 hoorders en institueerde een gemeente, waarbij zich direct een 20-tal personen aansloot. Vader en zoon De Boer werden ouderling.
De gemeente groeide, en in 1851 werd onder leiding van ds. Van der উত্তেজনা een kerkgebouwtje in gebruik genomen in Donkerbroek. Haulerwijk en Donkerbroek bleven echter samen één gemeente vormen.
De Rol van Jan Lammerts Tiesinga en Auke Rienks de Boer
Op 9 april 1838 schreef de grietman G.W.F. Lycklama à Nijeholt aan de Officier van Justitie over godsdienstige vergaderingen in Haulerwijk, geleid door Jan Lammerts Tiesinga (veenbaas te Appelscha), met medewerking van Auke Rienks de Boer (veenbaas te Haulerwijk) die zijn huis beschikbaar stelde.
De zaak kwam voor de rechtbank te Heerenveen, die zowel de 39-jarige Jan L. Tiesinga als de 68-jarige Auke R. de Boer vrijsprak.
Ds. H. de Cock en de Stichting van de Afgescheiden Kerk
Op zaterdagavond 14 april 1838 arriveerde ds. H. de Cock in Appelscha en werd de volgende ochtend naar Haulerwijk gebracht, waar hij 's morgens 'verscheidene Ledematen in eene vergaderinge heeft aangenomen', waaronder Foppe Hinkes Klooster, die ouderling in Donkerbroek was.
De Afgescheiden kerk in Haulerwijk werd op zondag 15 april 1838 door ds. De Cock geïnstitueerd. Fedde Martens Riemsma werd als oefenaar gekozen.
De gemeente behoorde aanvankelijk tot de Afgescheiden classis Assen (1838-1844). Destijds bestond er in de veenkolonie Haulerwijk nog geen Hervormde kerk.
Ouderling Auke Rienks de Boer en de Classisnotulen
Door het ontbreken van kerkeraadsnotulen uit de begintijd, berusten de kennis over het kerkelijk leven grotendeels op de classisnotulen van Assen en later Tjalleberd (Heerenveen).
Ouderling Auke Rienks de Boer, een van de eerste betrokkenen, vertegenwoordigde de gemeente Haulerwijk in de classisafgevaardigden. Foppe Hinkes Klooster, een boer uit Donkerbroek, was eveneens 20 jaar lang aanwezig als classisafgevaardigde.
Ds. Frens Strik en de Classisvergadering
Na 26 oktober 1841 werd ds. Frens Strik toegelaten tot het predikantschap en kwam eind 1841 naar Haulerwijk. Op 17 augustus 1842 vroeg hij echter een attestatie om te vertrekken naar Houwerzijl-Zoutkamp.
De ouderlingen van Haulerwijk vonden dit niet passend, gezien de korte periode die hij in Haulerwijk had gestaan en de beperkte vrucht van zijn werk. Ze vonden het beroep naar Houwerzijl niet 'voor Goddelijk erkennen'.
Tijdens een buitengewone classisvergadering in Smilde, waarop ds. Strik aanwezig was, gaf hij opnieuw zijn motieven op, aangevuld met de reden dat zijn kerkeraad een brief aan de praeses van de classis had laten afgeven, waardoor hij zich miskend voelde.
De vergadering besloot ds. Strik het gevraagde attest te verlenen. Er werd aan zijn kerkeraad geschreven dat ds. Strik zich miskend voelde door de uitdrukking 'F. Strik en zoo genaamd Leeraar' in de brief.
De Friese Zuidoosthoek als Voedingsbodem voor Gereformeerd Leven
De Friese Zuidoosthoek bleek een uitdagende omgeving voor de Afscheiding en Doleantie, met een toenemend, vaak vijandig ongeloof en een uitgestrekt gebied.
Na de Afscheiding in 1836 ontstonden er slechts twee kerken in de Zuidoosthoek: te Wolvega en te Appelscha. Eerder onderhielden inwoners van Appelscha nauwe banden met de kerk in Smilde, waar Luutzen Dijkstra oefeningen hield.
Veenbaas J.L. Tiesinga ontpopte zich als leider van deze groep en werd ouderling-oefenaar. Het eerste kerkje verrees aan de Smidslaan.
Appelscha en de Groei van Gereformeerden
De vrijzinnigheid rond Appelscha was groot. Jarenlang behoorde een wijde regio, inclusief Oosterwolde, kerkelijk onder Appelscha.
Met de groei van het inwonertal nam ook het aantal gereformeerden toe, vooral door aanwas van buitenaf. De in 1931 gebouwde kerk werd te klein, en in 1966 kon een modern kerkelijk centrum aan de Jan Frankensingel in gebruik worden genomen.
Haulerwijk en de Afgescheidenen
In Haulerwijk bestond reeds vóór 1834 een gezelschap ten huize van Auke Rienks de Boer, met als oefenaar Fedde Riemersma ('Fedde Preker'). Met de komst van de Afscheiding sloten zijn volgelingen zich hierbij aan.
De afgescheidenen uit Haulerwijk, Haule, Donkerbroek en Bakkeveen begonnen vanaf 1838 eigen samenkomsten te beleggen in Haulerwijk.
Donkerbroek en de Combinatie met Haulerwijk
Wegens de grote uitgestrektheid van het gebied en de moeilijk begaanbare wegen, vooral in de winter, stichtte de groep afgescheidenen uit Donkerbroek in 1845 een eigen kerk. Men hield echter de combinatie met Haulerwijk in stand.
Als 'gecombineerde kerk' trokken zij gezamenlijk op. Ds. J. Talsma verrichtte van 1851 tot 1861 veel pionierswerk.
In 1873 werden Donkerbroek en Haulerwijk beide zelfstandige kerken met een uitgestrekt werkterrein. De groei van het inwonertal kwam beide kerken ten goede, waardoor Haulerwijk uitgroeide tot een van de grootste van de Zuidoosthoek.
Wijnjewoude en de Kerk in Donkerbroek/Haulerwijk
Vanuit het noordelijker gelegen Wijnjewoude kerkten enkelen te Donkerbroek en Haulerwijk. Op hun aandrang, vanwege de grote afstanden, hield ds. Talsma spreekbeurten in de woning van P.H. Kamminga, waar hij tevens catechisatie gaf.
Op 5 januari 1860 kon de eerste kerkenraad bevestigd worden. Op 23 december van hetzelfde jaar werd een eigen kerkgebouw ingewijd.
Pas 23 jaar later kreeg de gemeente in ds. H.A. Dijkstra haar eerste predikant.
Bakkeveen en het Zondagsschoolwerk
Er was weinig groei bij de gereformeerden in Bakkeveen; in 1932 waren er nog maar drie gezinnen.
Het zondagsschoolwerk, begeleid vanuit Wijnjewoude, had grote invloed, met Hans Meinsma als een geziene figuur.
Evangelist F. de Jong bouwde hierop voort en verwierf grote bekendheid.
Lippenhuizen en de Afgescheidenen
Het midden van de Zuidoosthoek werd vooral beïnvloed door de arbeid vanuit Lippenhuizen. Rond 1840 woonden hier enkele afgescheidenen, waar o.a. ds. J.L. Tiesinga te Appelscha wel eens voorging.
Hun kerkje was een lokaal aan de zandweg, bijgenaamd 'kerk' vanwege de boogramen.
In 1868 splitste Terwispel zich af met een eigen kerk, wat leidde tot een verlaging van de inkomsten van oefenaar Welfing.
Toen in 1890 ook Hoornsterzwaag een eigen gemeente kreeg, bleef er voor Lippenhuizen weinig over. Vanaf 1893 werden Lippenhuizen en Hemrik samengevoegd.
Ds. G. Noordhof en de Regio-ontwikkeling
Ds. G. Noordhof werd de gezamenlijke voorganger van Lippenhuizen, Terwispel en Hoornsterzwaag, en speelde een centrale rol in de ontwikkeling van de regio gedurende meer dan dertig jaar.
Hij liep van zijn woning in Lippenhuizen anderhalf uur naar Terwispel en Hoornsterzwaag. Hij gaf twee catechisaties in elk van deze dorpen en in Gorredijk.
Terwispel en de Afscheiding
De oudste dochter van Lippenhuizen, Tijnje, werd in 1868 geïnstitueerd als 'Gereformeerde Kerk te Terwispel'.
Men zocht steun bij Oldeboorn, maar dit voldeed niet. Na het vertrek van de eerste gezamenlijke predikant, ds. J. Miedema, kwam men in 1891 gedeeltelijk weer onder de vleugels van Lippenhuizen.
Hoornsterzwaag en de Gezamenlijke Gemeente
Lippenhuizens tweede dochter was Hoornsterzwaag. Vanaf 1885 werd afwisselend gepreekt in Lippenhuizen en Hoornsterzwaag.
Omdat dit slecht voldeed, besloot men spoedig om 'door de week' in Hoornsterzwaag een godsdienstoefening te houden.
Toen ds. J. Veenbaas in 1890 vertrok, greep men de kans om zelfstandig verder te gaan. Dankzij financiële medewerking van het deputaatschap voor inwendige zending werd ds. G. Noordhof de gezamenlijke voorganger.
Gorredijk en de Stichting van een Eigen Gemeente
Lippenhuizens derde dochter werd Gorredijk. In 1913 werd de woning van de weduwe De Groot gekocht met het doel een eigen kerkelijk centrum te stichten.
Op 18 februari 1915 kwam het tot de instituering van een eigen gemeente.
tags: #gereformeerde #kerk #donkerbroek