Emmer-Compascuum, oorspronkelijk een veenkolonie ontstaan in de tweede helft van de negentiende eeuw, ontwikkelde zich tot een dorp met een diverse bevolking en religieuze gemeenschappen. De oprichting van de Gereformeerde Kerk in Emmer-Compascuum markeert een belangrijk onderdeel van de dorpsgeschiedenis.
Ontstaan en Vroege Jaren
De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Emmer-Compascuum begint met de oprichting van de Vereniging Gereformeerd Kerkelijk Leven te Emmer-Compascuum zes jaar voor de start van de bouw van het kerkgebouw. In 1890 werd in het dorp een evangelisatiepost opgericht, in de vorm van een zondagsschool, wat de groeiende aanwezigheid van gereformeerden weerspiegelde. De collectes die werden gehouden, waren bestemd voor de eigen kerk. De gemeente telde bij haar stichting op 15 november 1894 acht mannelijke en elf vrouwelijke leden. In 1894 werd aan ds. ... een aanvraag gedaan voor kerkbouw. In het jaar 1900 werd met de bouw van de kerk begonnen. De fundamenten van de kerk werden door gemeenteleden zelf uitgegraven, die bij toerbeurt enkele dagen kwamen werken, wat de vrijwillige inzet van de gemeenschap benadrukt.
In 1904 werd de pastorie naast de kerk gebouwd. Om de kosten van een eigen predikant te dekken, werd in 1905 een intekenlijst verspreid die 550 gulden opbracht. De eerste predikant, ds. Veltenaar, ontving een maandelijks tractement van 60 gulden, later verhoogd naar 70 gulden. In de kerk zaten mannen en vrouwen gescheiden, wat met name de beurtzang ten goede kwam.

Ontwikkelingen in de 20e Eeuw
In 1911 kreeg de voorzanger een salaris van 10 gulden. Er was destijds nog geen orgel in de kerk. Plannen om een orgel aan te schaffen voor 500 gulden in 1912 strandden op de hoge kosten. In plaats daarvan werd voor 4,5 gulden een haan op de kerktoren aangeschaft. Pas in 1918 werd een nieuw pneumatisch orgel door Standaart geïnstalleerd, met een aanschafprijs van 2500 gulden en 640 pijpen, waarvan 42 sprekende pijpen in het front. Hiervoor moest ook een orgeltrapper worden aangesteld, die jaarlijks 5 gulden ontving. Dit orgel werd op 23 mei 1918 in gebruik genomen.
Tot 1914 moesten leden een zitplaats in de kerk huren, waarna deze gewoonte werd afgeschaft en families bij elkaar mochten zitten. In 1925 was de gemeente uitgegroeid tot de grootste van de classis, met 1225 zielen, en werden er 33 kinderen geboren en gedoopt.
Na verloop van jaren bleek de kerk bouwvallig te worden en minder geschikt voor de gestelde eisen. In 1956 en 1957 onderging de kerk een aanzienlijke restauratie. In 1968 werd 'De Bron' gebouwd, een aanbouw aan de kerk. Vanaf 1973 nam de samenwerking met Emmererf toe.

Fusies en Veranderingen
In 1985 werd een intentieverklaring getekend door de kerkenraden van de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente om tot samenwerking te komen, al ging dit met 'ups en downs'. In 1994 vierde de Gereformeerde Kerk haar 100-jarig bestaan. Emmer-Erfscheidenveen en Emmer-Compascuum gingen gezamenlijk kerken in één kerkgebouw aan het Hoofdkanaal.
In 2009 fuseerden de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerk. De kerk werd verkocht in 2010, met de vermoedelijke sloop in het kader van de renovatie van het centrum van Emmer-Compascuum. De kerk aan het Hoofdkanaal Westzijde 9 stond sinds 2009 leeg en viel ten prooi aan verloedering, vernielingen en brandstichting. Na eerdere branden in 2010, werd in december 2016 begonnen met de sloop, die echter werd stopgezet vanwege de vondst van asbest. Na een brand in januari 2017 werd de sloop hervat en begin februari 2017 voltooid.
Het Orgel door de Jaren Heen
De geschiedenis van het orgel van de Gereformeerde Kerk is een verhaal op zich. Na de aanschaf van een haan voor de kerktoren in 1912, kwam in 1918 een nieuw pneumatisch orgel van Standaart, met een aanschafprijs van 2500 gulden. Dit orgel werd op 23 mei 1918 in gebruik genomen.
In 1973/1985 was er samenwerking met Emmererf. Na de verbouwing van de kerk werd het orgel vernieuwd. De dispositie van het orgel na de verbouwing werd gedocumenteerd. De kwaliteit van het houten pijpwerk werd als matig beoordeeld, met lekkages en houtworm. Het orgel werd als afgeschreven beschouwd en een restauratie niet meer verantwoord geacht. In plaats daarvan werd overwogen een nieuw orgel te laten bouwen. Tussen 1990 en 1994 werden offertes aangevraagd voor een nieuw orgel, waarbij men overwoog delen van het oude orgel te hergebruiken. De kas en het pijpwerk van een orgel uit Zuidwolde werden als kwalitatief beter beschouwd. In 2010 zijn de frontpijpen van het orgel verkocht aan een orgelliefhebber uit Brabant, en het elektronisch orgel aan iemand op de Veluwe.
Het Oversticht: De kerkscheuring van 1944, 2002 (BETACAM690)
tags: #gereformeerde #kerk #emmer #compascuum