Statenvertaling Marcus Oog: Een Diepgaande Studie

Deze pagina biedt de mogelijkheid om de Statenvertaling, inclusief kanttekeningen, online te raadplegen in de editie van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS). De tekst van het evangelie volgens Marcus wordt hierin gedetailleerd besproken, met aandacht voor de wonderen, leringen en interacties van Jezus Christus.

Samenvatting van Marcus Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 8 van het Marcus-evangelie behandelt diverse belangrijke gebeurtenissen en leringen:

  • De tweede wonderbare spijziging: Jezus voedt vierduizend mannen met zeven broden en enkele visjes.
  • Een wonderteken geweigerd: Jezus weigert de Farizeeën een teken uit de hemel.
  • Waarschuwing voor de zuurdesem: Jezus waarschuwt Zijn discipelen voor de leer van de Farizeeën en Herodes.
  • De blinde van Bethsaïda: Jezus maakt een blinde ziende, in twee stappen.
  • De belijdenis van Petrus: De Joden hebben verschillende opvattingen over wie Jezus is, maar Petrus belijdt dat Hij de Christus is.
  • Eerste aankondiging van het lijden: Jezus kondigt Zijn lijden, dood en opstanding aan.
  • Bestraffing van Petrus: Jezus bestraft Petrus die Hem probeert af te raden te lijden.
  • Aansporing tot zelfverloochening: Jezus vermaant Zijn navolgers om hun kruis op te nemen, zichzelf te verzaken en zich niet te schamen voor Hem en Zijn leer.
Illustratie van de wonderbare spijziging van de 4000 met zeven broden en enkele visjes.

De Wonderbare Spijziging van Vierduizend Mannen

Op een dag was er een grote schare bijeen, en zij hadden niets te eten. Jezus riep Zijn discipelen en sprak met hen over de honger van de menigte. Hij was innerlijk met ontferming bewogen, omdat zij reeds drie dagen bij Hem waren en niets te eten hadden. Jezus vreesde dat zij op de weg naar huis zouden bezwijken, aangezien sommigen van hen van ver kwamen.

De discipelen vroegen zich af waar zij in de woestijn de broden vandaan moesten halen om zovelen te verzadigen. Jezus vroeg hen hoeveel broden zij hadden, en zij antwoordden: zeven. Vervolgens gebood Hij de schare neder te zitten. Hij nam de zeven broden, sprak dankzegging uit, brak ze en gaf ze aan Zijn discipelen om aan de menigte voor te leggen. Ook hadden zij enkele visjes. Nadat Jezus ook deze gezegend had, gaf Hij ze om voor te leggen.

Na het eten waren allen verzadigd, en men nam het overschot van de brokken op, wat resulteerde in zeven manden. Degenen die gegeten hadden, waren ongeveer vierduizend mannen. Nadat Hij hen had laten gaan, ging Jezus met Zijn discipelen in het schip en kwam Hij in de streken van Dalmanutha.

Weigering van een Hemels Teken

De Farizeeën kwamen naar buiten en begonnen met Jezus te twisten, terwijl zij een teken uit de hemel van Hem begeerden en Hem verzochten. Jezus zuchtte diep in Zijn geest en vroeg zich af waarom dit geslacht een teken begeerde. Hij verklaarde plechtig dat aan dit geslacht geen teken gegeven zou worden, waarmee Hij waarschijnlijk bedoelde dat zij geen teken zouden krijgen dat hun ongeloof zou rechtvaardigen.

Hij verliet hen en ging opnieuw in het schip, waarna Hij naar de overkant voer. Zijn discipelen hadden echter vergeten brood mee te nemen; zij hadden slechts één brood bij zich in het schip.

Waarschuwing voor de Zuurdesem der Farizeeën en Herodes

Jezus gebood Zijn discipelen om op te letten en zich te wachten voor de zuurdesem der Farizeeën en voor de zuurdesem van Herodes. De discipelen overlegden onder elkaar en dachten dat Hij dit zei omdat zij geen broden hadden. Jezus, die dit hoorde, vroeg hen waarom zij zo overlegden over het gebrek aan broden. Hij vroeg of zij nog steeds geen begrip hadden en hun harde hart niet konden overwinnen.

Hij herinnerde hen aan de wonderbare spijzigingen: toen Hij de vijf broden brak voor vijfduizend mannen, hoeveel volle korven met brokken zij opraapten (twaalf). En toen Hij de zeven broden brak voor vierduizend mannen, hoeveel volle manden met brokken zij opraapten (zeven). Hij vroeg hen hoe zij dan niet konden begrijpen wat Hij bedoelde.

Illustratie van Jezus die de discipelen waarschuwt voor de zuurdesem.

De Genezing van de Blinde te Bethsaïda

Jezus kwam te Bethsaïda, waar men Hem een blinde bracht en Hem bad dat Hij hem mocht aanraken. Jezus nam de hand van de blinde, leidde hem buiten het dorp en spoog in zijn ogen. Vervolgens legde Hij de handen op hem en vroeg hem of hij iets zag.

De man keek op en zei: "Ik zie mensen, want ik zie hen als bomen wandelen." Daarna legde Jezus Zijn handen opnieuw op zijn ogen en liet hem opzien. Hij werd hersteld en zag allen ver en klaar. Jezus zond hem naar zijn huis en verbood hem om het dorp in te gaan en het niemand te vertellen.

Dit wonder werd mogelijk in twee stappen, wat symbolisch kan staan voor de geleidelijke geestelijke verlichting.

De Belijdenis van Petrus

Jezus ging met Zijn discipelen uit naar de dorpen van Caesarea Filippi. Onderweg vroeg Hij Zijn discipelen: "Wie zeggen de mensen dat Ik ben?" Zij antwoordden: "Johannes de Doper; en anderen: Elía; en anderen: Een van de profeten."

Jezus vroeg hen vervolgens: "Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben?" Petrus antwoordde Hem: "Gij zijt de Christus." Dit is een cruciale belijdenis, waarbij Petrus Jezus erkent als de langverwachte Messias.

Jezus gebood hen scherp dat zij dit niemand mochten vertellen.

Schilderij van Petrus die Jezus belijdt als de Christus.

De Aankondiging van het Lijden en de Bestraffing van Petrus

Jezus begon hen te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden, verworpen zou worden door de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden, gedood zou worden en na drie dagen zou opstaan.

Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen. Jezus keerde Zich om, zag Zijn discipelen en bestrafte Petrus, zeggende: "Ga heen achter Mij, satan; want gij verzint niet de dingen die Gods zijn, maar die der mensen zijn." Jezus benadrukte dat Petrus niet Gods wil, maar menselijke gedachten volgde.

Aansporing tot Zelfverloochening en Volgen van Christus

Jezus riep de menigte en Zijn discipelen tot Zich en zei tot hen: "Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op en volge Mij." Hij legde uit dat wie zijn leven wil behouden, het zal verliezen, maar wie zijn leven verliest om Zijnentwil en om des Evangelies wil, het zal behouden.

Hij stelde de retorische vraag wat het een mens baat als hij de gehele wereld wint, maar zijn ziel verliest, of wat een mens kan geven als losprijs voor zijn ziel. Hij waarschuwde dat wie zich voor Hem en Zijn woorden schaamt in dit zondige geslacht, door de Zoon des mensen geschaamd zal worden wanneer Hij komt in de heerlijkheid van Zijn Vader, met de heilige engelen.

De Verheerlijking op de Berg (Marcus 9:2-9)

Na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee naar een hoge berg, waar Hij voor hen van gedaante veranderd werd. Zijn klederen werden blinkend en zeer wit. Mozes en Elía verschenen en spraken met Jezus.

Petrus, bevreesd maar ook onder de indruk, stelde voor om drie tenten te maken. Een wolk overschaduwde hen, en een stem uit de wolk zei: "Deze is Mijn geliefde Zoon; hoort Hem." Toen zij rondkeken, zagen zij niemand meer dan Jezus alleen.

Bij het afdalen van de berg gebood Jezus hen dat zij niemand mochten vertellen wat zij gezien hadden, totdat de Zoon des mensen uit de doden zou opgestaan zijn. De discipelen vroegen zich af wat het betekende om uit de doden op te staan.

Illustratie van de verheerlijking van Jezus op de berg, met Mozes en Elía.

De Maanzieke Knaap (Marcus 9:14-29)

Bij terugkeer bij de discipelen zag Jezus een grote menigte en enkele schriftgeleerden die met hen twistten. Een vader bracht zijn zoon, die een stomme geest had, bij Jezus. De geest greep hem, liet hem schuimen, met de tanden knarsen en verdorren. De vader had de discipelen gevraagd de geest uit te werpen, maar zij konden dit niet.

Jezus sprak over het ongelovige geslacht en riep de jongen tot Zich. Zodra de jongen Jezus zag, scheurde de geest hem, en hij viel op de aarde, wentelend en schuimend.

Jezus vroeg de vader hoe lang dit al aan de gang was. Hij antwoordde: "Van zijn kindsheid af." De vader smeekte Jezus om innerlijke ontferming en hulp, indien Hij iets kon doen. Jezus zei: "Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene die gelooft." De vader riep met tranen: "Ik geloof, Heere! Kom mijn ongelovigheid te hulp."

Jezus, ziende dat de menigte toeliep, bestrafte de onreine geest en beval hem uit de jongen te gaan en er niet meer in te komen. De geest schreeuwde, scheurde de jongen hevig en ging uit. Velen dachten dat de jongen dood was. Jezus pakte hem bij de hand, richtte hem op, en hij stond op.

Thuis vroegen Zijn discipelen Hem waarom zij de geest niet hadden kunnen uitwerpen. Jezus antwoordde: "Dit geslacht kan nergens door uitgaan dan door bidden en vasten."

Tweede Aankondiging van het Lijden en Waarschuwing tegen Eerzucht

Jezus reisde door Galilea en wilde niet dat iemand het wist. Hij leerde Zijn discipelen dat de Zoon des mensen overgeleverd zou worden in de handen van mensen, gedood zou worden en op de derde dag weer zou opstaan. De discipelen begrepen dit woord niet en vreesden Hem te vragen.

In Kapernaüm, thuis gekomen, vroeg Jezus hen: "Waarvan hadt gij woorden onder elkander op den weg?" Zij zwegen, omdat zij op de weg hadden gediscussieerd over wie van hen de meeste zou zijn.

Jezus riep de twaalf en zei: "Indien iemand wil de eerste zijn, die zal de laatste van allen zijn en aller dienaar." Hij nam een kindeke, stelde het midden onder hen, omvatte het met Zijn armen en zei dat wie een van zulke kinderkens ontvangt in Zijn Naam, Hem ontvangt. En wie Hem ontvangt, ontvangt Hem niet, maar Hem Die Hem gezonden heeft.

Johannes antwoordde dat zij iemand hadden gezien die demonen uitwierp in Jezus' Naam, maar die hen niet volgde, en dat zij het hem verboden hadden. Jezus zei: "Verbiedt hem niet; want er is niemand die een kracht doen zal in Mijn Naam, en haastelijk van Mij zal kunnen kwalijk spreken. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons." Hij voegde eraan toe dat wie een beker water geeft in Zijn Naam, omdat zij discipelen zijn, zijn loon geenszins zal verliezen.

Waarschuwing tegen Ergernissen

Jezus sprak over de ernst van het ergernis geven aan de kleinen die in Hem geloven. Hij zei dat het beter zou zijn dat een molensteen om iemands hals werd gedaan en hij in de zee werd geworpen.

Hij gebruikte drastische beelden om de ernst van zonde en ergernis te benadrukken: "En indien uw hand u ergert, houw ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur; waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt." Hetzelfde principe werd toegepast op de voet en het oog.

Hij verklaarde dat eenieder met vuur gezouten zal worden, en iedere offerande met zout gezouten zal worden. "Het zout is goed; maar indien het zout onzout wordt, waarmede zult gij dat smakelijk maken? Hebt zout in uzelven, en houdt vrede onder elkander."

De Derde Aankondiging van het Lijden en de Zonen van Zebedeüs

Jezus en Zijn discipelen reisden door Jeruzalem. Jezus ging hen voor, en zij waren verbaasd en bevreesd.

Hij nam de twaalf opnieuw bij Zich en begon te vertellen wat Hem zou overkomen: dat de Zoon des mensen overgeleverd zou worden aan de overpriesters en schriftgeleerden, die Hem ter dood zouden veroordelen en aan de heidenen overleveren. Zij zouden Hem bespotten, geselen, bespuwen en doden, maar op de derde dag zou Hij weer opstaan.

Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen naar Hem toe met het verzoek om te mogen zitten aan Zijn rechter- en linkerhand in Zijn heerlijkheid. Jezus vroeg hen of zij de drinkbeker konden drinken die Hij zou drinken, en met de doop gedoopt konden worden waarmee Hij gedoopt zou worden. Zij antwoordden bevestigend.

Jezus zei dat het zitten aan Zijn rechter- en linkerhand niet aan Hem was om te geven, maar aan hen voor wie het bestemd was. De tien andere discipelen werden hierover verbolgen. Jezus riep hen bij Zich en legde uit dat heersers over de volken macht over hen uitoefenen, maar dat het onder Zijn volgelingen anders moest zijn: wie belangrijk wil worden, moet dienaar zijn, en wie de eerste wil zijn, moet dienaar van allen zijn. Hij herinnerde hen eraan dat de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen.

Jezus, (Engels), Jezus' Transfiguratie

De Blinde Bartimeüs te Jericho

Jezus en Zijn discipelen kwamen in Jericho. Toen zij de stad uitgingen, zat Bartimeüs, de zoon van Timeüs, de blinde, aan de weg te bedelen.

Toen hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen: "Jezus, Gij Zoon Davids! ontferm U over mij!" Velen bestraften hem om stil te zijn, maar hij riep des te luider: "Gij Zoon Davids! ontferm U over mij!"

Jezus stond stil en vroeg dat men hem roepen moest. Men riep de blinde en zei hem: "Heb goede moed, sta op, Hij roept u." Bartimeüs wierp zijn bovenkleed af, stond op en kwam bij Jezus.

Jezus vroeg hem: "Wat wilt u dat Ik voor u doen zal?" De blinde zei: "Rabboni, dat ik ziende mag worden." Jezus zei tot hem: "Ga heen, uw geloof heeft u behouden."

Over de Echtscheiding, Jezus Zegent de Kinderen, de Rijke Jongeman

Dit gedeelte van het evangelie behandelt ook:

  • Over de echtscheiding: Jezus bespreekt de wet van Mozes over echtscheiding en benadrukt Gods oorspronkelijke ontwerp van huwelijk als één vlees. Hij stelt dat verstoting en hertrouwen overspel is.
  • Jezus zegent de kinderen: Jezus berispt Zijn discipelen die kinderen wegsturen en verklaart dat het Koninkrijk van God voor zodanigen is die het ontvangen als een kind. Hij omarmt en zegent de kinderen.
  • De rijke jongeman: Een rijke man vraagt hoe hij het eeuwige leven kan beërven. Jezus wijst hem op het naleven van de geboden. Wanneer de jongeman zegt dit alles gedaan te hebben, zegt Jezus hem alles te verkopen, aan de armen te geven en Hem te volgen. De jongeman wordt bedroefd omdat hij veel bezittingen had. Jezus benadrukt hoe moeilijk het voor rijken is om het Koninkrijk van God binnen te gaan, maar dat bij God alle dingen mogelijk zijn.
Illustratie van Jezus die kinderen zegent.

tags: #statenvertaling #marcus #oog