Jesaja 40: Een Boodschap van Troost en Hoop

Stel je een klein, vergeten dorpje in Chili voor. Een plek getekend door werkloosheid, criminaliteit en een gebrek aan toekomstperspectief. De straten zijn er vies, overal ligt rommel. Maar dan, als een vonk in de duisternis, komt het bericht: de president komt op bezoek. Plotseling leeft het dorp op. De handen worden ineengeslagen, de rommel wordt opgeruimd, het vuil afgevoerd, de winkeldeuren worden geschilderd. Dit beeld is herkenbaar; het doet denken aan de feestelijkheden rondom koninklijke bezoeken, aan Koningsdag, waar iedereen zich van zijn beste kant laat zien.

Met vlaggen die wapperen in de wind, muziek en spel, is het een groot feest van vreugde en plezier. De spanning stijgt: wanneer komen ze? Deze verwachting, deze anticipatie, klinkt ook door in Jesaja 40. In vers 3 horen we een stem roepen: "Bereid de weg van de Heer, maak recht in de wildernis een gebaande weg voor God." Dit gaat over het bezoek van een hooggeplaatste persoon.

Traditioneel werd er voor koninklijke bezoeken een speciale weg aangelegd. In het Midden-Oosten zijn er tal van voorbeelden te vinden. Zo is er in Addis Abeba een brede weg gebouwd voor de keizer, die echter abrupt ophoudt en nergens toe leidt - puur bedoeld voor parades. Ook Mussolini liet in Rome een dergelijke weg aanleggen over ruïnes voor militaire optochten. De arme, tot slaven gereduceerde inwoners van Babel kregen te horen dat hun koning door de woestijn zou komen en dat zij zich moesten voorbereiden. Voor elke Jood was dit goed nieuws: de Koning der Koningen, God Zelf, zou komen. Zijn heerlijkheid en majesteit zouden zichtbaar worden. Dit was het nieuws dat de tijd van ballingschap zou beëindigen, dat hun lot zou keren en hen terug zou brengen naar het beloofde land. De strijd zou vervuld zijn, de ongerechtigheid verzoend.

Ongeloof en Scepsis te midden van Ellende

Echter, deze hoopvolle boodschap stuitte op ongeloof. De mensen in Babel, vermoeid door slavenarbeid, lijden en zonde, konden zich niet voorstellen dat hun lot zou veranderen. Hun ogen, eens vol licht, waren nu uitgeblust. Ze keken elkaar aan, getekend door een leven van slavernij en schuld, en vroegen zich af: "Zou het echt waar zijn?" Na zeventig jaar ballingschap, meer dan twee generaties sinds de verwoesting van Jeruzalem in 587 voor Christus, leek het volk vergeten door God. De vraag werd gesteld: "Mijn weg is voor de Heer verborgen en mijn recht gaat aan mijn God voorbij?"

De Israëlieten konden de woorden van de profeet nauwelijks geloven. Weggevoerd uit hun thuisland, gescheiden van de tempel, in een vreemd land met andere goden en gewoonten, met zware arbeid - de jaren regen zich aaneen. Hoe konden zij God dienen in zo'n vreemde omgeving? De harp bleef aan de wilgen hangen.

Het ongeloof was af te lezen op de gezichten van de Israëlieten. Net zoals aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen bevrijde gevangenen uit concentratiekampen het nieuws van het einde van de oorlog nauwelijks konden bevatten, zo reageerde ook het volk op de boodschap van Jesaja: met ongeloof en verbijstering.

In Jesaja 40:6-7 spreekt iemand namens het volk, getekend door scepsis en ongeloof: "Alle vlees is gras en al zijn goedertierenheid is als een bloem van het veld." Gras, hoewel even groen, verliest zijn kracht zonder water en verdort onder de brandende zon. Een veldbloem, die na een regenperiode bloeit, verdwijnt even snel weer. Deze beelden van vergankelijkheid en broosheid typeren de levenservaring van het volk. Het Hebreeuwse woord chesed, vertaald als goedertierenheid, kan ook schoonheid betekenen, maar hier duidt het op de trouw die bij een verbond hoort. Het volk erkent dat hun trouw aan het verbond, hun trouw aan God, tekortschoot. Hun zonden hadden scheiding veroorzaakt. Dit gevoel van onmacht, van afgebroken worden door tegenslagen - gezondheid, werk, relaties - is herkenbaar. Het gevoel dat omstandigheden het laatste woord hebben, dat de prediking en de bijbelstudies niet echt landen.

De Kracht van Gods Woord

Wat is dan de boodschap die Jesaja mag doorgeven? Wat helpt ons verder als we diep in de put zitten? Niet de gemakkelijke woorden van "houd moed" of "vertrouw maar". Vaak schieten woorden tekort. Troost die te snel gegeven wordt, kan zelfs pijn veroorzaken.

In Jesaja 40:8 vinden we het antwoord: "het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig." Jesaja wijst erop dat God Zelf spreekt, niet menselijke meningen.

Troost, Troost Mijn Volk

De boodschap begint met de bekende woorden, beroemd geworden door Händels Messiah: "Troost, troost, mijn volk, roep haar toe dat de strijd vervuld is en dat haar ongerechtigheid verzoend is." Deze woorden markeren een keerpunt in het boek Jesaja. De hoofdstukken 1-39 stonden in het teken van oordeel en waarschuwing, maar vanaf hoofdstuk 40 verandert de toon drastisch. Het is alsof we in het Nieuwe Testament lezen. Het tweede deel van Jesaja, vaak de "Deutero-Jesaja" genoemd, wordt wel het Nieuwe Testament van het Oude Testament genoemd. De stormwolken maken plaats voor zonneschijn, het oordeel verstomt en maakt plaats voor een vredige stilte.

God zegt: "Nu is het genoeg geweest." De ballingschap was een straf op de zonde, op de ongehoorzaamheid en het dienen van andere goden. Maar nu is het genoeg. God zal weer genadig zijn. Het geheim van deze ommekeer ligt in de Heer Zelf. God wil niet dat iemand verloren gaat. Hij komt in beweging.

De troost in deze boodschap is krachtig. Het Engelse woord "comfort" bevat "fort", afgeleid van het Latijnse fortis (sterk). Troosten is dus het geven van kracht aan de ziel, het bekrachtigen. "Maak mijn volk sterk," zegt God, "vul hen met krachtige dingen, geef hen moed." De ballingschap is voorbij, de zonden zijn vergeven, God is genadig. De Heilige Geest is de Trooster, die ons aanmoedigt te kijken naar Jezus, die alles heeft volbracht. Zijn offer aan het kruis is genoeg. Geloof het evangelie, sta op, laat het verleden rusten, want God schenkt een nieuwe toekomst. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.

Wij Zijn het Eigendom van de Heer

In Jesaja 40:2 lezen we dat het volk het dubbele heeft ontvangen voor haar zonden. Dit "dubbele" duidt niet zozeer op dubbele straf, maar op Gods dubbele genade. Zij hebben niet alleen vergeving ontvangen, maar ook iets meer. In vers 1 spreekt God over hen als "mijn volk", ondanks alles. En in Jesaja 40:10 zien we dat God komt met macht, dat zijn arm heerst. Hij komt als de Koning die zal regeren, de machtige God van Jakob. Maar Hij komt niet alleen. Zijn loon, zijn arbeidsloon, gaat voor Hem uit. Dit loon zijn de mensen zelf, de schapen en lammetjes die Hij bij zich heeft, die Hij draagt. De mensen die vergeven zijn, zijn Zijn eigendom geworden. Zo mag Israël zich leren zien: als het volk dat vergeven is en als het volk dat Gods eigendom is.

De troost van het evangelie is dat God geen half werk doet. Als Hij vergeeft, maakt Hij ons ook tot Zijn eigendom. Dit is de essentie van het Heilig Avondmaal: delen in Gods vergeving, herstel van de relatie. God wil dat de relatie met Hem weer open en zuiver is.

Illustratie van een herder die een lammetje op zijn arm draagt, met op de achtergrond een vredig berglandschap.

Voorbereiding op Zijn Komst

Wat Jesaja verkondigt, is werkelijkheid geworden in het leven van Jezus Christus. Voordat God komt als rechter, komt Hij als Herder. Jezus, de Goede Herder, gaf Zijn leven voor Zijn schapen. Met Kerst kwam Hij, stak Zijn handen uit naar de mensen en nodigde hen uit: "Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven."

Hoe bereiden wij ons voor op Zijn wederkomst? Het volk moest de weg effenen: hoogten opruimen, trots en zelfvoldaanheid overwinnen, breken met de zonde van hoogmoed. Dalen moesten vlak gemaakt worden; moedeloosheid moest plaatsmaken voor hoop. Zonden en twijfels moesten niet gekoesterd worden. Men moest opstaan en kijken naar de Herder, die zegt: "Ik heb de prijs betaald. Jij bent van Mij."

Israël was ver van huis, in ballingschap, in een vreemd land. Profetieën over Gods oordeel, zoals beschreven in Deuteronomium 28, waren uitgekomen. De wegvoering naar een ver land was het gevolg van hun zonden. Te midden van dit lijden, dat gepaard ging met gevoelens van eenzaamheid en verlatenheid, klonken de woorden van Jesaja 40. Men had het gevoel dat God hen vergeten was, dat ze uit beeld waren.

Jesaja 40 beantwoordt twee cruciale vragen: Wil de Heer verlossen? En kan de Heer verlossen? Het antwoord is in beide gevallen volmondig "ja". De Heer toont zijn almacht in de schepping. Hij vraagt ons niet te zien op de omstandigheden, maar op Hem. Hij is het object van onze verwachting.

De Verwachting van Verlossing

Verwachten is iets heel anders dan afwachten. Verwachten is hoopvol uitkijken naar Gods beloften, die Hij zeker zal vervullen. De grond voor deze verwachting ligt in Gods soevereine macht over zijn schepping en over de volken. Niets op aarde kan Hem weerstaan. Hij is de Heilige.

Jesaja profeteert over de uitredding uit de ballingschap, maar blikt ook verder naar de komst van de Messias en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. De profetieën van Jesaja 40-66, de "Deutero-Jesaja", vormen een eenheid met de eerste 39 hoofdstukken. De nadruk ligt op Gods genade en verlossing.

In de Adventsperiode, met de viering van Kerst, leven we toe naar de vervulling van deze profetieën. De stemmen in Jesaja 40 wijzen vooruit naar de komst van Johannes de Doper, de wegbereider voor de Heer. De woorden uit Jesaja 40:3 worden door Johannes de Doper op zichzelf toegepast: "Bereid de weg van de Heer." Dit betekent de voorbereiding op Gods komst tot Zijn volk, het opruimen van geestelijke obstakels.

Het contrast tussen menselijke zwakheid en Gods kracht is treffend in Jesaja 40. De terugreis uit Babel was slechts het begin. De vervulling van de profetieën wordt groter naarmate Christus' komst naderbij komt en Zijn gemeente uit alle volken samenkomt.

Een kaart van het oude Midden-Oosten, met routes die wijzen naar Jeruzalem, met de nadruk op de ballingschap in Babel.

De Twee Aspecten van Gods Komst

Hoe komt de Heer? Jesaja geeft twee antwoorden die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn:

1. Met Macht en Majesteit

Jesaja 40:10 beschrijft de Heer: "Zie, de Heere HEERE! Met kracht zal Hij komen, en zijn arm zal heersen!" Hij komt als een sterke held, een koninklijke krijger, met gezag en macht. God is ontzagwekkend en machtig.

2. Als een Teder Herder

Tegelijkertijd beschrijft Jesaja Hem als een herder: "Hij zal zijn kudde als een herder weiden: Hij zal de lammetjes in zijn arm bijeenbrengen, en in zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden." (Jesaja 40:11). Tederheid, liefdevolle zorg, het welzijn van elk schaap staat centraal. Dezelfde arm die vijanden verslaat, tilt liefdevol een lammetje op. Deze combinatie van macht en tederheid is uniek voor de God van Israël.

Moderne opvattingen over God kunnen neigen naar een te zacht beeld, waarbij Zijn macht en glorie worden vergeten, of juist een focus op macht zonder tederheid. De God van Jesaja is echter beide: machtig en liefdevol, liefdevol en machtig. Hij is geschikt om te zorgen dat alles goedkomt met ons.

Wanneer Komt de Heer?

Wanneer komt de Heer? De antwoorden zijn veelzijdig:

  • Bij de geboorte van Jezus: Met Kerst werd de Zoon van God geboren. De herder als een klein kind, de Koning als een dienaar. De profetie werd waar: "Zie, uw God!" Met Jezus' komst openbaart zich vooral de zorg, de liefde en de nederigheid van God.
  • Bij de viering van het Heilig Avondmaal: De grote, machtige God is aanwezig in de tekens van brood en wijn. Zijn zachtmoedige zorg staat centraal. Het Avondmaal is geen herinnering, maar een ontmoeting met Jezus, die zegt: "Hier ben Ik! Mijn sterke arm zal jou beschermen, maar Ik zal je ook liefdevol optillen en dragen."
  • Dagelijks door Zijn Heilige Geest: De Geest toont Gods macht door wonderbaarlijke gebedsverhoringen, geeft kracht en moed, zet mensen in vuur en vlam. Hij toont tederheid, troost in donkere tijden, brengt rust in het hart. God leidt ons dag na dag, in duidelijke dingen of in stille zekerheid.
  • Bij de wederkomst: Op de dag dat alles nieuw wordt, wanneer Jezus zal oordelen. Dan zal Zijn macht duidelijk zijn voor allen, maar de rechter zal ook de Redder zijn, de held de herder. Wie op Hem vertrouwt, hoeft niet te vrezen.

De Heer is de God die belooft te komen, die gekomen is en nog komt. Hij is niet ver weg, maar werkt nabij. Hij is onvoorstelbaar groot, maar wilde klein worden. Hij is de held die strijdt en de herder die leidt. Vertrouw op Hem!

De Mens als Gras, Gods Woord Eeuwig

De mens wordt vergeleken met gras en een verwelkte bloem - vergankelijk en broos. Zeker in tijden van lijden, ziekte, verdriet, of wanneer relaties liefdeloos zijn, kan de mens zich afvragen waar hij de moed vandaan moet halen. Welke troost kan God bieden als het leven zo teer en kwetsbaar is?

Het antwoord ligt in Gods Woord: "Zijn woord houdt voor eeuwig stand." Gods beloften zijn een vaste grond. Door Christus' offer aan het kruis is de kloof tussen God en mens gedicht. We mogen leven van vergeving. "Wees niet bang! Zie op Jezus Christus. Hij wil je vertroosten en doen delen in zijn heil."

Een visualisatie van een bijbel die opengeslagen ligt, met lichtstralen die eruit komen.

Angst voor God en Zijn Troost

Onze angst om tot God te naderen kan voortkomen uit zonde, zwakte, of het gevoel dat er van alles in de weg staat. Maar God zegt: "Vrees niet." Hij zal komen met macht, zijn arm zal heersen. Hij zal zijn als een goede herder, die onze zwakheid kent, lammetjes op zijn arm tilt, ze vertroost en beschermt.

Vertrouw op Hem, geef je leven aan Hem over. Hij is de goede herder die zelf zwak werd, geboren in een stal, om ons bij de hand te kunnen nemen. Ga op weg om Hem te ontmoeten. Verberg je niet! Zijn hand zal je veilig leiden.

De Inhoud van de Troost

De boodschap van Jesaja 40 is een boodschap van diepe troost, gebaseerd op Gods initiatief en ZIJN daden. De kern van deze troost is drieledig:

  1. "Dat haar strijd vervuld is": Dit verwijst naar het einde van het lijden, de vernedering en de verdrukking. De Joden in ballingschap, maar ook strijders in de hedendaagse geestelijke strijd, mogen weten dat er uitkomst is bij de Heer.
  2. "Dat haar ongerechtigheid verzoend is": De zondeschuld is afbetaald. God rekent de zonden niet meer toe. Dit is mogelijk door de lijdende Knecht des Heren, Jezus Christus, die de straf heeft gedragen.
  3. "Dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden": Dit wijst op de overvloed van Gods zegen en genade. In plaats van eeuwige schande, ontvangt het volk Gods belofte van verlossing en herstel.

Deze troost is niet gebaseerd op menselijke prestaties, maar op Gods genade. Het is een troost die het leven transformeert, kracht geeft voor vandaag en hoop voor de toekomst.

tags: #preek #over #jesaja #40