De Oosterkerk, oorspronkelijk bekend als de Sint-Anthoniskerk, in Hoorn is een historisch gebouw met een rijke en veelzijdige geschiedenis die teruggaat tot 1450. Oorspronkelijk gebouwd in gotische stijl, begon de kerk als een rooms-katholiek godshuis, specifiek bedoeld voor de vissers en schippers van de stad, met Sint-Antonius de Grote als patroonheilige. Na de Reformatie transformeerde het gebouw tot een hervormde kerk, en later werd het voornamelijk bekend als de Oosterkerk.

Vroege Geschiedenis en Rooms-Katholiek Begin
Het verhaal van de Oosterkerk vangt aan in 1453, toen op de huidige locatie een houten kapel verrees. Dit eerste bouwwerk had echter geen lang leven, want reeds in 1519 werd het koor van een stenen kerk in gebruik genomen. Een jaar later werd dit godshuis uitgebreid met een transept en een tweebeukig schip. De kerk diende als een plek waar schippers voor een behouden vaart naar verre landen baden en vissers voor een rijke vangst op de nabijgelegen Zuiderzee.
Een interessant historisch gegeven uit het oudste keurboek van Hoorn vermeldt dat de Sint-Anthoniskerk in die tijd het recht had om twee varkens op de stadsstraten te laten scharrelen, die fungeerden als levende 'groene kliko's'. Het vlees van deze dieren kwam waarschijnlijk ten bate van de geestelijken en mogelijk ook de armen van de kerk.
In 1483 werd het houten kerkje vervangen door een stenen gebouw. Tien jaar later werd het gebouw vergroot met twee transepten, en na een economische recessie begon in 1519 de bouw van het koor.
De Reformatie en Transformatie naar Hervormde Kerk
Met de komst van de Reformatie onderging de kerk een significante transformatie. De katholieke naam Sint-Anthoniskerk maakte plaats voor de naam Oosterkerk. De gereformeerde prediking vond al vroeg weerklank in Hoorn. In 1535 preekte pastoor Jan Cornelisz. Winter in reformatorische zin, maar werd later, beschuldigd van ketterij, in Utrecht onthoofd. Desondanks ontkiemde het zaad dat hij had gezaaid, wat resulteerde in een groeiende honger naar het Woord van God. Dit leidde tot een hagepreek op 14 juli 1566 door Jan Arentsz. voor een schare van 4000 mensen, een derde van de toenmalige stadsbevolking.
De eerste pastoor die aan de Oosterkerk verbonden werd en de reformatorische beginselen omarmde, was Clement Maertensz. Hij legde in 1567 zijn priesterkleed af en vluchtte naar Emden, maar keerde na de bevrijding van Brielle en Hoorn in 1572 terug om als eerste gereformeerde predikant te dienen tot zijn dood in 1599.
In de periode van de Tachtigjarige Oorlog, toen de dreiging van de Spanjaarden reëel was, werd de Oosterkerk omgebouwd tot een geschutsgieterij. Alle gemistbare metalen voorwerpen uit de stad werden hier naartoe gebracht.
Architectonische Ontwikkelingen en Schade
De kerk heeft door de eeuwen heen diverse architectonische veranderingen en tegenslagen gekend. De jongere gevel aan het Grote Oost, ontworpen door Hendrick de Keyser, dateert uit 1616 en werd gebouwd nadat de oude voorgevel op 13 april 1613 was ingestort.
Op 13 april 1603 woedde een enorme storm over Hoorn, die veel schade veroorzaakte. Het schip van de Oosterkerk stortte daarbij in elkaar. De kerk werd herbouwd en in 1624 hield Rippertus Sixtus, een predikant van de Nadere Reformatie, de openingspredikatie.
De kerk beschikt over gebrandschilderde ramen die het rijke verleden van Hoorn zichtbaar maken. Het Bossu-raam, geplaatst in 1619, toont de Slag op de Zuiderzee in 1573. Het Admiraliteitsraam, geschonken in 1620, toont onder andere prins Maurits. Een recenter raam, geplaatst in de 21e eeuw, toont een gezicht op Hoorn vanaf de zeezijde.
Op 1 februari 1703 ontplofte een kruitmagazijn, wat zware schade aan zowel de Grote Kerk als de Oosterkerk veroorzaakte. De Oosterkerk diende hierdoor tijdelijk als hoofdkerk van Hoorn.

Het Bätz-Witteorgel
Het Bätz-Witteorgel in de Oosterkerk is een bijzonder instrument. Het orgel werd oorspronkelijk in 1764 gebouwd door Johann Heinrich Hartmann Bätz uit Utrecht, en is het enige orgel dat deze bouwer nieuw in Noord-Holland heeft geleverd. Het werd ingericht als een tweeklaviersorgel met aangehangen pedaal, bestaande uit hoofdwerk en rugwerk.
Opmerkelijk is het fraaie snijwerk, dat veel overeenkomsten vertoont met het orgel uit de Lutherse Kerk, een werkstuk van Pieter Müller uit 1773. Tot 1869 functioneerde dit orgel. Een nieuw orgel werd opgeleverd in 1871. Vrijwel ongewijzigd bleef het Bätz-Witteorgel functioneren tot ongeveer 1960.
Na de buitengebruikstelling van de kerk door de Hervormde Gemeente, werd het orgel in 1982 gerestaureerd door Vermeulen-Alkmaar. Tijdens deze restauratie werd het orgel uitgebreid met een Subbas 16' op het pedaal, een uitbreiding die al eerder door Witte was voorgesteld.
Periode van Leegstand en Restauratie
Eind jaren '60 van de 20e eeuw is de kerk buiten gebruik gesteld door de Hervormde Gemeente. Na jaren van leegstand en zelfs dreigende afbraak, werd het gebouw door de Stichting Oosterkerk gerestaureerd en voor multifunctionele doeleinden in gebruik genomen. In 1978 vond archeologisch onderzoek plaats aan de koorzijde van de kerk, waarbij de archeologen vaststelden dat alle steunberen via een 47 centimeter brede muur verbonden zijn.
In 1981 kocht de stichting het naastgelegen voormalige woonhuis op Grote Oost 58 aan. Bij de verbouwing die een jaar later volgde, werd dit huis, omgedoopt tot Claes Joest Huys, bij de kerkruimte getrokken om dienst te doen als kleedruimte en woning voor de beheerder. Ook het brandspuithuisje op Grote Oost 62 werd bij de kerk getrokken en ging dienst doen als keuken.
De restauratie van de kerk, die meer dan een miljoen euro heeft gekost, werd recent afgerond. Eddy Boom, voorzitter van de stichting, benadrukt dat het nu weer een levendige plek is voor concerten, toneelvoorstellingen, congressen, huwelijks- en uitvaartdiensten, en ook weer zondagse kerkdiensten door de Nederlands gereformeerde kerk, de vaste huurder.

De Oosterkerk als Schipperskerk
De Oosterkerk was, zo vlak bij de Hoornse havens gelegen, vooral de plek waar schippers bidden voor een behouden vaart naar verre landen en de vissers voor een rijke vangst op de Zuiderzee. Twee dingen vallen direct op aan de buitenkant: de grote klok met de zwart met rode wijzerplaat en het feit dat de toren geen haan bevat, maar een schip.
Eddy Boom laat binnen nog meer zaken zien die met de scheepvaart te maken hebben, waaronder een dichtgemetselde plek aan de oostzijde. Vroeger zat op die plaats een laag raam, waardoor schippers hun schip in de Appelhaven vanuit de kerk in de gaten konden houden.
Op de muur is een replica van een jacht uit de Gouden Eeuw bevestigd, daaronder een plaquette met de namen van Jacob Le Maire en Willem Cornelisz. Schouten. Deze twee Hoorners ontdekten in januari 1616 ten zuiden van Zuid-Amerika een nieuwe doorgang naar de Grote Oceaan en noemden de zuidelijkste punt van Zuid-Amerika "Kaap Hoorn", naar hun geboorteplaats. Voordat zij op reis gingen, hebben zij in deze kerk gezeten.
De Gereformeerde Kerk Hoorn: Een Parallelle Geschiedenis
Naast de Oosterkerk kent Hoorn ook een rijke geschiedenis van de Gereformeerde Kerk. De eerste samenkomsten vonden plaats in 1860 in een huis aan de Vollerswaal, later in een achterhuis aan de Leliestraat. Het verlangen naar een eigen, zelfstandige gemeente groeide.
Op 16 september 1880 werd de handtekening gezet voor de aankoop van het afgebrande RK kerkgebouw aan de Achterstraat. Een architect uit Medemblik ontwierp het plan voor de herbouw, en op 10 maart 1881 werd het gebouw in gebruik genomen.
In 1960 begon bouwmeester Ruitenbeek te denken aan nieuwbouw, maar pas in september 1967 werd de eerste steen gelegd voor een moderne, achthoekige kerk met een sobere betonnen toren. Deze kerk, ingebruikgenomen in augustus 1968, is 15 meter hoog en heeft een klok van 87,3 cm diameter en 400 kg zwaar. Het ornament aan de bovenrand is een afbeelding van de verschijning des Heren.
De huidige Nederlandse Gereformeerde Kerk in Hoorn is het resultaat van een samengaan van verschillende kerkgenootschappen, waaronder de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerk. Dit proces van eenwording, dat begon met het erkennen van onrecht en het herstellen van relaties, culmineerde op 1 mei 2023 in de vorming van de Nederlandse Gereformeerde Kerk.
Monumenten in Hoorn
De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in Hoorn is ook verbonden met de evangelisatiearbeid. De stichting Predik het Woord, opgericht 25 jaar geleden, verricht evangelisatiearbeid in Hoorn door middel van folderacties, kinderevangelisatie en kerkdiensten. De secularisatie in Hoorn, waar in de vorige eeuw veel kerken werden gesloten, bood een voedingsbodem voor deze stichting.
Ds. Van Kooten schetste de kerkelijke geschiedenis van Hoorn, waarbij hij wees op de vroege doordringing van de Reformatie en de rol van predikanten zoals Jan Cornelisz. Winter en Clement Maertensz. Ook de gereformeerde elementen in de levens van bekende Hoorners zoals Willem IJsbrantszoon Bontekoe en Jan Pieterszoon Coen kwamen aan bod. Coen, hoewel controversieel, zette zich in voor het zendingswerk en de verkondiging van het Evangelie in Indië.
Dr. H. van den Belt benadrukte de voortdurende strijd tegen de secularisatie, maar ook het belang van het Woord van God en de opdracht om dit te prediken. Ondanks de uitdagingen is er een kwetsbare, maar levende gemeente ontstaan die een licht schijnt in de duisternis.
tags: #gereformeerde #kerk #hoorn