De Aankomst van Berend Coster en de Uitdagingen van het Evangelie in Spanje
In de zomer van 1992 besloten Berend en Jacobien Coster hun woning in Grafhorst te verruilen voor een 'casa' nabij het dorpje Vilalba Sasserra, in de provincie Barcelona. Vanuit deze nieuwe basis trachtte Coster, werkzaam als evangelist voor de Spaanse Evangelische Zending (SEZ), het reformatorische gedachtegoed uit te dragen onder de verdeelde Spaanse protestanten en tegelijkertijd zijn katholieke naaste te winnen voor het Evangelie. Dit bleek een moeizaam werk, dat Coster deed reflecteren op de ervaringen van profeten als Jeremia.
De keuze om theologie te gaan studeren in 1989 was niet gericht op een positie in Nederland, maar op het uitdragen van het geloof buiten de eigen vertrouwde omgeving. Coster voelde zich gedrongen het geloof te delen buiten de eigen veilige wereld, en geloofde niet in isolement. Hij gaf aan geneigd te zijn tot oppositie binnen de eigen kring. Hoewel Spanje nooit zijn eerste gedachte was, stelde hij zich met grote distantie beschikbaar toen de SEZ een evangelist zocht voor de regio Barcelona. De roeping tot dit werk zag hij als een kerkelijke roeping, die Gods leiding weerspiegelt, en niet als een puur persoonlijke impuls.

Culturele Confrontatie en de Spaanse Identiteit
De confrontatie met de Spaanse cultuur werd door Coster ervaren als minder schokkend dan voor sommige Amerikaanse of Zuid-Amerikaanse missionarissen, mede dankzij zijn eerdere blootstelling aan geseculariseerd West-Europees denken. Het verschil lag echter in de volksaard. Hij observeerde een groot, bijna slaafs ontzag voor succesvolle personen, gecombineerd met minachting voor hen die lager op de sociale ladder stonden. Dit duidde op een gebrek aan identiteit, voortkomend uit een complexe haat-liefdeverhouding met de eigen cultuur. Spanjaarden waren trots op hun verleden als conquistadores en wereldrijk, maar voelden tegelijkertijd een minderwaardigheidscomplex als gevolg van hun huidige positie als 'achterland van Europa'. Dit resulteerde in een gevoel van gekrenkte trots, zoals bleek uit de intense herdenking van het verlies van de laatste koloniën in 1898.
De Lange Schaduw van de Kruistochten en het Katholicisme
De Spaanse geschiedenis wordt sterk gekenmerkt door een kruistochtmentaliteit, die teruggaat tot de Moorse invasie in 711 en de daaropvolgende Reconquista. Dit patroon zette zich voort met de verovering van Amerika, waarbij Columbus' motieven sterk spiritueel en religieus waren. De Contrareformatie, geleid door Filips II, werd eveneens als een kruistocht beschouwd, net als de Spaanse Burgeroorlog onder Franco. Religie wordt in Spanje per definitie gelijkgesteld aan het rooms-katholicisme, waarbij alles daarbuiten als sekte wordt bestempeld.
De invloed van de Rooms-Katholieke Kerk is ook in het moderne Spanje nog steeds groot. Veel Spanjaarden hechten waarde aan de rituelen die belangrijke levensmomenten markeren, zoals geboorte, huwelijk en dood. Het katholicisme biedt hierin uitgewerkte vormen die de 'geheimen van het leven' pretenderen te bepalen. Hoewel velen een afkeer hebben van de kerk, blijven ze er toch sterk aan verbonden, vergelijkbaar met de relatie van Nederlanders met de belastingdienst.

De Verwaarloosbare Impact van het Spaanse Protestantisme
Het Spaanse protestantisme vertegenwoordigt een verwaarloosbare minderheid, met naar schatting slechts 80.000 aanhangers op een bevolking van 40 miljoen. Protestanten hebben nauwelijks invloed op de samenleving, mede door een gebrek aan identiteit en aanzienlijke verbrokkeling. Dit maakt hen 'compleet belachelijk voor de buitenwereld', aldus Coster.
Het meest opvallende gemeenschappelijke kenmerk binnen het Spaanse protestantisme is het antikatholicisme, wat leidt tot een afkeer van kerkelijke structuren, vaste belijdenissen en kinderdoop. Dit geldt voor bijna alle denominaties, met uitzondering van enkele gereformeerde kerken, waar het presbyteriale denken echter ook zwak is. Coster zag het versterken van dit gedachtegoed als een van zijn taken. Hij waardeerde het werk van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt op dit gebied, maar bekritiseerde het congregationalisme dat leidt tot tucht in de vorm van kerkscheuring.
Evangelisch Kolonialisme en de Strijd om Identiteit
De Spaanse Evangelische Zending (SEZ) is al tientallen jaren actief in Spanje, maar de ontvangst was niet altijd gastvrij. Spaanse kerken zijn kritisch ten opzichte van buitenlandse zendelingen, mede omdat eerdere zendingen de ontwikkeling van een eigen identiteit niet hebben gestimuleerd, wat resulteerde in kerken die duplicaten waren van buitenlandse modellen. Als reactie hierop bestaat er een houding van scepsis: 'Laat eerst maar eens zien of je het volhoudt en wat je waard bent'.
Het gevoel van gekrenkte trots speelt hierin een grote rol, en men spreekt over 'evangelisch kolonialisme'. Dit maakt het moeilijk voor evangelisten om voet aan de grond te krijgen. Coster beschrijft hoe hij, zelfs na een half jaar aanwezigheid, beledigende brieven ontving van mensen die hij benaderde, omdat hij hen aanschreef als voorganger van een 'Iglesia Evangélica', terwijl zij geen denominaties erkenden.
De Noodzaak van een Radicaal Gereformeerd Geluid
Coster zag zijn voornaamste opdracht in het Spaanse protestantisme als het laten horen van een radicaal gereformeerd geluid. Hij constateerde dat de theologische sfeer er 'buitengewoon halfzacht' was, met een focus op een persoonlijke band met God en nuttig zijn voor de samenleving. Hij benadrukte de noodzaak van preciezer formuleren, met de nadruk op de 'vreemde vrijspraak' en de toegerekende gerechtigheid van Christus, enkel uit genade door het geloof.
Hij pleitte voor een terugkeer naar de gemeenschappelijke basis van het protestantisme: de drie sola's en de 'knechtelijke wil' van Luther, uitgewerkt door Calvijn in een systematische theologie. Wie niet op dit fundament staat, is volgens hem geen protestant maar een humanist. Hoewel de meeste Spaanse protestanten in de genadeleer wesleyaans zijn, met de erkenning van Gods soevereiniteit, merkte Coster een dualiteit op: in theologische discussies waren ze calvinistisch, maar bij evangelisatiecampagnes arminiaans.
Voorzichtigheid in de Theologische Diversiteit
Coster constateerde dat een groeiend aantal mensen behoefte heeft aan duidelijkheid, maar benaderde dit met voorzichtigheid. Hij illustreerde dit met het voorbeeld van een oudere man en zijn zoon, beiden gelovig christen, maar met verschillende theologische achtergronden. De oude man, een overtuigd arminiaan, bekeerde zich tijdens de vervolgingen van de jaren vijftig door een wilsbeslissing. Zijn zoon daarentegen voelde zich door Gods genade en vrijmacht vastgehouden, ondanks een periode van ongeloof. Coster wilde de oude man niet bang maken met te massieve theologische argumenten, noch de jongeman tot hypercalvinisme laten doorslaan, wat een reëel gevaar is binnen het Spaanse protestantisme dat gekenmerkt wordt door individualisme.
Relaties en Mogelijkheden binnen het Spaanse Protestantisme
De relatie tussen de verschillende protestantse groepen, afgezien van de charismatische stromingen, werd omschreven als 'goed en gespannen'. Verbondenheid werd meer bepaald door persoonlijke overeenstemming dan door de problematiek van de ware kerk, zoals in Nederland. Dit bood zowel bezwaren als mogelijkheden.
Coster wilde gereformeerd zijn in dialoog, in de hoop dat het klassieke belijden de identiteit zou versterken. Hij stelde dat de vraag "En nu concreet, wat moeten we doen?" niet door een buitenlander beantwoord kon worden, maar de eigen verantwoordelijkheid van de Spanjaarden was.
Bestuurlijke Ervaring en de Uitdagingen van Organisatorische Structurering
Een aantal gereformeerde voorgangers, zowel voorstanders van kinderdoop als gereformeerde baptisten, is verenigd in AMRE (Asociación de Ministros Reformados Evangélicos), die de Belijdenis van Westminster onderschrijft. Recentelijk is daar Acere bijgekomen, een organisatie met ambitieuze plannen om het gereformeerde protestantisme in Spanje te versterken. Coster zag dit echter als een 'overbodige, stompzinnige versplintering', die voortkwam uit het heersende personalisme.
Hij constateerde dat Spanjaarden, in tegenstelling tot Nederlanders, weinig vergaderervaring hebben en niet beseffen hoe oppositie nodig is om argumenten boven tafel te krijgen. Dit beïnvloedde ook de kerken, waar men vaak episcopaal dacht, wat leidde tot een terughoudendheid van ouderen om jongeren te vertrouwen. Een ander probleem was het ontbreken van historische, nationale wortels en de worsteling om de bijbelse leer te behouden. Spaanse gereformeerden hadden het gereformeerde als schema overgenomen, maar hadden moeite om dit in prediking en pastoraat te verwoorden, terwijl een kritische beoordeling van de traditie ontbrak.

Crisisgeloof en de Vreugde van Onderwijs
Deel uitmaken van een marginale minderheid had een sterke terugslag op Coster zelf. Met zijn achtergrond als historicus wist hij hoe de kerk gefaald had. Wanneer Gods Woord kennelijk geen kracht leek te hebben, lag cynisme op de loer. Hij omschreef zijn geloof als een 'crisisgeloof', vergelijkbaar met de ervaring van Jeremia, waarbij het Woord als een vuur in hem verteerde.
Tegenover deze uitdagingen stond echter de grote vreugde die hij putte uit het lesgeven aan het Centro Evangélico de Estudios Bíblicos, een avondbijbelschool in Barcelona, gelieerd aan de Evangelische Alliantie. Sinds 1994 doceerde hij er exegese van het Oude en Nieuwe Testament, als enige kinderdooper aan een door baptisten gedomineerd instituut. Ondanks dat hij zich hier een 'vreemde eend in de bijt' voelde, voelde hij zich er thuis. Hij waardeerde de duidelijke uitspraak voor de klassieke protestantse belijdenis, hoewel hij kritisch stond tegenover de heiligingsleer waarin de wet nauwelijks een plaats had.
De Groeiende Gereformeerde Identiteit en Geduld in het Spaanse Jaren
De Spaanse jaren hadden Coster naar eigen zeggen 'gereformeerder' gemaakt, en tegelijkertijd veel geduldiger met mensen. Hij realiseerde zich dat inzichten sterk verbonden zijn met de opvoedingssituatie. Hij ontmoette mensen die de zondag anders invulden, maar wel gestempeld waren door de vreze Gods. Hoewel hij zijn best deed om de betekenis van het gereformeerde protestantisme over te dragen, zag hij de doorwerking ervan als een zaak van generaties, zeker in een tijd van afbraak.
In dergelijke omstandigheden bood de wetenschap van Gods soevereiniteit grote ontspanning. Hij vergeleek het voorrecht van een gereformeerd evangelist met de rust na een dag hard werken, zoals beschreven in Spurgeons preek over de gelijkenis van de zaaier. Dit in tegenstelling tot een arminiaan die, na het zaaien, moest worstelen met de resultaten.
Historische Wortels van het Protestantisme in Spanje
Het protestantisme in Spanje kent een lange en complexe geschiedenis, gekenmerkt door periodes van onderdrukking en opleving.
De Vroege Zaaidagen en de Inquisitie
In 1953 bezocht F.J. Kerkhof, lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Rijswijk, Spanje en constateerde een nijpend tekort aan Bijbels. Dit leidde tot initiatieven om Bijbels en theologische werken, zoals de Heidelbergse Catechismus en Calvijns Institutie, te publiceren. In 1970 werd ds. Juan Sanz, een Spaanse ex-priester, uitgezonden om de protestantse kerk te versterken en een gemeente te stichten.
De periode onder het regime van Franco was er een van strenge restricties voor protestanten. Na de dood van Franco kwam er echter volledige vrijheid van godsdienst. De activiteiten, oorspronkelijk gericht op Spanje, verlegden zich gaandeweg naar Latijns-Amerika, met de uitgave van Spaanstalige boeken en het tijdschrift 'Estandarte de la Verdad'. Het 'Spanjewerk' werd zo een werk gericht op Latijns-Amerika.
De Gereformeerde Kerken in Spanje bestaan uit drie gemeenten: in Almuñecar, Madrid en Mataró. Zij werken samen met de Presbyteriaanse Kerken en onderschrijven de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus, de Dorstse Leerregels en de Westminster Belijdenis. In 2016 gingen deze kerken een band van volledige correspondentie aan met de Iglesias Reformadas de España (IRE).
De Reformatie en haar Beperkte Impact in Zuid-Europa
De Reformatie, hoewel een machtige beweging, slaagde niet overal. In Zuid-Europa kreeg zij weinig voet aan de grond of werd zij fel bestreden. Dit resulteerde in een blijvende scheiding tussen het protestantse noorden en het katholieke zuiden van Europa.
Katholieke Reformatie en Contrareformatie
Naast de protestantse Reformatie was er in de 15e eeuw een diep verlangen naar hervorming binnen de westerse kerk. Dit uitte zich in de concilies van de 15e eeuw en later in de katholieke reformatie. Erasmus van Rotterdam was een vertegenwoordiger van deze katholieke reformatie, die zich richtte op herstel en verbetering van de kerkpraktijk. De protestantse reformatie daarentegen vernieuwde het belijden, samengevat in de drie sola's. De katholieke reformatie werkte het sterkst in Spanje, waar kerk en staat samenwerkten. Keizer Karel V verdedigde de middeleeuwse instellingen van de RK-Kerk, waardoor de katholieke reformatie uitmondde in de Contrareformatie.
Luther en Spanje: Een Afwezige Connectie
Het Spaanse katholicisme paste zich niet aan het vernieuwde begrip van het Evangelie aan. De Spanjaarden hadden hun eigen vormen van spiritualiteit, zoals de diepzinnige mystiek, en de aflaathandel, die in Duitsland de aanleiding was tot de Reformatie, was in Spanje niet op dezelfde manier toegestaan.
Toch bereikten protestantse invloeden Spanje via Antwerpen, waar werken van Luther werden verspreid. In de jaren '20 van de 16e eeuw lazen geestelijken en burgers die openstonden voor humanistische invloeden, de geschriften van Luther.
De Inquisitie en de Uitroeiing van het Protestantisme
Onder Karel V beperkte de inquisitie de uitbreiding van het protestantisme tot enkelingen. In de tijd van Filips II (1555-1598) namen de aantallen toe, met protestantse gemeenschappen in Valladolid en Sevilla. De inquisitie greep echter in, wat leidde tot de dood van tientallen mensen op de brandstapels in 1559-1560. Het land reageerde met schrik, controleerde contacten met Noord-Europa en verscherpte de controle op verboden literatuur. De inquisitie verhinderde de opkomst van een protestantse beweging, waardoor het protestantisme in Spanje vrijwel zonder sporen werd uitgeroeid. Het Spaanse protestantisme van na deze periode was het geloof van vluchtelingen.
Desondanks liet het Spaanse protestantisme een rijke literaire erfenis na, met als belangrijkste werk de 'Reina-Valera', de Spaanse Bijbelvertaling van Casiodoro de Reina (1569). Dit werk getuigde van theologische kwaliteit, maar ook van de zwakte van de beweging: het was een elitaire beweging van intellectuelen die nooit een volksbeweging werd.
De Reformatie in het Noorden versus het Zuiden
De Reformatie slaagde in die delen van Duitsland waar de kerk, geestelijken en overheid meewerkten en het volk overtuigd werd. Waar de overheid niet meewerkte, hield de Reformatie op den duur geen stand. Dit gebeurde in Frankrijk, België, Polen, grote delen van Duitsland en Tsjechië. De Reformatie hield wel stand wanneer zij de staatsmacht wist te veroveren, zoals in Nederland en Schotland.
Angst als Factor in het Ontbreken van een Reformatiebeweging
De onverschilligheid van het Spaanse volk ten aanzien van de Reformatie wordt verklaard door de 'angst van het westen', een gevoel van crisis en oordeel dat de Reformatie kenmerkte. De 15e en 16e eeuw waren tijden van zowel bloei als diepe crisis, met oorlogen, epidemieën, klimaatverandering en inflatie. Het gebrek aan bescherming, onvermogen en wanbestuur van staten en steden, uitbuiting, corruptie en het gevoel blootgesteld te zijn aan kwade krachten droegen bij aan deze angst. Het middeleeuwse katholicisme, dat speculeerde op angst voor dood en hel zonder troost te bieden, stimuleerde schuldgevoel zonder effectieve vergeving, en vervreemdde het volk van de kerk.
De Reformatie, voortkomend uit deze geestelijke crisis, was geen pure genade uit de hemel, maar het werk van gebrekkige mensen in een moeilijke tijd. God werkt in de geschiedenis door Zijn Woord en door mensen die Zijn kracht in zwakheid volbrengen. De kerk in Europa maakte een nieuwe bloei door in het noorden, terwijl zij in het zuiden verstarde, juist door zich te verzetten tegen het nieuwe begrip van het Evangelie uit het noorden.
De Toekomst van het Protestantisme in Spanje en Latijns-Amerika
In de 19e eeuw openden Spanje en zijn voormalige koloniën zich voor de verkondiging van het Evangelie. In Spanje bleef het protestantisme een kleine minderheid, maar in de voormalige koloniën kreeg het voet aan de grond. Het Spaanstalige protestantisme in Zuid-Amerika is momenteel vitaler dan het Europese en keert als zending terug naar Europa.
De Reformatie was een machtige beweging, maar niet onoverwinnelijk. De overwinning ervan was vaak tijdelijk. De vraag naar haar toekomst blijft relevant, zowel in Europa als in Latijns-Amerika, Afrika en China. God werkt echter in de geschiedenis met geduld, omwegen, tegenslagen en verlies, gericht op het doel dat Jezus Christus Koning zal zijn.
1936 | De Spaanse Burgeroorlog | In Europa (2007/2008)
De Nederlandse Gereformeerde Kerk en het Spaanse Protestantisme
De Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK) steunen al tientallen jaren de Gereformeerde Kerken in Spanje, voorheen via de commissie ‘Steun Broederschap Spanje’. In 2023 steunden de NGK twee Spaanse kerken binnen het Iglesias Reformadas de España (IRE), in Almuñecar en Madrid, met een bijdrage aan de huur van kerkgebouwen. De kerk in Almuñecar is actief in evangelisatie op het strand en andere festiviteiten.
Hoewel veel Spanjaarden kritisch staan tegenover de Rooms-Katholieke Kerk, behoudt deze veel invloed en macht. De traditionele Spanjaard is katholiek, maar dit betekent zelden verbondenheid met het evangelie van Jezus Christus. De IRE-kerken tonen een hartelijk verlangen om het evangelie te delen in hun omgeving, ondanks hun kleine omvang. Predikanten besteden veel tijd en energie aan evangelisatie. Dominee José de Segovia Barrón van de gemeente in Madrid is ook actief als journalist en blogger over levensvragen en het christelijk geloof.
Vijftig Jaar Zendingswerk en de Spaanse Kerkgeschiedenis
Antonio Martinez Conesa, een Spaanse predikant, bezocht Nederland ter gelegenheid van vijftig jaar zendingswerk van ECM-Nederland in Spanje. Hij benadrukte dat de Spaanse kerkgeschiedenis kort kan zijn: geen Reformatie, geen Afscheiding, geen Doleantie. Lange tijd had de Rooms-Katholieke Kerk het geloofsmonopolie, geholpen door dictator Franco. Conesa heeft een handboek van vijfhonderd pagina's afgerond over de Spaanse godsdienstwet en de rechten van protestantse christenen.
Berend Coster, die dertig jaar namens de Spaanse Evangelische Zending (SEZ) in Spanje werkte, schetste de geschiedenis en de huidige situatie van het christendom in Spanje. Hij plaatste het Spaanse religieuze landschap in historisch perspectief, vanaf de komst van de islam tot de strijd tegen de Reformatie en de opleving in de 19e eeuw. Tegenwoordig is protestants-Spanje een minderheid die sterk afhankelijk is van buitenlandse steun. Gereformeerde theologie wordt in Spanje veelal binnen een evangelische context gegeven. Coster legde accent op het verbond en op algemeen-christelijke belijdenissen, met Jezus Christus als fundament. Hij merkte op dat hij geen 'vitaal katholicisme' was tegengekomen en dat een herleving van het christendom moeilijk voorstelbaar is zonder de R.K. Kerk. Hij schat het aantal protestanten, exclusief christelijke migranten, op ver onder een miljoen.
tags: #gereformeerde #kerk #spanje