Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt: Geschiedenis en Ontwikkeling

De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv), officieel Gereformeerde Kerken in Nederland met de toevoeging (vrijgemaakt), vormden tot 1 mei 2023 een Nederlands kerkgenootschap binnen het gereformeerd protestantisme. Dit kerkgenootschap ontstond als gevolg van de zogenaamde Vrijmaking in 1944 uit de Gereformeerde Kerken in Nederland. De Vrijmaking, waarbij Klaas Schilder een centrale rol speelde, was een ingrijpend schisma dat de Nederlandse gereformeerde gemeenschap diepgaand heeft beïnvloed.

De voorgeschiedenis van de Vrijmaking in 1944 is nauw verbonden met de theologische arbeid van hoogleraar Klaas Schilder (1890-1952). Schilder uitte kritiek op de leerstellingen van Abraham Kuyper. De directe aanleiding voor de scheuring was het bindend verklaren van uitspraken van de Synode Sneek-Utrecht in 1942. Dit besluit werd als strijdig beschouwd met artikel 31 van de Dordtse Kerkorde, dat de mogelijkheid van beroep garandeert. Als gevolg van zijn verzet tegen de synodale besluiten werd Schilder geschorst en later afgezet als hoogleraar en emeritus predikant.

Op 11 augustus 1944 vond de grote Vrijmakingsvergadering plaats in de Evangelisch-Lutherse Kerk aan de Burgwal in Den Haag. Hier werd de Acte van Vrijmaking en Wederkeer door Schilder voorgelezen en gecrediteerd. Predikanten en kerkenraden die de synodebesluiten "niet voor vast en bondig" wilden houden, ondertekenden deze Acte. De kerken die zich afscheidden, beschouwden zichzelf als de wettige voortzetting van de Gereformeerde Kerken in Nederland en behielden deze naam. Ter onderscheiding voegden zij de toevoeging "(onderhoudende artikel 31 DKO)" toe, wat leidde tot de benaming "artikel 31-ers". Het bijvoeglijk naamwoord ‘vrijgemaakt’ is direct ontleend aan de Acte van vrijmaking of wederkeer.

Historische foto van Klaas Schilder

De Oprichting en Vroege Ontwikkeling van de GKv

Na de Vrijmaking in 1944 werd een nieuwe Theologische Hogeschool in Kampen opgericht, waar Greydanus en Schilder doceerden. In 1945 werden predikanten als P. Deddens, B. Holwerda en C. Veenhof benoemd tot docenten. In juni 1945 kon het kerkblad De Reformatie weer verschijnen. Na het overlijden van Schilder nam de redactie van De Reformatie onder leiding van hoogleraren D. Deddens, H.J. Jager en C. Veenhof, J. Kamphuis en predikant H. Knoop, de fakkel over.

De vrijgemaakten hielden vast aan de gereformeerde belijdenis, maar uitten kritiek op de bevindelijk-gereformeerden, hen verwijtend van "valse mystiek" en "gebrek aan het rechte zicht op Gods verbond". Ds. D. van Dijk was een uitgesproken tegenstander van de kenmerkenprediking of onderscheidenlijke prediking, die hij zag als een erfenis van de Afscheiding, die zou leiden tot twijfel en onzekerheid over het heil. Volgens hem lag de vastheid in Gods verbond en beloften, die voor alle gelovigen met hun zaad golden. De bevindelijk-gereformeerden verweerden zich en verweten de vrijgemaakten verbondsmethodisme, stellend dat het kind van het verbond door de doop niet automatisch betekent dat alle beloften van God daadwerkelijk zijn toegepast.

Klaas Schilder voelde zich verbonden aan de Afscheiding van 1834 en benadrukte het belang van artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis met betrekking tot de kerk. Hij pleitte voor eenheid van de verschillende gereformeerde gezindten op basis van het bevel van Christus in Johannes 17, mits passend binnen de Drie Formulieren van Eenheid. Persoonlijke voorkeuren en sfeerverschillen achtte hij van ondergeschikt belang. Schilder waarschuwde voor de valse tegenstelling tussen de kerk in de hemel en de kerk op aarde, waarbij idealen en verlangens te veel naar de toekomst van Christus werden verplaatst, ten koste van de waarde van de kerk in het heden. Hij benadrukte dat de kerk het lichaam van Christus is en alles omvat: hemel en aarde, levenden en doden, en hen die nog geboren moeten worden. Spreken over de kerk vereist het oogpunt van de eenheid van het lichaam van Christus.

Maatschappelijke en Institutionele Ontwikkelingen

Aanvankelijk isoleerden de vrijgemaakten zich van andere gereformeerde kerken. Dit isolement leidde tot de oprichting van diverse eigen organisaties, waaronder een politieke partij, een krant en scholen, wat resulteerde in een eigen vrijgemaakte zuil. Lange tijd was lidmaatschap van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) voorbehouden aan leden van de GKv. Het Nederlands Dagblad, opgericht in 1944 als een half-illegaal blad onder de naam Reformatie Stemmen, fungeerde als spreekbuis van de kerk. Na de oorlog werd het een weekblad onder de titel De vrije kerk, later het Gereformeerd gezinsblad, en vanaf 1959 een dagblad onder de naam Nederlands Dagblad. Piet Jongeling, voorman van het GPV en kinderboekenschrijver, was lange tijd redacteur.

Er werden tussen de 100 en 150 scholen opgericht met een gereformeerd-vrijgemaakte signatuur, waaronder basisscholen, speciale scholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Later werden deze scholen vaak opengesteld voor niet-vrijgemaakten. In alle universiteitssteden, met uitzondering van Amsterdam, Maastricht en Eindhoven, ontstonden studentenverenigingen met een oorspronkelijk gereformeerd-vrijgemaakte signatuur, verenigd in de VGS-Nederland. Rond 1970 kwamen ook verenigingen voor HBO-studenten tot stand.

Vanaf 1968 streefde de Gereformeerde Omroepvereniging (GOV) naar landelijke zendtijd namens de vrijgemaakten. Sommige predikanten werkten mee aan programma's van de Evangelische Omroep (EO).

Overzicht van gereformeerde scholen in Nederland

Internationale Verbanden en Afsplitsingen

In het buitenland ontstond de "Vrye Gereformeerde Kerke in Suid-Afrika", opgericht door Nederlandse emigranten uit de GKv. Dit kerkverband telt vijf gemeenten met circa 1200 leden en vijf predikanten en vier zendelingen. Vanwege het kleine formaat worden er geen classisvergaderingen gehouden, maar komt de synode om de twee jaar bijeen.

Door zendingsactiviteiten op Nieuw-Guinea zijn verschillende zendingskerken ontstaan, die samenwerken als Gereja-Gereja Reformasi di Indonesia Papua, met circa 8000 leden.

Richtingstrijd en Verdere Ontwikkelingen

Geleidelijk tekende zich een richtingenstrijd af tussen een strikt-dogmatische stroming en een meer vrijere stroming die minder gebonden wilde zijn aan de Drie Formulieren van Eenheid. Deze laatste groep positioneerde zich rond het blad Opbouw. Deze ontwikkeling leidde in 1967 tot een kerkscheuring, waarbij de Nederlands Gereformeerde Kerken ontstonden. De directe aanleiding voor deze scheuring was het uitzetten van gemeenteleden, predikanten en zelfs hele gemeenten uit het kerkverband.

In de laatste decennia van de twintigste eeuw gaven de vrijgemaakten de zuil meer de vrije hand. De synode van Heemse sprak in 1985 unaniem uit dat het kerkelijke werk zich niet beperkt tot de eigen grenzen. Vanaf de jaren 1990 kwamen samenwerkingsgemeenten tot stand met de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken, wat op sommige plaatsen leidde tot fusies van kerkgemeenten.

De eerste decennia van de 21e eeuw kenmerkten zich door meer verscheidenheid en een progressieve richting binnen het kerkverband, mede onder invloed van de evangelische beweging. Progressieven omarmden ruimere theologische opvattingen over onderwerpen als de vrouw in het ambt, schepping door evolutie en acceptatie van homoseksuele relaties. Theologen droegen bij aan een andere manier van Bijbellezen (hermeneutiek), uitgaande van het principe dat de Bijbel de cultuur min of meer overneemt, zoals de onderdrukte positie van de vrouw.

In juni 2017 besloot de synode van Meppel dat de ambten predikant, ouderling en diaken voor vrouwen open werden gesteld. Dit opende de weg naar fusiebesprekingen met de Nederlands Gereformeerde Kerken, waar vrouwen al langer tot het ambt werden toegelaten. Als gevolg hiervan werd het kerkverband in 2017 geschorst en in oktober 2022 definitief geroyeerd als lid van het International Conference of Reformed Churches (ICRC). Verschillende buitenlandse zusterkerken namen afstand van het kerkverband.

Binnen de GKv vormde zich een front van bezwaarden die streefden naar het behoud van traditionele standpunten. Publicaties zoals Het Woord in geding gingen in op deze problematiek.

Echtpaar Aaldrik en Tiny Afman over de scheuring van de Gereformeerde Kerk in 1944

Ledenaantallen en Afsplitsingen in de 21e Eeuw

Op 1 oktober 2009 bestonden de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt uit 277 gemeenten met 124.260 leden, een afname van 350 leden ten opzichte van 2008. Sinds 2003 nam het aantal leden jaarlijks af met enkele honderden. In 2015 verloor de kerk voor het tweede jaar op rij meer dan 1000 leden. Leden stapten individueel over naar de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Protestantse Kerk in Nederland en soms ook naar de Hersteld Hervormde Kerk.

Uit de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zijn twee kleine kerkverbanden voortgekomen. In 2003 ontstond de Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld), ook wel de 'Nieuwe Vrijgemaakten' genoemd, uit verontrusting over de ontwikkelingen. In 2009 ontstond een nieuwe afsplitsing, de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN), vanuit de vrijgemaakten en de eerder genoemde afsplitsing.

Voor hen die binnen het kerkgenootschap bleven maar zich niet konden verenigen met de verschuivingen, ontstond de vraag hoe om te gaan met de kerkfusie van 1 mei 2023. Een aantal gemeenten haakte (bijna) geheel af. De 'Kerngroep bezinning GKv actief' werd opgericht om leden toerusting en leiding te bieden.

Op 1 mei 2023 hebben de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt samen met de Nederlands Gereformeerde Kerken een nieuw kerkverband gevormd: de Nederlandse Gereformeerde Kerken. De gereformeerde kerken vrijgemaakt te Urk en Capelle aan den IJssel namen niet deel aan deze fusie en bestaan sindsdien als de enige twee Gereformeerde Kerken vrijgemaakt voort. De nieuwe kerkorde van dit kerkverband weerspiegelt de veranderingen en biedt de plaatselijke gemeenten veel vrijheid. Alle ambten zijn voor vrouwen opengesteld en in meerdere gemeenten is ruimte voor homoseksuele relaties.

tags: #gereformeerde #kerk #vrijgemaakt #coevorderweg