De vraag of gezangen toegestaan zijn om te zingen tijdens de kerkdienst roept vaak discussie op. Hoewel de psalmen een rijke inhoud hebben en zeker Bijbels gefundeerd zijn, is het niet onbijbels om gezangen te zingen in de kerkdiensten. Vaak worden gezangen om niet-legitieme redenen geweerd, soms uit angst voor vernieuwingen. Echter, vernieuwingen kunnen ook verbeteringen opleveren. De Bijbel zelf geeft hier voldoende aanleiding toe, zoals blijkt uit Efeziërs 5:19: "Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten."
De gedachte achter het uitsluitend zingen van de psalmen is vaak gebaseerd op de overtuiging dat dit de enige liederen zijn die zeker door de Heilige Geest geïnspireerd zijn, omdat ze in de Bijbel staan. Dit is een hanteerbare lijn, maar roept de vraag op of er dan geen goede andere liederen zijn.
Waardering voor Gezangen
Binnen verschillende kerkgenootschappen worden gezangen zeer gewaardeerd en regelmatig geciteerd in preken. Voorbeelden hiervan zijn liederen als "Vaste Rots van mijn behoud" en "Eens was ik een vreemd'ling". Zelfs liedjes van hedendaagse artiesten zoals Hanna Lam, zoals "Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw", vinden hun weg naar de eredienst. Hoewel dit laatste lied bij sommigen wenkbrauwen doet fronsen vanwege de interpretatie, vinden anderen juist de eenvoud en de boodschap van hoop en vernieuwing, die ook in de Bijbel te vinden is (Openbaring 21:5), erg waardevol.
De psalmen worden over het algemeen als prachtig en rijk van inhoud beschouwd, met een profetische betekenis die wijst op Jezus Christus. Echter, naast de psalmen mag er ook met andere liederen geloofd en geprezen worden. Dit is met name waardevol bij specifieke gebeurtenissen in het kerkelijk jaar, zoals Pasen.
Christus onze Heer verrees: Een Paaslied met een Geschiedenis
Gezang 215, "Christus onze Heer, verrees", is een bekend en geliefd Paaslied dat wereldwijd gezongen wordt. Het lied heeft echter een complexe ontstaansgeschiedenis.
Oorsprong en Ontwikkeling
De vroegste bekende versie van dit lied is afkomstig uit de bundel Lyra Davidica, die in 1708 in Londen verscheen. Deze bundel bevatte Duitse kerkliederen met korte en plezierige melodieën, bedoeld om een luchtig karakter te geven zodat iedereen de melodieën makkelijk kon meezingen. Het lied, getiteld "The Resurrection", was gemodelleerd naar een Latijns paaslied genaamd Surrexit Christus hodie, dat terug te vinden is in veertiende-eeuwse manuscripten.
De tekst zoals we die nu kennen, stamt grotendeels uit 1749, toen in de tweede editie van 'The Compleat Psalmodist' van John Arnold grotendeels nieuwe teksten werden geschreven. Charles Wesley, bekend van de tekst "Hoor, engelen zingen de eer", schreef zijn gedicht "Christ the Lord is risen today", geïnspireerd op deze tekst, wat resulteerde in een bekend Paaslied dat in alle Engelse liedboeken te vinden is.
De Nederlandse Vertaling
Het is niet helemaal duidelijk wie de Nederlandse vertaling van lied 624 heeft geschreven. Het lied was al aanwezig in de Hervormde Bundel van 1938 als gezang 61, met de aanduiding "nieuwe vertaling". Er bestonden al eerdere vertalingen, maar de vertaling in het Liedboek is gemaakt door Jan Jacob Thomson. Volgens Willem Barnard is in deze vertaling slechts één wijziging aangebracht ten opzichte van de bundel uit 1938: "die ten dode ging aan ’t kruis" werd "die verhoogd werd aan het kruis".
Inhoud en Thema's
De inhoud van het lied kan worden samengevat met de woorden "kruis en opstanding". Deze thema's komen thematisch in elk couplet voor en worden telkens anders ingevuld:
- In het eerste couplet staan "angst en vrees" tegenover het thuiskomen in Gods vrijheid.
- In het tweede couplet contrasteren "kruis en graf" met het leven dat de zondaar verwerft.
- In het derde couplet bewerken "lijden en strijd" verzoening, waarna het lied uitmondt in de viering van Christus als Heer.
Opvallend is dat in de eerste twee coupletten de opstanding, die hymnisch wordt bezongen, voorop gaat, gevolgd door een verwijzing naar het lijden aan het kruis. In het derde couplet is de volgorde omgedraaid, waarbij het lijden en de strijd die tot verzoening leidden, worden gevolgd door de erkenning van Christus als Heer.

Melodie: Easter Hymn
De melodie van dit lied staat bekend als EASTER HYMN. De componist is niet met zekerheid bekend. Er is gesuggereerd dat het Georg Friedrich Händel zou kunnen zijn, maar dit is niet erg waarschijnlijk. Anderen hebben de melodie toegeschreven aan dr. John Worgan, maar vermoedelijk is zij nog van vroeger datum. In de achttiende eeuw werd de melodie vaak aangeduid als "Worgan Tune".
De oorspronkelijke melodie was eenvoudiger dan de huidige versie, maar bevatte meer melismen. De versie uit 1749 verschilt ook van die uit 1708. De huidige versie heeft een complexe wordingsgeschiedenis, met vereenvoudigingen die al in de achttiende eeuw ontstonden. De versie die in 1861 in de bundel Hymns Ancient and Modern verscheen, markeerde een eindpunt in de melodieontwikkeling.
De melodie is opgebouwd uit telkens twee paren regels. De stijgende drieklank in de eerste regel, gevolgd door een stijgende kwart en terts, geven de melodie een jubelende en opwekkende start. De derde regel klinkt als een echo van de eerste, met name door de voorhouding aan het einde van deze regels.

Kritische Beoordeling van Liederen in de Eredienst
De beoordeling van liederen voor gebruik in de eredienst is een belangrijk proces, waarbij theologische correctheid en schriftuurlijkheid centraal staan. Verschillende synodes en commissies hebben zich hierover gebogen, wat heeft geleid tot kritische analyses van diverse liederen, waaronder ook enkele uit het Nieuwe Liedboek.
Psalmen versus Gezangen
Sommige kritieken richten zich op de vermeende beperkingen van de berijmde psalmen, met name wat betreft de weergave van het offer van Jezus Christus. Anderen stellen dat de psalmberijmingen soms afwijken van de oorspronkelijke tekst, beïnvloed door de tijdgeest of vrijzinnige interpretaties. De vraag of gezangen, die vaak meer expliciet over Christus spreken, daarom de voorkeur verdienen, blijft een punt van discussie.
Theologische Bezwaren tegen Liedboekliederen
Diverse liederen uit het Nieuwe Liedboek zijn onderworpen aan een kritische theologische toetsing. Enkele voorbeelden van bezwaren zijn:
- Liedboeklied 14: "De Heer is mijn Herder": Wordt bekritiseerd omdat het de antithese uit Psalm 23 niet volledig volgt en de vermelding van een dis voor de ogen van vijanden buiten beeld laat.
- Liedboeklied 26: "Daar is uit ’s werelds duist’re wolken": Bezwaar wordt gemaakt omdat de tekst, hoewel een berijming van Jesaja 9, niet tekstgetrouw is en de boodschap van Jesaja 9, die specifiek op het volk Israël betrekking heeft, niet correct weergeeft.
- Liedboeklied 78: "Laat me in U blijven, groeien, bloeien": Bekritiseerd als piëtistisch en mystiek, met een onschriftuurlijke taal die niet de verkiezende en bewarende liefde van God als Landman weergeeft. Het lied zou de actieve gehoorzaamheid en de dreigende kant van het verbond negeren.
- Liedboeklied 124: "Nu daagt het in het oosten": Beschreven als een vage tekst die niet past bij de Nieuwtestamentische kerk.
- Liedboeklied 215: "Christus, onze Heer, verrees": Wordt door sommigen bekritiseerd omdat het door versimpeling de diepgang van de Paasliederen uit het Gereformeerd Kerkboek zou missen. Met name de lofprijzing van Christus als Koning van hemel en aarde wordt als onvoldoende beschouwd.
- Liedboeklied 397: "O God die droeg ons voorgeslacht": Bekritiseerd vanwege selectief gebruik van Psalm 90, waarbij het middengedeelte, dat de toorn van God over ongerechtigheden behandelt, ontbreekt.
- Liedboeklied 434: "Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere": Hoewel de eerste vier coupletten als lofzang worden beschouwd, wordt het ontbreken van een verwijzing naar Christus in het derde couplet en een onjuiste Israël-visie en leer van Christus' kerk in het vijfde couplet bekritiseerd.
- Liedboeklied 456: "Zegen ons, Algoede": Bezwaar wordt gemaakt tegen de benaming "Algoede" voor God, aangezien Hij ook wraakt wie Zijn verbond schendt.
- Liedboeklied 457: "Heilig, heilig, heilig": Bekritiseerd vanwege de toedichting van een eigenschap aan God die lijnrecht tegenover wat Hij kenbaar maakt staat ("Gij gehuld in duister").
Deze kritische beoordelingen benadrukken het belang van zorgvuldige selectie van liederen die de theologische waarheid van de Schrift getrouw weergeven en passen binnen de context van de eredienst.