De abortuspraktijk in Nederland, en de beleving ervan, komen aan bod in de casus van een vrouw die klachten indiende tegen drie medewerkers van een abortuskliniek. De zaak, waarbij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle de klachten afwees, werpt licht op de procedures en ervaringen rondom abortus, met name nu de verplichte bedenktijd is afgeschaft.

Het verhaal van Saar: van ongeloof tot shock
Tegenover het Reformatorisch Dagblad doet een vrouw, die we hier Saar noemen, haar verhaal. De zwangerschap kwam voor haar als een complete verrassing. Haar menstruaties waren onregelmatig, waardoor ze zwangerschap niet voor mogelijk hield. Een zwangerschapstest, genomen op aanraden van een oud-klasgenoot, bevestigde haar vrees: twee streepjes verschenen, wat een enorme schok teweegbracht.
Saar was ongepland zwanger van een man met wie ze slechts drie keer had afgesproken. Hij gaf direct aan geen kinderen meer te willen. Saar nam contact op met haar huisarts, waar ze haar situatie uitlegde: de vader wilde geen kind en zij zag zichzelf niet als alleenstaande moeder met het "huisje-boompje-beestje-ideaal".
Saar benadrukt echter dat "ongepland" niet gelijkstaat aan "ongewenst". Ze is er zeker van dat ze niet expliciet om een abortus heeft gevraagd, maar alleen aangaf dat dit niet was wat ze voor ogen had. Desondanks kreeg ze een verwijzing naar de abortuskliniek, iets waar ze naar eigen zeggen nooit om gevraagd heeft. De huisarts gaf later toe de wens voor abortus verkeerd te hebben ingeschat en spijt te hebben van deze inschattingsfout.
De abortuskliniek: een turbulente ervaring
Thuisgekomen maakte Saar een afspraak bij de abortuskliniek. Ze beschrijft deze periode als een tijd waarin ze "geleefd werd", met haar hoofd er niet bij en in een staat van totale shock. De man van wie ze zwanger was, bracht haar vijf dagen later naar de kliniek in Arnhem. Saar was misselijk van de spanning en moest overgeven. Met het zakje braaksel in de hand kwam ze om 8.45 uur binnen.
Om 8.50 uur maakte de arts de eerste aantekeningen in het dossier. Saar herhaalde wat ze tegen de huisarts had gezegd, inclusief dat ze pas kort wist van de zwangerschap. De arts noteerde om 8.59 uur: "Wil er niet alleen voor staan, hij wil echt niet. Wil ook echt geen kind met hem." En: "Weet het nog maar kort, maar besluit is duidelijk." Saar is ervan overtuigd dat ze dit laatste niet heeft gezegd.
De echoscopie en de verdere procedure
De echo in de kliniek toonde aan dat Saar niet drie tot vier weken zwanger was, zoals de test aangaf, maar al bijna veertien weken. Dit nieuws deed haar de grond onder de voeten wegzakken. Zonder veel tijd voor verwerking begon de arts direct over anticonceptie, en bood aan om tijdens de ingreep een spiraal te plaatsen. Saar was zo overstuur dat ze niet kon reageren.

Saar stelt dat er niet gevraagd is of ze wilde meekijken met de echo. Ze gelooft dat het zien van een "mensje" met een hartslag een allesbepalend moment had kunnen zijn dat haar tot besef had kunnen brengen. Volgens de beroepsrichtlijnen is het aanbieden van de mogelijkheid om mee te kijken met de echo belangrijk. De arts kon zich bij het tuchtcollege niet herinneren of dit aanbod daadwerkelijk gedaan was.
Saar kreeg naar eigen zeggen geen tijd om het nieuws van de langere zwangerschapsduur te laten bezinken. De arts schoof haar een overeenkomst toe, die ze tekende zonder er veel bij na te denken, in een staat van schok. De vakjes bij de expliciet beschreven afspraken bleven leeg.
De coördinator van de kliniek verklaarde later dat de beslissing van de vrouw leidend is en dat niemand behandeld wordt bij twijfel. Hij gaf aan dat 99% van de cliënten emotioneel is en dat Saar, hoewel gesloten en verdrietig, geen "verborgen twijfel" vertoonde. Het tuchtcollege oordeelde dat er geen bewijs was dat de arts signalen van twijfel had gemist.
Twijfel en de rol van de verpleegkundige
Vanuit de wachtruimte appte Saar om 9.25 uur naar de verwekker van haar kind: "Ik ben al 13/14 weken zwanger. Ik twijfel." De man reageerde dat hij het niet wilde en dat het beter was dat zij niet alleen een kind opvoedde.
Een verpleegkundige kwam naar Saar toe, aaide haar over de rug en vroeg of het ging. Saar antwoordde ontstemd dat het niet ging. Bij het tuchtcollege diende ze een klacht in tegen deze verpleegkundige, omdat ze vond dat er had moeten worden doorgevraagd. De verpleegkundige verklaarde op de zitting dat ze de gesloten houding van Saar wilde "respecteren" en tegelijkertijd "non-verbaal laten weten dat ze er voor haar was". Bovendien was ze niet betrokken bij het intakegesprek.
Op dat moment had Saar al medicatie gekregen ter voorbereiding op de behandeling. Ze stelt dat als ze haar twijfel had kunnen uiten, ze geen schijn van kans had gehad. Na een uur wachttijd vond de daadwerkelijke ingreep plaats.
Pas thuis op de bank drong het tot haar door wat er was gebeurd, wat haar twijfels over de werkwijze van de kliniek voedde. Het tuchtcollege stelde echter dat de abortuswet minimaal één gesprek vereist voor een zorgvuldig besluit. Saar vindt het moeilijk uit te leggen hoe ze in die situatie heeft gehandeld, maar stelt dat het psychologisch te verklaren is. Ze merkt op dat zelfs bij een geplande zwangerschap tijd nodig is om het nieuws te laten bezinken, en dat abortus, het doden van iets levends, een van de meest onnatuurlijke ingrepen is.
Neutraliteit en de afschaffing van de bedenktijd
Saar begrijpt niet dat de huisarts haar niet eerst naar het FIOM heeft gestuurd, een organisatie die hulp biedt bij keuzes over ongeplande zwangerschappen. De huisarts gaf toe het FIOM "niet zo bekend" te vinden en ervan uit te gaan dat er in de abortuskliniek nog gesprekken zouden plaatsvinden. Saar vindt echter dat een abortuskliniek geen neutraal terrein is en dat vrouwen eerst neutrale keuzehulp zouden moeten krijgen.
Ze is verbaasd over de snelheid waarmee alles gebeurde: de intake, echo, bepaling van de zwangerschapsduur, het tekenen van de overeenkomst en het innemen van medicatie binnen ongeveer 35 minuten. Het tuchtcollege oordeelde dat ze voldoende tijd had om alles te laten bezinken en dat het niet aannemelijk was dat ze zich overvallen voelde, ondanks de korte tijdspanne en de mededeling over de langere zwangerschapsduur.
De afschaffing van de verplichte bedenktijd begin 2023, nog vóór Saar de abortus onderging, vindt ze zorgelijk. Ze stelt dat voor een abortuskliniek geen verwijzing van de huisarts nodig is, wat het tot een "eerste halte én een eindstation" maakt. Het feit dat het tuchtcollege haar klachten ongegrond verklaarde, ziet ze als een teken dat vrouwen in Nederland "in sneltreinvaart" hun zwangerschap kunnen beëindigen.
Een reconstructie van het proces van Neurenberg | ANDERE TIJDEN
Aanvullende informatie: Onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag
In een ander deel van het artikel wordt ingegaan op een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag op een woongroep van De Akker in Bodegraven. Naar aanleiding van meldingen van vernederende beelden van cliënten met een beperking, gedeeld in een besloten Snapchatgroep, werden drie onderzoeksbureaus ingeschakeld. Hun bevindingen, gepresenteerd in een gezamenlijk rapport, wijzen op jarenlange misstanden, ondanks eerdere meldingen en signalen. Een "dominante kern" binnen het team zou "vermoedelijk onnodig veel geweld" hebben gebruikt tegen cliënten. Het melden van problemen werd ontmoedigd, met de nadruk op onderlinge oplossingen en vergevingsgezindheid.
Bestuursvoorzitter Jan van Ginkel erkent dat hij van veel punten op de hoogte was en dat er actie is ondernomen. Hij noemt wisselingen in het management en het gebrek aan ontwikkelgesprekken als factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan en voortduren van de incidenten. Sinds september is een nieuwe laag managers en teamleiders aangesteld. Van Ginkel wil niet ingaan op specifieke voorbeelden van geweld, omdat de aangifte van mishandeling nog loopt.
Hij trekt zich het lot aan dat misstanden konden voortduren doordat meldingen niet adequaat werden opgevolgd. Hij stelt dat er vóór mei vorig jaar geen kennis was van de beelden die van cliënten werden gemaakt. De terughoudendheid om te melden, deels toegeschreven aan de reformatorische identiteit, wordt serieus genomen. Van Ginkel benadrukt dat het aanspreken van je naaste een christenplicht is en dat hij deze boodschap luid en duidelijk zal verkondigen.
Wat betreft de identiteitseis voor personeel, blijft Van Ginkel hieraan vasthouden, omdat hij gelooft dat een organisatie met een reformatorische grondslag meerwaarde heeft. Hij verwacht dat zorg in de toekomst meer zal leunen op familie, vrijwilligers en kerkelijke gemeenschappen. Het volledige onderzoeksrapport is niet openbaar gemaakt vanwege privacygevoelige informatie, maar er is wel een samenvatting samengesteld.
tags: #anne #vader #artikelen #reformatorisch #dagblad