Het jaargesprek binnen de Protestantse Kerk in Nederland: een functionele en ambtelijke benadering

In april 2012 nam de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) het besluit om jaargesprekken in te voeren tussen de kerkenraad en de predikant of kerkelijk werker. Deze gesprekken werden gezien als een essentieel middel om de kwaliteit van zowel de gemeente als de predikant/kerkelijk werker te bevorderen. Met het oog op een formele verankering, besloot de synode in november 2012 tot kerkordelijke implementatie van deze gesprekken. Een voorstel tot wijziging van een ordinantie van de kerkorde werd geformuleerd, waarbij benadrukt werd dat de jaargesprekken geen functioneringsgesprekken zijn.

De Dienstenorganisatie heeft in deze context de brochure 'Jaargesprekken tussen de kerkenraad en predikanten en kerkelijk werkers in de plaatselijke gemeente' uitgebracht. Deze brochure richt zich op predikanten en kerkelijk werkers die (tegen betaling) werkzaam zijn binnen de lokale gemeente, met name predikanten voor reguliere werkzaamheden. De brochure behandelt de context van jaargesprekken, de verwachtingen van goede gesprekspartners, de organisatie van het gesprek en de agenda.

Het is cruciaal te benadrukken dat het jaargesprek geen functioneringsgesprek is, maar een gelijkwaardige dialoog. Dit vloeit voort uit het ontbreken van een hiërarchische arbeidsverhouding tussen de kerkenraad en de predikant, aangezien de drie ambten binnen de kerk als gelijkwaardig worden beschouwd. Voor kerkelijk werkers kan er wel sprake zijn van een arbeidsverhouding, waarbij de kerkenraad als werkgever optreedt. Echter, met de mogelijkheid dat kerkelijk werkers in bepaalde gevallen in het ambt bevestigd kunnen worden, wordt deze verhouding complexer en wordt dit meegenomen in de voorgestelde ordinantietekst.

Historische context en professionele ondersteuning

De nota 'Pastor in beweging' (2006) pleitte reeds voor centrale afspraken met betrekking tot professionele ondersteuning bij de kwaliteitsbewaking van het functioneren van pastores en de noodzaak van regelmatige verantwoording over hun functioneren. De reacties op dit voorstel binnen de synode waren destijds terughoudend, en soms zelfs vijandig. Een synodelid uitte de mening dat kerkenraadsleden geen verstand zouden hebben van het werk van een predikant.

At Polhuis schreef in 'In de Waagschaal' over de invoering van jaarlijkse functioneringsgesprekken voor predikanten, en uitte zijn opluchting dat hij zich hieraan niet meer hoefde te onderwerpen. Hij benadrukte dat functioneringsgesprekken geen vrijblijvende gesprekken zijn, maar een gesprek tussen leidinggevende en werknemer in de aanloop naar een beoordelingsgesprek. Vanwege de vele regels die dit type gesprekken omringen, ter bescherming van de werknemer, uitte Polhuis twijfels over de geschiktheid van veel kerkenraadsleden om dergelijke gesprekken te voeren. Hij stelde dat hoewel het theoretisch een goed instrument is, de kerkelijke praktijk, zeker in stedelijke gebieden, kerkenraden kent die kwalitatief en kwantitatief tekortschieten.

Er werd een voorstel gedaan om het functionerings- en beoordelingsgesprek te laten uitvoeren door de voorzitter van de kerkenraad en de leidinggevende predikant, met duidelijke regels ter bevordering van zelfstandig geestelijk functioneren, zonder strijdigheid met het ambtelijk karakter van het werk. Daarnaast werd voorgesteld om het ontwikkelgesprek te voeren met de leidinggevende predikant.

Schema met de drie ambten binnen de kerk en hun onderlinge verhouding

De afschaffing van de term 'functioneringsgesprek'

In de publicatie 'Hand aan de ploeg' (2009) werd de term 'jaargesprek' al gebruikt, waarbij het verband werd gelegd met het beleidsplan en het werkplan/werkverslag. Dit geldt ook voor de nota over Permanente Educatie uit hetzelfde jaar. Het is duidelijk dat de aanduiding 'functioneringsgesprek' terecht van de baan is geraakt, mede door de bijzondere positie van de predikant.

Polhuis licht toe dat functioneringsgesprekken een werkgever/werknemer relatie veronderstellen, die er niet is tussen een predikant en de kerkenraad. Een predikant is dienaar van het Woord, niet van de plaatselijke gemeente, en heeft een zekere vrijheid nodig om Gods boodschap te verkondigen, ook als dit tot conflicten leidt. Het principe 'wiens brood men eet, diens woord men spreekt' is hier van toepassing, waarbij het niet gaat om het salaris, maar om de opdracht die men ontvangt. Het idee van functioneringsgesprekken zou de predikant steeds meer als werknemer van de kerkenraad positioneren.

De predikant draagt binnen de kerkenraad een eigen ambtelijke verantwoordelijkheid, omschreven in ordinantie 3-5-2 als 'de vrijheid van het ambt van predikant als dienaar des Woords'. Dit is de enige plaats in de kerkorde waar deze klassieke aanduiding voor de predikant voorkomt. In de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk was deze vrijheid verankerd in de figuur van de predikantsplaats, die losstond van een directe betaling door de gemeente aan de predikant, om zo de situatie van 'wiens brood men eet' te voorkomen.

Hoewel de figuur van de predikantsplaats niet is overgenomen in de kerkorde van de PKN, blijft de onderliggende gedachte van ambtelijke vrijheid onverminderd van kracht. P. van den Heuvel benadrukt in zijn toelichting op de kerkorde het belang van het bespreken van de wederzijdse functionering van predikant en kerkenraad ten opzichte van elkaar en de gemeente.

Illustratie van een kerkdienst met een predikant en kerkenraad

Visies op ambtelijke verhoudingen en toezicht

In 2001 publiceerde prof.dr. W. Balke een artikel over de visie van Noordmans op kerkordelijke kwesties, met name de verhouding tussen de ambten. Noordmans stelde dat reorganisatievoorstellen erop gericht waren om op subtiele wijze toezicht van ouderlingen op predikanten in te voeren. Hij citeerde A. Vinet, die de predikant zelfs een 'victime permanente van de gemeente' noemde.

Noordmans toonde aan dat de ambten niet op elkaar gericht zijn, maar collegiaal op de gemeente. Hij benadrukte dat er geen bepalingen zijn die de ouderling een bijzonder toezicht op leer of wandel van de predikant opdragen, en achtte dit in strijd met de presbyteriale orde. Noordmans verzette zich tegen het opnemen van 'het opzicht over de getrouwe ambtsvervulling van de predikanten' en pleitte ervoor dit opzicht opnieuw aan het ministerie toe te kennen. Balke voegde eraan toe dat Noordmans vreesde dat toenemende regelgeving de charismatische begaafdheid van de predikant zou belemmeren, waardoor hij een ambtenaar met een bestuur om zich heen zou worden.

De signalen van Noordmans onderstrepen het gevaar van hiërarchische verhoudingen met betrekking tot de positie van de predikant. Echter, waar kerkenraden zich bewust zijn van dit gevaar, is het mogelijk om op basis van een open, vertrouwelijke en gelijkwaardige dialoog tot zinvolle jaargesprekken te komen.

De rol van de predikant

tags: #handleiding #functioneringsgesprek #koster #pkn