De Synoptische Evangeliën: Overeenkomsten, Verschillen en Interpretaties

De term Synoptische Evangeliën verwijst naar de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas. Deze drie evangeliën worden zo genoemd omdat ze een vergelijkbare structuur, inhoud en perspectief delen op het leven en de leer van Jezus. Ze worden vaak samen bestudeerd om hun onderlinge relaties en oorsprong te begrijpen. De term "synoptisch" benadrukt de gemeenschappelijke blik ("syn-opsis") op het verhaal van Jezus.

In tegenstelling tot het Evangelie van Johannes, leggen de Synoptische Evangeliën een andere nadruk op historische en leerstellige aspecten. Ze worden beschouwd als belangrijke bronnen voor het begrijpen van de historische Jezus. De synoptische evangeliën beschrijven bijvoorbeeld Jezus' kruisiging rond negen uur 's ochtends en bevatten ten minste 58 verschillende uitspraken over het koninkrijk van God. Ze delen veel verhalen, zoals de episode waarin Jezus opkomt voor vaderloze kinderen, en laten zien dat de Geest op Christus rust wanneer Hij zijn werk op aarde doet.

Illustratie van de drie synoptische evangeliën met overlappende secties, die hun gemeenschappelijke inhoud benadrukken.

Vergelijking met het Evangelie van Johannes

Het evangelie van Johannes wijkt aanzienlijk af van de synoptische evangeliën. Johannes heeft een beperktere woordenschat en legt een andere nadruk op de christologische aspecten van wonderverhalen. Terwijl de synoptische evangeliën veel overeenkomsten vertonen, heeft elk evangelie ook zijn eigen unieke kenmerken en theologische accenten.

De Synoptische Kwestie: Theorieën over Oorsprong en Relatie

De vele overeenkomsten tussen de synoptische evangeliën hebben geleid tot de synoptische kwestie: de vraag naar de relatie tussen deze evangeliën en hun mogelijke oorsprong. Verschillende theorieën zijn ontwikkeld om deze overeenkomsten te verklaren.

De Tweebronnenhypothese

Een veelvoorkomende theorie is de tweebronnenhypothese. Volgens deze hypothese is het evangelie van Marcus het eerst geschreven, omstreeks het jaar 70. Dit geschrift is voor een groot deel in bewerkte vorm overgenomen in de evangeliën van Matteüs en Lucas, die waarschijnlijk omstreeks het jaar 80 of 90 geschreven zijn. Naast het evangelie van Marcus hebben de auteurs van Matteüs en Lucas ook gebruik gemaakt van een tweede, verloren gegane bron, die aangeduid wordt als Bron Q (van het Duitse woord Quelle, wat "bron" betekent). Deze bron zou voornamelijk uit uitspraken van Jezus hebben bestaan.

Er is echter geen direct archeologisch bewijs voor het bestaan van een "Q"-document. Sommige geleerden, met name binnen conservatieve theologische kringen, verwerpen de "Q"-hypothese en stellen dat de gelijkenissen tussen de evangeliën eerder verklaard kunnen worden door de inspiratie van de Heilige Geest en de gemeenschappelijke getuigenis van de apostelen.

Andere Theorieën

Naast de tweebronnenhypothese zijn er diverse andere theorieën, zoals de Griesbach-theorie (die stelt dat Matteüs als eerste werd geschreven, gevolgd door Lucas, en dat Marcus beide gebruikte) en de Farrer-theorie (die suggereert dat Marcus en Matteüs onafhankelijk van elkaar geschreven zijn, en dat Lucas beiden gebruikte). Ook de traditie-hypothese, die de nadruk legt op de mondelinge overlevering van de prediking van de apostelen, zoals die van Petrus, wordt als een belangrijke verklaring voor de overeenkomsten beschouwd.

Diagram dat de verschillende theorieën over de relatie tussen de synoptische evangeliën weergeeft (bijv. tweebronnenhypothese, Griesbach-theorie).

Historische en Theologische Interpretaties

De evangeliën zijn geschreven met specifieke theologische doelen en vanuit verschillende perspectieven. Hoewel er verschillen zijn in de details van de verslagen, is het theologische belang van de gebeurtenissen vaak hetzelfde. Zo benadrukken de synoptische evangeliën dat God door zijn Geest het initiatief tot Jezus' geboorte heeft genomen, en dat Jezus uit Bethlehem stamde, zoals voorspeld in de profetieën.

Chronologie en Gebeurtenissen

De chronologie van gebeurtenissen, zoals de geboorte van Jezus en zijn reis naar Jeruzalem, kan per evangelie verschillen. Bijvoorbeeld, het verslag van Jezus' geboorte in Matteüs wijkt af van dat in Lucas, met name wat betreft de plaats waar Jozef en Maria woonden voor de geboorte en de gebeurtenissen direct na de geboorte. Het evangelie van Johannes suggereert een langere periode van Jezus' publieke optreden met meerdere reizen naar Jeruzalem voor Pesach, terwijl de synoptische evangeliën de indruk wekken van slechts één reis naar Jeruzalem, die culmineert in de kruisiging op het Paasfeest zelf.

Het is ondoenlijk om deze verschillende chronologieën tot één historisch overtuigend verhaal samen te voegen. De evangelisten waren echter meer geïnteresseerd in de theologische betekenis van de gebeurtenissen, zoals Jezus die kon worden beschouwd als het eigenlijke Paaslam.

Titels van Jezus

De evangeliën willen bovenal getuigen van Jezus’ betekenis als de Christus (Messias), die is gestorven en uit de doden verrezen. Verschillende titels worden aan hem toegekend:

  • Christus/Messias: De evangeliën maken vanaf het begin duidelijk dat Jezus de Christus is. In het evangelie van Johannes zegt Jezus expliciet tegen de Samaritaanse vrouw: "Dat ben ik, die met u spreek." In de synoptische evangeliën wordt deze titel soms later in het evangelie geïntroduceerd, zoals wanneer Petrus tot Jezus zegt: "U bent de Christus."
  • Zoon van God: Deze aanduiding wordt vaak in combinatie met "Christus" vermeld. In het evangelie van Johannes zien mensen vanaf het begin in Jezus de Zoon van God en spreekt Jezus regelmatig over zichzelf als "de Zoon". In de synoptische evangeliën wordt Jezus bij zijn doop en verheerlijking door God "mijn geliefde Zoon" genoemd, maar deze erkenning is niet voor de massa bestemd. Demonen weten wel dat Jezus de Zoon van God is, maar Jezus verbiedt hen dit bekend te maken.

Hoewel de verschillen tussen de vier evangeliën opgemerkt werden, las men ze in samenhang met elkaar als een eenstemmig getuigenis over Jezus Christus. De verscheidenheid van de evangeliën riep ook een andere reactie op: pogingen tot harmonisering.

Harmonisatie van de Evangeliën

Al vroeg in de kerkgeschiedenis werd geprobeerd de vier evangeliën tot één verhaal samen te smeden. Hoewel deze evangelieharmonie de vier afzonderlijke evangeliën niet heeft verdrongen, is het eeuwenlang gebruikelijk geweest om ze in harmonie met elkaar te lezen.

Vroege Harmonisaties

  • Diatessaron: Omstreeks het jaar 70 stelde de Syriër Tatianus een doorlopend, geharmoniseerd verhaal over Jezus samen uit de vier gangbare evangeliën, soms aangevuld met apocriefe tradities. Zijn werk, het Diatessaron ("door vier heen"), was tot in de vijfde eeuw in gebruik in de Syrische kerk en oefende grote invloed uit op de populaire voorstelling van Jezus’ leven.
  • Ammonius van Alexandrië en Eusebius van Caesarea: Aan het begin van de derde eeuw vervaardigde Ammonius van Alexandrië een evangelieharmonie die verloren is gegaan. Bisschop Eusebius van Caesarea gebruikte dit werk later voor het opstellen van tabellen die parallellen en unieke passages in de evangeliën duidelijk maakten.

Moderne Harmonisaties

In de zestiende eeuw en later werden nieuwe evangelieharmonieën vervaardigd. Johannes Calvijn behandelde de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas in één commentaar, zonder te pretenderen dat alle passages volledig konden worden geharmoniseerd. Een recente harmonie van de vier evangeliën verscheen in 2003 in de tiendelige evangelische Studiebijbel.

Veel kerkgangers zijn bekend met één doorlopend verhaal over Jezus, mede doordat de afzonderlijke verhalen aanvankelijk werden voorgelezen en naverteld uit kinderbijbels, die doorgaans een selectie bevatten zonder aandacht voor de eigenheid van de afzonderlijke evangeliën.

Hoe Johannes verschilt van Matteüs, Marcus en Lucas - en waarom dat belangrijk is.

Het Synoptisch Probleem en Schriftuitleg

Het synoptisch probleem, de vraag naar de verklaring van de grote overeenkomsten en verschillen tussen de synoptische evangeliën, heeft geleid tot een breed scala aan theorieën. De interpretatie van deze theorieën kan ook invloed hebben op de visie op de Schrift.

Sommige benaderingen, zoals de twee- en driebronnen-theorieën die uitgaan van externe bronnen zoals "Q", worden door wetenschappers gebruikt om de tekstuele relaties te analyseren. Andere benaderingen, zoals de traditie-hypothese, benadrukken de rol van mondelinge overlevering en de prediking van de apostelen. Het is belangrijk op te merken dat de historische betrouwbaarheid van de evangeliën niet per se wordt aangetast door de verschillen in de verslagen; deze verschillen kunnen verklaard worden door het vertelperspectief, de uitdrukkingsvorm van de schrijvers en het beperkte blikveld van de latere lezer.

De evangeliën bezitten verslagen van oor- en ooggetuigen die getuigen van het Woord des levens. De theologische betekenis van Jezus' leven, lijden, dood en opstanding staat centraal in alle evangeliën, ongeacht de specifieke literaire of historische relaties tussen de synoptische teksten.

tags: #met #welk #doel #schreven #de #synoptische