Geschiedenis van de Hervormde Kerk in Hardenberg

De geschiedenis van de Protestantse Gemeente te Hardenberg-Heemse is diep geworteld in de middeleeuwen. Na de Reformatie ontstonden er in Hardenberg en Heemse gemeenten die later deel zouden uitmaken van de Nederlandse Hervormde Kerk. De Afscheiding van 1834 leidde in Heemse tot de oprichting van wat later de Gereformeerde Kerk te Heemse zou worden. De Doleantie van 1886 resulteerde in Hardenberg in de vorming van de Gereformeerde Kerk. Op vrijdag 24 maart 2006 fuseerden de Hervormde Gemeente Hardenberg en de Hervormde Gemeente Heemse met de Gereformeerde Gemeente.

De Stephanuskerk is van oorsprong de oudste kerk van de stad Hardenberg en bevindt zich aan de Voorstraat in het centrum. Hardenberg verkreeg in 1362 stadsrechten, waarbij in de oorkonde de opdracht werd gegeven om binnen de stadsmuren een kerk te bouwen. Voor die tijd maakten de inwoners gebruik van het kerkje in Nijenstede, waar de meeste Hardenbergers voorheen hadden gewoond. Tussen 1362 en 1400 werd de kerk gebouwd en gewijd aan de heilige Stephanus.

In 1708 bleef de kerk, als een van de weinige gebouwen, gespaard tijdens een stadsbrand, hoewel hierbij de meeste kerkboeken verloren gingen. In 1845 werd de noodzaak gevoeld voor een ruimere kerk, aangezien de eeuwenoude, middeleeuwse kerk en kerktoren bouwvallig waren geworden. De kosten voor de afbraak van de oude kerk en de bouw van een nieuwe kerk werden geschat op 15.000 gulden. Omdat de gemeente (Stad Hardenberg) destijds weinig financiële middelen had, werd besloten de grootste van de drie kerkklokken, gemaakt door Geert van Wou en met een gewicht van 1540 kilo, te verkopen. In 1847 begon de bouw van de kerk in neoclassicistische stijl, kenmerkend voor waterstaatskerken. De kerk was in 1848 voltooid. Een opvallend kenmerk van deze stijl was de lantaarn met het koepeltje, die echter in 1890 werd verwijderd en vervangen door een torenspits. De toren werd tevens enkele meters verhoogd, mogelijk om hoger te worden dan de nieuwgebouwde Gereformeerde kerk (Höftekerk).

Schematische weergave van de Stephanuskerk in Hardenberg, met nadruk op de architectonische elementen.

Het kerkgebouw en de toren werden in 1973 aangewezen als rijksmonumenten. In de kerk bevindt zich een eenklaviers orgel van Johann Christoff Scheuer uit 1819, dat afkomstig is uit de middeleeuwse kerk. Lange tijd stond de kerk bekend als 'de Hervormde kerk van Hardenberg'.

Historische gebeurtenissen en ontwikkelingen

De Vroege Middeleeuwen en de Vorming van Hardenberg

De geschiedenis van de regio Hardenberg strekt zich terug tot de middeleeuwen. Een belangrijke gebeurtenis was de 'Slag bij Ane' in 1227, waarbij het leger van de bisschop van Utrecht werd verslagen door het boerenleger van de Heer van Coevorden in de moerassen van de Mommeriete. Rond deze periode, in 1227, werd ook aangevangen met de bouw van het kasteel op den Hardenbergh. In 1230 verkreeg Zwolle stadsrechten van bisschop Willebrandt van Oldenburg, als dank voor hulp bij de bouw van kasteel Hardenberg. Rudolf van Coeverden kwam in 1333 naar kasteel Hardenberg om vrede te sluiten, maar werd binnen twee weken aldaar geradbraakt. Bisschop Jan III van Diest verleende in 1327 een privilege aan de inwoners van Nijenstede, voornamelijk gericht op vrijwaring van onrechtmatige schatting. Bisschop Jan van Arkel verbleef in 1343 op kasteel Hardenbergh en bevestigde de stadsrechten van Ommen. In 1362 verplaatste bisschop Jan van Arkel de stadsrechten van Nijenstede naar het westelijker gelegen Hardenbergh. Karel IV verleende in 1364 bisschop Jan van Arkel toestemming om tol te heffen in Hardenberg. Bisschop Floris van Wevelinchoven overleed in 1393 op zijn kasteel in Hardenberg, en Frederik van Blankenheim, bisschop van Utrecht, bevestigde in datzelfde jaar de privileges van de stad Hardenberg.

Kloosters en Stedelijke Ontwikkeling

De middeleeuwen kenmerkten zich ook door religieuze instellingen en stedelijke groei. In 1418 werd de vicarie in het klooster Sibculo gesticht. In 1423 werd de 'Uythof' te Mariënberg overgedragen aan het klooster Sibculo. Een oorkonde uit 1442 vermeldt 'het huys, het stedeken en de heerlijckheyd Gramsbergen'.

Rampen en Wederopbouw

Hardenberg werd in haar geschiedenis geconfronteerd met diverse rampen. In 1497 werd Hardenberg verwoest door een grote brand: 'Int jaer 1497 op Sondag Laetare te elf uren des Nachts verbrande den Hardenbergh'. In 1511 kreeg de Stephanuskerk te Hardenberg een altaar, gewijd aan Sint Antonis. Een archiefstuk uit 1550 toont aan dat de Oelemölle verwoest was en herbouwd moest worden. In 1554 werd Hardenberg uitgenodigd om als Hanzestad afgevaardigden te zenden naar een vergadering in Zwolle. Een grote veldslag vond plaats op de Hardenbergerheide in 1580 tussen staatsen en Spaanse troepen. Dichter en predikant Arnold Moonen deed in 1674 zijn intrede in de Stefanuskerk te Hardenberg. In 1708 werd het stadje Hardenberg door brand grotendeels verwoest; slechts de kerk, de school en drie huizen aan de Vecht bleven gespaard. Een hevige orkaan blies in 1717 de torenspits van de Heemser kerk af. Een grote brand legde in 1777 het grootste deel van Gramsbergen in de as.

Politieke en Sociale Veranderingen

De periode van de Franse overheersing bracht significante veranderingen met zich mee. In 1783 werd de Hardenbergse Schutterij opnieuw opgericht door lokale patriotten. Op 11 februari 1795 marcheerden Franse soldaten Hardenberg binnen, wat het begin markeerde van de Franse tijd. Een deel van het Schoutambt Hardenbergh werd in maart 1795 afgesplitst en vormde de nieuwe municipaliteit Gramsbergen. Een volkstelling van alle ingezetenen van het Stadsgericht en Schoutambt Hardenbergh vond plaats op 31 oktober 1795. De municipaliteit Gramsbergen werd in 1803 weer ingelijfd bij het schoutambt Hardenberg. De kosterswoning en een deel van de pastorie van Heemse brandden in 1805 af. De eerste burgemeestersvergadering in het nieuwe raadhuis van Stad Hardenberg (nu museum) vond plaats op 28 oktober 1805. Het kerkorgel van Heemse werd ingewijd op 17 juli 1807, geschonken door Clara Feyoena barones van Raesfelt-van Sytzama. Lodewijk Napoleon, koning van Holland, overnachtte in 1809 bij de familie Soeters in de Voorstraat te Stad Hardenberg. Op 9 juli 1809 begon de uitvoering van het plan van Willem Jan baron van Dedem om een kanaal te graven tussen het Zwartewater bij Hasselt en de Vecht bij Ane. In 1811 werd het Stadsgericht en Schoutambt Hardenberg opgeheven en ingesteld als de gemeente Hardenberg. Op last van Napoleon moesten vele inwoners op 30 december 1811 een vaste achternaam aannemen. Hardenberg werd op 3 september 1813 bevrijd van de Franse overheersing, en op 9 november van datzelfde jaar door Russische Kozakken. Het eerste kozakkenkamp in Nederland werd opgezet in Heemse in november 1813. In 1816 werd het gemeentewapen van Stad Hardenbergh verleend. Op 21 juli 1816 werd Gramsbergen bij koninklijk besluit verheven tot de rang van 'stad'. Prins Frederik der Nederlanden bracht op 10 oktober 1817 een bezoek aan Stad Hardenberg tijdens zijn inspectiereis. Op 24 juni 1818 werd de gemeente Hardenberg gesplitst in de gemeenten Stad Hardenberg en Ambt Hardenberg. Koning Willem I verbleef op 24 juni 1818 in café-herberg Den Rustenbergh in Heemse. Het eerste orgel in de middeleeuwse kerk van Hardenberg werd in gebruik genomen op 21 november 1819.

Historische kaart van de regio Hardenberg, met vermelding van belangrijke plaatsen en waterwegen.

Religieuze Ontwikkelingen en Gemeentelijke Structuren

De Afscheiding van 1834 had een grote impact op de religieuze gemeenschappen. Op 18 mei 1836 vond de afscheiding van de Hervormde Kerk in Heemse plaats in het diepste geheim op de boerderij van Gerhardus Veurink. De christelijk afgescheiden gemeente te Heemse werd op 5 juni 1841 officieel erkend, wat resulteerde in twee kerken. De Hervormde Kerk te Lutten aan de Dedemsvaart kreeg op 27 april 1853 haar eerste-steen-legging. Hendrik Theodor Mauritz Koster werd op 27 november 1855 benoemd tot eerste plattelandsdokter van Ambt Hardenberg. De eerste synagoge aan het Oosteinde werd op 7 december 1855 in gebruik genomen. De oudste vermelding van De Krim (genoemd 'de Krimp') dateert van 17 oktober 1857. Op 21 juli 1859 werd het monument ter nagedachtenis aan de stichter van Dedemsvaart, mr. Willem Jan baron van Dedem, onthuld. Op 29 juli 1859 werd de scherpschuttersvereniging opgericht voor de gemeenten Ambt en Stad Hardenberg, Ambt en Stad Ommen, Gramsbergen en Avereest. De eerste glasblazerij van Overijssel, 'Concordia', werd op 18 december 1863 in gebruik genomen in Dedemsvaart. De oprichtingsvergadering van de christelijke schoolvereniging te Hardenberg vond plaats op 17 september 1866. Op 1 april 1870 werd de christelijke nationale school aan de Lage Doelen te Hardenberg officieel in gebruik genomen. Een blikseminslag verwoestte in 1877 de korenmolen van Radewijk. Op 14 augustus 1880 werd het ziekenfonds 'Helpt Elkander' te Hardenberg opgericht. De tramverbinding Heemse-Dedemsvaart werd op 23 december 1886 opengesteld. De doleantie voltrok zich in Hardenberg op 8 december 1887. De eerste steenlegging van de gereformeerde Höftekerk te Hardenberg vond plaats op 21 september 1889. De Nederlands Hervormde kerk te Kloosterhaar werd ingewijd op 17 november 1892. De Coöperatieve Stoomzuivelfabriek Salland te Hardenberg werd opgericht op 21 mei 1897. De tramverbinding Lutten-Coevorden werd op 4 oktober 1897 opengesteld. Op 15 augustus 1898 opende een Rijkstelefoonkantoor te Hardenberg (voor telegramwisseling d.m.v. telefoon). Het gemeentewapen van Ambt Hardenberg werd verleend op 3 juli 1899. De gereformeerde school te Ane werd op 21 september 1899 officieel geopend als eerste christelijke school in de gemeente Gramsbergen. De 'Vereniging tot Drankbestrijding te Hardenberg-Heemse' werd opgericht op 13 november 1901. Het eerste exemplaar van de lokale krant 'Salland's Volksblad' verscheen op 29 november 1902. De nieuwe synagoge aan 't Oosteinde te Hardenberg werd ingewijd op 2 januari 1903. De komst van de eerste automobiel in Hardenberg werd op 20 mei 1903 met verbazing gadegeslagen. Op 19 september 1903 stonden straten van stad Hardenberg blank door hoog Vechtwater. De spoorlijn Ommen-Hardenberg werd op 1 februari 1905 officieel in gebruik genomen. Op 1 november 1905 werd de openbare lagere school te Hoogenweg officieel in gebruik genomen. Het Groene Kruis, afdeling Hardenberg, werd opgericht op 11 mei 1906. Op 1 juni 1906 opende het postkantoor (tevens telegraaf- en telefoonkantoor) te Hardenberg (thans gemeentelijk monument Voorstraat 38). De eerste algemene vergadering van de Coöperatieve Boerenleenbank vond plaats op 15 oktober 1906. Op 4 juli 1907 brachten inwoners van Mariënberg hulde aan Koningin Wilhelmina en prins Hendrik. Dedemsvaart vierde van 7 t/m 9 juli 1909 groots feest ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan. Het Koninklijk Besluit tot goedkeuring van de statuten van de Coöperatieve Landbouw- en Handelsvereniging W.A. te Hardenberg werd verleend op 10 april 1910. Op 4 juni 1910 werd het Koninklijk Besluit tot goedkeuring van de statuten van de Handelsvereniging voor Stad- en Ambt-Hardenberg, gevestigd te Stad-Hardenberg, verleend. Twee ingezetenen van stad Hardenberg kochten op 1 juli 1910 gezamenlijk een automobiel, waarmee zij de eersten in de regio waren die over een 'luxe wagen' beschikten. Prins Hendrik von Mecklenburg-Schwerin verrichtte op 24 juli 1911 de officiële heropening van het grootschalig verbouwde rijksopvoedingsgesticht Veldzicht in Balkbrug en bezocht tevens de kwekerij Moerheim. De eerste-steen-legging van de christelijke lagere school Bruchterveld vond plaats op 11 oktober 1912, en de school werd op 3 februari 1913 officieel in gebruik genomen. Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik brachten op 6 juni 1914 een kort bezoek aan het opvoedingsgesticht Veldzicht in Balkbrug. Op 24 juni 1920 werd de christelijke MULO aan de Gramsbergerweg in gebruik genomen. De inwoners aanschouwden op 12 juni 1921 voor het eerst een vliegtuig, dat landde op de Marsch. De Christelijke Landbouwwinterschool werd opgericht in Heemse op 1 oktober 1921. De vereniging voor christelijk onderwijs te Schuinesloot werd opgericht op 11 oktober 1922. Op 4 december 1929 werd de Vereniging tot bevordering van het Nijverheidsonderwijs opgericht te Stad Hardenberg. Het eerste ziekenhuis van Hardenberg, de Röpcke-Zweersstichting, werd officieel geopend op 20 november 1931. Op 23 december 1931 werd de aanbesteding voor de bouw van de watertoren te Lutten gegund aan de N.V. Delta. De werkzaamheden voor de aanleg van de haven Hardenberg startten op 7 augustus 1933. Op 11 augustus 1934 werden de nieuw aangelegde bad- en zweminrichting 'De Marsch' en de nieuwe haven te Stad Hardenberg officieel geopend. Het verbouwde en vergrote raadhuis van Stad Hardenberg werd feestelijk geopend op 20 juli 1938. Na de samenvoeging van Ambt en Stad Hardenberg tijdens de Duitse bezetting werd op 30 september 1941 een nieuw gemeentewapen verleend.

De Tweede Wereldoorlog en de Nasleep

De Tweede Wereldoorlog bracht veel leed met zich mee. Op 17 juni 1942 stortte een Canadese Halifax MK2 neer in Radewijk, waarbij acht bemanningsleden omkwamen. Op 6 oktober 1942 kwamen vijf Engelse vliegeniers om het leven toen hun toestel neerstortte in Slagharen. Een Engelse Lancaster stortte op 30 maart 1943 neer in Sibculo, waarbij alle zeven bemanningsleden sneuvelden. Op 24 februari 1944 stortte een viermotorige Amerikaanse bommenwerper neer in Baalder, met vijf dodelijke slachtoffers. Op 13 augustus 1944 stortte een Engelse bommenwerper neer tussen Bergentheim en Mariënberg, waarbij vier bemanningsleden omkwamen. Op 16 februari 1945 stortte een toestel van de Amerikaanse luchtmacht neer in Rheezerveen, waarbij de bemanningsleden Brunson en Del Torto omkwamen. Op 2 maart 1945 werden negen verzetsmensen uit Bergentheim en omgeving gefusilleerd te Varsseveld. Op 1 april 1945 stortte een Typhoon jachtvliegtuig neer in Bruchterveld, waarbij de Australische piloot Donald Peter Drummond omkwam. De Vechtbrug te Hardenberg werd op 6 april 1945 door de Duitsers opgeblazen. Op 31 juli 1945 werd Frederik Regeling geboren, de 5000e inwoner van de gemeente Gramsbergen. De buurtschap Baalder kreeg op 12 februari 1946 te maken met grote watersnood door de overstroming van de Vecht. Op 31 augustus 1946 luidden de oude, zestiende-eeuwse, kerkklokken van Hardenberg voor het eerst weer nadat ze door de Duitsers waren meegenomen. Op 23 juli 1947 werd het monument voor oorlogsslachtoffers te Bergentheim onthuld. De Stichting Oudheidkamer Hardenberg werd opgericht op 2 november 1948. Op 4 december 1948 werd het monument voor gevallenen te Lutten onthuld. De nieuwe Vechtbrug bij Hardenberg werd op 20 december 1949 officieel geopend. Koningin Juliana bracht op 2 augustus 1950 een officieel bezoek aan Dedemsvaart en Hardenberg. De Oudheidkamer in huize Welgelegen te Heemse werd op 26 juni 1954 officieel geopend. De eerste schooldag van de christelijke technische school Hardenberg was op 1 september 1955, en de school werd op 25 oktober 1956 officieel in gebruik genomen. Plasticfabrikant Wavin opende haar vestiging in Hardenberg op 12 oktober 1957. Op 24 september 1959 werden restanten van de oude stadsmuur ontdekt bij de verbouw van het postkantoor te Hardenberg. De lagere landbouwschool te Hardenberg werd op 17 oktober 1960 officieel geopend. De gereconstrueerde stadsmuur te Hardenberg werd op 1 juli 1962 officieel geopend. Een nieuw gemeentewapen werd verleend aan Hardenberg op 25 augustus 1962. Prins Bernhard opende op 13 juni 1963 het nieuwe gemeentehuis en werd bij deze gelegenheid benoemd tot ereburger van Hardenberg. De gemeenteraad van Hardenberg besloot op 28 september 1965 de oude stadskorenmolen 'Oelemölle' terug te kopen. Het bejaardentehuis Oostloorn werd op 1 december 1965 officieel geopend. Op 25 april 1966 werd aangifte gedaan van de geboorte van de 25.000e inwoner van Hardenberg. Prins Claus opende op 12 juni 1970 sportpark De Boshoek. Het nieuwe Röpcke-Zweersziekenhuis werd op 20 april 1972 officieel geopend. Op 14 september 1973 werd verzorgingstehuis Clara Feyoena Heem officieel geopend. Hardenberg vierde op 9 maart 1974 de geboorte van haar 28.000e inwoner.

Kleppertoer 2003 deel 01 Historische Vereniging Hardenberg en en Stad Hardenberg Promotie

De Hervormde Kerk in Hardenberg: Geschiedenis en Vernieuwing

De Stephanuskerk, de oudste kerk van Hardenberg, heeft door de eeuwen heen diverse transformaties ondergaan. Na de sloop van de middeleeuwse kerk in 1847, werd een nieuwe kerk gebouwd in neoclassicistische stijl. In 1890 werd de torenspits vernieuwd en de toren verhoogd. De kerkklokken, die tijdens de oorlog door de Duitsers waren meegenomen met het doel ze om te smelten, werden na de oorlog teruggevonden en opnieuw in de toren geplaatst. De klokken konden vanaf 1953 weer elektrisch geluid worden. In 1963 onderging de kerk een ingrijpende restauratie en vernieuwing, waarbij het interieur werd aangepast voor een rustiger, sfeervollere en intiemere beleving. De nieuwe kansel kreeg een plaats onder het orgel, en een van de galerijen verdween, wat het interieur aanzienlijk verbeterde. Ondanks een lichte vermindering van het aantal zitplaatsen, werd het kerkinterieur als kostelijk verbeterd beschouwd. De vernieuwing was dringend nodig, aangezien het gebouw uit 1849 dringend vernieuwing en verbetering behoefde. De restauratie werd mogelijk gemaakt door grote offervaardigheid en de medewerking van het gemeentebestuur. Tijdens de openingsavond werden de uitschuifbare zitplaatsen direct in gebruik genomen door de volle kerk. De kerkraden van omliggende kerken, het gemeentebestuur en diverse vertegenwoordigers waren aanwezig om hun steun te betuigen. De hervormde jeugd schonk een fraai doopvont, en de vrouwenverenigingen boden drie kerkkleden aan. Het orgel werd in 1954 gerestaureerd en voorzien van een rugwerk, dat in 1983 weer werd verwijderd.

In 1950 moesten kerkgangers uit Radewijk nog naar Hardenberg reizen voor kerkdiensten. Als noodoplossing werden diensten gehouden in de christelijke school, soms gezamenlijk door hervormden en gereformeerden. De hervormde kerk in Radewijk werd officieel geopend in januari 1950 en was oorspronkelijk een barak uit het kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst. De gereformeerden hadden al in 1942 grond aangekocht voor de bouw van een kerk naast de christelijke school. Vanaf 1961 werd er gesproken over samenwerking tussen de hervormde en gereformeerde kerken. In 1967 werd opdracht gegeven voor de bouw van een nieuwe kerk, en in 1969 werd de bouw gegund aan de fa. G. Hamhuis uit Hardenberg. Het oude gebouw werd afgebroken en de bouw van de nieuwe kerk begon.

Belangrijke Persoonlijkheden en hun Betrokkenheid

De geschiedenis van Hardenberg is mede gevormd door invloedrijke personen. Willem Christiaan Theodoor baron van Ittersum, zoon van de burgemeester van Ambt Hardenberg, speelde een rol in het lokale leven. Hij was belastingconsulent, betrokken bij de oprichting van een lokale afdeling van de Overijsselsche Landbouw Maatschappij, en werd assistent-agent van de Rijksverzekeringsbank. Hij was geïnteresseerd in regionale geschiedenis en werd plaatsvervangend voorzitter van de plaatselijke commissie voor de ongevallenverzekering. Hij was sociaal-maatschappelijk betrokken, werd president-kerkvoogd van de hervormde kerk Heemse, en algemeen voorzitter van de Nederlandschen Imkerbond. Hij werd gehuldigd als bondsofficial van de A.N.W.B. voor zijn 25-jarig ambtsjubileum. In de jaren dertig werd Van Ittersum lid van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Na de bevrijding werd hij gearresteerd en overleed hij aan paratyfus in het interneringskamp te Ommen. Postuum werd hij veroordeeld voor zijn oorlogsverleden.

Harm Dommerholt, afkomstig uit Zwolle, woonde vanaf 1848 in Stad Hardenberg met zijn vrouw en vier kinderen. Hij werkte als conducteur bij de diligence en ondervond financiële moeilijkheden. De gemeente betaalde schoolgelden en schoolbehoeften voor zijn kinderen. De hervormde diaconie van Zwolle weigerde echter de gedeclareerde kosten te betalen. Eind 1853 werd Dommerholt de laagste inschrijver voor de openbare verpachting van de brugwachterswoning aan 't Haantje.

De Akte van Stadsrechten, het oudste archiefstuk in Hardenberg, werd in 1362 geschreven in Zwolle en was lange tijd zoekgeraakt. Het document werd aan het eind van de jaren '20 van de vorige eeuw teruggevonden in een oude lessenaar op het stadhuis. Bisschop Jan van Arkel verleende in 1362 stadsrechten aan Hardenberg, dat was ontstaan bij een kasteel gebouwd door bisschop Willebrand van Oldenburg omstreeks 1227. De bewoners van het nabijgelegen Nijenstede, dat al stedelijke rechten bezat, vestigden zich geleidelijk in Hardenberg. In de akte staat dat de bisschop ter bescherming van het land het kasteel Hardenberg heeft laten bouwen en de oude stadsrechten van Nijenstede heeft vernieuwd en verlegd naar dit kasteel.

Oude tekening van de Stephanuskerk, gedateerd 1725, met romaanse kenmerken en een zadeldak op de toren.

tags: #hervormd #kerk #hardenberg