De geschiedenis van de Doopsgezinde Kerk in Witmarsum is nauw verbonden met de figuur van Menno Simons, een van de belangrijkste leiders van de dopersbeweging. Deze beweging, die rond 1520 ontstond in Zwitserland en Zuid- en Midden-Duitsland, keerde zich tegen de leer en praktijken van de Rooms-Katholieke Kerk, maar onderscheidde zich van de hervormers zoals Luther en Zwingli door het principe van de volwassendoop. Volgelingen die besloten Jezus te volgen, lieten zich dopen als teken van een nieuwe levenswending, waarmee de kinderdoop terzijde werd geschoven. Dit leidde tot de term 'wederdopers' of 'anabaptisten'.

De Vroege Doperse Gemeenschap rond Witmarsum
Ongeveer een kilometer buiten Witmarsum, aan It Fliet, staat het Menno Simons-monument. In de 16e eeuw bevond zich op of nabij deze locatie een klein huisje waar Dopers uit Witmarsum en omgeving samenkwamen. Dit huisje werd in 1828 vervangen door een gebouw met een koepeltje. Dit kerkje werd echter in 1876 afgebroken, nadat de doopsgezinde gemeente van Witmarsum besloot een nieuwe kerk in het dorp te bouwen. Op de oorspronkelijke plek werd in 1879 het Menno Simons-gedenkteken opgericht, dat in 1983 en 2007 grondig werd gerestaureerd. Aan de voet van dit monument zijn vier plaquettes aangebracht met teksten van en over Menno Simons, die herinneren aan zijn geboorte in Witmarsum in 1496, zijn uitgang uit het pausdom in 1536, en het feit dat de Dopers van Witmarsum en omgeving hier drie eeuwen lang vergaderden.
De Ontwikkeling van de Doperse Beweging
De doperse beweging kende een rijke, maar ook turbulente geschiedenis. De eerste volwassenendoop vond plaats op 21 januari 1525 in Zürich door Conrad Grebel, wat leidde tot de vorming van de eerste gemeenschap. Ondanks vervolgingen groeide de beweging in Zwitserland en Zuid-Duitsland. Onder leiding van Michael Sattler werden de 'Schleitheimer Artikelen' opgesteld, die regels bevatten over de doop, het Avondmaal, de omgang met afwijkende broeders en zusters, en de relatie met de overheid en het zwaard. Deze artikelen, voor het eerst gedrukt in 1527, verspreidden zich snel, ook naar de Nederlanden.
Een belangrijk figuur in de vroege geschiedenis van de Nederlandse doopsgezinden was Sicke Frerixzoon. Hij geloofde in de volwassendoop en werd rond 11 december 1530 in Emden, Duitsland, gedoopt. Vanwege zijn overtuiging werd hij ter dood veroordeeld en met het zwaard onthoofd, waarna zijn lichaam op een rad werd geplaatst en zijn hoofd op een staak. Deze martelaarsdood had grote impact, ook op Menno Simons.

Menno Simons en zijn Rol
Menno Simons werd geboren in Witmarsum in 1496. Hij werd tot priester gewijd en aangesteld als vicaris in Pingjum. Rond 1531 raakte hij onder de indruk van de wederdopersbeweging uit Zwitserland. De onthoofding van Sicke Frerixzoon trof hem diep, omdat hij geen Bijbelse grond kon vinden voor dit vonnis en juist argumenten zag voor de doop op basis van geloofsbelijdenis. Na de dood van zijn broer Pieter, een radicale wederdoper die omkwam bij de belegering van het Oldeklooster van Bolsward, besloot Menno Simons in 1535 alle geweld af te zweren. Uit vrees voor vervolgingen verliet hij op 30 januari 1536 Witmarsum en vluchtte naar Groningen en Oost-Friesland. Zijn zwervende bestaan werd veroorzaakt door strenge vervolgingen.
In 1537 werd Menno Simons oudste bij de obbenieten van David Joris en Dirk Phillips, een groep vredelievende baptisten, waarover hij in 1540 de leiding nam. Deze groep werd bekend als de mennieten, menisten en later mennonieten. De leer van Menno Simons en zijn volgelingen kenmerkt zich door een afwijzing van de kinderdoop, het principe van volwassenendoop, en een zelfstandig denkende geest die zich niet laat insnoeren door dogma's of groepsdwang.
De Doperse Gemeenschap in de Nederlanden
De wederdopers probeerden met geweld het 'Nieuwe Jeruzalem' te stichten in Münster, wat leidde tot de bloedige belegering van de stad. Ook in Amsterdam ontstond een poging om een soortgelijk scenario te creëren, met een aanslag op het stadhuis op 9 mei 1535, die echter mislukte. De stad Münster staat bekend om haar 'wederdopers hoofdstuk', met de kooien die in 1536 werden gebruikt voor de terechtstelling van de kopstukken. Deze kooien werden later aan de toren gehangen en hebben een bewogen geschiedenis gekend, inclusief kopieën en beschadigingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Vanaf 1579 kwam er met de Unie van Utrecht een einde aan de vervolgingen van doopsgezinden. Er mocht weer gebouwd worden, zij het kleine kerken, 'vermaanhuizen' of 'vermaningen', die niet als kerk herkenbaar mochten zijn of aan de openbare weg mochten liggen. Ze werden daarom achter bestaande gebouwen opgetrokken.

Organisatie en Ontwikkeling van Doopsgezinde Sociëteiten
De Friese Doopsgezinde Sociëteit, opgericht in Leeuwarden, omvatte maar liefst 51 gemeenten, waaronder ook drie Groningse gemeenten. Friesland was verdeeld in vier 'klassen': Harlingen, Franeker, Dokkum en Sneek. Elk van deze klassen leverde twee afgevaardigden voor het bestuur. Het doel van de Sociëteit was het bieden van hulp en ondersteuning aan buitenlandse en binnenlandse geloofsgenoten, met name aan de broeders en zusters in de Pfalz die nog vervolging en gevangenschap kenden.
In 1784 werd te Edam de 'Maatschappij van Konsten en Wetenschappen, tot nut van ’t Algemeen' gesticht door onder anderen Jan Nieuwenhuyzen en zijn zoon Martinus. Deze maatschappij stelde zich ten doel het welzijn van individu en gemeenschap te bevorderen, met focus op individuele en maatschappelijke ontplooiing en een hoog cultureel gehalte.
Bekende Doopsgezinden en hun Bijdragen
De doopsgezinde gemeenschap heeft vele invloedrijke personen voortgebracht. Anna Zernike werd op 5 november 1911 aangesteld als predikant in Bovenknijpe, Friesland. Ze trouwde in 1915 met kunstschilder Jan Mankes. Haar leven stond in het teken van haar geloof en haar werk als predikant.
De 'Gemeentedagbeweging', ontstaan in 1916 door een oproep van ds. T.O. Hylkema en collega's, markeerde een omslagpunt in de doopsgezinde broederschap. Deze beweging benadrukte de taak van de gemeenten als belijdende en dienende vredesgemeenten. Er werden vier arbeidsgroepen opgericht, waaronder één voor internationale contacten en één die zich bezighield met 'Doopsgezinden en de militaire dienstplicht'.
Een prominent figuur binnen de vredesbeweging was Cor, een antimilitarist, geheelonthouder en vegetariër. Hij manifesteerde zich als socialistisch mennist en weigerde de militaire dienstplicht op grond van geweten en levensovertuiging, waarvoor hij in 1925 gevangenisstraf uitzat. Na zijn vrijlating bleef hij actief in diverse doopsgezinde commissies en actiegroepen.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de Arbeidsgroep tegen de Krijgsdienst voortgezet als de Doopsgezinde Vredesgroep (DGV), met een Vredesbureau dat informatie en ondersteuning bood aan gewetensbezwaarden. Cor kreeg de leiding over dit bureau.
Geen elektriciteit, geen technologie, geen modern leven: de mennonieten van Mexico | Gratis documentaire
Doopsgezinde Huizen en Initiatieven
De behoefte aan ontmoeting en bezinning leidde in 1925 tot de stichting van een eigen Broederschapshuis in Elspeet. Dit huis, samen met andere locaties zoals Fredeshiem, Schoorl, Bilthoven en later Aardenburg, bood ruimte voor gastenweken en diende als centrum voor de doopsgezinde gemeenschap. Elspeet evolueerde van een gastenverblijf naar een meer professionele hotelaccommodatie.
Witmarsum als Bakermat
Witmarsum blijft een belangrijke plaats in de doopsgezinde geschiedenis. Het is de geboorteplaats van Menno Simons en was de locatie van een bijzondere herdenking in 2011, ter gelegenheid van de 450e sterfdag van Menno Simons. In datzelfde jaar werd een 'bezinningspad' geopend, genaamd Menno 2011, dat langs historische plekken in Pingjum en Witmarsum loopt. Dit pad brengt de doopsgezinde geschiedenis tot leven door middel van films, fototentoonstellingen en exposities, zoals 'Doopsgezind. Mijn passie!' en 'Doperse Diaspora'.
De huidige vermaning (doopsgezinde kerk) in Witmarsum werd in 1960-1961 gebouwd, ter vervanging van een eerdere kerk uit 1877. Daarvoor stond er een schuurkerk op het Vliet, op de plek waar Menno Simons zijn boodschap zou hebben verkondigd. Het Menno Simons-monument op deze locatie wordt jaarlijks bezocht door duizenden mensen.
De gemeente Witmarsum-Pingjum is ondanks haar historische betekenis altijd een kleine gemeente geweest en heeft daarom altijd de samenwerking gezocht met andere gemeenten. Witmarsum-Pingjum blijft een 'merkplek' in de geschiedenis van de dopers.
tags: #doopsgezinde #kerk #witmarsum