Oosterwijk is een dorp dat strategisch gelegen is ten westen van Leerdam, momenteel deel uitmakend van de gemeente Vijfheerenlanden in de provincie Utrecht. Hoewel sommigen Oosterwijk beschouwen als een buurtschap, wordt de aanwezigheid van een kerk beschouwd als een belangrijke indicator van zijn dorpsstatus. In het verleden maakte Oosterwijk deel uit van Kedichem, een dorp dat verder naar het westen lag. Vóór 1820 functioneerde Oosterwijk als een zelfstandig dorp met een eigen schout (burgemeester) en schepenen (wethouders).
De kern van het dorp wordt gevormd door het Kerkelaantje, waaraan ook de hervormde kerk van Oosterwijk is gelegen. Het huidige dorp omvat de Lingedijk, de Noorderlingedijk, de Koenderseweg, de Oudendijk, de Nortierstraat en het Kerkelaantje. Oosterwijk telt ongeveer tachtig huizen en circa 220 inwoners. Klein-Oosterwijk, een straat behorende tot Leerdam, dient onderscheiden te worden van het dorp Oosterwijk.
Ontstaan en Vroege Geschiedenis
Het huidige dorp Oosterwijk is ontstaan uit een nederzetting uit de Karolingische tijd, een periode waarin ook het leenstelsel zich ontwikkelde. Scherfvondsten duiden op bewoning in de eerste eeuwen van onze jaartelling, hoewel hierover weinig specifieke informatie beschikbaar is. Vermoedelijk werden deze bewoners verdreven door een grote watervloed rond het jaar 300. Er zijn geen schriftelijke gegevens over het ontstaan van het hedendaagse dorp. Het is echter zeer waarschijnlijk dat zich op een hoger gelegen deel van de Linge-oeverwal een zogenaamde “buurschap” vormde, waaruit de latere ontginning en de dorpspolder zijn voortgekomen.
Er is weinig bekend over de eerste eeuwen van dit buurschap. Zeker is dat het gebied een leen werd van het bisdom Utrecht. Het is onduidelijk of dit het leenstelsel de ontginning heeft bevorderd, of dat de ontginning voorafging aan de onderwerping aan het bisschoppelijk gezag. Een van de belangrijkste vroege werken was de aanleg van de Achterdijk en het graven van de Achterdijkse wetering. Dit was een uitdagende taak, gezien de veenondergrond met een dunne laag zware klei, die verwerkt moest worden met primitieve middelen.
Langs de Linge was het werk eenvoudiger, aangezien de stroomrug van nature aanzienlijk hoger was en de lichtere klei beter bewerkbaar. In het westen liep de grens, die thans niet meer herkenbaar is, even ten westen van de huidige “Essenhoeve” naar de Achterdijk. Toen de polder later gezamenlijk met Kedichem water ging lozen, werd deze kade overbodig. Bij de ontginning werden ongeveer 15 hofsteden ingericht, elk met 25 tot 30 morgen land.
Het belang van de Achterdijk veranderde pas in de 14e eeuw met de aanleg van de Diefdijk, waardoor de Linge meer water moest afvoeren. In 1269 werd de heer Van Arkel kennelijk beleend met Oosterwijk. In 1297 verleende de Arkelse ambachtsheer de ingelanden van Oosterwijk het recht om de Achterdijk zelf te onderhouden, waarbij hij specificeerde dat de dijk even hoog en breed moest zijn als ten tijde van zijn vader en grootvader. Ook in 1305 werd een van de Arkels beleend met het gebied van Oosterwijk, destijds aangeduid als het “Oosterwijkse veld”.
Al in het begin van de 15e eeuw, toen de macht van de Arkels afnam, kwam een groot deel van de regio onder het gezag van Holland. Dit gold ook voor Oosterwijk. In 1407 beleende Willem, graaf van Holland, Jan van Herlaar van der Heul met het dorp. Gezien de zekere zelfstandigheid van Leerdam, dat in 1498 een graafschap werd, en de nabijheid van Gelders gebied aan de overzijde van de Linge, lag Oosterwijk aan de uiterste grens van de Hollandse invloedssfeer. Dit resulteerde in de beleening aan gezagsgetrouwe Hollandse leenmannen, maar maakte Oosterwijk ook kwetsbaar voor plunderingen vanuit Gelre. Tussen 1480 en 1540 werd het dorp minstens viermaal geplunderd. De aanleg van de Middelkoper Vliet door Otto van Arkel in 1371 scheidde het huidige Klein-Oosterwijk van de heerlijkheid af, waardoor de grens met het latere graafschap vrijwel door de dorpskern liep. Dit alles suggereert dat Oosterwijk geen gemakkelijke periode kende.
De Hervormde Kerk en haar Geschiedenis
De aanwezigheid van een protestantse kerk in Oosterwijk wordt voor het eerst vermeld in de notulen van de Dordtse synode van 1578. Oosterwyck, zoals het toen geschreven werd, vormde samen met Den Bosch, Eindhoven, Tilburg en Hilvarenbeek één classis. In 1633 begon de gemeente meer vorm te krijgen met de installatie van de eerste dominee, Ds. Carolus Gortzenius. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de dominee een jaar later verraden aan de Spanjaarden en gevangengezet in Breda, waarna hij niet meer naar Oosterwijk terugkeerde. Vanaf de Vrede van Munster, die een einde maakte aan de oorlog, heeft Oosterwijk steeds een dominee gehad.
In het overwegend katholieke Brabant werd de Nederduitsch Gereformeerde Kerk aangemerkt als staatskerk, en andere kerkgenootschappen werden niet toegestaan. Katholieken waren aangewezen op schuurkerken. Bijna 40 jaar later, op 4 januari 1735, kwam de nieuwe kerkenraad voor het eerst bijeen.
Aan het einde van de 16e eeuw, toen de Fransen Nederland binnentrokken en de principes van de Franse Revolutie introduceerden, leidde de godsdienstemancipatie ertoe dat katholieken hun geloof weer openlijk mochten uitoefenen. De Petruskerk moest worden teruggegeven aan de katholieken. Na aanvankelijk verzet, werd de kwestie beslecht toen Koning Lodewijk Napoleon in 1809 Oosterwijk bezocht en dominee Cornelis van Strijen en pastoor Johannes van der Bruggen ontbood. De pastoor kreeg de kerk, en de dominee ontving 7000 gulden om een nieuwe kerk te bouwen.
Architect Van Heijst uit Waalwijk ontwierp een eenvoudige zaalkerk, die tot op heden een sieraad voor de gemeente is. Twee timmerlieden, Augustinus de Bresser en Willem van der Loo, voltooiden de bouw in zes maanden. Op 2 september 1810 preekte dominee Van Strijen tijdens de feestelijke opening uit Zacharia 4:10: “want wie veracht de dag der kleine dingen”. Enkele jaren later werd een orgel aangekocht in Hilvarenbeek om de gezangen tijdens de erediensten te begeleiden.
De Nederduitsch Gereformeerde Kerk ging over in de Hervormde Kerk, terwijl de Gereformeerden hun eigen weg kozen. Eind vorige eeuw herenigden de Hervormden en Gereformeerden zich, en vormen nu samen met individuele leden van andere protestantse kerkgenootschappen de Protestantse Gemeente Oisterwijk, onderdeel van de Protestantse Kerk Nederland (PKN).
De Rijksmonumentale kerk liep zware schade op tijdens de oorlog, maar werd hersteld. In 1973 onderging de kerk een grondige restauratie, en in 2013 werd zij aangepast aan de eisen van de 21e eeuw.

Verbouwingen en Restauraties
In 1829 werd een plan opgesteld om de kerk te verbouwen, aangezien het dak veel gebreken vertoonde. Het koorgedeelte, waar voorheen het altaar stond, werd verkleind. Aangezien er niet meer in de kerk begraven mocht worden, was de inkrimping van de ruimte geen probleem. Na de aanpassing van het koor werd ook de vloer verbeterd.
De nieuwe consistoriekamer, die voortkwam uit de verbouwing van het koor, vereiste weinig onderhoud, maar de rest van de kerk wel. De muren waren laag, waardoor het dak erg groot was. In 1872 begon een vernieuwing die resulteerde in de kerk zoals die er nu uitziet. In 1927 werd elektriciteit aangelegd.
De toren moest echter wachten op een vernieuwing tot 1906. De luidklok en het uurwerk werden overgezet vanuit de oude toren. Later werd het uurwerk vervangen door een elektrisch exemplaar met verlichting, en de klok wordt nu ook elektrisch in beweging gebracht.
Eind jaren '90 is de klokkentoren vervangen. De oude klokkentoren bleek in zo'n slechte staat te verkeren dat deze moest worden vervangen. Dit evenement haalde de voorpagina van het AD, waar te zien was hoe de oude klokkentoren van de kerk werd getakeld. Het hout was dermate verrot dat het met de hand verpulverd kon worden.
In 1872 werd er begonnen met een vernieuwing naar de kerk zoals we die nu kennen. In 1927 werd er elektriciteit aangelegd. De toren moest echter wachten op een vernieuwing tot 1906. De luidklok en het uurwerk werden overgezet vanuit de oude toren. Later is het uurwerk vervangen door een elektrisch exemplaar met verlichting en de klok wordt nu ook elektrisch in beweging gebracht.
Kasteel en Heerlijkheid
Het kasteel dat ooit naast de kerk stond, brandde af in 1984 en werd in 1987 vervangen door een eigentijdse villa. In oude beschrijvingen wordt Oosterwijk herhaaldelijk genoemd als Hoge en Vrije Heerlijkheid. Gezien de samenstelling van het huidige dorp komt dit enigszins onlogisch over. In 1987 zijn de resten van het voormalige kasteel tot op het maaiveld gesloopt; in het kerkgebouw is nog de deksteen van de grafkelder van de familie Van Liere te zien.
Op 1 september 1791 verkocht Jan Jacob de Sadelijn de hoge heerlijkheid aan mr. Gerrit Willem van Motman, Raad der Prinselijke domeinen te Breda. Dit betrof 60 morgen land met “den huijze en hofstede tot Oosterwijk gelegen in den Lande van Arkel, met het kasteel, boerewoning, schuure en berge en verder getimmertens, mitsgaders weijland, hooijland en teelland enz.” In 1803 verkocht Van Motman de heerlijkheid aan de heer en vrouwe Van der Burg, ambachtsheer en vrouwe van Ameide. In 1814 was mr. P.J. Beelaerts heer van het dorp Oosterwijk; hij was tevens raadslid van de stad Utrecht en woonde daar. In 1830 kocht mr. In 1875 vond er opnieuw een wisseling van eigenaar plaats, voor f 179.000,- aan mr. Thieman Janssen, in 1888 Jhr. Prins van Oosterwijk, en in 1891 mr. Uytermark Rietveld.
Na het overlijden van Uytermark Rietveld werd mej. R. ambachtsvrouwe. Onder haar bewind werd het tiendrecht beëindigd. Omstreeks 1912 werd het geschat en afgekocht door schatters A. van Herwaarden te Asperen, A. Kooij te Kedichem en C. Hierna volgde mej. J.H. de Petit als ambachtsvrouwe, die deze titel ongeveer 50 jaar voerde en overleed in 1967. Haar erfgenamen droegen de landerijen over aan de pachters voor taxatieprijs, en het zogenaamde ‘vrije land’ werd in 1969 via openbare veiling verkocht.
Predikantenlijst
Hieronder volgt een lijst van predikanten die in Oosterwijk hebben gediend, gebaseerd op de informatie uit "Een eeuwenoude protestantse kerk in Oisterwijk":
| Periode | Predikant |
|---|---|
| 1596-1599 | Abrahamus Adriani |
| 1600-1604 | Nicolaus Petri van Houweningen |
| 1606 | Eleazarus Platevoet |
| 1611 | Christianus van Straselen |
| 1623-1632 | Johannes van der Hagen |
| 1632-1648 | Adam Isbrandtsz. |
| 1649-1686 | Isbrandus van Os |
| 1687-1692 | Johannes van Aken |
| 1694-1699 | Regnerus van Staveren |
| 1701-1705 | Balthazar Boudaan |
| 1706-1740 | Henricus Koolaart |
| 1742-1764 | Henricus van Limburg |
| 1764-1768 | Gijsbert Balen |
| 1768-1775 | Henricus van Hemert |
| 1776-1778 | Gillis Holst |
| 1779-1789 | Petrus Johannes van Dam |
| 1789-1795 | Govardus Graad |
| 1792-1795 | Johannes Henricus Schneider |
| 1799-1804 | Johannes Jacobus Story |
| 1804-1846 | Anthony Jacobus van Houten |
| 1847-1867 | Hendrik Rombach |
| 1867-1870 | Livius Lambertus Dibbits |
| 1871-1873 | Gosewinus Cornelis Prillevitz |
| 1874-1876 | Rijk Otto Cornelis Aitton |
| 1881-1883 | Meewis Marinus de Lint |
| 1885-1890 | Johannes Arnoldus van Wijk |
| 1891-1903 | Hendrik Arie Leenmans Sr. |
| 1904-1908 | A.A. Vermeer |
| 1909-1919 | P. den Duijn |
| Vacant vanaf 1919. Gecombineerd met Nieuwland in 1953. | |
| 1953-1961 | G. van Estrik |
| 1961-1966 | C.J. van den Broek |
| 1966-1972 | Armand Gustaaf Haring |
| 1973-1977 | Reijer Abraham Griznigt |
| 1978-1983 | Aalt Visser |
| 1983-1987 | Hendrik Jan van der Veen |
| 1988-1992 | Willem van der Born |
| 1993-1998 | Hendrik Liefting |
Sinds 1953 vormt de gemeente een combinatie met de Hervormde gemeente van Nieuwland. Beide gemeenten opereren zelfstandig, maar delen één predikant. Het geloof in de onveranderlijkheid van Jezus Christus vormt de basis van hun gemeenschap.
tags: #hervormde #gemeente #oosterwijk