De bevestiging van een nieuwe predikant is een veelbesproken en belangrijk moment binnen de kerkelijke gemeenschap. Hierbij spelen de handoplegging en de keuze van deelnemende predikanten een centrale rol. Verschillende opvattingen en gebruiken rondom dit ritueel komen naar voren in de praktijk, wat leidt tot diverse interpretaties en werkwijzen.
De Keuze van Predikanten voor de Handoplegging
Wanneer een predikant wordt bevestigd, nemen doorgaans meerdere predikanten deel aan de handoplegging. De vraag hoe deze predikanten worden geselecteerd, is een belangrijk punt van overweging. Worden zij gekozen door de kerkelijke organisatie (HHK) of initieert de kandidaat zelf het uitnodigen van collega's? Indien de kandidaat de keuze maakt, hoe verloopt dit proces dan?
Er is variatie in het aantal predikanten dat deelneemt aan een handoplegging. Dit roept de vraag op of er sprake is van een minimaal of maximaal aantal deelnemers. Tevens is er de kwestie van de keuze voor de predikant die de bevestigingsdienst zelf verzorgt. Deze vragen komen voort uit observaties en discussies binnen kerkgemeenschappen, zoals een recente vraag binnen de Gereformeerde Gemeente over dit onderwerp.
Feitelijk kan gesteld worden dat er bepaalde randvoorwaarden zijn voor het uitnodigen van predikanten. De predikant die de kandidaat bevestigt, neemt altijd deel aan de handoplegging. In beginsel is dit de consulent, maar hiervan kan worden afgeweken. In veel gevallen neemt de consulent sowieso deel. Verder is er, naar verluidt, vrijheid in de keuze van andere deelnemers en hun aantal. Er wordt wel aangenomen dat dit voornamelijk predikanten uit hetzelfde kerkverband zijn, hoewel er situaties bekend zijn waarbij een predikant van een ander kerkverband deelnam.
Predikanten die doorgaans worden uitgenodigd, zijn de wijkpredikant, de predikant bij wie de kandidaat vicariaat heeft gelopen, en een of meerdere docenten van theologische seminaria. Daarnaast kunnen ook bevriende predikanten worden uitgenodigd.
Ds. M. W. merkt op dat predikanten komen en gaan, wat zichtbaar is aan de lange namenlijsten van dienaren van het Woord in oude kerken. Het moment van bevestiging, intrede en afscheid neemt altijd een bijzondere plaats in. De roep om een ruimer gebruik van de handoplegging bij de bevestiging van kandidaten wordt steeds luider, wat ook blijkt uit verslagen van intredediensten, waar soms een aanzienlijk aantal toespraken volgt na de eerste preek van een bevestigde kandidaat.

De Rol van de Consulent en Persoonlijke Keuzes
Ds. H. de Leede, hervormd predikant en rector van het theologisch seminarium in Doorn, herkent de trend van een groeiend aantal sprekers en deelnemers. Zelf werd hij ruim 23 jaar geleden bevestigd, waarbij de handoplegging een centraal moment was. Hij reflecteert op zijn eigen bevestiging en stelt dat bepaalde aspecten anders hadden gemoeten. Zo vond hij de bevestiging en intrede op een zondag, terwijl familieleden elders woonden, een verkeerde beslissing. Hij benadrukt dat een predikant op de Dag des Heeren bevestigd hoort te worden, waarbij de gemeente centraal staat, niet de familie.
Ds. De Leede acht het ook minder juist dat hij zich door een studievriend liet bevestigen. Hoewel hij goede herinneringen heeft aan die dienst en het geen "onderonsje" was, ziet hij een risico. Een bevestiging is volgens hem geen zaak van vrienden, maar van de kerk. De kerkorde wijst de consulent aan als degene die de gemeente bij het beroepingswerk heeft geadviseerd. De consulent, die waarschijnlijk niet tot de vriendenkring behoort en mogelijk niet geheel tot dezelfde theologische richting, brengt een objectiviteit in het proces. In de persoon van de consulent vertrouwt de kerk het ambt toe aan de kandidaat.
Wat betreft de combinatie van bevestiging en intrede in dezelfde dienst, is ds. De Leede van mening dat dit principieel geen bezwaar is, maar hij zou er nu niet meer voor kiezen. Bij een eerste bevestiging pleit hij voor een aparte dienst met rust en ruimte voor Schriftuitleg en een woord aan de bevestigde kandidaat. De emotionele belasting van het direct na de bevestiging houden van de intredepreek vond hij zwaar, wat resulteerde in een lange dienst.
Bij een volgende bevestiging in een andere gemeente ziet ds. De Leede de situatie anders. Bij de eerste bevestiging word je toegelaten tot de Evangeliebediening, bevestigd in het ambt en verbonden aan de gemeente. Bij een volgende bevestiging word je enkel aan een andere gemeente verbonden. Een uitgebreide bevestigings- en intrededienst is dan te veel van het goede. Hij stelt dat het niet verkeerd zou zijn om de bevestiging in een tweede of volgende gemeente te laten plaatsvinden in dezelfde dienst als de intrede. De bevestiger zou zich dan kunnen beperken tot een korte toespraak of preek bij het formulier, waarbij de nadruk ligt op de intredepreek als de eerste dienst waarin de predikant als eigen herder en leraar van zijn nieuwe gemeente leidt.
Bij zijn eigen eerste bevestiging namen vier "zorgvuldig gekozen" predikanten en een ouderling deel aan de handoplegging. Onder hen bevond zich een leermeester van hem, de bevestiger, de consulent, de predikant uit zijn geboorteplaats en de voorzitter van de kerkenraad. Zelf gaat ds. De Leede slechts "bij hoge uitzondering" in op verzoeken om aan handoplegging deel te nemen. Er moet een duidelijke motivatie zijn, zoals een rol gespeeld in de beslissing om predikant te worden. Zonder duidelijke reden weigert hij, omdat deelname "ter opluistering" niet de bedoeling is. Het gaat om een zaak van groot gewicht: de kerk der eeuwen vertrouwt de kandidaat de bediening van het Woord toe. Een groot aantal deelnemers kan het moment weliswaar gewichtig maken, maar dreigt het echte gewicht te verhullen.
Verschillende Kerkelijke Tradities en Interpretaties
Geconfronteerd met de opmerkingen van ds. De Leede, reageert ds. J. M. J. Kieviet met een glimlach. In januari 1999 werd hij verbonden aan de christelijke gereformeerde kerk van Rotterdam-Kralingen, waarbij achttien predikanten aan de handoplegging deelnamen. Hij stelt dat ds. De Leede de oorspronkelijke kerkordelijke bepalingen volgt. In de zestiende eeuw was men beducht voor de handoplegging vanwege het roomse bijgeloof, waardoor er lange tijd spaarzaam mee werd omgegaan in de kerken van de Reformatie. De waarde van de handoplegging is echter niet afhankelijk van het aantal predikanten.
Ds. Kieviet voegt zich naar de kerkelijke traditie waarin hij staat. Artikel 4 van de kerkorde van de christelijke gereformeerde kerk bepaalt dat de oplegging der handen geschiedt door de bevestigende dienaar, en dat ook andere predikanten kunnen deelnemen. Er is zelfs opening voor deelname van elke aanwezige predikant. Er staat niet letterlijk dat het christelijke gereformeerde predikanten moeten zijn; hij kent een situatie waarin een hervormde dominee deelnam.
Het grote aantal deelnemende predikanten bij zijn bevestiging verklaart ds. Kieviet als volgt: hij was als kandidaat al wat ouder en had veel vrienden en kennissen onder de predikanten. Een aantal personen die veel voor hem betekend hebben, ook in zijn studententijd, had hij persoonlijk gevraagd. De kerkenraad wilde graag dat enkele predikanten die in de vacante periode veel voor de gemeente stonden, ook deelnamen. Daarnaast was er nog een enkeling die op eigen initiatief meedeed, wat resulteerde in het opvallend hoge aantal.

Dit aantal deed volgens ds. Kieviet geen afbreuk aan het sobere karakter van de dienst. Het aantal predikanten zorgt op zich niet voor opsmuk of uiterlijk vertoon. Ieder sprak een Schriftwoord, en sommige teksten, zonder dat de predikanten dit wisten, hadden grote betekenis in zijn leven gehad, wat hij als ontroerend en bemoedigend ervoer. Hij zag het als een bevestiging van zijn roeping.
Ds. Kieviet benadrukt dat het Woord centraal moet staan. Dit was ook de kern in de dienst waarin hij werd bevestigd en aansluitend intrede deed. Omdat zijn eigen predikant ziek was, werd de bevestiging gedaan door ds. A. Baars, met wie hij zich verbonden voelt door eerdere samenwerking. Van zowel ds. Baars als ds. Den Butter heeft hij het preken geleerd.
De daadwerkelijke bevestiging noemt ds. Kieviet het hoogtepunt van de dienst. In de afgescheiden kerken is het gebruikelijk dat enkele ouderlingen een open Bijbel boven het hoofd van de kandidaat houden. Dit is een bijzonder moment van openlijke verbinding aan de gemeente, dat door de gemeenteleden als plechtig en indrukwekkend werd ervaren. Het voorlezen van het bevestigingsformulier, dat vol staat met wat de Schrift over het ambt zegt, is eveneens een belangrijk onderdeel.
Dat een predikant vaak niet op zondag aan zijn nieuwe gemeente verbonden wordt, vindt ds. Kieviet begrijpelijk. Hoewel het een zaak van de gemeente en de nieuwe dienaar is, en bevestiging op zondag dus pleit voor zichzelf, is het gebruikelijk dat familieleden en kennissen aanwezig zijn. Als dit de zondagsheiliging zou aantasten, is uitwijken naar een doordeweekse dag begrijpelijk, hoewel het een concessie is.
Zijn voorkeur gaat uit naar aparte diensten voor bevestiging en intrede. Dat dit bij hem niet gebeurde, verklaart hij uit praktische omstandigheden, zoals het ontbreken van een overblijfruimte bij de kerk. Bevestiging en intrede zijn twee aparte gebeurtenissen; de bevestiging is zeker bij een kandidaat belangrijker, terwijl de intrede in feite de eerste preek is. Het voor het eerst mogen opleggen van de zegen aan de gemeente vond hij bijzonder.
De gecombineerde dienst, inclusief toespraken, duurde meer dan drieënhalf uur. Ds. Kieviet erkent dat dit te lang was, mede door zijn eigen preek die wat langer duurde. Na de dienst werden vier toespraken gehouden die ook wat uitliepen. Hij onderkent het gevaar dat deze de Woordverkondiging overschaduwen, maar heeft er geen onoverkomelijke bezwaren tegen, omdat het gebruikelijk is en de inhoud zinvol en goed was.
Een officiële afvaardiging van de burgerlijke gemeente was tijdens de dienst niet aanwezig. Ds. Kieviet heeft dit niet gemist. Hoewel het een mooie gedachte is de overheid uit te nodigen vanuit de theocratische opvatting dat zij Gods dienaresse is, is het in Rotterdam niet reëel te verwachten dat iemand van het college van burgemeester en wethouders aanwezig zou zijn. Bovendien moet men zich afvragen of het past en of de spreker namens het college wel congruent is met de inhoud van de dienst.
De Rol van de Overheid en Toespraken
A. C. Ph. Hardonk, voormalig burgemeester, heeft "vele, vele afscheids- en intredediensten" meegemaakt. Hij stelt dat de overheid acte de présence moet geven bij dergelijke gelegenheden, omdat het overheidsgezag voortvloeit uit de Schrift. Dit was zijn drijfveer om graag ja te zeggen tegen dergelijke uitnodigingen. Als SGP'er, zelf van hervormde huize, kwam hij in kerken van diverse denominaties en zag hij predikanten in allerlei kleuren toga's. De vraag of men wel of niet gaat, mag niet afhangen van persoonlijk oordeel over de dienst.
Een uitnodiging voor een rooms-katholieke dienst heeft burgemeester Hardonk nooit ontvangen, maar ook die zou hij hebben aangenomen, zonder onderscheid te maken als de overheid besluit aanwezig te zijn.
In de meeste gevallen werd het op prijs gesteld als hij een toespraakje hield, wat hij altijd deed. In enkele gevallen werd dit niet gewenst, op verzoek van de predikant, maar dit had nooit te maken met een slechte verhouding tussen kerk en overheid. Zijn toespraken duurden niet langer dan zes minuten. Bij vijf tot zeven sprekers kan het publiek ongeduldig worden. Hij bekent dat hij niet afkerig was van een grappige opmerking na de zegen, om de toespraak een spontaan en ontspannen karakter te geven. Hij hield er niet van een "obligaat verhaaltje" af te steken en hield predikanten voor dat overheid en kerk in elkaars verlengde liggen: de kerk heeft de roeping vanuit Gods Woord gelovigen te onderwijzen, en de overheid de opdracht een geordende samenleving te zorgen.
In zijn toespraken liet Hardonk zich niet leiden door de 'kleur' van de gemeente. Hij benadrukte altijd dat God de Meester is en dat Hem gehoorzaamheid verschuldigd is, zowel voor de kerk als voor de overheid. In de plaatsen waar hij burgemeester was, had hij de vrijheid zijn toespraak zelf in te vullen, met een algemeen en een persoonlijk karakter. Hij kwam als SGP-burgemeester in gemeenten waar meer mogelijk was dan bijvoorbeeld in Amsterdam. Er zijn burgemeesters die bij zulke gelegenheden helemaal niet in de kerk komen.
Bent U de Messias? | Het Leven van Jezus | 26/49 | Johannes 10:22-42
Behoud van Soberheid en de Betekenis van het Ambt
Ds. De Leede betreurt het dat in de toespraken na de dienst de soberheid soms op de achtergrond dreigt te raken. Dit hangt mogelijk samen met de subjectivering van geloofsbeleving, kerkvisie, visie op ambt en roeping. Steeds vaker wordt uitvoerig gesproken over de persoonlijke weg en motivatie van de predikant. Dit zou volgens hem beter in de familiekring of in een persoonlijk gesprek kunnen plaatsvinden, als een zaak tussen God en de predikant, besproken met de beroepingscommissie, kerkenraad en echtgenote, en niet breed uitgemeten in de gemeente.
Bijbelse zakelijkheid en menselijke hartelijkheid zouden een rode draad moeten zijn in de toespraken. Het gaat om een dienst van het Woord in de gemeente. Toespraken behoren gericht te zijn op de relatie tussen de predikant met zijn gezin, kerk en gemeente, en eventueel de burgerlijke overheid. Als iemand namens de burgerlijke gemeente spreekt, moet diegene echt iets te zeggen hebben. Men moet oppassen dat het geen folklore wordt van een theocratisch verleden dat er niet meer is.
Het aantal sprekers is voor ds. De Leede al snel te groot. Hij pleit ervoor zaken te concentreren en het kort te houden.
De bevestiging van een predikant omvat een reeks formele stappen en verklaringen. Na het bekendmaken van de naam van de kandidaat en het informeren naar eventuele bezwaren tegen zijn leer of levenswandel, volgt, bij afwezigheid van wettige bezwaren, de bevestiging of verbintenis. Dit wordt voorafgegaan door een korte uitleg over de instelling en betekenis van het ambt van herder of dienaar van het Woord.
Uitleg over het Ambt van Herder en Leraar
Het herdersambt is een instelling van Jezus Christus, bedoeld voor de opbouw van het lichaam van Christus. De taak van de geestelijke herder is vergelijkbaar met die van een gewone herder: het weiden, leiden en beschermen van de kudde, die bestaat uit de gemeente die God tot zaligheid roept. Deze weide is de verkondiging van het Goddelijke Woord, de bediening van gebeden en de heilige sacramenten.
- Verkondiging van het Woord: De herder moet het Woord des Heeren getrouw uitleggen, toepassen en verkondigen tot heil van de hoorders, door te onderwijzen, vermanen, vertroosten en bestraffen naar behoefte. Hij verkondigt bekering tot God en verzoening door geloof in Jezus Christus.
- Weerlegging van dwalingen: Met de Heilige Schrift weerlegt hij alle dwalingen en ketterijen die strijden tegen de zuivere leer.
- Gebed: Het ambt houdt in dat namens de hele gemeente openbaar Gods Naam wordt aangeroepen.
- Bediening van de sacramenten: Dit omvat de bediening van de sacramenten, zoals de doop en het Avondmaal.
- Uitoefening van de tucht: De dienaren van het Woord, samen met de ouderlingen, oefenen de goede tucht in de gemeente uit, bewaren de orde en regeren zoals de Heere heeft opgedragen.
De herders worden ook huisverzorgers Gods en opzieners genoemd. Zij hebben opzicht over het huis van God, beheren de sleutels van het hemelrijk en dragen bijzondere verantwoordelijkheid in de zielzorg, met geheimhoudingsplicht.
Bevestigingsvragen en Formulier
De kandidaat wordt vervolgens gevraagd antwoord te geven op een aantal vragen, om te tonen dat hij bereid is het ambt op de juiste wijze te aanvaarden:
- Bent u er in uw hart van overtuigd dat u wettig door Gods gemeente en daarom door God Zelf tot deze heilige dienst geroepen bent?
- Houdt u de boeken van het Oude en Nieuwe Testament voor het enige Woord van God en de volkomen leer der zaligheid? Verwerpt u alle leringen die daarmee in strijd zijn?
- Belooft u uw ambt, in overeenstemming met deze leer getrouw uit te oefenen en uw leer te sieren met een godvruchtige levenswandel? Belooft u geheim te houden datgene wat bij de uitoefening van uw ambt vertrouwelijk te uwer kennis is gekomen? En belooft u zich te onderwerpen aan de kerkelijke tucht volgens de orde der kerk wanneer u zich in leer of leven het ambt onwaardig zou gedragen?
Het antwoord hierop is "Ja, van ganser harte."
Vervolgens legt de bevestigende dienaar (of een andere dienaar indien er meer zijn) de handen op het hoofd van de kandidaat en spreekt een zegenbede uit, waarin God wordt gebeden de dienaar te verlichten, te versterken en te regeren in zijn bediening.
Daarna volgt een vermaning aan de nieuw bevestigde predikant om acht te slaan op zichzelf en de kudde, Christus lief te hebben, Zijn schapen te weiden, opzicht uit te oefenen, een voorbeeld te zijn voor de gelovigen, vol te houden in het lezen van Gods Woord, het vermanen en leren, en geduldig alle lijden en verdrukking te verdragen. Het volharden in de leer en het gedragen als een goed soldaat van Christus wordt benadrukt.
De gemeente wordt opgeroepen de dienaar in de Heere te ontvangen met alle blijdschap, hem in ere te houden, het woord aan te nemen als Gods Woord, en zich te onderwerpen aan de voorgangers die waken voor hun zielen.
Afsluitend volgt een gebed van dankzegging voor de nieuwe dienaar en een smeekbede voor hem en de gemeente, opdat de kerk zal groeien in getal en goede werken, en de gemeente zich behoorlijk tegenover hun herder zal gedragen.

tags: #uitnodiging #bevestiging #predikant