Geschiedenis van de Gereformeerde Gemeente Moerkapelle

Oprichting en Vroege Jaren

De Gereformeerde Gemeente van Moerkapelle kent een rijk verleden, hoewel er over het ontstaan aanvankelijk weinig bekend was. De notulen van de hervormde gemeente van Moerkapelle vormen een van de zeldzame bronnen uit die periode. In het verslag van de vergadering van 15 december 1840 wordt vermeld dat twee leden, Paulus Konijnenburg en Willem de Graaff, zich wilden voegen bij de Christelijke Afgescheidenen. Dit markeerde het begin van de afscheiding in Moerkapelle.

Paulus Konijnenburg en Willem de Graaff waren, voor zover na te gaan, de eersten in Moerkapelle die zich als belijdend lid losmaakten van de hervormde gemeente. In de jaren die volgden, onttrokken zich nog meer leden aan de gemeente. In de kerkenraadsvergadering van de hervormde gemeente op 2 januari 1842 werd geconstateerd dat het aantal afgescheidenen in Moerkapelle tot tien was gestegen. De afgezette predikant van Benthuizen, L.G.C. Ledeboer, speelde hierbij een belangrijke rol.

De ontwikkeling in Moerkapelle sluit nauw aan bij die in Benthuizen. Op zondag 8 november 1840 begroef ds. Ledeboer het gezangenboek en het ondertekeningsformulier in de tuin, wat leidde tot zijn schorsing. Op 15 november 1840 ging hij echter voor in Benthuizen voor een grote groep mensen. Deze datum wordt beschouwd als de ontstaansdatum van de Gereformeerde Gemeente van Benthuizen. De kerkenraadsvergadering van 15 december 1840 toont aan dat de eersten zich in Moerkapelle hadden afgescheiden.

Het ledeboeriaanse karakter van de gemeente in Moerkapelle is duidelijk merkbaar:

  • De gemeente zingt uitsluitend psalmen van Datheen.
  • Doopkinderen worden ten doop gehouden door de vader, omdat de Heere het verbond met de man heeft gesloten, zoals ds. Ledeboer stelde.
Oude foto van een kerkgebouw in Moerkapelle

Ontwikkeling en Eerste Kerkgebouw

In de beginjaren was er nog geen sprake van een eigen kerkgebouw in Moerkapelle. Vanwege het verbod op het samenkomen van meer dan 19 personen, vergaderde men in twee groepen. De ene groep kwam bijeen in een stal van de gebroeders Schouten, de andere ten huize van familie Willem de Graaff. Ds. Ledeboer bediende hier regelmatig het Woord en de sacramenten. Vanuit Moerkapelle ging men ook wel in Benthuizen ter kerke, een reis van ongeveer zeven kilometer over, naar hedendaagse begrippen, onbegaanbare wegen.

Omstreeks 1850 werd een gebouwtje aan de Kerkstraat, eigendom van winkelier Willem de Graaff, vernieuwd en ingericht als kerk. Dit was het eerste kerkgebouw van de gemeente. Het woonhuis bleef in bezit van de familie De Graaff.

De gemeente groeide in die jaren gestaag. Een lijst van ledeboeriaanse gemeenten, opgesteld door Abraham Kuyper na de Doleantie van 1886, vermeldt voor Moerkapelle een totaal van 150 leden en doopleden. Deze groei verklaart ook een uitbreiding van het kerkgebouw, die volgens het kadaster rond 1880 plaatsvond.

Organisatorische Ontwikkelingen en Groei

In 1900 werd ds. Beversluis 'provisioneel' oefenaar in Moerkapelle. Binnen een jaar vertrok hij naar de ledeboeriaanse gemeente van Rotterdam. Tot 1903 stond Moerkapelle buiten het verband van de ledeboeriaanse gemeente, maar deze breuk, ontstaan door de opvattingen van ds. Beversluis over het bevestigen van predikanten, werd snel geheeld. In 1907 vond de hereniging plaats tussen de ledeboerianen en de kruisgemeenten.

Op 9 en 10 oktober 1907 waren de ouderlingen P. Molenaar en Jb. van der Spek uit Moerkapelle afgevaardigd naar de Algemene Vergadering van de Gereformeerde Gemeenten. Een bijzonder moment was de brief aan koningin Wilhelmina op 12 november 1908, waarin de kerkenraad verklaarde dat de Gereformeerde Gemeente te Moerkapelle sinds 15 juni 1842 bestond, hoewel men had verzuimd dit eerder aan de Majesteit kenbaar te maken. Deze datum, hoewel gebaseerd op overlevering, wordt beschouwd als de institueringsdatum, wat de vroege band met de gemeente van Benthuizen suggereert.

Interieur van een kerk met veel zitplaatsen en een preekstoel

Uitbreidingen en Nieuwbouw

Het oude kerkje aan de Moerdijk, later Kerkstraat, bleek al snel te klein. Op 4 april 1910 werd de kerkenraad verzocht een ledenvergadering uit te schrijven voor de bouw van een nieuwe kerk aan de Kerkstraat (toen nog Kerkedijkje genoemd). Dit verzoek werd ingewilligd.

Ds. Johannes (Jan) Overduin diende Moerkapelle van 1918 tot 1922. In 1925 telde de gemeente 130 leden en 100 doopleden. Op 8 april 1936 ontving de gemeente weer een eigen predikant, ds. M. Hofman. Er werd een pastorie gebouwd nabij de kerk aan de Kerkstraat, hoewel het gezin Hofman tijdelijk in de hervormde pastorie woonde. De samenwerking tussen beide plaatselijke kerken kenmerkte de geschiedenis.

Met de komst van ds. Hofman werd uitbreiding van het kerkgebouw opnieuw actueel. Hoewel totale nieuwbouw met kosten van ƒ 16.000,- voor de bouw en ƒ 6.000,- voor de inrichting te duur werd geacht, koos men voor verbouwing, geschat op ƒ 6.500,- tot ƒ 8.000,-. Na 13 mei 1937 kon de aannemer beginnen, en na twee maanden was de kerk weer in gebruik voor de eredienst. Het aantal zitplaatsen steeg naar 423. De groei zette door: op 1 januari 1939 telde de gemeente 445 leden en doopleden, en op 1 januari 1942 waren het er 510. In 1948 was het totaal aantal leden en doopleden 550.

Na de oorlog bleek de kerk opnieuw te klein en ondoelmatig. In 1951 werden plannen gemaakt voor een nieuwe kerk aan de Raadhuisstraat, maar deze bleken te duur en de gemeentevergunning werd niet verleend. Wel werd in 1952 een stuk grond achter de oude kerk aangekocht.

De kerkelijke twisten rond ds. R. Kok en dr. C. Steenblok gingen grotendeels aan Moerkapelle voorbij, hoewel er wel discussie was met ds. Kok en enkele leden de gemeente verlieten.

In 1954 werd de eeuwenoude dorpskerk gerestaureerd, waarbij de hervormden tijdelijk in het gebouw van de Gereformeerde Gemeente kerken. De middagdienst, lange tijd een punt van discussie, werd tijdelijk afgeschaft. In juni 1955 besloot de ledenvergadering tot het handhaven van drie diensten, maar op 2 september van hetzelfde jaar schafte de kerkenraad de derde dienst af wegens gebrek aan belangstelling. De gemeente bleef groeien: van 550 leden in 1948 naar 577 in 1962.

In 1960 werden plannen uitgewerkt voor een kerk op de huidige locatie. Op 9 maart legde ds. Molenaar de eerste steen voor de nieuwe kerk, die op 20 december van hetzelfde jaar in gebruik werd genomen. De kosten bedroegen ruim 320.000 gulden.

Schematische weergave van de groei van de gemeente door de jaren heen

Groei en Verdere Uitbreidingen

In de zestiger jaren zette de grote uitbreiding van het dorp in, evenals in naburige dorpen, wat leidde tot een versnelde groei van de kerkelijke gemeente. Bij de ingebruikname van de nieuwe kerk telde de gemeente 599 leden en doopleden; in 1970 waren dit er 720.

Met de opening van het bejaardenhuis 'Beth-San' en de zelfstandige bejaardenwoningen aan de 'Wilde Veenen' ontstond de behoefte aan honderd extra zitplaatsen in het kerkgebouw. Daartoe werd in 1971 een galerij in het bestaande gebouw aangebracht.

Het orgel van het nieuwe kerkgebouw bleek te klein. Rond 1970 werd gedacht aan uitbreiding van het in 1958 gebouwde orgel, maar dit bleek niet goed mogelijk. De oplossing kwam van orgelbouwer Fontijn en Gaal, die een gebruikt orgel aanboden uit de gesloopte Funenkerk in Amsterdam. Dit orgel diende niet alleen ter begeleiding van de zang, maar ook als een waarschuwing.

In 1977 was er een wachtlijst voor ongeveer 100 zitplaatsen. De groei van de gemeente tot 1001 leden, de komst van een gezinsvervangend tehuis 'De Eersteling' en de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk deden de ledenvergadering opnieuw besluiten tot uitbreiding van het gebouw. Eind december 1977 kreeg architect Valk de opdracht een plan te maken. Op de ledenvergadering van 7 juli 1978 werd zijn voorstel om het kerkgebouw te vergroten met ongeveer 300 zitplaatsen, met 86 stemmen vóór en 19 tegen, aanvaard. Deze uitbreiding werd met een forse overschrijding gerealiseerd.

Gedurende de bouwperiode werd de kerkenraad gevraagd of de mensen uit 'Beth-San' en de 'Wilde Veenen' thuis wilden blijven om de kerkdiensten via de kerktelefoon bij te wonen, omdat tijdelijk in de hervormde kerk werd gekerkt, die te klein was geworden voor de eigen gemeente.

In 1986 was er geen draagvlak voor nieuwbouw. Op de ledenvergadering van 1989 gingen de 117 aanwezige leden akkoord met het voorstel om de plannen voor uitbreiding van de kerk met 130 zitplaatsen en vergroting van de vergaderaccommodatie en consistorie door architect Valk uit te laten werken. Deze plannen pasten echter niet in de herziening van het bestemmingsplan 'Dorp'. Na een langdurig proces van overleg, inspraak en grondruil, werd op 23 juli 1991 de vergunning verleend. Het kerkgebouw werd vergroot tot 1200 zitplaatsen voor een gemeente met ruim 1300 (doop)leden.

Huidige Situatie en Leiderschap

De Bredeweg loopt vanaf de rijksweg A12 recht op Moerkapelle af, geflankeerd door grote glastuinbouwcomplexen. Hoewel er nog steeds kwekers tot de gereformeerde gemeente behoren, is de tijd dat de meeste Moerkapellenaren in de landbouw werkten, voorbij.

De gemeente ontstond in 1842 als een ledeboeriaanse gemeente. De ouderlingen kunnen niet goed peilen of het ledeboeriaanse gedachtegoed de gemeente nog steeds stempelt, maar benadrukken dat de boodschap van een rijke Christus voor een arme zondaar altijd heeft geklonken en een zegen is.

Over de eerste zestig jaar van de gemeente is weinig bekend bij gebrek aan notulen. Wat bekend is, is gevonden in de notulen van onder meer de classis.

De eerste voorganger die aan de gemeente verbonden was, was tot 1892 oefenaar A. van der Spek, voorvader van de huidige ouderling. Na oefenaar N.H. Beversluis volgde ds. J. Overduin. Een rijke historie aan voorgangers is te zien aan de wanden van de consistoriekamer.

Tijdens de bediening van ds. M. Hofman (1936-1945) groeide de gemeente aanzienlijk. Hij werd beschreven als een man met veel contacten in het dorp.

In de Gereformeerde Gemeente van Moerkapelle vielen geen doden als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, hoewel een gemeentelid na de oorlog in Nederlands-Indië aan de pokken overleed.

Ds. C. Molenaar legde in 1962 de eerste steen van de huidige kerk, die al twee keer was uitgebreid. Ds. Molenaar werd getypeerd als een "buitenman" die graag op maandagmorgen rondkeek op de kwekerijen en daarna sprak over de preek met de mensen die hij bezocht.

Tot de komst van de huidige predikant, ds. W. Harinck (2010), namen nog vier voorgangers een beroep aan: ds. A.F. Honkoop (1967-1975), ds. J. Driessen (1977-1982), ds. D. Rietdijk (1984-1993) en ds. J.B. Zippro (1996-2002).

De gemeente groeide naar 1350 (doop)leden. Het kerkgebouw moest meerdere keren worden uitgebreid met extra galerijen.

De ouderlingen omschrijven hun kerk als een "gemeente waarin de mensen acht geven op elkaar, maar waaraan de wereld ook niet voorbijgaat." Leden worden aangemoedigd zich actief in te zetten voor de gemeente. Het verenigingsleven is rijk, met leden die zich inzetten voor onder andere het inloophuis in Den Haag en de gevangenenzorg.

De kerkenraad heeft een open band met de jeugd. De ouderlingen zien dat de Heere Zijn werk voortzet, ook onder jongeren, en bidden dat dit getuigenis van het voorgeslacht zal voortduren. Ds. Harinck benadrukte in een herdenkingsdienst, naar aanleiding van Zacharia 4:6, dat de olie van de Geest blijft vloeien, ondanks menselijke tekortkomingen.

De kerkenraad bestaat momenteel uit een predikant, veertien ouderlingen en zeven diakenen. Ds. H. Brons is sinds 1 september 2021 predikant en dient de gemeente voor onbeperkte tijd. Ouderlingen en diakenen worden voor periodes van vier jaar gekozen. Twee ouderlingen, G. de Vos en W. van Dam, zijn deeltijds aangesteld als pastoraal werker. Ouderlingen en diakenen bezoeken samen huisbezoeken. Ouderlingen richten zich op geestelijk onderwijs, zoals catechisaties, terwijl diakenen zorgdragen voor het verzamelen van middelen om te helpen in noodsituaties.

Foto van het huidige kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente Moerkapelle

Publicaties en Herdenkingen

Ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de gereformeerde gemeente van Moerkapelle verscheen het boek "Vergeet geen van Zijn weldaden", geschreven door G. Roos, oud-commentator van het Reformatorisch Dagblad en opgegroeid in Moerkapelle. Het boek bevat veel historische foto's en beschrijft de geschiedenis van de gemeente, waarbij familienamen als Van der Knijff, Roos en Van der Spek regelmatig terugkeren.

Het boek (uitg. De Banier, ISBN 9789402903867) is te bestellen via de boekhandel. De uitgave werd op tweede pinksterdag na een herdenkingsdienst gepresenteerd aan de gemeente.

tags: #ouderling #ger #gem #moerkapelle