Geschiedenis van de Hervormde kerk van Kollumerzwaag

Oorsprong en vroege geschiedenis

De eenbeukige kerk uit de 12e eeuw in Kollumerzwaag is een rijksmonument met een rijke historie. Het schip van de kerk dateert vermoedelijk uit de dertiende eeuw, hoewel andere bronnen de oorsprong van het schip plaatsen in de 12e eeuw. Het koor is in de vijftiende eeuw vernieuwd en de vensters dateren eveneens uit die periode.

In de zestiende eeuw werden er laatgotische ingangen aangebracht. De zuidelijke ingang, die vroeger uitsluitend voor jongens en mannen was bestemd, is tegenwoordig dichtgemetseld. Aan de binnenzijde van de noordelijke ingang bevond zich vroeger een inscriptie: "Komt laat ons opgaan tot de Berg des Heren, tot den huize van de God Jacobs, opdat Hij ons lere van zijne wegen en opdat wij wandelen zijne paden". Boven de noordelijke ingang bevindt zich een nisje, waar vrijwel zeker een Maria beeldje heeft gestaan dat tijdens de beeldenstorm of bij de overgang naar de Reformatie is verwijderd.

De ongelede zadeltoren, eveneens uit de 12e eeuw, onderging in 1872 een gedeeltelijke afbraak en herstel. In 1960 werd de toren, naar plannen van A. Baart jr., opnieuw gerestaureerd.

Plattegrond en doorsneden van de toren van de Hervormde kerk in Kollumerzwaag, met details van de ingang aan de noordzijde van het schip.

Architectuur en restauraties

Het kerkgebouw bestaat uit een bakstenen schip zonder steunberen en een driezijdig gesloten koor dat door beren wordt geschoord. De toren is opgebouwd uit donkerrode baksteen. Het oorspronkelijke muurwerk van het schip bestaat uit baksteen van 29-30 × 8,5-9,5 cm, verwerkt in een verband van merendeels drie strekken afgewisseld door een kop. Aan het koor meet de grauwere steen 27,5-30 × 8-9 cm.

De toren heeft, behoudens enkele lichtspleten, geen vensters of versiering en gaat onversneden op. Aan de westzijde bevindt zich een rondbogige ingang, die inwendig overgaat in een rechthoekige verbreding, overdekt door houten lateien. Aan de oostzijde is een brede doorgang naar de kerk, gesloten door een rondboog op impostlijsten. De begane grond was tot 1872 overkluisd.

Het muurwerk van het schip heeft geen plint of afsluitende lijst aan de bovenzijde. Aan de zuidzijde zijn sporen te zien van een rondbogig gesloten ingang, waar blijkens een ingevulde kapmoet een afdak boven was. Ten oosten van het eerste grote venster is de dichting van een oorspronkelijk klein, hooggeplaatst venster te zien. Direct westelijk van de oude ingang is later een smalle, flauw segmentbogig gesloten ingang gemaakt, die tegenover de hoofdingang aan de noordzijde staat.

Het koorgedeelte is van afbraaksteen gebouwd en wordt geschoord door onversneden steunberen. De vrij brede spitsboogvensters zijn door een kopse laag gedekt. Dergelijke vensters bevinden zich nu ook in het schip en werden bij de bouw van het koor daar aangebracht, met uitzondering van het meest westelijke.

Het schip van de kerk is in 1985 fraai gerestaureerd. Het interieur wordt gedekt door een houten tongewelf uit 1888. Bij de restauratie van 1888 werd een vlak houten plafond verwijderd en het houten gewelf opnieuw aangebracht.

Interieur en inventaris

Het interieur van de kerk wordt gekenmerkt door een houten tongewelf uit 1888. De orgelgalerij draagt de tekst: "Ontvangt met zachtmoedigheid het woord dat u geplant wordt, hetwelk uwe zielen kan zalig maken" (Jakobus 1:21).

Het orgel, geplaatst in 1904 door de firma Bakker & Timmenga uit Leeuwarden, is een mechanisch sleeplade-orgel met een manuaalomvang van C-f³ en een pedaalomvang van C-g. De winddruk bedraagt 80 mm. De frontversiering bestaat uit druiventrossen en ranken, met een harp bovenop.

Op de twee predikantenborden staan de namen van de predikanten van 1567 tot heden vermeld.

Verder is er een tot spreekgestoelte vertimmerde preekstoelkuip met achterschot en trapje, daterend uit de achttiende eeuw. In de toren hangt een klokje met het opschrift "I. Borchard fudit Enchusae 1769", wat duidt op de beroemde klokkengieter Johannes Borchard. Een andere klok heeft het opschrift van 1948 te Heiligerlee.

Het orgel van de Hervormde kerk in Kollumerzwaag, gebouwd door Bakker & Timmenga in 1904.

Kerkelijke ontwikkelingen en naamswijzigingen

Kollumerzwaag was rond 1850 een dorp met veertien boerenplaatsen en iets meer dan honderd huizen langs de 'hoofdweg', de tegenwoordige Foarwei. Ook de hervormde kerk bevond zich daar.

In juni 1869 veranderde de naam van de kerkelijke gemeente in Christelijke Gereformeerde Gemeente te Westergeest, als gevolg van een landelijke kerkenfusie. Door een soortgelijke oorzaak werd de naam in juni 1892 De Gereformeerde Kerk te Westergeest. Met ingang van 1935 veranderde deze naam in De Gereformeerde Kerk te Zwagerveen. Uiteindelijk, in 1972, werd de naam De Gereformeerde Kerk te Kollumerzwaag.

Het eerste kerkgebouw in het dorp dateert van 1851. In 1894 werd dit afgebroken en vervangen door een groter kerkgebouw, waarbij het oude materiaal hergebruikt werd. Dit tweede kerkgebouw werd in 1925 vervangen door het huidige kerkgebouw, ontworpen door architect Ane Nauta. In 2008 onderging het kerkgebouw een renovatie, waarbij onder andere de kerkbanken vervangen werden door stoelen en vloerverwarming werd geïnstalleerd.

In 1960 werd aan de kerk het gebouw De Boei toegevoegd, dat dient voor vergaderingen, vieringen en herdenkingen.

Historische context en omliggende gebieden

Het dorp Kollumerzwaag begon in de negentiende eeuw flink te groeien en smolt in de twintigste eeuw samen met het oostelijk gelegen Zwagerveen en het gehucht Zandbulten. De twee laatstgenoemde dorpen werden in 1971 opgeheven en samengevoegd met Kollumerzwaag.

Iets ten oosten van Kollumerzwaag lag een gebied met een paar huisjes dat officieel tot het dorp Westergeest behoorde; dit gebied kreeg later de naam Zwagerveen, dat dus tussen Kollumerzwaag en Veenklooster lag. De naam Kollumerzwaag kwam in 1435 voor het eerst voor in een officiële akte.

De hervormde gemeente van Kollumerzwaag en die van het nabijgelegen dorp Augsbuurt waren gecombineerd, met de dominee woonachtig in Augsbuurt. Ook de hervormde gemeenten van Westergeest en Oudwoude waren gecombineerd.

Rond 1850 werd in deze hervormde gemeenten een vrijzinnige prediking gehoord. In 1802 was oefenaar Jan de Jong een bekende 'zwervende en rondreizende' prediker in de omgeving. Tegen hem werd door ds. Snethlage van Oudwoude-Westergeest een klacht ingediend wegens een 'verleidende invloed' op zijn gemeenteleden.

Met de Groningers werd in 1467 een verbond gesloten, waarbij enkele edelen die zich verzetten tegen het bouwen van een blokhuis te Kollum en Eysmastins te Oudwoude versterkten, niet vertegenwoordigd waren.

De kaart van Schotanus uit 1718 geeft aan weerszijden van de Voorstraat bouwlanden aan. Alleen langs de grens met Achtkarspelen lag nog een strook onontgonnen heide. In het laatst van de 18e en in de 19e eeuw vestigde zich hier een verarmde bevolkingsgroep, waar onder de naam Zandbulten een verzameling verspreid gelegen hutten en kleine huizen ontstond.

Historische kaart van de omgeving van Kollumerzwaag, waarop de ligging van de Voorstraat en omliggende gronden is aangegeven.

tags: #hervormde #kerk #kollumerzwaag