De protestantse kerk van 's-Heerenberg, gelegen aan de Hof van Bergh 2, rechts van de toegangspoort naar Huis Bergh, heeft een rijke en veelbewogen geschiedenis. Oorspronkelijk gebouwd in 1259 door Adam van den Bergh als slotkapel, gewijd aan de Heilige Pancratius, diende het gebouw aanvankelijk als privé-kapel voor de kasteelbewoners.

Van Slotkapel tot Parochiekerk
Aanvankelijk werden er twee priesters aangesteld die om de week twee missen opdroegen. De eerste mis was bestemd voor de overleden heren van het kasteel, hun familieleden en kennissen. De slotkapel was exclusief toegankelijk voor de bewoners van het kasteel. De Sint Oswalduskerk in Zeddam bleef de parochiekerk voor de schaarse inwoners van 's-Heerenberg. De afstand naar Zeddam was echter aanzienlijk en de toenmalige Drieheuvelenweg was na hevige regenval vaak onbegaanbaar en bezaaid met diepe karresporen. De weg liep bovendien door donkere bosjes en langs eenzame heidevelden, wat het reizen onveilig maakte. Hierdoor gebeurde het regelmatig dat men te laat of helemaal niet de Zeddamse kerk bereikte.
Dit leidde ertoe dat in 1399 de slotkapel door bisschop Frederik van Blankenheim van Utrecht tot parochiekerk werd verheven en losgemaakt van de Zeddamse moederkerk. Heer Frederik III liet de kapel aan de westzijde vergroten. In de stichtingsbrief van 1399 benadrukte de bisschop de noodzaak van de vorming van een zelfstandige parochie 's-Heerenberg, waarvan de grachten van de stad de grenzen vormden. Dirck Liefger werd aangesteld als de eerste pastoor van 's-Heerenberg, kort daarna opgevolgd door Jacob Poppert, die de kerk 42 jaar diende.
De dorpen Stokkum en Lengel bleven parochiaal verbonden met Zeddam en werden pas na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 bij de parochie 's-Heerenberg gevoegd. In de 20e eeuw werden zij zelfstandige parochies: Stokkum in 1915 met de bouw van de Sint Suitbertuskerk, en Lengel aan het einde van de jaren zestig met de bouw van de Emmauskerk.
Vergroting en Verfraaiing onder de Heren van Bergh
De kleinzoon van heer Frederik III, heer Willem II, voltooide de kerk door de aanbouw van een drietal koren. Onder het priesterkoor werd een grafkelder uitgegraven voor de heren en latere graven van Bergh. Deze werkzaamheden werden in 1447 afgerond. In 1450 wijdde de wijbisschop van Utrecht het vernieuwde kerkgebouw in. De nieuwbouw bood ruimte aan talrijke altaren, waaronder het hoofdaltaar gewijd aan de Heilige Pancratius en Gregorius, en altaren ter ere van Sint Antonius en Sint Sebastianus (de patroonheiligen van de twee 's-Heerenbergse gilden), Sint Petrus, de Heilige Magdalena, Sint Jan de Doper, Sint Catharina, de Heilige Driekoningen en de Heilige Maria.
Heer Willem II, bijgenaamd ‘de Rijke’, schonk de kerk vele kostbaarheden, zoals kelken, missalen en ornamenten. Hij liet ook een prachtig glasraam aanbrengen met zijn heraldische acht kwartieren. In 1496 liet graaf Oswald I op het kerkhof, aan de noordoostkant van de kerk, een vrijstaande houten klokkentoren bouwen.

De Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog
Aan het einde van de 16e eeuw ging de kerk, met de komst van de Reformatie, over in protestantse handen. Deze periode viel samen met de Tachtigjarige Oorlog, waarin niet alleen de stad en het kasteel, maar ook de kerk zwaar te lijden hadden van oorlogshandelingen. Reeds in 1568, toen Staatse troepen Huis Bergh belegerden, werd de kerk gebruikt als legerplaats en paardenstal. Toen Joost van den Bergh in 1600 in de grafkelder werd bijgezet, moesten eerst balken voor de toegang worden weggeruimd.
In 1610 werd de puinhoop op het priesterkoor opgeruimd, waarna in 1612 het herstel van de kerk begon. Een gedenksteen in de kerk herinnert nog steeds aan de eerstesteenlegging door de kerkmeesters Gijsbert Twoeltters en Herman van Westhaven. Aan weerszijden van de tekst, ter hoogte van de namen, zijn gezichten uitgebeeld die mogelijk de twee kerkmeesters voorstellen.
Het priesterkoor was in zo'n slechte staat dat hierboven slechts een provisorisch dak werd aangebracht, dat in 1688 weer werd verwijderd. Daarbij werd ook een deel van de kerk afgebroken, waardoor van het oostelijke deel niet meer dan een ruïne overbleef. Het dwarsschip en de westbouw bleven grotendeels onveranderd behouden en worden sindsdien gebruikt als kerk en kosterswoning.
Periode van Rooms-Katholieke Eredienst en Terugkeer van de Protestanten
Met de inval van de Franse legers in het Rampjaar 1672 kwam er een tijdelijke ommekeer. De Fransen herstelden de rooms-katholieke eredienst zoveel mogelijk in de door hen bezette gebieden. Zo werd in 's-Heerenberg op 29 juli 1672 de kerk tot "den paepschen godtsdienst ingewyet", waardoor de gereformeerden hun diensten in het stadhuis moesten houden en hun doden in de kapel van het gasthuis moesten bijzetten. Het merendeel van de bevolking, dat grotendeels katholiek was gebleven, zag deze ontwikkeling met vreugde aan.
De kerk bleef echter slechts kort in katholieke handen. Al in mei 1674 moest zij worden teruggegeven aan de gereformeerden. De katholieken maakten vervolgens gebruik van de hofkapel die inmiddels in Huis Bergh was ingericht en van de huiskerk in het Kerkstraatje. De verdeling van de kerkelijke goederen in 's-Heerenberg tussen gereformeerden en katholieken bleef problematisch, totdat koning Lodewijk Napoleon bij besluit van 1 maart 1809 het kerkgebouw aan de gereformeerden toewees. De kosterswoning (die toen als school in gebruik was), de kerkklokken en het kerkhof werden gemeenschappelijk bezit. In 1842 verkochten de katholieken hun helft van de school en het kerkhof.

Restauratie en Conservering in de 20e en 21e Eeuw
In de jaren 1925-1926 heeft dr. J.H. van Heek de kerk in haar huidige vorm laten restaureren. De grijs gepleisterde muren werden afgebikt en de blinde ramen werden vervangen door gebrandschilderde ramen. Binnen werden een galerij en een nieuwe consistoriekamer aangebracht. De restauratie werd voltooid in december 1926. Dr. Van Heek had voor deze gelegenheid een gedenksteen ontworpen, die zijn dochter Christine Frederike Louise onthulde op 24 december. Op 26 december volgde de inwijdingsdienst, geleid door dominee Van der Leeuw.
Met het monumentale Weidtman-orgel uit 1742 heeft de kerk historische betekenis voor de gehele regio. Het orgel werd tijdens de restauratie van 1926 verplaatst van de galerij boven de ingang naar de westmuur. Begin 1959 werd het orgel gerestaureerd door de firma Flentrop uit Zaandam.
In 1943 werden bij opgravingen op het kerkhof de fundamenten van het koor en de twee zijkoren gevonden. Bestaande graven en waardevol geboomte maakten verdere opgraving echter onmogelijk. In 1949 schonk J.H. van Heek de kerk een klok van de klokkengieter Hemony, afkomstig uit het carillon van de Wijnhuistoren in Zutphen. De klok werd opgehangen in de muuropening van de zuidgevel.
In 1967 werden de uit 1821 daterende banken hersteld en opnieuw geverfd. De jaren 1999-2000 zagen de restauratie van het dak en de bovendakse muurwerken. In de jaren daarna werd het interieur geschilderd en aangepast voor rolstoelgebruikers.
De kerk in 's-Heerenberg wordt vaak verhuurd aan bruidsparen uit binnen- en buitenland. Sinds 31 januari 1967 is de kerk een rijksmonument.
Het verwaarloosde graf van Prins Friso Bernhard van Oranje-Nassau. Toch wel vreemd dit!? 04-02-2023
De Protestantse Gemeente 's-Heerenberg-Zeddam
De gemeente behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en maakt deel uit van de classis Doetinchem. Oorspronkelijk was het een Hervormde Gemeente. Met ingang van augustus 1974 zijn de hervormde gemeenten 's-Heerenberg en Zeddam gaan samenwerken in de vorm van een quasi-pastoraal verband. Sinds 1981 vormen de gemeenten een gecombineerde predikantsplaats. In 2006, na de totstandkoming van de PKN, werd de naam van beide gemeenten gewijzigd in Protestantse Gemeente. De samenwerking leidde uiteindelijk tot eenwording van de beide gemeenten, wat in november 2011 officieel werd bekrachtigd. De nieuw gevormde gemeente draagt de naam: Protestantse Gemeente te ‘s-Heerenberg - Zeddam.
Voor 1974 had de kerk in 's-Heerenberg een eigen pastorie. Deze was eerst, sinds 1842, gevestigd in het Kattenburg, en later in het huis aan de Emmerikseweg 4. De gemeente beschikt over twee kerken: de Hervormde Kerk in 's-Heerenberg (uit 1259) en de Hervormde Kerk in Zeddam (uit 1811). Sinds 1974 heeft de gemeente één dominee in dienst; de huidige dominee is sinds 2018 Henriëtte Nieuwenhuis, die in de pastorie in Zeddam woont.
Binnen de gemeente bevinden zich twee protestantse begraafplaatsen: de begraafplaats in Zeddam (uit 1923) en het kerkhof naast de kerk in 's-Heerenberg. Sinds de coronacrisis in 2020 worden ook op woensdagavond om 19:30 uur korte diensten gehouden, het zogenaamde Woensdagavondgebed. Deze diensten vinden afwisselend plaats in de kerken in 's-Heerenberg, Zeddam, Silvolde, Etten, Terborg, Ulft, Gendringen en Bontebrug.
Maandelijks verschijnt het kerkblad Kerkepraat. Verder organiseert de kerk diverse activiteiten, zoals gespreksgroepen, diaconale projecten, activiteiten voor ouderen en voor het onderhoud van de Kerktuin. Sinds 2019 bestaat er een samenwerkingsverband tussen de vier Protestantse Gemeenten in Silvolde, Etten-Terborg-Ulft, Gendringen-Bontebrug en 's-Heerenberg-Zeddam. Dit samenwerkingsverband draagt de naam Klavertje4. Binnen dit verband vindt ook regelmatig kanselruil plaats.
De Protestantse Gemeente 's-Heerenberg-Zeddam is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).
tags: #hervormde #kerk #s #heerenberg