De geschiedenis van de hervormde kerk aan de Schoolstraat in Monnickendam is nauw verweven met de ontwikkeling van het protestantisme in de stad en de bredere Nederlandse geschiedenis. Al vroeg na de opkomst van Maarten Luther waren er sporen van zijn belijdenis in Monnickendam te vinden. Men vermoedt dat al in 1517 de 95 stellingen van Luther in Monnickendam circuleerden. Vanwege de sterke handelsbanden met het Oostzeegebied, waar Nederlands als handelstaal gold, zullen de eerste Lutherse invloeden via deze handelsroutes zijn binnengekomen.
Vroege Ontwikkelingen en de Eerste Kerk
Met de steun van enkele legaten en bijdragen uit Utrecht kon in 1641 een kerkgebouw worden ingewijd. Dit gebouw functioneerde als schuilkerk en bevond zich achter een huis aan een achterafstraatje. De gemeente kende echter ook tegenslagen. Nadat zij in 1692 zonder toestemming van Amsterdam een predikant had benoemd, werd zij uit de Lutherse Broederschap gestoten. Monnickendam werd vervolgens opgenomen in de “Christ-Broederlijke Unie”, ook wel de Haagse Unie genoemd. Na de opheffing van deze unie in 1713 werd de vrede met de broederschap hersteld.
De tweede helft van de 18e eeuw markeerde een periode van grote bloei voor de gemeente, zowel economisch als qua ledental. De kerk werd verrijkt met waardevol kerkzilver, een preekstoel en een orgel. Het bijzondere kerkzilver is in bruikleen gegeven aan het Luthermuseum in Amsterdam.

De Ontstaansgeschiedenis van Monnickendam en de Rol van Monniken
De ontstaansgeschiedenis van Monnickendam is onlosmakelijk verbonden met Friese monniken van de orde der Norbertijnen. Deze orde werd in 1121 opgericht door de heilige Norbertus van Xanten met de zinspreuk: “Tot elk goed werk bereid.” De Norbertijnen, die een combinatie van contemplatief en actief leven nastreefden, verspreidden zich al snel door Europa. In Nederland vestigden zij zich ook, waarbij ze soms zelf land ontgonnen. De eerste abdij in het huidige Nederland dateert uit 1128 en bevond zich in Middelburg. In 1235 stichtten de Friese Norbertijnen een klooster genaamd Mariëngaarde op Marken. Vanuit daar vestigden zij zich rond 1400 in een dependance, een uithof, op het vasteland. Aangenomen wordt dat zij mede verantwoordelijk waren voor de aanleg van de zeedijk Noordeinde - Middendam - Zuideinde. Zij worden dan ook beschouwd als de stichters van Monnickendam. Hun uithof lag nabij de locatie van de huidige Grote Kerk, die voor de Reformatie de Nicolaaskerk heette. Sint Nicolaas, als beschermheilige van de zeevaarders, was een veelvoorkomende naamgever van havenplaatsen. In 1572 werd de protestantse kerk omgedoopt tot Grote Kerk.
Een opmerkelijk aspect van de stichting van Monnickendam is de rol van de monniken, gesymboliseerd door het beeld van 'De Monnik met de Knots' op de Damsluis, een werk van Rob Cerneus. Dit beeld verwijst naar een sage over een kloosterstier die ontsnapte en door een monnik met een knots op de hielen werd gezeten. Deze sage, hoewel kleurrijk, roept meer vragen op dan dat het beantwoordt over de specifieke bijdrage van de monnik.

Monnickendam tijdens de Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog
De periode na de Reformatie en tijdens de Tachtigjarige Oorlog was cruciaal voor Monnickendam. Na aanvankelijk een neutrige positie te hebben ingenomen, koos de stad partij voor de geuzen, in tegenstelling tot Amsterdam. Dit leidde tot confrontaties met de Spanjaarden. In 1573 speelde Monnickendam een belangrijke rol in de Slag op de Zuiderzee. De geuzenvloot, onder leiding van de Monnickendammer burgemeester Cornelis Dirkzoon, slaagde erin de Spaanse vloot, ondanks hun overmacht, te verslaan. Het Spaanse vlaggeschip "Inquisitie" werd veroverd, en de Spanjaarden staakten hun pogingen om Holland te veroveren. Dit betekende tevens het begin van een economische opleving voor de Hollandse steden, met uitzondering van Amsterdam.
De Reformatie bracht ook tragische gebeurtenissen met zich mee. Wendelmoet Claesdochter werd op 20 november 1527 op de brandstapel gebracht omdat ze geschriften van Maarten Luther las en weigerde zich te bekeren. Vanaf 1524 waren er tekenen van 'lutherse' conventikels in Monnickendam. Wendelmoet werd gearresteerd en gevangengezet, maar bleef standvastig in haar overtuiging, ondanks pogingen tot bekering. Ze wordt in protestantse kringen geëerd als martelares, en Monnickendam herdenkt haar met een laan en een gedenksteen in de Grote Kerk.

De Gereformeerde Kerk en de Nieuwbouw aan de Schoolsteeg
De Gereformeerde Kerk in Monnickendam werd op 10 juli 1889 geïnstitueerd als gevolg van de Doleantiebeweging. Aanvankelijk kerkte men in particuliere woningen, en later in een klein gebouwtje in de Kerkstraat. Met de komst van de eerste predikant, ds. U. Faber, in 1894, werd al snel duidelijk dat het kerkgebouw te klein was. De kerkenraad besloot tot nieuwbouw.
Op 25 september 1894 legde Trijntje Sluis de eerste steen voor de nieuwe kerk aan de Schoolsteeg. De gedenksteen vermeldde de tekst uit Ezra 3 vers 11. De nieuwe kerk kon op 19 december 1894 in gebruik worden genomen. De preek van ds. Faber bij deze gelegenheid was gebaseerd op Psalm 126, die sprak over de wonderbare verlossing van het volk Israël uit de Babylonische ballingschap.
De groei van de gemeente zette door. In 1897 telde de kerk 160 leden, en drie jaar later was dit aantal gestegen tot 184. Er waren plannen om de kerk uit te breiden in de tuin achter het kerkje, maar deze gingen om onbekende redenen niet door.

Verdere Ontwikkelingen en Predikanten in de Gereformeerde Kerk
De periode na de nieuwbouw kende diverse ontwikkelingen en predikanten. De kerkenraad had te maken met interne discussies, zoals de kwestie-Rutgers, waarbij duidelijk werd dat de kerkenraad de uiteindelijke zeggenschap had. De naam van de kerk veranderde in ‘De Gereformeerde Kerk te Monnickendam’. Er waren ook onderhandelingen over eenwording met de Christelijke Gereformeerde Kerk, die uiteindelijk in 1892 plaatsvonden.
Na het vertrek van ds. Faber in 1899, volgden diverse predikanten elkaar op, waaronder kandidaat L.J.C. Kreyt, kandidaat T. Ferwerda, en dr. J.G. Ubbink. Elke predikant bracht zijn eigen pastorale stijl en veranderingen met zich mee. Zo werd er tijdens de ambtsperiode van Ferwerda gecollecteerd voor een kerkorgel ter vervanging van het harmonium. Dr. Ubbink kreeg te maken met de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en de watersnood van 1916, waarbij de kerk als opvang diende.
Vanaf 1913 werd er een nieuw orgel aangeschaft, gefinancierd door aandelen. Ook werd het concept van 'lammerweiden' ingevoerd als kerkelijke inkomstenbron. De periode van ds. Koppenaal werd gekenmerkt door de kwestie-Geelkerken, waarbij ds. Koppenaal zich niet kon verenigen met een synode-uitspraak en uiteindelijk de gemeente verliet.
Na een periode van rust en financiële middelen voor opknapwerkzaamheden aan de kerk in de Schoolsteeg, volgden er nog diverse beroepen op predikanten. Uiteindelijk werd kandidaat J. Bos beroepen. Onder zijn leiding werden in Monnickendam de gehuurde zitplaatsen afgeschaft en de scheiding tussen mannen- en vrouwenbanken opgeheven om de ruimte efficiënter te benutten.
Kandidaat P. Kuijper jr. diende de kerk van 1934 tot 1937, waarna er een jeugdlokaal bij de kerk werd gebouwd. Ds. G.R. Visser, die in 1938 intrede deed, besteedde als een van de eersten speciaal aandacht aan kinderen in de kerkdiensten.
De Grote Kerk van Monnickendam
De Grote of Sint Nicolaaskerk is niet de eerste kerk van Monnickendam. Mogelijk was er al in de 13e eeuw een bescheiden kerkje, zeker is dat er in 1340 al een kerk stond. Vanwege de groeiende bevolking werd eind 14e eeuw begonnen met de bouw van de huidige Grote Kerk. De bouw ervan heeft naar schatting 250 jaar geduurd en werd in zes fasen uitgevoerd. De kerk is een driehallenkerk en kenmerkt zich door een consequente gotische bouwstijl, ondanks de lange bouwperiode. Een uitzondering hierop vormt de in 1626 gebouwde renaissance kosterij.
De bouw van de toren voltrok zich in drie fasen. Het onderste, sacrale deel was rond 1520 gereed. Door de Reformatie en de overgang naar het protestantisme in 1572 werd de bovenkant soberder gebouwd, waardoor beelden van apostelen en Sint Nicolaas nooit geplaatst konden worden. De spits werd in 1641 voltooid, wat de toren een hoogte van 55 meter gaf.
Oorspronkelijk waren zowel de kerk als de toren eigendom van de stad Monnickendam. Na de scheiding van kerk en staat in 1795, verwierf de Gereformeerde Gemeente de Grote Kerk, terwijl de toren eigendom van de stad bleef. Tussen 1959 en 1969 onderging de kerk een grondige restauratie vanwege de desolate toestand. Verzakkende muren, aangetaste houtconstructies en slechte glas-in-loodramen vereisten ingrijpende werkzaamheden, waaronder een nieuwe fundering.
De restauratiekosten liepen aanzienlijk op, maar het gebouw werd geschikt gemaakt voor grotere bijeenkomsten. Vanaf 2005 vonden verdere renovaties plaats aan de buiten- en binnenzijde. De Grote Kerk dient tegenwoordig voor de erediensten van de Protestantse Gemeente te Monnickendam en staat open voor de gemeenschap als een publieke plaats, zoals in vroeger tijden.

De oude gereformeerde kerk aan de Schoolstraat, na buitengebruikstelling in 1966, diende als opslagplaats voor religieuze beelden. Met het overlijden van de bewoner kwam deze voormalige kerk te koop te staan.
tags: #hervormde #kerk #schoolstraat #monnikendam