De Grote Kerk van Loenen aan de Vecht, voorheen de Nederlands Hervormde Kerk, heeft een rijke en lange geschiedenis die teruggaat tot vóór 1300. Het oudste deel van de kerk is het koor, opgetrokken uit tufsteen, dat gedateerd wordt van vóór 1300. Door de eeuwen heen heeft de kerk diverse veranderingen ondergaan, waaronder de toevoeging van een sacristie, de bouw van de toren en de uitbreiding met een schip met dwars- en zijbeuken. Deze ontwikkeling heeft geleid tot het monumentale gebouw dat vandaag de dag nog steeds het dorpsbeeld bepaalt.

Architectuur en Bouwfasen
Het oudste gedeelte van de kerk, het koor, is vervaardigd uit tufsteen en dateert van vóór 1300. In 1320 werden de beide kruisbeuken en het middenschip toegevoegd aan het oorspronkelijke kerkje. De huidige toren, die rond 1500 werd gebouwd of ingrijpend verbouwd, is van het Utrechtse type. In 1464 werd de sacristie gebouwd, die later, in gewijzigde vorm, dienstdeed als portaal bij het koor.
De kerktoren van de Grote Kerk staat bekend om zijn lichte helling; hij staat ongeveer tachtig centimeter uit het lood en vertoont nog steeds beweging. De toren herbergt een oude klokkenstoel met een klok uit 1676, gegoten door P. Hemony met een diameter van 74 cm. Een tweede klok werd na de Tweede Wereldoorlog gegoten, aangezien de oorspronkelijke klokken door de bezetter waren gevorderd en slechts de grote klok van 74 cm teruggevonden werd. Het uurwerk in de toren is van mechanische aard, vervaardigd door B. Eijsbouts in 1958, maar wordt elektrisch aangedreven.

De Kerk als Publieke Ruimte
In het verleden fungeerden kerken, waaronder de Grote Kerk, als publieke ruimten die voor diverse activiteiten toegankelijk waren. Dit omvatte religieuze, sociale en commerciële evenementen. Tegenwoordig is de Grote Kerk echter geen openbaar gebouw meer en is de toegang beperkter.
Historische Context van Loenen aan de Vecht
Loenen aan de Vecht, gelegen in de provincie Utrecht, wordt beschouwd als een van de mooiste dorpen aan de rivier de Vecht. De omgeving kenmerkt zich door de aanwezigheid van diverse kastelen en buitenhuizen, waarvan er nog enkele bewaard zijn gebleven. De naam Loenen is afgeleid van het Germaanse 'Lo' (lucus), wat 'bos' betekent, met de toevoeging 'na'.
De eerste vermelding van Loenen in de geschreven geschiedenis dateert uit 953. Het dorp heeft door de eeuwen heen verschillende historische gebeurtenissen meegemaakt. Zo zochten de moordenaars van Floris V van Holland, waaronder Gerard van Velsen, in 1296 hun toevlucht in het nabijgelegen kasteel Kronenburg. In 1426 had een strijd om het bisschopsambt in Utrecht ook gevolgen voor Loenen. Het kasteel Kronenburg werd in het rampjaar 1672 door de Fransen verwoest en de overblijfselen werden verbouwd tot buitenplaats.
Tijdens de Gouden Eeuw lieten welgestelde Amsterdammers diverse buitenplaatsen langs de Vecht bouwen, waar zij de zomers doorbrachten. Deze buitenhuizen werden omringd door aangelegde tuinen en parken. De gemeente Loenen fuseerde in 2011 met Breukelen en Maarssen tot de gemeente Stichtse Vecht.

Religieuze Ontwikkelingen en de Doleantie
Ruim vóór de Doleantie woonden in Loenen al verontruste hervormden die moeite hadden met de vrijzinnigheid binnen de kerk en bezwaren hadden tegen de door de regering opgelegde kerkorde van 1816, die de Dordtse Kerkorde verving. Ook de bundel Evangelische Gezangen, die men als vrijzinnig beschouwde, stuitte op weerstand. Deze 'verontruste hervormden' voelden zich gesteund door ds. H. De beweging van de Afscheiding leidde tot de vorming van 'Christelijke Afgescheidene Gemeenten' in naburige plaatsen zoals Oud-Loosdrecht, Kockengen, Loenersloot, Oukoop en Ter Aa. Ook op de buitenplaats Postwijck in Baambrugge werden godsdienstige samenkomsten gehouden.
Na de Afscheiding zette de 'strijd voor kerkherstel' zich voort binnen de hervormde kerk, met dezelfde bezwaren tegen vrijzinnigheid en voor meer lokale autonomie. Onder leiding van onder meer dr. A. Kuyper ontstond de beweging van de Doleantie. In 1886 begonnen gemeenten zich af te scheiden van de Hervormde Kerk, wat culmineerde in het vertrek van een groot deel van de kerkenraad en gemeente van Amsterdam op 16 december 1886.
Hoewel notulenboeken uit de Doleantie-periode in Loenen ontbreken, is de gang van zaken te reconstrueren. In 1890 werd ds. L. Adriaanse benoemd tot voorlopig consulent van Loenen. Op 20 januari 1891 schreven zeventien leden zich uit de Hervormde Gemeente, waarmee de basis werd gelegd voor de Nederduitsche Gereformeerde Kerk te Loenen aan de Vecht, officieel geïnstitueerd op 4 februari 1891 met de bevestiging van drie ambtsdragers door ds. Adriaanse. Tussen 1891 en 1893 sloten zich in totaal vierenveertig personen aan bij de Doleantie in Loenen, met een ledental van 105 in 1893.
Er was verdeeldheid binnen de Hervormde Classis over hoe om te gaan met de Dolerenden. Uiteindelijk besloot de hervormde kerkenraad van Loenen de Dolerenden die een functie vervulden of hun kinderen lieten dopen in de Dolerende kerk, te schrappen uit de ledenregisters.

De Gereformeerde Kerk en Verdere Ontwikkelingen
Voor de kerkdiensten van de jonge Dolerende gemeente werd een geschikte locatie gevonden in het buurtschap Oud Over. Hier werd een eenvoudig, rechthoekig kerkgebouw opgetrokken met een gedenksteen met de tekst 'Eben Haëzer 1891'. Op 11 maart 1891 ontstond ook in het naburige Vreeland de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende). Op 15 mei 1892 deed ds. W. Maan intrede als predikant voor beide gemeenten.
In juni 1892 vond de officiële proclamatie plaats van de eenwording tussen de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken, resulterend in de oprichting van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Ds. Maan zag zegen op zijn arbeid in Loenen en Vreeland.
Op 26 september 1892 werd in Loenen de gereformeerde Jongelingsvereniging Eben Haëzer opgericht. De leden bestudeerden kerkelijke en Bijbelse geschiedenis, theologie, politiek en maatschappelijke onderwerpen. Op 23 november 1894 werd tijdens een kerkenraadsvergadering besloten tot de stichting van een christelijke school, in samenwerking met de kerk van Vreeland. De school, met ds. Maan als voorzitter en K.E. Steenhuizen als secretaris, opende op 1 mei 1895 haar deuren.
De predikant ds. B. Roorda nam op 5 juli 1914 in Vreeland zijn intrek en deed in Loenen intrede, maar bleef slechts kort werkzaam. Na hem volgde ds. A.G. Wolf (1892-1974).
In 1919 werd ingestemd met het rondgaan met een intekenlijst om gelden te verzamelen voor een nieuw kerkgebouw. De inzamelingsactie werd in februari 1920 geïntensiveerd. Op 19 juni 1922 werd definitief besloten tot kerkbouw, met een begroting van fl. 22.789. Op 26 april 1923 werd de nieuwe kerk officieel in gebruik genomen, waarbij ook de burgemeester aanwezig was. De gedenksteen 'Eben Haëzer 1891' van de oude kerk kreeg een plaats in het nieuwe gebouw.

De Hervormde Kerk na de Doleantie
De Hervormde gemeente steunde eveneens de christelijke school in Oud Over, waarbij het bestuur bestond uit zowel gereformeerden als hervormden. In 1913 nam ds. B. Roorda wegens 'lichaamszwakte' emeritaat. Na zijn vertrek werd opnieuw een predikant gezocht in combinatie met Vreeland. Ds. A.G. Wolf (1892-1974) werd beroepen.
Bijzondere Historische Aspecten
Volgens overlevering zou er een onderaardse vluchtgang hebben gelopen van het kasteel Kronenburg naar de Grote Kerk. Tevens wordt aangenomen dat op 26 december 1297, ter viering van één jaar onafhankelijkheid van Sticht, de eerste colf-activiteit plaatsvond in Loenen aan de Vecht. Dit wordt gedocumenteerd in het boek 'Early Golf' van Steven van Hengel (1982), waarin beschreven wordt hoe een wedstrijd werd gespeeld van het Regthuys naar de keukendeur van kasteel Kronenburg.
Het woord 'Loenenaar' heeft een negatieve bijklank gekregen in het Bargoens, waar het staat voor 'verrader' of 'oneerlijk persoon'. Dit wordt mogelijk verklaard door de historische gebeurtenissen rondom de moord op Floris V en de vlucht van Gerard van Velsen naar Loenen.
Erfgoed en Toerisme
De dorpskern van Loenen aan de Vecht is vanwege de goed bewaard gebleven historische bouwwijze sinds 1966 een beschermd dorpsgezicht. Het dorp telt 144 inschrijvingen in het rijksmonumentenregister. Loenen aan de Vecht is gelegen aan het Floris V-pad en het Waterliniepad, wat het aantrekkelijk maakt voor wandelaars. De Vecht biedt mogelijkheden voor kleinschalige recreatie en toerisme, zoals pleziervaart, kanoën, fietsen en wandelen, met diverse aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen. In de zomermaanden is er sprake van toeristische drukte.