De Statenvertaling: Evolutie, Kritiek en de Herziene Statenvertaling

De geschiedenis van Bijbelvertalingen in Nederland is rijk en complex, met de Statenvertaling als een centraal punt van discussie en ontwikkeling. Van de vroege Deux-Aes-vertaling tot de hedendaagse Herziene Statenvertaling (HSV), de behoefte aan verstaanbaarheid en betrouwbaarheid heeft voortdurend geleid tot herzieningen en nieuwe interpretaties.

De Historische Context van de Statenvertaling

De Deux-Aes-vertaling, dominant van 1560 tot 1637, legde de basis voor Bijbelse teksten in ons land. In 1637 verscheen de Statenvertaling, die beschouwd kan worden als een herziene versie van de Deux-Aes-vertaling, met name wat betreft het Nieuwe Testament. Het onderwijs in lezen was cruciaal voor de Kerk van de Reformatie, met het doel dat kinderen na schooltijd zelfstandig de Bijbel konden lezen.

Evolutie door de 19e Eeuw

Gedurende de 19e eeuw ontstond er een groeiende kloof tussen de taal van de 17e-eeuwse Statenvertaling en de spreektaal van die tijd. Dit leidde tot talrijke uitgaven van de Statenvertaling waarin woorden waren aangepast. De hertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap in 1888 bracht hierin verandering en werd breed geaccepteerd, zelfs op basisscholen.

Zowel de zogenaamde Jongbloed-Bijbel als de uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) zijn gebaseerd op de editie van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1888. De GBS heeft hierin fouten gecorrigeerd, hoewel ook in hun uitgaven afwijkingen kunnen voorkomen ten opzichte van de originele Statenvertaling of de handschriften van de Statenvertalers.

Aan het einde van de 20e eeuw werd de taal van de 19e-eeuwse editie van de Jongbloed-Bijbel en die van de GBS steeds meer een probleem door de voortdurende taalontwikkeling. Eerder, in de jaren zeventig, bracht het Nederlands Bijbelgenootschap al een uitgave van de Statenvertaling op de markt met vervangen verouderde woorden en constructies, bekend als de Tukker-editie. Deze vond echter geen brede ingang.

Historische afbeelding van Statenvertalers aan het werk

De Herziene Statenvertaling (HSV)

Het initiatief voor een ingrijpende hertaling had logischerwijs van de GBS kunnen komen, gezien hun brede vertrouwen en beschikbare middelen. Dit gebeurde echter niet. Na meer dan tien jaar voorbereiding op initiatief van de Gereformeerde Bond, verscheen in 2010 de Herziene Statenvertaling (HSV). De medewerkers kwamen uit diverse kerkelijke kringen.

De HSV is meer dan een hertaling; het is op sommige punten ook een herziening waarbij soms andere vertaalmogelijkheden zijn gekozen dan door de Statenvertalers.

Vertaalkaders en Kritiek op de HSV

De HSV hanteert grotendeels dezelfde vertaalkaders als de Statenvertaling, met de focus op het zoveel mogelijk weergeven van woorden uit de brontaal. De opdracht omvat het zoveel mogelijk trouw blijven aan de Deux-Aes-vertaling, het zorgen voor begrijpelijk Nederlands en het recht doen aan het taaleigen van de brontalen.

Bij de verschijning van de HSV uitte de GBS aanzienlijke kritiek, voornamelijk gericht op het taalkleed en slechts beperkt op de vertaalkeuzes. Deze kritiek is niet ingrijpender dan de kritiek die predikanten in de 16e en 17e eeuw hadden op de Deux-Aes-vertaling.

Voorbeelden van kritiek op vertaalkeuzes betreffen:

  • De vertaling van Rebekka's afdaling van de kameel: HSV's 'zij liet zich snel van de kameel glijden' versus SV's 'zij viel van de kemel af'.
  • Het voorkomen van woorden als 'wijf' en 'pis/pissen' in de originele Statenvertaling, die terecht zijn vervangen in latere edities.
  • In Richteren 4:4 gebruikt de HSV het participium 'rechtspreken' in plaats van het zelfstandig naamwoord 'richter' zoals in de SV.
  • In 2 Koningen 8:1 interpreteert de HSV 'de HEERE heeft een hongersnood aangekondigd', terwijl de SV's 'de HEERE heeft een honger geroepen' beter Gods directe invloed weergeeft.

Herziene Statenvertaling - deel 1

Diepere Analyse van Vertaalkwesties

De kritiek op de HSV gaat soms verder dan oppervlakkige verschillen. Een voorbeeld is Richteren 4:4, waar de HSV het participium 'rechtspreken' gebruikt, terwijl de SV het zelfstandig naamwoord 'richter' hanteert. Dit raakt aan de nuance van Gods handelen.

In 1 Korinthe 6:10 vertaalt de HSV het Griekse woord malakoi met 'schandknapen', terwijl de SV 'ontuchtigen' gebruikt. De letterlijke betekenis van malakos is 'zacht', en de vertaling 'schandknapen' wordt als ongegrond beschouwd.

In 1 Timotheüs 2:12 vertaalt de HSV 'en ook dat zij de man overheerst' waar de SV 'noch over den man heerse' staat. Het Griekse werkwoord authenteoo betekent 'volledige autoriteit hebben', en 'overheersen' zou minder recht doen aan de oorspronkelijke betekenis.

De Rol van Taal en Begrijpelijkheid

Voor het zelfstandig lezen van de Bijbel door kinderen is een uitgebreide woordenschat essentieel. De Bijbel bevat veel woorden die niet meer alledaags zijn, zoals 'wannen', evenals specifieke inhoudsmaten, lengtematen en munten.

De ontlezing is een factor die de toegankelijkheid van de Bijbel vermindert. Het stimuleren van lezen vanaf jonge leeftijd, met een focus op woordenschatontwikkeling, is cruciaal. Zonder een brede woordenschat zal zelfs het lezen van de HSV minder gemakkelijk verlopen, wat kan leiden tot een voorkeur voor vertalingen als de Bijbel in Gewone Taal.

Verouderde en archaïsche woorden en zinsconstructies in de huidige Statenvertaling, evenals woorden die hun betekenis hebben veranderd, vormen een toenemend probleem. Een vertaling die voortdurend woorden bevat die uitgelegd moeten worden, schiet tekort in de eisen die de Reformatie stelde aan Bijbelvertalingen.

Infographic met voorbeelden van verouderde Nederlandse woorden

Kritiek op de Brochure van de GBS

De brochure "Herzien of niet?" van de GBS, met bijdragen van ds. K. Hoefnagel en ir. C. Valk, uit kritiek op de HSV. Valk concludeert dat de HSV niet voldoet aan de vertaaluitgangspunten van de Statenvertaling en dat het bezit van een nauwkeurige, brontekstgerichte vertaling in gevaar komt.

De brochure wordt bekritiseerd vanwege onzorgvuldigheden en onjuiste voorbeelden. Zo wordt gesteld dat de Statenvertaling in Psalm 22:22b en Mattheüs 7:24 foutief vertaalt, terwijl nader onderzoek anders uitwijst. De vertaling van Psalm 22:22b met een gebiedende wijs wordt door Joodse rabbijnen en geleerden als grammaticaal mogelijk beschouwd.

Ook het voorbeeld uit Mattheüs 7:24, betreffende 'een steenrots' versus 'de steenrots', wordt betwist. Het bepaald lidwoord in het Grieks duidt hier op een kwalitatieve betekenis, niet per se op een specifieke rots. De vertaling van de Statenvertaling wordt verdedigd op basis van de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst en de context.

De brochure noemt ook drie plaatsen in het Oude Testament waar de Statenvertalers af zouden wijken van de Hebreeuwse tekst ten gunste van de Septuaginta. Deze voorbeelden blijken niet op te gaan en de vertalingen zijn wel degelijk op grond van het Hebreeuws mogelijk.

Woordkeuze en Betekenis

De brochure vervangt het woord 'lankmoedigheid' door 'geduld'. Dit is echter een betekenisverschuiving, aangezien 'lankmoedig' specifiek duidt op de gezindheid om uitstel van toorn te verlenen. Het woord 'lankmoedig' is weliswaar minder gangbaar, maar niet verouderd en heeft een specifieke Bijbelse betekenis die verband houdt met de traagheid van Gods toorn.

De woorden 'tuchtigen' en 'kastijden' zijn vervangen door 'vermanen', 'straffen' of 'bestraffen'. Deze oorspronkelijke termen omvatten echter zowel straf als de intentie tot verbetering, wat een nuanceverschil creëert.

Een fundamenteel bezwaar tegen de brochure is het ontbreken van een duidelijke verantwoording voor de wijzigingen in vertaalmethode en vertaalkeuzes, die afwijken van de door de Dordtse Synode voorgeschreven principes.

Vergelijking van Vertaalmethoden

De formele equivalentie methode, gebruikt voor de Statenvertaling en de HSV, streeft ernaar om elk woord en elke zinsbouw zo letterlijk mogelijk weer te geven. De HSV wijkt hierin af door meer rekening te houden met het Nederlands, wat de verstaanbaarheid ten goede kan komen, maar potentieel ten koste gaat van de nauwkeurigheid ten opzichte van de grondtekst.

De NBG 1951 en de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) gebruiken andere methoden, waarbij de focus meer ligt op de betekenis dan op de letterlijke vorm. De vergelijking tussen de HSV en de NBG 1951 laat zien dat de HSV op het gebied van betrouwbaarheid vergelijkbaar is, maar op het gebied van leesbaarheid een aanzienlijk voordeel heeft.

De synode heeft geoordeeld dat de HSV een betrouwbare vertaling is, die naast bestaande vertalingen kan worden gebruikt. De invoering ervan is echter niet verplichtend.

Bronteksten en Vertalingen

De Statenvertaling is gebaseerd op de Masoretische Tekst voor het Oude Testament en de Textus Receptus voor het Nieuwe Testament. De HSV gebruikt eveneens deze bronteksten, maar met correcties en aanpassingen op basis van nieuw wetenschappelijk inzicht.

De tekstkritiek van het Nieuwe Testament, met name de discussie tussen Alexandrijnse en Byzantijnse teksten, speelt een rol bij moderne vertalingen. De Byzantijnse teksten, gebruikt voor de Statenvertaling, worden door sommigen als betrouwbaarder beschouwd dan de oudere Alexandrijnse handschriften.

Schema met de evolutie van Bijbelteksten en vertalingen

Toekomstperspectief en Conclusie

De discussie rondom Bijbelvertalingen blijft actueel. De behoefte aan een vertaling die zowel trouw is aan de oorspronkelijke talen als verstaanbaar is voor de hedendaagse lezer, is een constante uitdaging.

De Herziene Statenvertaling vertegenwoordigt een poging om deze balans te vinden, met erkenning van zowel de sterke punten van de Statenvertaling als de noodzaak van aanpassingen. De voortdurende dialoog over vertaalkeuze, taalontwikkeling en de rol van Bijbelvertalingen in de kerk is essentieel voor het behoud van een levende relatie met Gods Woord.

tags: #herziene #statenvertaling #fouten