De Stichting Herziene Statenvertaling, op initiatief van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, heeft de bestaande Statenvertaling van de Bijbel herzien. Dit ambitieuze project, dat in 2002 van start ging, beoogt de interesse in de Statenvertaling levend te houden voor zowel de huidige als toekomstige generaties. Het team achter deze herziening bestond uit neerlandici, predikanten uit diverse kerken en deskundigen op het gebied van de Bijbelse grondteksten.
De eerste deeluitgave van de Herziene Statenvertaling (HSV) verscheen in 2004 en bevatte de Bijbelboeken Genesis, Psalmen, en een selectie uit het Nieuwe Testament. Op 9 december 2006 werd in Gouda de tweede deeluitgave gepresenteerd. Deze uitgave omvatte het volledige Nieuwe Testament en vier boeken uit het Oude Testament: Genesis, Exodus, Deuteronomium en de Psalmen.
De officiële presentatie van de complete Herziene Statenvertaling vond plaats op 4 december 2010 in de Grote Kerk te Dordrecht. De keuze voor deze historische locatie was symbolisch, aangezien hier in 1618-1619 de opdracht voor de oorspronkelijke Statenvertaling werd gegeven tijdens de Synode van Dordrecht. Hoewel de officiële verkoop op die dag begon, was de HSV al vanaf 1 december in veel winkels verkrijgbaar.

Reacties en Aanpassingen na Publicatie
Sinds de publicatie van de eerste editie in 2010 heeft de Herziene Statenvertaling diverse reacties en suggesties ontvangen. Deze zijn verzameld en beoordeeld door een werkgroep, wat heeft geleid tot verbeteringen in de tekst en de voetnoten.
Bij de aanvang van het project werden door het bestuur van de Stichting HSV, in overleg met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, richtlijnen opgesteld voor de herziening. Hoewel deze richtlijnen gedurende het proces zijn aangepast, bleef het principe om de oorspronkelijke brontekst van de Statenvertalers te volgen, grotendeels gehandhaafd.
Kritiek vanuit de Hervormde Gemeenschap
De Herziene Statenvertaling heeft kritiek ontvangen vanuit de kring van de bevindelijk gereformeerden. De Gereformeerde Bijbelstichting (GBS), voortkomend uit deze kerkelijke stroming, geeft er de voorkeur aan om vast te houden aan de oorspronkelijke Statenvertaling. Volgens hen zijn de veranderingen in de HSV zo ingrijpend dat er sprake is van een nieuwe vertaling, wat voor hen problematisch is. Zij wijzen op de toevoeging van woorden, wijzigingen in zinsbouw en alternatieve vertalingen van specifieke woorden.
In 2007 besloot de generale synode van de Gereformeerde Gemeenten de HSV af te wijzen voor gebruik binnen de kerk, verenigingen en voor huiselijk gebruik. De generale synode van de Hersteld Hervormde Kerk ontraadde in 2012 het gebruik van de HSV aan gemeenten, na een rapport van een studiecommissie. Desondanks hadden gemeenten op lokaal niveau de vrijheid om de vertaling te gebruiken. Anno 2022 gebruiken diverse gemeenten binnen de HHK de HSV in de eredienst. Bekende figuren binnen dit kerkverband hebben aangegeven dat een hedendaagse vertaling noodzakelijk is om de Bijbeltekst toegankelijk te houden.
Dr. Pieter de Vries, een Hersteld Hervormde predikant, stelt dat de HSV de enige optie is wanneer men het verouderde taalkleed van de Statenvertaling niet eigen kan maken, maar wel dicht bij de brontalen wil blijven. Hij citeert in het Reformatorisch Dagblad: "Als men een Bijbelvertaling wil gebruiken die dicht bij de brontalen blijft en zich het verouderde taalkleed van de edities van Jongbloed of de GBS niet eigen kan maken, is in de huidige situatie de HSV de enige optie."
Bronteksten en de Vulgata
Het Nieuwe Testament in de Herziene Statenvertaling is een vertaling van de Textus Receptus. Volgens veel wetenschappers is dit een minder optimale variant van de Byzantijnse tekst, maar het was destijds de beste tekst die Erasmus en de Statenvertalers ter beschikking hadden. De ontdekking van vele oudere manuscripten in de afgelopen vier eeuwen, zoals de Codex Vaticanus, Codex Sinaïticus, de Bodmer papyri, en de Chester Beatty papyri, heeft geleid tot de mening dat de oorspronkelijke tekst nauwkeuriger kan worden geherconstrueerd. Om de nieuwe vertaling acceptabel te houden voor een breed publiek, heeft men er echter voor gekozen om deze recentere tekstvarianten voor het Nieuwe Testament niet te gebruiken. Ook het Comma Johanneum is opgenomen.

De Vulgata: Een Historische Latijnse Vertaling
De Vulgata is een oude Latijnse bijbelvertaling, grotendeels het werk van de kerkvader Sint Hieronymus (ca. 340-420 n.Chr.). In opdracht van paus Damasus I (366-383) vertaalde Hieronymus het Oude Testament (met uitzondering van de Psalmen en enkele apocriefe boeken) en het Nieuwe Testament. Uniek voor zijn tijd was zijn kennis van het Aramees, Hebreeuws en Grieks. De Vulgata werd in de Middeleeuwen de meest verspreide Latijnse bijbelvertaling.
Een van de drijfveren achter de Reformatie was de kritiek op de Vulgaat. De humanist Erasmus van Rotterdam (1466-1536) leverde felle kritiek en stelde dat Hieronymus zich schuldig had gemaakt aan 'hineininterpretierung', het interpreteren van de tekst op een manier die niet overeenkwam met de oorspronkelijke betekenis. Een bekend voorbeeld is de vertaling van het Griekse woord 'mysterion' in de Efeziërbrief, dat Erasmus vertaalde als 'geheim' in plaats van het door de Vulgaat gebruikte 'sacramentum'. Ook de vertaling van Lucas 1:28, 'Wees gegroet Maria, vol van genade' (Ave Maria, gratia plena), werd door Erasmus bekritiseerd; hij vertaalde het Griekse 'kecharitomenè' met 'gratiosa' (begunstigd of bevallig).
Ondanks deze kritiek bepaalde het Concilie van Trente in 1546 dat alleen de Vulgaat als authentiek mocht worden beschouwd. De editie van 1592, de Editio Sixto-Clementina, bleef tot het Tweede Vaticaans Concilie de officiële bijbelvertaling van de Rooms-Katholieke Kerk. Na het concilie werd gewerkt aan een verbeterde versie, de Neo-Vulgaat, die in 1979 onder paus Johannes Paulus II werd gepubliceerd.

De Vulgata en de Oude Latijnse Vertalingen
Er bestond vóór de Vulgaat van Hieronymus een Oude Latijnse Vulgaat, die onder andere door de Waldenzen en Albigenzen werd gebruikt. Deze oude vertaling komt sterk overeen met de Textus Receptus, die ten grondslag ligt aan de Statenvertaling en de King James 1611. De Romeinse Vulgaat van Hieronymus wordt door sommigen beschouwd als een doelbewuste vervalsing, mede om de volkse vertaling te misleiden. Erasmus werd bekritiseerd omdat hij op sommige plaatsen de Vulgaat volgde, wat zou duiden op Romeinse invloed op de Textus Receptus. Dit argument maakt echter geen onderscheid tussen de Oude Latijnse Vulgaat en de latere versie van Hieronymus.
De Geschiedenis van Bijbelvertalingen en Tekstkritiek
In de geschiedenis van de Nederlandse bijbelvertaling nemen de interpretaties van de Vulgata, de Latijnse bijbel van de Rooms-Katholieke Kerk, een belangrijke plaats in. Vrijwel alle volkstalige bewerkingen uit de periode vóór de Kerkhervorming waren gebaseerd op deze kerkbijbel. Vertalingen uit de Reformatie waren deels een reactie op de bijbelopvatting van de Kerk.
De boeken van het Oude Testament werden reeds in de derde en tweede eeuw voor Christus in het Koinè-Grieksch vertaald, de omgangstaal van Alexandrië. Deze vertaling staat bekend als de Septuaginta of de bijbel van de Zeventig. De vertaaltechniek varieert van nauwgezette getrouwheid tot vrije bewerking van de grondtekst. Naarmate het Christendom zich verspreidde, ontstonden er Latijnse vertalingen van de Septuaginta. De Kerkvader Augustinus noemde een tekst uit de tweede eeuw de ‘Itala’, die hij vanwege zijn trouw aan de Septuaginta beter achtte dan andere vertalingen.
Eind vierde eeuw gaf bisschop Damasus van Rome aan Hieronymus opdracht om het Nieuwe Testament en de Psalmen te herzien. Later maakte Hieronymus een nieuwe vertaling van het Oude Testament, grotendeels gebaseerd op de Hebreeuwse grondtekst. Na zijn dood in 420 bleven er echter klachten bestaan over zijn ingrepen in de gewijde Septuagintatekst. Pas in de zesde eeuw raakte de nieuwe tekst van Hieronymus, de latere Vulgata, ingeburgerd en verving de Itala.
Bijbelstudie in de Middeleeuwen
In de Middeleeuwen werd de bijbel, ondanks de vaak beperkte toegang, door geleerden intensief bestudeerd. De tekst van de verschillende Vulgata-handschriften vertoonde echter aanzienlijke verschillen door het invoegen van citaten en de achteloosheid van afschrijvers. Geleerden, zoals Cassiodorus en later Dominicanen aan de Parijse universiteit, zetten zich in voor tekstzuivering. Karel de Grote stimuleerde het zorgvuldig kopiëren van bijbelhandschriften.
De exegetische methode van de Kerkvaders, met name de Alexandrijnse school die uitging van viervoudige Schriftbetekenis (letterlijk, allegorisch, ethisch, anagogisch), domineerde de uitlegkunde. Dit systeem, gesystematiseerd door Thomas van Aquino, kon leiden tot diepgaande inzichten maar ook tot spitsvondigheid en de Rooms-Katholieke opvatting van de 'duisterheid' der Heilige Schrift.
De glossa ordinaria, een verzamelwerk van uittreksels uit de werken van Kerkvaders, was een veelgebruikt commentaar. De handschriften, en later gedrukte edities, waren vaak enorme bijbelfolianten waarin de eigenlijke Bijbeltekst omgeven werd door talloze glossen (kanttekeningen). Nicolaas van Lyra voegde hieraan postillen toe die zich baseerden op de natuurlijke woordbetekenis, met speciale aandacht voor het Oude Testament dankzij zijn kennis van het Hebreeuws.
Kloosters speelden een cruciale rol als bewaarplaatsen van kennis en bijbelhandschriften. Kloosters zoals Egmond, Kloosterrade (Rolduc), Bloemhof te Wittewierum, en de Windesheimer congregatie, voortgekomen uit de Broederschap des Gemeenen Levens, waren centra van bijbelstudie en het kopiëren van manuscripten. Ook zusterkloosters waren actief in het afschrijven en lezen van de Latijnse Bijbel.
Universiteiten, met name de theologische faculteiten, waren belangrijke centra voor bijbelonderzoek. De bibliotheek van de Sorbonne bezat in 1338 een aanzienlijke collectie bijbels, die met kettingen aan leesbanken waren bevestigd.
De Rol van de Antiocheense School
In de tweede eeuw vestigde Lucianus in Antiochië de Antiocheense school. Deze school legde de nadruk op de letterlijke en historische betekenis van de Bijbel. Vanuit Antiochië verspreidde zich niet alleen de prediking, maar ook het Woord zelf. De brieven van de apostelen werden gekopieerd en door verschillende gemeenten gestuurd om gelezen en voorgelezen te worden. Dit leidde tot de ontwikkeling van manuscripten, die later tot de Byzantijnse familie (ook wel Meerderheidstekst of Antiocheense tekst genoemd) zouden behoren.
De Textus Receptus, die ten grondslag ligt aan de Statenvertaling en de King James 1611, is hieruit voortgekomen. Het merendeel van de gevonden manuscripten behoort tot deze Byzantijnse meerderheidstekst (ongeveer 99%).

Vroege Vertalingen: Syrisch en Latijn
Naast het Grieks verspreidde het Evangelie zich ook in andere talen. Reeds in 150 n.Chr. werd de Bijbel in het Syrisch vertaald, bekend als de Peshitta, die nog steeds de Textus Receptus volgt. De Bijbel werd ook vroeg in het Latijn vertaald, wat resulteerde in de Oude Latijnse versie die Europa veroverde en de kern vormde van de Nieuwtestamentische kerk.
Deze Oude Latijnse vertaling, die bekend werd als de Vulgaat (Latijn voor 'gewoon'), was al in 157 n.Chr. in omloop en getuigt ervan dat de Textus Receptus al vroeg de gangbare Bijbeltekst was.
Kritiek op de Alexandrijnse Tekst en de Vulgata
Origenes, die in Alexandrië werkte, wordt ervan beschuldigd Gods Woord te hebben vervalst door filosofie met de Schrift te vermengen. Na zijn excommunicatie in 232 n.Chr. vertrok hij met zijn manuscripten naar Caesarea, waar hij een nieuwe school oprichtte. Zijn bibliotheek kwam uiteindelijk in handen van Eusebius, een bewonderaar van Origenes en hooftheoloog van keizer Constantijn. Toen Constantijn vijftig kopieën van de Bijbel bestelde, koos Eusebius voor de geschriften van Origenes uit Alexandrië. De manuscripten Vaticanus en Sinaïticus worden beschouwd als twee van deze kopieën.
De Rooms-Katholieke Kerk, in wording, had een probleem: Gods Woord verspreidde zich over Europa in de Meerderheidstekst (via Grieks, Syrisch en Latijn). Om haar macht te verstevigen, liet de Paus Hieronymus de Bijbel in het Latijn vertalen (de Vulgaat), met als doel deze gelijk te laten zijn aan de Griekse bijbel van Constantijn. Al in de vierde eeuw werd Hieronymus ervan beschuldigd vervalste Griekse manuscripten te gebruiken. De naam 'Vulgata' werd gebruikt om mensen te laten geloven dat dit het ware Woord van God was, terwijl de Oude Latijnse Bijbel reeds als Vulgaat bekend stond.
Deze vertaling, later de basis van de Engelse vertaling van Rome in 1582, wordt gezien als een doelbewuste poging om Gods Woord te vervalsen. De Rooms-Katholieke Kerk wordt onterecht gecrediteerd voor het verspreiden van de Bijbel; deze kwam door zendelingen uit Syrië en Klein-Azië naar Europa, onder andere via de Oude Latijnse Vulgaat. Dit leidde tot afgoderij, verering van Maria, heiligenverering, en de vermenging van heidense feesten met het Christendom, wat resulteerde in de vervolging van Bijbelgelovige Christenen zoals de Vaudois, Waldenzen en Albigenzen.
De protestantse nieuwe vertalingen lijken hierdoor veel op de Rooms-Katholieke vertalingen. Hieronymus gebruikte voor zijn Vulgaat de manuscripten Vaticanus en Sinaïticus, die deel uitmaken van de Alexandrijnse manuscripten die aan de basis liggen van veel protestantse vertalingen.

Vergelijking van Vertalingen: HSV versus Statenvertaling
De Herziene Statenvertaling (HSV) heeft de taal van de oude Statenvertaling (SV) gemoderniseerd. Verouderde woorden en begrippen zijn vervangen, waardoor de HSV toegankelijker is voor de moderne mens.
Voorbeelden van Vernieuwingen in de HSV:
- Genesis 2:23: SV: "Deze [is] ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees!" | HSV: "Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees!"
- 1 Koningen 21:20-21: SV: "...overmits gij uzelven verkocht hebt, om te doen dat kwaad is in de ogen des HEEREN. ... Ik zal kwaad over u brengen..." | HSV: "...omdat u uzelf verkocht hebt om te doen wat slecht is in de ogen van de HEERE. ... Ik zal onheil over u brengen..." (Hier wordt het Hebreeuwse woord voor 'kwaad' in de SV in de HSV vertaald als 'slecht' en 'onheil', wat de oorspronkelijke betekenis van vergelding van kwaad met kwaad minder duidelijk maakt.)
- Handelingen 9:5-6: De HSV vertaalt deze verzen nauwkeuriger dan sommige moderne vertalingen zoals de Telos-vertaling, die woorden als "En hij zei, bevend en verbaasd: Heere, wat wilt U dat ik doen zal?" weglaat.
De HSV is op sommige plaatsen minder nauwkeurig (minder letterlijk) dan de Statenvertaling. Enkele voorbeelden:
- Genesis 2:7: SV: "...en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel." | HSV: "...en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen." (De oude Griekse vertaling LXX en de Latijnse Vulgata gebruiken 'ziel', wat in 1 Korintiërs 15:45, waar Paulus 'ziellijke' tegenover 'geestelijke' stelt, de correctere vertaling lijkt.)
- Genesis 8:4: SV: "En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventienden dag der maand, op de bergen van Ararat." | HSV: "De ark komt tot rust in de zevende maand op de zevende dag na nieuwemaan,- op de bergen van Ararat." (De HSV's "bleef vastzitten" is een minder accurate vertaling dan de SV's "rustte" en de NB's "komt tot rust".)
- Genesis 23:3: SV: "Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende:..." | HSV: "Dan staat Abraham op van boven het aanschijn van zijn dode,- en spreekt de zonen van Cheet aan om te zeggen:..." (De SV en NB bieden een letterlijkere vertaling van "van het aangezicht zijner dode" dan de HSV.)
- Genesis 48:14: SV: "...hij bestierde zijn handen verstandelijk; want Manasse was de eerstgeborene." | HSV: "...en [hij legde] zijn linkerhand op het hoofd van Manasse." (De HSV is hier meer verklarend dan de letterlijke weergave van de SV en Lutherse vertaling, die de betekenis van "hij maakte zijn handen wijs" overbrengen.)
- Exodus 13:9: SV: "...opdat de wet des HEEREN in uw mond zij..." | HSV: "...opdat het onderricht van de ENE zal wezen in je mond..." (De HSV's voetnoot stelt dat er letterlijk "in uw mond" staat, en "op uw lippen" een onnodige hertaling is.)
- Leviticus 1:12: De HSV vervangt "kinderen Israëls" door "Israëlieten", terwijl de SV, NB en Lutherse vertaling de letterlijke Hebreeuwse benaming behouden, wat een onderscheid maakt met de andere volken.
- Psalm 102:25: SV: "...en de hemelen zijn het werk Uwer handen;" | HSV: "...en de hemelen zijn het werk van uw handen." (In Hebreeën 1:10 wordt dit vers aangehaald en vertaalt de HSV wel met "hemelen".)
- Marcus 10:43-44: De HSV maakt geen onderscheid tussen de Griekse woorden diakonos (dienaar) en doulos (dienstknecht/slaaf), zoals de SV, Telos en NBG51 wel doen.
De HSV is op sommige plaatsen minder nauwkeurig dan de Statenvertaling, hoewel het aperte vertaalfouten van de SV rechtzet. Vergeleken met de Nieuwe Bijbelvertaling (2004) doet de HSV meer recht aan de brontekst.
Ontvangst van de Herziene Statenvertaling
De reacties op de HSV waren divers. De Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk en de Christelijke Gereformeerde Kerken ontvingen de HSV enthousiast. Kritiek kwam vooral uit de bevindelijke richting van de gereformeerde gezindte, met name van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, Gereformeerde Gemeenten, Gereformeerde Gemeenten in Nederland en de Hersteld Hervormde Kerk. Desondanks gebruiken sommige bevindelijk gereformeerden de HSV thuis. De Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) is een prominente criticus van de Herziene Statenvertaling.
De Betekenis van Hieronymus en de Vulgata voor de Westerse Kerk
Voor de westerse kerk is Hieronymus van Strido (ca. 347-420) van grote betekenis vanwege zijn Latijnse bijbelvertaling, de Vulgata. Hij vertaalde het Nieuwe Testament en een groot deel van het Oude Testament uit het Hebreeuws, met gebruikmaking van Griekse manuscripten die beschouwd worden als een vroege vorm van de koinè of meerderheidstekst. Zijn vertaling van de Psalmen is echter gebaseerd op de Griekse Septuaginta.
Hieronymus' vertalingen bevatten passages die overeenkomen met de latere Griekse meerderheidstekst, zoals de lange versie in Romeinen 8:1 en Romeinen 10:15. De doopbelijdenis van de Ethiopiër in Handelingen 8:37, die afwijkt van de Vetus Latina, is in latere Vulgata-handschriften wel opgenomen.
De vertaling van het Oude Testament uit het Hebreeuws door Hieronymus was revolutionair, maar werd niet door iedereen gewaardeerd. Augustinus gaf bijvoorbeeld de voorkeur aan de Vetus Latina, die gebaseerd was op de Septuaginta en waar het kerkvolk aan gewend was. De Vulgata, hoewel in een complex proces tot stand gekomen, werd de standaardbijbel van de westerse christenheid.
tags: #herziene #statenvertaling #gebruikte #vulgata