Vanaf Psalm 146 beginnen én eindigen alle Psalmen met het woord Hallelujah. Dit Hebreeuwse woord bestaat uit twee delen: ‘hallelu’ en ‘Jah’. Het eerste woord betekent ‘looft’ (meervoud), het tweede is een afkorting van de Naam: HEERE (Jahweh / Jehovah). Uit dit tienvoudige opschrift / onderschrift blijkt opnieuw hoe belangrijk het loven van de Heere is. Heel het Psalmboek loopt daar op uit. Daarheen dient heel ons zingen en bidden en danken en belijden gericht te zijn. Wie leeft zonder God te loven, mist zijn doel.
Psalm 148 is de middelste van de laatste vijf psalmen in het bijbelboek Psalmen. De laatste vijf psalmen (Psalm 146-150) vormen de afsluitende climax. Alle zijn het ‘halleluja-psalmen’: ze beginnen en eindigen met de oproep ‘halleluja’, loof de Heer. Psalmen die God loven en prijzen en vooral ook anderen oproepen mee te doen. Dat het er vijf zijn, wordt wel in verband gebracht met de vijf boeken van Mozes. Zeker in Psalm 148 komen thema’s voorbij die doen denken aan de thora. Allereerst de aandacht voor God als Schepper (vers 5-6; vgl. Genesis 1) en vervolgens Gods zorg voor het welzijn van Israël en het gegeven dat God dichtbij zijn volk is (vers 14; vgl. Deuteronomium).
De structuur van Psalm 148
Psalm 148 onderscheidt zich van de andere ‘halleluja-psalmen’ doordat de oproep om de Heer te loven gedaan wordt aan een hele lijst dingen en mensen. Andere psalmen geven vaak redenen waarom de Heer geloofd moet worden (bijvoorbeeld Psalm 146 en Psalm 147) of op welke manier de Heer geloofd moet worden (bijvoorbeeld Psalm 150). Maar Psalm 148 roept alles en iedereen op om te loven, van hoog tot laag.
De psalm bestaat uit twee delen:
- Deel 1 (vers 1-6): De oproep tot lofprijzing vanuit de hemel.
- Deel 2 (vers 7-14): De oproep tot lofprijzing vanaf de aarde.
De beweging in de psalm gaat van hoog naar laag, van de hemel naar de aarde, van de engelen naar de mensen. Deze volgorde volgt de schepping, van de hemel naar de aarde, van de inwoners van de hemel naar de inwoners van de aarde, van de dieren richting de mensen om uiteindelijk af te sluiten met Gods uitgekozen volk, het volk Israël.

Deel 1: Lofprijzing vanuit de Hemel
De eerste zes verzen van Psalm 148 richten zich op de hemel en haar bewoners. De oproep is gericht aan:
- Alle hemelse wezens: engelen, legermachten, de hoogste hemel en het water dat daarboven is.
- Hemellichamen: zon, maan en alle lichtende sterren.
De reden voor deze lofprijzing is dat de Heer hen heeft geschapen en hen hun plaats heeft gegeven. Hij heeft ze vast doen staan, voor eeuwig en altijd, en hun een orde gegeven die geen van hen zal overtreden. Dit benadrukt Gods macht als Schepper en de orde die Hij in de schepping heeft aangebracht.
De psalmist roept zon, maan, sterren en wolken op om aan te sluiten bij de hemelse lofprijzing. Het gaat niet om het indrukwekkende van de sterren aan de hemel, maar om degene daarachter, de Schepper van hemel en aarde. God sprak en het was er, zoals we lezen in Genesis. De oproep om de Heer te loven is een oproep om de Schepper te loven, te eren voor wie Hij is en hoe Hij hemel en aarde gemaakt heeft.
De tekst benadrukt dat de aanbidding niet in de eerste plaats gericht is op wat God doet, maar op wie Hij is. Dit zien we ook in de hemelse eredienst zoals beschreven in Openbaring 4 en 5, waar onafgebroken het heilig, heilig, heilig klinkt.
Deel 2: Lofprijzing vanaf de Aarde
Vanaf vers 7 verschuift de focus naar de aarde en haar bewoners. De oproep tot lofprijzing richt zich op:
- Natuurlijke elementen en fenomenen: zeemonsters en alle diepe wateren, vuur en hagel, sneeuw en damp, stormwind.
- Geografische kenmerken: bergen en alle heuvels.
- Planten: vruchtbomen en alle ceders.
- Dieren: wilde dieren en alle vee, kruipende dieren en gevleugeld gevogelte.
- Mensen: koningen der aarde en alle volken, vorsten en alle rechters der aarde, jongelingen en ook maagden, ouderen en jongeren samen.
Deze oproep aan de aarde om de Heer te loven, sluit aan bij de lofprijzing vanuit de hemel. Het ‘loof de HEERE’ klinkt vanaf de aarde, en alles wat onbezield en bezield is, vormt één machtig, harmonieus koor dat de HEERE looft.

De mensheid in het koor van lofprijzing
De mensheid wordt specifiek opgeroepen om deel te nemen aan de lofprijzing. Dit geldt voor alle lagen van de bevolking, ongeacht sociale status, geslacht of leeftijd. Koningen, volken, leiders, jongemannen, meisjes, ouderen en jongeren worden allemaal aangesproken.
Dit doet denken aan de woorden van Petrus op de eerste Pinksterdag, waar hij de profetie uit Joël aanhaalt: God giet zijn Geest uit over mannen en vrouwen, over jong en oud, over dienaren en dienaressen. Waar Gods Geest is, is er geen onderscheid meer; het onderscheid doet er niet meer toe. In en door één Geest wordt God aanbeden, geloofd. Zo ook in Psalm 148, waar in eenheid de naam van God geloofd mag worden.
Alle dingen die de mens ontzag kunnen inboezemen, alle dingen waar de mens bang voor kan zijn, alle dingen die hij wellicht geneigd is te vereren, zijn slechts scheppingen van de Heer en als zodanig geroepen de Heer te loven. Door al deze dingen op te roepen de Heer te loven, worden ze ontdaan van de greep die ze op ons mensen kunnen hebben. De psalm dwingt ons telkens hoger te kijken tot we bij de Schepper zelf uitkomen.
De Naam van de HEERE loven
De kern van de oproep is om "de Naam des HEEREN" te loven. Dit betekent dat alles en iedereen de Schepper moet eren voor wie Hij is. Zijn Naam alleen is hoogverheven, Zijn majesteit welft zich over aarde en hemel.
De psalm benadrukt dat God Zijn volk Israël heeft verhoogd en hen de roem van Zijn gunstgenoten heeft gegeven. Dit volk is "dat nabij Hem is", nabij door verwantschap en nabij door zorg; nabij wat manifestatie betreft, en nabij wat genegenheid betreft. Deze nabijheid moet aanzetten tot eeuwige aanbidding.
De uitverkorenen van de Heere zijn de kinderen van Zijn liefde, de hovelingen van Zijn paleis, de priesters van Zijn tempel, en daarom zijn zij gehouden meer dan wie ook vervuld te zijn van eerbied voor Hem, en vreugde in Hem.
In het nieuwe testament wordt duidelijk dat de lofprijzing van God zijn hoogtepunt vindt in Jezus Christus. Hij is de Hoorn der zaligheid, die de macht en eer van Gods volk verhoogt.
Dit Signaal Bereikte de Aarde… en Niemand Weet Waarom
De opdracht is om God te loven, te aanbidden, Hem eer te brengen. Het Halleluja moet de alfa en omega van het leven van een gelovige zijn. Laat ons God loven tot het einde, in alle eeuwigheid.
tags: #herziene #statenvertaling #psalm #148