Inleiding tot het Ambt
De naam ‘ouderling’ vindt zijn wortels in het Oude Testament, waar het verwijst naar de oudste. Ook in het Nieuwe Testament vinden we deze aanduiding voor sommige van de aangestelde ambtsdragers, de zogenaamde presbyters. Aan Titus werd het bevel gegeven, ‘van stad tot stad’ (dus in elke christelijke gemeente) ‘ouderlingen aan te stellen’ (Tit. 1:5). Een ouderling is iemand ‘die in een aanzienlijk ambt van regering over anderen gesteld is’.

Taken en Verantwoordelijkheden van Ouderlingen
Geestelijke Leiding en Opzicht
Ouderlingen dienen de gemeente naast de dienaren des Woords en hebben het opzicht over de gemeente en regeren haar. De ouderlingen geven geestelijk leiding aan de gemeente. Zij zijn medeverantwoordelijk voor de bediening van het Woord en het ‘rechte’ (dat is het juiste) gebruik van de sacramenten. Dit alles vindt plaats vanuit de herderlijke zorg voor de gemeente. En zoals een herder zijn kudde in het oog houdt, doen ouderlingen dat ook. De ouderlingen zijn aanspreekpunt bij ziekte of andere zorgen, uiteraard ook als u iets wilt melden.
Medeverantwoordelijkheid voor Woord en Sacramenten
De kerkenraad, en meer specifiek de ouderlingen, zijn samen met de predikant verantwoordelijk voor de bediening van het Woord en de sacramenten. Dit wordt ritueel uitgedrukt bij de aanvang en afsluiting van de kerkdienst, waarbij de ouderling van dienst de verantwoordelijkheid overdraagt aan en terugneemt van de predikant. In de kerkenraad wordt ook aandacht geschonken aan de inhoudelijke bezinning op de verkondiging en de sacramentsbediening.
Toerusting en Pastorale Zorg
De toerusting van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping is een belangrijke taak. De gemeente is een missionaire en pastorale gemeenschap, de leden hebben hierin een opdracht en de kerkenraad draagt daar de verantwoordelijkheid voor, met name ook voor de toerusting van de leden. De herderlijke zorg (pastoraat) wordt vormgegeven door daadwerkelijke nabijheid en persoonlijke aandacht, namens de Herder. Uiteindelijk is het iets van de hele gemeente: we bevorderen de onderlinge zorg.
Het Opzicht en Levensheiliging
Als ouderling ben je samen met de predikant(en) medeverantwoordelijk dat de leden van de gemeente op de weg van het belijden van de kerk blijven en om hen daar zo nodig op aan te spreken. Er kan iets misgaan in de gemeente, qua gedrag of qua het belijden van de kerk. In veel gemeenten wordt de taak van de ouderling vooral pastoraal ingevuld. Ambtsdragers moeten dan in staat zijn om pastorale gesprekken te voeren.

Verschillende Invullingen van het Ouderlingschap
Naast de algemene pastorale invulling, kan er ook gedacht worden aan andere specifieke rollen, zoals een ouderling voor liturgie of voor vorming en toerusting. Veel gemeenten kennen ook een jeugdouderling of een missionaire ouderling. Het menselijke aspect inbrengen in kerkenraadsvergaderingen is essentieel: wat je hoort in je pastorale werk kan van belang zijn om in de kerkenraad te bespreken. Wat leeft er in de gemeente, wat speelt er, moeten we daar als kerkenraad iets mee?
De Ouderling in de Praktijk
De ouderlingen samen vormen het consistorie. De jaarlijkse huisbezoeken worden door uw ouderlingen met de diakenen afgelegd. Het is belangrijk dat ook de kinderen / jongeren op die avond aanwezig zijn en hun inbreng hebben tijdens het huisbezoek. Naast het meeleven met het wel en wee van personen en gezinnen in de gemeente is het huisbezoek vooral bedoeld om met elkaar te spreken over datgene wat Gods Woord en de prediking daaruit tot stand brengt in het denken en willen en in het hart en leven van de leden van de gemeente, zowel bij jong als oud.
Dan belt de ouderling voor huisbezoek en zegt men: "Je mag wel komen, maar je moet alvast weten ..."
Ouderlingen hebben als lid van de kerkenraad een bijzonder mooie taak: zij zijn verantwoordelijk voor de opbouw van de gemeente. Zij dragen de zorg voor de gemeente als gemeenschap. Zij zorgen ervoor, met vorming en toerusting, dat de gemeente haar pastorale en missionaire roeping kan vervullen. Samen met de predikant is hen bovendien de herderlijke zorg voor de gemeente toevertrouwd.
Kerkelijke Organisatie en Beheer
Ten aanzien van de kerkvoogd die géén ambtsdrager is, gelden de bepalingen van ordinantie 3 omtrent verkiesbaarheid, verkiezing, zittingstijd en herkiesbaarheid (ord. 3-14). Gemeenten die op 30 april 2004 nog niet tot aangepast beheer waren overgegaan en tevens genoemd staan op de lijst van het arrest van de Hoge raad van 19 december 2003, hoeven voorlopig niets te doen. Zij kunnen tot 2024 het vrij beheer voortzetten volgens het voor hen geldende reglement dat op 1 mei 2004 van kracht was. Inschrijving van de plaatselijke gemeente in het register van de Kamer van Koophandel is niet nodig.
De generale synode heeft alle gemeenten geadviseerd over te gaan tot het opheffen van de plaatselijke stichtingen vermogensbeheer. Nu het beheer van kerkelijke gelden en goederen in de kerkorde is geregeld, is er geen reden meer om daarvoor deze stichtingen te laten voortbestaan. Dit wordt ondersteund door een stappenplan voor het opheffen van stichtingen vermogensbeheer.
De Rol van de Predikant
Aan onze gemeente is sinds 15 september 2021 verbonden ds. P.D. van den Boogaard. De omvang van de predikantsplaats is 8/12e deel (66%) van de volledige werktijd. De hoofdtaken van de predikant zijn de Woordverkondiging, catechese en de herderlijke zorg (pastoraat). Daarnaast zijn er andere taken in de gemeente die aandacht vergen: het schrijven van het kerkblad, het doornemen van documenten zoals de kerkorde, voorbereidingen van begrafenisplechtigheden en huwelijksdiensten etc.. Naast de werkzaamheden in de gemeente, wordt de predikant geacht werkzaamheden voor de classis en de synode te verrichten. De taakverdeling van de predikant ligt vast in een werkplan.
De Diaconale Opdracht
De diaconale opdracht van de gemeente komt voort uit de roeping tot navolging van Christus, de grote Diakonos: ‘want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet’ (Joh. 13:15, over de voetwassing). Van de eerste christengemeente staat geschreven: ‘En allen die geloofden waren bijeen en hadden alle dingen gemeen. En zij verkochten hun goederen en have en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had’ (Hand. 2:44-45). Een hart dat betrokken is bij de nood van anderen is dus nodig. Dit is gericht op de gemeenteleden (de ‘huisgenoten des geloofs’, Gal.). Vanuit de ‘diaconale’ gestalte van de gemeente is door God het bijzondere ambt ingesteld om dit ook te structureren: de diakenen. Deze diakenen werken zowel binnen als namens de gemeente. Over het ontstaan van dit ambt kunnen we lezen in Handelingen 6. Het bleek dat de apostelen onvoldoende aandacht konden geven aan de materiële behoefte van een deel van de gemeente. Om hier toch aandacht aan te kunnen geven, en tegelijk niet te bezuinigen op de Woordverkondiging, werden er ambtsdragers verkozen voor de dienst van de barmhartigheid. Er kwamen zeven diakenen, onder wie Stephanus.