Een dominee, ook wel pastor of dienaar van het woord genoemd, bekleedt een voorgangersambt binnen de kerkelijke gemeenschap. Hoewel het niet per se fout is om met mensen te bidden, bijvoorbeeld bij een begrafenis of huwelijk, kan een dominee die volledig buiten de kerk om actief is en niet benadrukt dat mensen uit hun dagelijks leven Christus willen volgen, problemen veroorzaken. Zelfs als dit resulteert in hernieuwde interesse in de kerk en terugkeer van leden, is de kern van de zaak belangrijk.
Wanneer het doel van gebed niet God centraal stelt, maar het menselijke gevoel, dan is dit problematisch. Hoewel er uitzonderingen kunnen zijn waarbij strikte regels niet bevorderlijk zijn en de intentie van voorgangers goed is, is het niet juist om de almachtige God te gebruiken voor een vleugje religiositeit.
Kerkelijk vastgoed: bezit, onderhoud en verhuur
Door de jaren heen heeft de kerkelijke gemeente diverse bezittingen in onroerend goed verworven. Naast het eigen kerkgebouw kan dit gaan om een zalencentrum, een dienstwoning voor de predikant, of andere woningen in eigendom. Onroerend goed vereist voortdurend onderhoud en investeringen, zeker in een tijd waarin verduurzaming van woningen steeds belangrijker wordt. De vraag is of kerken deze kosten nog kunnen en willen dragen.
Hoewel onroerend goed een solide belegging is gebleken, is het belangrijk om als kerk de waarde van dit bezit te waarderen. Wanneer een woning leeg komt te staan, is het van belang om goed te overwegen of tijdelijke verhuur een optie is, rekening houdend met de geldende voorwaarden. Dit geldt ook voor een dienstwoning die leeg komt te staan.
Overwegen kerken of de woning in de toekomst nodig zal zijn voor een predikant als arbeidsvoorwaarde, of wordt deze verkocht en vervangen door een meer courante woning? Of wordt ingezet op verkoop of permanente verhuur?
In de afgelopen jaren, mede door lage rentestanden, hebben kerken soms extra onroerend goed aangekocht als belegging. De opbrengsten uit huur kunnen bijdragen aan de exploitatie van de kerk. Het is echter cruciaal voor de ANBI-status van de gemeente dat de opbrengsten (minimaal 90%) daadwerkelijk aan de doelstellingen van de gemeente worden besteed. Het is daarom aan te raden om het bezit van onroerend goed goed vast te leggen in het eigen beleidsplan.
Juridische aspecten van verhuur door kerken
Woningen die door de kerkelijke gemeente zelf worden verhuurd, vallen in principe onder het civiele recht, oftewel de huurwet, en maken geen deel uit van het kerkrecht. Een uitzondering hierop is de bewoning van de pastorie door de gemeentepredikant. Deze verhuur wordt geregeld via de arbeidsvoorwaarden van de predikant en moet zijn opgenomen in de beroepsbrief.
Ook voor de verhuur van een dienstwoning aan een kerkelijk medewerker, zoals een koster, zijn collectieve afspraken gemaakt, onder andere over de huurprijzen. Deze zijn opgenomen in de jaarlijkse arbeidsvoorwaardenregeling voor kerkelijk medewerkers. Alle vormen van particuliere verhuur door de kerk vallen onder de algemene wet- en regelgeving; de kerk heeft hierin geen uitzonderingspositie.
Bij de aankoop van woningen wordt de kerk beschouwd als een derde partij die opereert op de onroerendgoedmarkt. Met de nieuwe huurwet, die per 1 juli 2024 is ingegaan, worden tijdelijke huurovereenkomsten beperkt; overeenkomsten voor onbepaalde tijd zijn de norm.

Uitzonderingen en alternatieven voor tijdelijke verhuur
Er zijn enkele uitzonderingen op de nieuwe huurwet mogelijk. Een beroep op de leegstandwet kan uitkomst bieden als een woning tijdelijk leeg staat, met toestemming van de burgerlijke gemeente. Het is echter de vraag of deze uitzondering aantrekkelijk is voor gemeenten. Tijdelijke verhuur van een dienstwoning totdat een nieuwe predikant of koster is gevonden, valt doorgaans niet onder deze categorieën.
Een andere mogelijke oplossing is het verhuren van de woning aan statushouders, waarbij projecten zoals 'De Thuisgevers' kunnen bemiddelen. Bij het aangaan van particuliere verhuur is er sprake van externe verhoudingen, anders dan bij de bewoning van de pastorie door de predikant.
In deze externe situaties geldt de Wet Gelijke Behandeling. Dit betekent dat de kerk, op gelijke voet met anderen, contracten afsluit. Een kerk mag bijvoorbeeld niet eisen dat een schoonmaakster lid is van de kerk; iemand met een andere geloofsovertuiging kan ook in aanmerking komen voor dergelijke werkzaamheden.
Er is ook een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens over een Doopsgezinde Gemeente die huurwoningen specifiek wilde toewijzen aan jongeren met een doopsgezinde achtergrond; dit werd beschouwd als verboden discriminatie.
Het is essentieel om u juridisch goed te laten voorlichten bij het afsluiten van een nieuwe huurovereenkomst. Denk niet te snel dat een overeenkomst voor onbepaalde tijd geen problemen oplevert, bijvoorbeeld door een gemeentelid tijdelijk in de pastorie op te vangen.
Verduurzaming en goed verhuurderschap
Verduurzaming wordt ook voor huurwoningen steeds belangrijker. Sinds 1 januari 2015 is een energielabel verplicht bij woningoverdracht, zowel voor koop als huur. Het is daarom verstandig om de status van de eigen woningen op dit vlak na te gaan. De overheid stimuleert het terugdringen van ongunstige energielabels, ook voor particuliere verhuur.
Het is raadzaam om tijdig een plan op te stellen voor woningen met een ongunstig energielabel. Daarnaast stuurt de overheid aan op goed verhuurderschap en zijn er richtlijnen van kracht. Het is belangrijk hiervan kennis te nemen en ernaar te handelen.
De uitdagingen van het regelen van een dominee voor een huwelijk
Het regelen van een dominee voor een huwelijk kan complex zijn, zoals blijkt uit de ervaringen van een stel dat in verschillende kerkverbanden is opgegroeid en nog nergens definitief bij is aangesloten. Ze ondervonden weerstand bij kerken waar ze regelmatig kerken.
De oorspronkelijke kerk had geen dominee meer, en de kerk van de vriend weigerde hen te trouwen omdat ze op verschillende dagen in het gemeentehuis trouwden en de kerkelijke bevestiging hielden. Dit dwong hen om buiten deze kerken naar een dominee te zoeken.
De twee PKN-dominees die ze benaderden, wezen het verzoek af. De ene kerkenraad deed dit zonder opgaaf van reden. De andere dominee gaf aan dat het niet goed is om overhaaste beslissingen te nemen, maar nog minder om te trouwen zonder te weten waar men van plan is te gaan kerken.
Bij de HHK kon het uiteindelijk wel, maar alleen onder de voorwaarde dat het doopbewijs werd ingeleverd om op papier aan te sluiten bij die gemeente. Dit, in combinatie met het feit dat ze er regelmatig kerken, was doorslaggevend. Er wordt dus een kerkelijke binding vereist, en bij voorkeur een belofte om bij dat kerkverband te blijven.
De conclusie van het stel is dat mensen ernstig verstrikt raken in hun kerkverband. Ze ervaren dat kerken soms denken: 'Een nieuw, jong stel is welkom voor de financiële bijdrage, maar als ze daarna verhuizen, hebben we er niets meer aan.' Dit leidde tot de opmerking dat men de kerk soms kan huren voor 400 euro, wat doet denken aan de geldwisselaars in de tempel.
Reacties en perspectieven op kerkelijke binding
Een reactie op dit verhaal benadrukt dat het niet goed is om te trouwen zonder te weten waar men van plan is te gaan kerken, en dat aansluiting bij een kerkelijke gemeente verwacht mag worden. De opmerking dat mensen verstrikt zitten in hun kerkverband wordt als ongepast beschouwd.
De uitspraak "Een kerk zonder dominee is geen kerk" wordt als merkwaardig ervaren, aangezien er tal van voorbeelden zijn van stelletjes die na verloop van tijd nergens meer aan deden. Het huren van een kerk voor 400 euro wordt gezien als de kosten voor een dominee en gebouw, zonder verdere binding. Leden die in hun eigen gemeente trouwen, betalen geen huur.
De vraag wordt gesteld of het werkelijk om de zegen van de Heer gaat, niet alleen voor de huwelijksdag, maar voor het hele leven.
De residentieplicht en huisvesting van predikanten
Voor het goed functioneren van een predikant is het belangrijk dat deze zich vestigt in de leefomgeving van de gemeenteleden en woont in een huis met passende woon- en werkruimte. Volgens de ordinantie 3-16-3 moet een fulltime predikant in principe binnen de gemeentegrenzen wonen (residentieplicht).
De gemeente is verplicht een ambtswoning aan te bieden en de predikant dient deze te bewonen (woonplicht). Voor parttime predikanten geldt geen residentieplicht, maar indien zij binnen de gemeentegrenzen kunnen wonen, geldt de plicht voor de gemeente om een ambtswoning aan te bieden.
De woonruimte is passend wanneer woongenot en gebruikskosten overeenkomen met wat maatschappelijk gangbaar is. De predikant betaalt een woonbijdrage aan de gemeente, berekend als percentage van de WOZ-waarde, met een minimum bij lage WOZ-waarden. Bij zeer hoge WOZ-waarden kan gekozen worden voor de opting-in-regeling.
De woonbijdrage ligt doorgaans onder de commerciële huurwaarde. De Belastingdienst past een fiscale bijtelling toe voor het woongenot van de ambtswoning, maar de betaalde woonbijdrage mag worden afgetrokken.
Afwijkingen van de woonplicht en financiële afspraken
In overleg met de predikant kan van de algemene regel worden afgeweken dat de gemeente woon- en werkruimte aanbiedt. Predikanten kunnen er vanwege persoonlijke omstandigheden belang bij hebben in eigen huisvesting te voorzien, door in het eigen huis te blijven wonen of een huis te kopen of huren in de nieuwe gemeente. In dit geval is de gemeente ontslagen van verplichtingen rond woonruimte, en draagt de predikant alle woonkosten.
Het huren of kopen van geschikte huisvesting kan kostbaar zijn. Voor financiële details over de ambtswoning wordt verwezen naar de Uitvoeringsbepalingen en de Gids Arbeidsvoorwaarden.
Volgens de traktementsregeling zijn gemeenten verplicht een ambtswoning aan te bieden, tenzij de predikant zelf een huis wil kopen of huren. Gezamenlijk eigendom van een woning door gemeente en predikant wordt sterk ontraden. Ook het verstrekken van een goedkope lening door de gemeente aan de predikant is niet toegestaan, tenzij met voorafgaande toestemming van het classicale college voor de behandeling van beheerszaken.
Het is belangrijk om het thema huisvesting tijdig te bespreken met de beroepingscommissie en het college van kerkrentmeesters. Indien er een pastorie is, kan deze vaak opgeknapt of aangepast worden. Het is raadzaam duidelijke afspraken te maken over de oplevering van de ambtswoning, waarbij de predikant doorgaans zelf zorgt voor de inrichting, waarvoor een vaste vergoeding wordt ontvangen.
Verhuur van kerkgebouwen: actieve versus passieve verhuur
Incidentele verhuur aan diverse partijen wordt vaak geregeld door kosters in samenspraak met de Commissie van Beheer of Bestuursraad. Bij verhuur aan een partij kan meer structuur in afspraken vereist zijn.
Een kerk uit Utrecht kwam in het nieuws omdat zij weigerde haar kerkgebouw aan een organisatie te verhuren. Dit roept de vraag op of dit uw kerk ook kan overkomen.
Er is een belangrijk verschil tussen actieve en passieve verhuur. Bij actieve verhuur wordt het gebouw beschikbaar gesteld aan derden met als doel inkomsten te genereren uit exploitatie. Kerken mogen echter bepaalde activiteiten weigeren die in strijd zijn met de aard van het gebouw.
Een kerk mag dus vooraf criteria voor verhuur publiceren en activiteiten uitsluiten die niet passen bij de aard van het gebouw of de kerkelijke gemeente. De nadruk moet niet liggen op commerciële verhuur.
In een kerk waar Jezus en de Bijbel centraal staan, is het kerkgebouw het middelpunt van zondagse erediensten. Voor activiteiten op andere momenten kan het gebouw of enkele zalen worden verhuurd aan mensen buiten de gemeente, bijvoorbeeld voor lezingen, vergaderingen, presentaties of concerten. De kerkenraad hanteert hierbij het beleid dat het gebouw alleen beschikbaar wordt gesteld voor activiteiten die niet in strijd zijn met de geloofsovertuiging of met activiteiten in de gemeente.

De kwestie van een leegstaande pastorie: huurders uitzetten
De Hervormde Gemeente Siddeburen-Steendam-Tjuchem bezit een pastorie. In het verleden woonde de predikant er, maar de predikant die er tussen 2010 en 2017 werkte, woonde er niet. De vraag is wat te doen met een leegstaande pastorie.
De gemeente verhuurde de pastorie voor onbepaalde tijd aan een huurder die in een scheiding verwikkeld was, twee kinderen had en haar sociale leven in de woonplaats speelde. De kerk wilde de vrouw helpen.
De huurovereenkomst startte op 1 november 2013. In 2020 liet een bestuurder van de kerk aan de huurder weten dat de kerk op zoek was naar een nieuwe predikant en dat de huurovereenkomst zou eindigen zodra deze gevonden was. De kerk stelde de huurder op de hoogte van de beëindiging van de huurovereenkomst, met als reden dat de woning zelf gebruikt wilde worden ten behoeve van een nieuw te benoemen predikant.
De rechtsbijstandsverzekeraar stuurde op 28 september 2021 een aangetekende brief naar de huurder waarin de opzegging van de huurovereenkomst per 2 november 2021 werd gemeld. In de tussentijd had de kerk een nieuwe predikant beroepen, die in de benoemingsbrief van 11 juni 2021 de pastorie per 1 november 2021 ter beschikking gesteld kreeg.
De huurder vertrok niet. De kerk startte een procedure, waarbij de huurder tegenvorderingen instelde om gebreken te laten herstellen en de huurprijs te verlagen. De kantonrechter oordeelde dat de kerk onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij het gehuurde zo dringend nodig had voor eigen gebruik. Er was feitelijk geen sprake meer van een âdienstwoningâ, en de kerk had niet onderbouwd dat de functie van predikant alleen vanuit het adres van de pastorie kon worden uitgevoerd.
Het 'toezeggen' van de pastorie in de benoemingsbrief aan de nieuwe predikant was onvoldoende zwaarwegend. De vorderingen van de Hervormde Gemeente werden afgewezen, terwijl de tegenvorderingen van de huurder werden toegewezen. De gemeente zal dus andere woonruimte moeten vinden of een regeling moeten treffen met de huurder.
Lering uit de zaak Siddeburen-Steendam-Tjuchem
Het kerkrecht is een eigen rechtsgebied met specifieke regels, dat echter nauw aansluit bij het huurrecht en vastgoedrecht. Hoewel het soms gunstig kan uitpakken voor een kerkgenootschap, pakte het in deze zaak niet goed uit.
Dit betekent niet dat kerken geen pastorie tijdelijk meer kunnen verhuren. De kerk in Siddeburen heeft echter niet handig geopereerd; de contractuele afspraken uit 2013 hadden duidelijker vastgelegd kunnen worden. Constructief overleg met de huurder in 2020 had ook tot minnelijke afspraken kunnen leiden.
Het is nog steeds mogelijk een pastorie te verhuren, mits de afspraken helder worden vastgelegd. Het huurrecht biedt voldoende ruimte om tijdelijk te verhuren (maximaal twee jaar) zonder huurbescherming. De meeste kerken vinden binnen deze periode een nieuwe predikant.
De financiële bijdrage aan kerk-zijn
De kerk is een plek waar geloof gedeeld wordt, waar rust en verdieping gevonden wordt, en waar men elkaar ondersteunt. Ook dit jaar wordt vorm en inhoud gegeven aan het samen kerk-zijn. De aanwezigheid van zoveel mensen bij elkaar wordt gewaardeerd.
Het omzien naar elkaar en van betekenis zijn is belangrijk. Hoewel de waarde van de kerk niet in geld is uit te drukken, kost kerk-zijn geld. Denk hierbij aan de huur van kerkgebouwen en de salarissen van predikanten, organisten en pastoraal werkers.
Het toezeggen van een jaarbedrag helpt de kerkrentmeesters bij hun planning. De hoop wordt uitgesproken dat de kerk gesteund zal blijven worden.
Dominee te huur: een nieuw fenomeen
Een nieuw verschijnsel is de dominee te huur. Trouwlustigen kunnen een dominee inhuren voor huwelijken. Ook bij rouw, wanneer er geen kerkelijke binding was, kan een geestelijke worden gevraagd een nette teraardebestelling te verzorgen. Zelfs voor een doop kan de dominee zich verhuren.
Dit blijkt zelfs interreligieus toepasbaar, waarbij men mensen van dienst wil zijn die geen kerkelijke binding hebben, maar wel een religieuze invulling aan hun leven geven.
Kosten en ethische overwegingen
De kosten voor zo'n dienst variëren: 400 euro voor een rouwdienst, 350 euro voor een doop. Wie niet kan betalen, wordt tegen aangepast tarief of gratis bediend. Ook voor pastoraat kan men bij deze geestelijken terecht, vaak via internet.
Hierbij wordt ingespeeld op het voortgaande proces van individualisering, waarbij geloof losgemaakt wordt uit de kaders van de Bijbel. De gemeente is een door God ontworpen gemeenschap, waarin men elkaar draagt, corrigeert en troost. Individualisme heeft zich losgemaakt van die gemeenschap, met vervreemding tot gevolg.
Toch blijft er een honger naar God, die op belangrijke momenten gestild wordt. Het advies is om, wanneer men zich bewust is van deze geestelijke honger, aan te kloppen bij kerken en geloofsgemeenschappen, waar bewogen broeders en zusters de weg ten leven kunnen wijzen.