Evangelische Kerken: Iedereen een Kind van God?

Fundamenteel voor ons begrip van God is dat hij een liefhebbende Vader is voor alle mensen. Dit is het hart van het evangelisch geloof: dat God alle mensen liefheeft als zijn kinderen, allen wil redden, en in Christus voor allen gestorven is. Toch wordt het universele ouderschap van God door vele christenen, met name reformatorische, maar ook baptisten en evangelische, niet beleden. Alleen de uitverkorenen of wedergeboren christenen worden dan gezien als aangenomen kinderen van God. Hoewel er bijbelteksten zijn die dat suggereren, is het de hoop om aan de hand van de Bijbel aan te tonen dat ieder mens een kind van God is.

De Bijbelse Basis voor Ouderschap

De Bijbel biedt diverse passages die het concept van God als Vader en mens als kind ondersteunen.

Schepping en Beeld van God

In Genesis 1:26-27 staat geschreven: “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; … En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.” Interessant is dat de woorden ‘beeld’ en ‘gelijkenis’ ook worden gebruikt om de relatie tussen Adam en zijn zoon Seth te beschrijven in Genesis 5:3: “Adam leefde honderddertig jaar, en verwekte een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld; en hij gaf hem de naam Seth.” Gemaakt zijn naar beeld en gelijkenis is dan ook “een oude manier is om te zeggen: “Dit zijn mijn kinderen”. Het is een bijzondere manier om ouderschap aan te duiden.

Kolossenzen 1:15 beschrijft Jezus als het perfecte beeld van God: “Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.”

God als Schepper en Vader

Deuteronomium 32:6 stelt: “Is dit uw antwoord aan de heer? Hoe komt u zo dwaas? Waar is uw verstand? Is hij niet uw vader, uw schepper? Hij heeft u gemaakt, hij riep u tot leven.” Maleachi 2:10 voegt hieraan toe: “Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen wij dan trouweloos, eenieder tegen zijn broeder, door het verbond met onze vaderen te ontheiligen?”

Jakobus 3:9 benadrukt de inconsistentie in ons gedrag: “Met de tong loven wij God en de Vader, en vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn.” Handelingen 17:28 citeert: “Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkele van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht.”

Efeziërs 4:6 vat dit samen: “Eén God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.”

Illustratie van de schepping van de mens, met de nadruk op het beeld van God.

De Taal van Familierelaties

In de afgelopen jaren hebben een aantal geleerden het standpunt ingenomen dat “het beeld en de gelijkenis van God” de taal is van familierelaties. Graeme Goldsworthy stelt bijvoorbeeld dat “beeld en gelijkenis termen zijn van zoonschap”. John Dickson schrijft dat “het beeld van God betekent dat mannen en vrouwen in een kinderlijke relatie tot God staan; zij zijn als het ware zijn nakomelingen.

Het Nieuwe Testament en het Kindschap van God

Het Nieuwe Testament spreekt over christenen die kinderen van God worden. Lucas 15:18-19 beschrijft de gelijkenis van de verloren zoon: “Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. En ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden. Maak mij als één van uw dagloners.”

Hoewel de zoon weet dat zijn vader nog steeds zijn vader is, en hem ook als zodanig aanspreekt, ziet hij terecht in dat hij niet heeft gehandeld zoals een zoon betaamt - dat hij het niet verdient om een zoon genoemd te worden, of als een zoon behandeld te worden. Vanuit zijn perspectief heeft hij het gevoel dat hij zijn plaats in de familie heeft verspeeld en dat hij nu alleen nog maar kan hopen dat hij een knecht wordt. Om dit op onze vraag toe te passen: iedereen is wel eens van God weggelopen en heeft zich niet gedragen zoals kinderen van God betaamt - we hebben niet in een gezonde relatie met Hem geleefd. Maar aangezien het onmogelijk is om onze biologische band met onze ouders en broers en zussen te verliezen, is het logisch om te geloven dat het onmogelijk is om onze bovennatuurlijke band met onze Vader en Broer te verliezen. Maar, net als de verloren zoon, kunnen we pas echt genieten van de voordelen van het behoren tot Zijn familie als we tot bezinning komen; als we ons realiseren dat we Hem nodig hebben; als we terugkeren naar huis.

Wat Betekent het om ‘Kind van God’ te Zijn?

De uitdrukking ‘kind van God’ wordt vaak gebruikt in de kerk, ook in kinderliedjes. We leren deze liedjes graag aan onze kinderen, want ze mogen weten dat ze kind van God zijn, net zoals wij dat voor onszelf mogen weten. Een kind van God kan een jongen of meisje van 5 zijn, maar ook iemand van 80. Kinderen van God zijn er in alle leeftijden. Want kind van God zijn betekent zoiets als: je hebt een relatie met God.

Tegelijk kan het gebeuren dat zo’n term uitgesleten raakt en gewoon wordt. Je hoort het en denkt er verder niet over na. Misschien verwonder je je er niet eens meer over dat je kind van God mag zijn. Dit kan het geloof als geheel hol maken.

1 Johannes 3:1 zet ons op dit spoor: ‘Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook.’ Hier klinkt verbazing in door. Johannes steekt zijn verwondering niet onder stoelen of banken. Deze tekst heeft de kleur van: mensen, wat ik nu ga vertellen, dat is nog eens heerlijk evangelie, want moet je horen: wij zijn kinderen van God! God heeft ons in zijn liefde dat kindschap gegeven.

Een afbeelding die de verbinding tussen gelovigen en God symboliseert.

De Ontwikkeling van het Kindschap in Gods Geschiedenis

Was Johannes, als Jood en deel van het volk van God, niet al vanaf zijn geboorte kind van God? De analyse suggereert van niet. Pas vanaf Pinksteren kunnen we spreken van het bestaan van kinderen van God. Was er dan een tijd dat God geen kinderen had? Zeker, waarom zou Johannes zich anders zo verbazen? Als we de Bijbel op dit punt onderzoeken, wordt duidelijk: er is een tijd geweest dat God geen kinderen had. En wij leven in de tijd dat God wel kinderen heeft. Er gebeurt echt wat in Gods geschiedenis, er veranderen dingen.

Zo is het ook met Gods liefde: zonder iets te zeggen over het beginstadium van Gods liefde, kun je stellen dat die toeneemt in de geschiedenis. In 1 Johannes 3:1 hoor je Johannes’ verbazing: ‘Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken!’ Gods liefde kon nog groter worden dan Johannes al dacht.

In hoofdstuk 4:9-10 zegt Johannes wat de liefde van God is: ‘En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.’ Juist door deze liefde kunnen mensen kind van God worden. Door Jezus. Door geloof in Jezus.

In zijn evangelie zegt Johannes: ‘Wie hem ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden’ (Johannes 1:12). Hoe werkt dat dan? 1 Johannes 5:1 zegt: ‘Ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren.’ Kinderen van God zijn zij die door geloof verbonden zijn aan Christus.

Kinderen van God in het Oude Testament

Dit betekent dat voor Jezus’ komst op aarde er geen kinderen van God konden zijn. Dit klinkt misschien vreemd, toch is het zo. Voordat Jezus op aarde kwam, voor Pinksteren, had God één Zoon en verder geen kinderen. Dit kan worden opgemerkt in de Catechismus (Zondag 9): ‘De eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, is om zijn Zoon Christus, mijn God en mijn Vader.’ God heeft kinderen gekregen via Jezus, via het werk van Jezus.

Maar dan kunnen de gelovigen in het Oude Testament geen kinderen van God genoemd worden. En als we dat onderzoeken, blijkt ook dat dit niet gebeurt. Als we kijken naar een aantal mensen met wie God heel nauw omging, ontdekken we dat Hij hen geen kind noemt.

  • Adam en Eva: zij zijn onderkoningen van God op aarde en God wandelt door de hof en spreekt met hen.
  • Noach: de Bijbel zegt dat hij rechtvaardig en onberispelijk was en dat hij met God wandelde.
  • Abraham: hoewel de Here ook met hem heel vertrouwelijk omgaat en een verbond met hem sluit, wordt Abraham niet Gods kind genoemd; de Bijbel noemt Abraham Gods vriend.
  • Mozes: God sprak met hem als met een vriend, hij wordt nergens kind van God genoemd.
  • David: hij heet ‘de man naar Gods hart’, maar noemt zich in zijn Psalmen nergens kind van God.

Wel kom je in de Bijbel de uitdrukking ‘kinderen Israëls’ tegen. Dus kinderen van Israël, kinderen van Jakob. Maar kinderen van God durfden de Israëlieten zich niet te noemen. God is immers de Heilige, de grote Schepper van hemel en aarde.

Wanneer God spreekt in termen van vader en kind, heeft Hij het over zijn volk. Geen individuen, maar het volk Israël als geheel. Israël is Gods Zoon (in Hosea 11:1: ‘Toen Israël nog een kind was, had ik het lief; uit Egypte heb ik mijn zoon weggeroepen.’, terugverwijzend naar Exodus 4:22) en soms Gods dochter (in Ezechiël 16). God is Israëls Vader.

De Komst van Christus en het Nieuwe Kindschap

Er zal een tijd komen, zegt God al in het Oude Testament, dat dit gaat veranderen. Er komt een tijd dat Hij zich Vader laat noemen en dat Hij de mensen met wie Hij een relatie heeft kind zal noemen. Dat is Hosea 1:10. De profeet Hosea moest zeggen dat Israël niet meer Gods volk was vanwege zijn zonden. Maar God gaat daar ook weer een keer in brengen: ‘Maar eens zullen de kinderen van Israël talrijk zijn als zandkorrels aan de zee, die niet te meten en niet te tellen zijn.’ En die tijd is gekomen met Christus.

De apostel Paulus zegt tegen de Galaten: ‘Want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God’ (Galaten 3:26). Nog preciezer, die tijd is gekomen met Pinksteren. Want het is de Heilige Geest die ons de Vadernaam leert uitspreken: ‘En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept’ (Galaten 4:6). In Romeinen 8:14-16 zegt Paulus het uitgebreider: ‘Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.

De Toekomst van het Kindschap

Na 1 Johannes 3:1 gaan we nu luisteren naar vers 2: ‘Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is.’ Hier staat dat we als gelovigen van nu kinderen van God zijn. In Christus, door zijn Geest. Dat wisten we ook wel. Alleen we zagen dat dit niet altijd zo geweest is: Gods relatie met de gelovigen in het Oude Testament was die van de heilige God met zijn volk, en met een enkeling (Abraham, Mozes) die van vertrouwde vrienden.

Ook toen al hield God heel veel van de mens. Maar God heeft nog meer de diepte van zijn liefde laten zien in het sturen van zijn Zoon. Gods liefde is nog meer openbaar geworden toen Hij de gelovigen ging aannemen als kinderen. Je houdt immers meer van je kind dan van een vriend, dat is de bloedband. Zo neemt de openbaring van Gods liefde toe in de geschiedenis. De bekendheid van Gods liefde neemt toe door de tijd heen. Gods liefde kon blijkbaar nog groter worden dan eerst werd gedacht.

Maar het wordt nog mooier, de top is nog niet bereikt. Johannes zegt: ‘Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is.’ Wat betekent dit? Je ziet dat het van minder naar meer gaat: Gods relatie met de mens gaat van vriend, naar kind, naar meer! Wat dat ‘meer’ is, kan men op verschillende manieren interpreteren:

  • Koningschap en Erfgenaamschap: Men kan denken aan het als koningen met de Here Jezus over de aarde heersen. Hierin zit het herstel van de paradijssituatie, maar ook het ‘meer’: in het paradijs was de mens onderkoning onder God, straks mogen de gelovigen koningen zijn naast Christus. Hierin zit ook de notie van erfgenaam zijn: de gelovigen zullen de nieuwe hemel en aarde beërven.
  • Huwelijk met God: Men kan bij het ‘meer’ van 1 Johannes 3:2 ook denken aan een huwelijk. Wat wij zullen zijn: de vrouw van God, van Christus. De Bijbel beschrijft op veel plaatsen de relatie tussen God en zijn volk als een huwelijk. In het Oude Testament al, heel mooi in het eerdergenoemde Ezechiël 16. Maar ook in het boek Hosea: ‘Ik zal je voorgoed tot mijn vrouw maken, ik zal je hecht aan mij verbinden, door liefde en ontferming’ (Hosea 2:19). En: ‘Mijn vrouw zul je zijn, want ik beloof je trouw, en jij zult de HEER toegewijd zijn’ (Hosea 2:20). In het Nieuwe Testament neemt dit spreken van God in termen van een huwelijk steeds meer de vorm van een realiteit aan. Het wordt steeds minder beeld en steeds meer echt.

Zal de relatie van God met de mens gaan van vriend, naar kind, naar huwelijk? Dat lijkt misschien vreemd, trouwen met je kind, maar wie Ezechiël 16 leest ziet dat God de relatie met zijn volk juist zo beschrijft: Hij neemt een bijna dood vondelingetje aan tot zijn dochter en wanneer ze volwassen is geworden trouwt Hij haar. Gaat de relatie van God met de mens van vriend, naar kind, naar huwelijk? Is het daarom ook dat er in het koninkrijk van God geen huwelijk tussen mensen meer zal bestaan? Is dat om vrij te zijn voor God, heeft ieder dan een soort huwelijksrelatie met God? En dan op de manier zoals God het huwelijk bedoeld heeft: echte zielsverwantschap. Maar als dat zo is, dan begrijpen we ook waarom er staat dat we aan Christus gelijk zullen wezen. Niet dat het verschil tussen God en mens wordt uitgewist, dat nooit. Maar wel dat we een relatie met God mogen hebben zoals Christus. In de drie-eenheid lijkt ruimte te zijn voor meer; God wil zijn liefde echt delen met de mens. God zoekt naar omgang met de mens op de meest intieme manier. En hoe wonderlijk is dat! De grote God, die van eeuwigheid is en tot in eeuwigheid zal bestaan, de almachtige Schepper van hemel en aarde, die God verbindt zich steeds inniger met de mens. Met u, jou en mij.

Een symbolische weergave van de drie-eenheid en de intieme relatie met de mens.

Praktische Toepassingen

De verwondering over wat het betekent kind van God te zijn, is heerlijk evangelie. Twee praktische toepassingen voor vandaag:

1. Vanuit de Catechismus

De eerste helft van Zondag 9 van de Catechismus hebben we gehad: de almachtige Schepper is door Christus mijn God en mijn Vader. De tweede helft zegt dat je er juist daarom van op aan kunt dat God in alles voor je zorgt. Ja, zelfs dat Hij moeiten gebruikt of ombuigt tot iets goeds. Hij kan dat als almachtig God en Hij wil het ook als trouw en liefdevol Vader.

2. Vanuit 1 Johannes

De verzen 1-2 van hoofdstuk 3 staan in een bepaald verband; het gaat in 2:28-3:10 over rechtvaardig leven: doen wat goed is, leven naar Gods geboden, niet zondigen. Dat laatste wil zeggen: niet leven in zonde; in zonde vallen is wat anders en Johannes weet dat dit kan gebeuren in het leven van een christen (zie 1:8-9). Maar wanneer er in hoofdstuk 3:6 staat: ‘Ieder die in Christus blijft, zondigt niet’, dan betekent dit dat je de strijd niet opgeeft. Dat je het niet normaal gaat vinden dat je nu eenmaal zondigt. En in dit kader duiken dan die mooie verzen 3:1-2 op. Oftewel, onze motivatie om te doen wat goed is en te leven naar Gods geboden, is de liefde van God voor ons. Dit gaat over levensheiliging en heeft alles te maken met het leven in de laatste dagen voor Christus komst.

Hoofdstuk 2:28 zegt: zorg dat je vrijmoedigheid hebt en niet beschaamd hoeft te staan bij zijn komst. Ons leven is een laatste voorbereiding op het wonderlijk intieme leven met God straks. Het gaat van vriend, naar kind, naar meer. Bereid je daarop voor. Hoe? Door je dit alles realiserend elke dag als kind van God te leven.

De Nuance: Is Iedereen Echt een Kind van God?

Er is een discussie gaande over de vraag of iedereen, ongeacht geloof, een kind van God is. Sommigen stellen dat dit een gevaarlijke leer is die de waarheid van het evangelie ondermijnt.

Het Argument van ‘Algemene Genade’

In zekere zin, ja. Elk mens is door God gemaakt en in dat opzicht Gods ‘kinderen’. In bepaalde contexten kan er zo over gesproken worden. Als we een verbinding willen maken met on- en andersgelovigen, kan het volstrekt oké zijn om mensen eraan te herinneren dat we allemaal schepsels, nakomelingen, kinderen van God zijn. Dat we oorspronkelijk gemaakt zijn naar Gods beeld. Dat dat nog steeds de bedoeling is voor iedereen, hoe ver van God ook. Paulus doet precies dit in Athene (Hand. 17:28), waar hij appelleert aan hun gemeenschappelijke godsbesef en een dichter citeert: ‘Uit hem komen ook wij voort.’ Dit wordt ook wel ‘algemene genade’ genoemd: goede dingen die God in mensen zonder geloof heeft gelegd. Dit kan een startpunt zijn om uiteindelijk te komen bij ‘bijzondere genade’: vergeving van zonden als mensen zich bekeren, geloven en hierin volharden.

Het Striktere Bijbelse Perspectief

In striktere zin, nee. Het bijbelse kindschap van God is geen aangeboren eigenschap, maar een gevolg van wedergeboorte en geloof in Jezus Christus. Johannes is hier duidelijk in: “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven” (Johannes 1:12). Dit impliceert dat het kindschap verkregen wordt, niet automatisch bezeten.

Paulus is net zo duidelijk: “Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus” (Galaten 3:26). Jezus zelf maakt onderscheid tussen “kinderen van het Koninkrijk” en “kinderen van de duivel” (Joh. 8:44).

De boodschap dat iedereen al een kind van God is, kan de noodzaak van bekering en geloof in Jezus Christus ondermijnen. Het gevaar bestaat dat dit leidt tot een valse hoop die geen redding brengt.

Een weergave van de Bijbel als bron van waarheid, met de nadruk op de noodzaak van geloof.

Navolging als Kenmerk van Kindschap

Jezus zegt dat je iemands kind bent als je die persoon navolgt. Hij spreekt tegen de Farizeeën: “Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen. Maar nu probeert u Mij te doden… Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil.” Ook in Mattheüs 5:9 en 5:44-45 wordt gesproken over vredestichters en het liefhebben van vijanden als kenmerken van Gods kinderen.

Wie Jezus aanneemt, ontvangt de Heilige Geest, waardoor je deel krijgt aan de goddelijke natuur (2 Pet. 1:4). Door de Geest die je van binnenuit verandert, krijg je ‘macht’ om te regeren over zonde en liefdeloosheid. Daardoor ga je doen wat God doet, en op die manier word je een kind van God.

De Gevolgen van een Verkeerde Leer

Het idee dat iedereen al gered en vergeven is, kan gevaarlijke consequenties hebben:

  • Als we zeggen dat iedereen al een kind van God is, worden juist minder mensen kind van God.
  • Als we zeggen dat er geen hel bestaat, gaan er juist meer mensen heen.
  • Als we zeggen dat we ‘eens gered, altijd gered’ zijn, blijven er juist minder mensen op die weg van eeuwig leven.

De Schrift is hierin helder: het kindschap van God is geen aangeboren eigenschap, maar een gevolg van wedergeboorte en geloof in Jezus Christus.

Een afbeelding die de keuze tussen geloof en ongeloof symboliseert.

De Waarheid van het Evangelie

Het is belangrijk om de waarheid van het evangelie te blijven verkondigen, ook wanneer deze confronterend is. Echte liefde spreekt waarheid. Het evangelie wordt geen goede boodschap meer, maar een overbodige boodschap als de noodzaak van bekering en geloof wegvalt.

De kern van elk mens is de Goddelijke vonk, de ziel. De oorsprong ervan ligt in de Albron. Elk mens is daarom een kind van God. Maar het bijbelse kindschap is gebonden aan geloof en navolging van Christus.

tags: #in #evangelische #kerken #is #iedereen #kind