Licht is een fundamentele levensvoorwaarde. Zonder licht is de aarde onbewoonbaar, woest en leeg. Volgens het eeuwenoude verhaal ontspringt dit licht aan een woord van God, die het uit een duistere wirwar roept en scheiding aanbrengt tussen licht en duisternis. Toch blijft het licht kwetsbaar en wordt het nog steeds af en toe verdrongen door de nacht. Israël zingt in Psalm 36:10: "...in uw licht zien wij het licht", en belijdt daarmee dat het leven zelf, hoe bedreigd het ook is, uit Gods hand ontvangen wordt.
Licht uit de hoogte is leven. Het is echter ook oordeel, omdat het de duisternis onthult. Soms zien we door dit licht dingen en mensen die we liever verborgen hadden gehouden. Licht kan genadeloos zijn, waardoor mensen zich terugtrekken in de schaduw, lichtschuw worden en hun vertrouwen in de dag verliezen. De vraag rijst of zij ooit weer licht zullen zien en echt kunnen leven.
Jezus verklaarde: "Ik ben het licht der wereld" (Johannes 8:12). Dit licht is niet zomaar een aspect van de natuur, maar een Persoon: de Zoon van God. Dit Licht gaat aan al het andere licht vooraf. De waarheid die Hij brengt, zal ons niet verpletteren, maar bevrijden. Hij verblindt ons niet, maar gaat ons voor als een vuurkolom, een ster van Bethlehem, een kaarsvlam in de nacht.

Tijdens de liturgie van de paaswake worden vele lichten ontstoken aan de paaskaars. Wie door dit reddende Licht van Christus is aangestoken, wordt zelf een licht voor de wereld. Zoals een stad op een berg of een lamp op een standaard, moet dit hoge licht uitstralen naar alle kanten, opdat goede werken gezien worden en de Vader in de hemelen verheerlijkt wordt.
Er zal een tijd komen dat er geen nacht meer zal zijn. De weldaad van Gods licht, dat uitgaat van de lamp van het Lam (Openbaring 21:23), zal alles en allen omvatten. Geen nacht zal dan nog waarheid, goedheid en schoonheid bedreigen. In vergelijking daarmee is de plek waar de gemeente bijeenkomt slechts een open plek in een uitgestrekt woud, een pleisterplaats om aangestoken te worden door het hoge Licht dat binnenstroomt, om zelf licht der wereld te zijn op weg naar een beloofd land.
't Hoge Licht kan een naam zijn die verwijst naar de bron van ons leven en onze bestaanswijze als volgelingen van het Licht. Het is een naam die de verbondenheid met de Heer weerspiegelt, die van zichzelf zegt: "Ik ben het Licht der wereld", maar nooit iets voor zichzelf heeft gehouden en daarom ook tot ons kan zeggen: "Gij zijt het Licht der wereld". 't Hoge Licht is tegelijk een gave en een opgave, een naam die nieuwsgierigheid mag wekken.
De Betekenis van Jezus als het Licht der Wereld
Bij de schepping maakte God als eerste het licht, wat het begin markeert van een leefbare wereld. Als Jezus het Licht voor de wereld is, betekent Zijn komst het begin van een nieuwe wereld, een reddingsplan van God. Hij laat deze wereld niet aan haar lot over, maar geeft om de schepping.
Tijdens Zijn leven op aarde sprak Jezus veel over het Koninkrijk van God, ofwel "Gods nieuwe wereld". Hij kwam om te vertellen over dit reddingsplan en over een wereld waarin verdriet getroost wordt, en waar recht en vrede heersen.
Voor wie God moeilijk kan leren kennen, biedt Jezus een uitkomst. Lucas 2:32 (BGT) zegt dat Hij het Licht is en de weg wijst naar God. Of men nu al lang christen is of nieuw is in het geloof, naar Jezus kijken is de weg om God te leren kennen.

In het volle licht worden dingen zichtbaar die we liever verborgen houden, zoals de tekenen van ouderdom of vermoeidheid. Zo kan Gods licht ongemakkelijk of beangstigend zijn, omdat het dingen aan het licht brengt die niet kloppen, zowel door eigen verantwoordelijkheid als door onrecht dat ons is aangedaan.
Het bijzondere aan Jezus is dat Hij zowel God als mens was. Hij kwam als kind naar deze wereld, leefde als een gewoon mens en ervoer liefde, vreugde, maar ook schijnheiligheid en verlatenheid. Ondanks dit alles werd Hij niet cynisch. Uit liefde wilde Hij ons leven delen en de wereld redden en vernieuwen.
Profetieën en Symboliek van Licht
Jesaja profeteerde Gods oordeel over Israël, een volk dat zich steeds meer keerde naar waarzeggers en duivelskunstenaars, en daarmee naar duisternis. Gods oordeel is onontkoombaar, maar in het oordeel ligt ook genade, zoals de naam Immanuël ("God met ons") aangeeft. Verwoesting zal plaatsmaken voor heerlijkheid.
Mattheüs benadrukt dat Jezus Zijn evangelie eerst verkondigde in de noordelijke streken, zoals Galilea, dat in duisternis zat. Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Jezus' komst in steden als Jericho, waar Hij Zacheüs ontmoette, illustreert dit.
Zacheüs, een overste van de tollenaren, leefde een leven dat vervreemd was van God, gekenmerkt door diefstal en bedrog. Hij leefde onder de heerschappij van de duisternis. Toen Jezus hem aansprak en verklaarde dat Hij in zijn huis moest blijven, ervoer Zacheüs dit als licht in de duisternis. Hij nam Jezus met blijdschap aan, en de liefde van God stroomde zijn leven binnen.

Deze liefde van God is onvoorwaardelijk. Als God niets doet, blijft de duisternis ons hart en leven beheersen. Maar door Jezus brengt God Zijn agape, onvoorwaardelijke liefde, ons leven binnen. In dat Licht kunnen we niet meer dezelfde blijven. Zacheüs bekeerde zich, belijdde zijn zonden en maakte het goed, waardoor de liefde van God gedeeld werd met anderen.
Het Licht als Gave en Opgave
Jezus vergelijkt Zichzelf herhaaldelijk met Licht, als "het Licht der wereld". Dit licht verdrijft de duisternis, die symbool staat voor het kwade en alle ellende in de wereld. Jezus is als het ware het licht van de zon, dat de duisternis verdrijft.
Het is absoluut noodzakelijk dat het Licht van Jezus in ons leven gaat schijnen, aangezien ons leven van nature in de duisternis van de zonde verkeert. Licht en duisternis kunnen niet tegelijkertijd bestaan. God is Licht, en in Hem is geen duisternis. Wanneer God in ons leven de duisternis niet laat verdwijnen, kunnen we niet in Zijn aanwezigheid blijven.
Jezus, de Zoon van God, bracht het licht door Zelf in het duister te gaan, aan het kruis. Daar betaalde Hij de prijs om mensen in het licht te kunnen brengen. Niemand anders kan het donker veranderen in licht.
De bijbelteksten over licht en duisternis benadrukken de noodzaak van Gods licht in ons leven:
- Genesis 1:3-4: God schiep licht en maakte er scheiding tussen licht en duisternis.
- Jesaja 9:1: Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien.
- Johannes 12:46: Ik ben een licht, in de wereld gekomen opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft.
- Jesaja 60:1: Sta op, word verlicht, want Uw licht komt en de heerlijkheid van de Heere gaat over u op.
- Numeri 24:17: Er zal een ster uit Jacob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen.
- Mattheüs 4:16: Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien.
- Johannes 8:12: Ik ben het Licht der wereld; Wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.
- Johannes 1:9: Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht.
- Lucas 2:30-32: Simeon profeteerde over Jezus als een licht om de heidenen te verlichten en Zijn volk Israël te verheerlijken.
Licht in de duisternis
Jezus' woorden "Jullie zijn het licht in de wereld" (Mattheüs 5:14) benadrukken dat wij, als volgelingen van Hem, geroepen zijn om licht te verspreiden. Net als de maan het licht van de zon reflecteert, zo reflecteren wij het licht van Christus. Dit leven met Jezus maakt ons van binnen warm en daagt ons uit om ons op Hem te richten, Zijn licht te ontvangen en door te laten werken naar buiten.
Dit licht wordt zichtbaar in vriendelijke daden, warme woorden en door het weigeren om mee te gaan in somberheid. Waar wij zijn, daar is Jezus' licht, omdat Hij in ons is. Dit licht brengt blijdschap en leven. Door de lamp aan te doen in de avond, kunnen we denken aan Jezus' woorden en ons laten leiden door Zijn licht.